Verhalen Schilderen 

Verhalen zijn met toestemming van familie geplaatst.


Je "Wezen"



Zonnekamp Steenwijk, januari 2019

Tijdens het schilderen voor andere cliënten zie ik u vaak langzaam voorbij lopen. Uw voeten maken een schuivend geluid over het vinyl. U bent tenger en klein. Half lang haar wat piekerig in een knotje opgestoken. Gekleed in een zachte blauwe joggingbroek met een warm fleecevest.
U loopt ook wel eens de huiskamer binnen om wat te vragen. En als er dan een collega naar u toe loopt om u te helpen hoor ik alleen maar woorden en klanken." Zie, die is gan te raken, lopen gaan moet stuken. Sekapen zag."
En u wijst naar een plek in de huiskamer. Ik krijg niet het idee dat u er bewust van bent dat de woorden niet zeggen wat u bedoeld te zeggen.De collega reageert intuïtief, slaat een arm om u heen en u bent even gerustgesteld. U draait zich om en sloft weer langzaam naar gang in om rechtsaf te slaan naar de andere huiskamer.
Als uw naam genoemd wordt als volgende cliënt om voor te gaan schilderen, weet ik al een beetje over wie u bent. U bent in Utrecht geboren. In een gezin met vader en moeder en drie meiden. U was daarvan de middelste. U bent met achttien jaar al uit huis gegaan en bent u bij de familie van uw man gaan wonen. Toen u negentien was bent u met uw man getrouwd. U bent later met uw man in Eesveen gaan wonen. Een dorpje in Steenwijkerland.U heeft samen drie kinderen gekregen. Waarvan de oudste al overleden is. De klap die dat gaf bent u eigenlijk nooit weer te boven gekomen. U kreeg al jong last van vergeetachtigheid. Op een gegeven moment kon uw man de zorg niet meer dragen. De mist van de dementie zorgde ervoor dat u van uw geliefde gescheiden moest wonen.
Als ik die middag de afdeling oploop om met u kennis te maken zie ik u al in de verte. Uw grijze dunne haar piekerig opgestoken, kromme rug, achterover gebogen met uw hand op uw onderrug. Alsof u zichzelf aan het ondersteunen bent. Voorzichtig loop ik naar u toe, loop u voorbij en maak oogcontact." Hallo, Hoe gaat het met je?"Van de collega's hoorde ik dat je het niet leuk vind om met u aangesproken te worden.
Ik zie je onderzoekend naar mij kijken. Met je heldere wat natte blauwe ogen. Langzaam veranderd je blik van wantrouwen naar vertrouwen en herkenning."Ach, gaat best ast mag, bij jouw de lopen bal te nat de strakke wrl". " Ja, ik ben het, ik kom bij je op visite, zullen we samen een kopje thee gaan drinken?" Ik heb de juiste snaar te pakken.
Je knikt en je pakt meteen mijn hand. Hand in hand lopen we verder en je praat honderduit. Soms met een wat geïrriteerde ondertoon maar ook met verbazing en blijdschap. En dan zie ik je prachtige ontwapende lach.Ik reageer op gevoel en hoop steeds de goede snaar te treffen. Soms lukt dat en soms niet. Dan zie ik je naar mij kijken. Met een verbaasde geïrriteerde uitdrukking op je gezicht, alsof je denkt; "Wat bedoel je nou?!"
Als we samen verder lopen probeer ik je mee te nemen naar je kamer maar dat gaat nog niet zo makkelijk. In je beleving ben je met van alles bezig. Ik begrijp het niet allemaal maar ik voel wel dat het erg belangrijk voor je is.Ik besluit je te volgen. En we lopen samen hand in hand, sloffend en in de maat over de gangen van de afdeling. We spreken over het weer, de donkere dagen voor kerst, kerstbomen en de gezellige versiering die we tegen komen tijdens onze wandeling.
Ineens sla je af en neem je mij mee naar je kamer. De deur staat open en je wijst naar je foto boven je naam bij de deur. Je kijkt mij aan en ik krijg een glimlach van herkenning.Ik zie dan ook meteen hoe vermoeid je eruit ziet. Je gaat uit jezelf op de bed rand zitten en ik vraag of ik naast je mag zitten. " Och, schat" en je pakt mijn gezicht met beide handen vast.
Als we zo naast elkaar zitten valt het licht vanuit het raam zo prachtig op je gezicht. Ik besluit dan en daar een portret van je te schilderen. Tijdens de spraakwaterval maak ik wat portretfoto's van je en ik laat het je zien. Je kijkt mij verbaasd aan en lacht."Vind je het mooi?" En tot mijn verbazing hoor ik;
"Ja, heel mooi." En je glundert.
Ik blijf nog even bij je en vraag of je niet wilt gaan liggen. Dat was wel een goed idee. Ik buk en help je de schoenen uit te doen. En dan voel ik ineens je hand op mijn hoofd. Je zit liefdevol en vol aandacht aan mijn knotje te friemelen. In stilte glimlachen we naar elkaar als ik weer overeind kom."Mag ik je even in bed helpen?" Ik krijg het idee dat het wel mag en ik doe mijn rechterarm om je schouders en de linker onder je knieholtes. En ik draai je rustig op bed. Je draait meteen op je zij en sluit je ogen. Het sprei wat aan het voeteneind ligt, leg ik voorzichtig over je heen en druk een gedeelte tegen en onder je rug.
Je valt al snel in slaap en ik besluit weg te gaan.
De week daarna staat de schets op doek en is je portret in de onderschildering te zien. Als we samen op je kamer zijn wordt er op de deur geklopt. Het is je man. "Stoor ik ook?" " Nee, hoor, kom gerust binnen."Jullie begroeten elkaar liefdevol met een knuffel en een kus. Ik zie je ontspannen en glunderen.
Je gaat in bed liggen en je man gaat naast je zitten. Tijdens het schilderen zie ik uit mijn ooghoek dat jullie elkaars hand vasthouden. Ook hij reageert vanuit gevoel op je vertellingen. We hebben het even over jou, over de opname, de kinderen en zijn tijdelijke opname. Ik voel af en toe zijn irritatie tussen de zinnen door. Irritatie over de gang van zaken, de controle verliezen en afhankelijk zijn. En verdriet omdat hij zijn lief aan het verliezen is.
Er vallen ook regelmatig rustige stiltes. Je man geeft aan dat ik dan beter kan schilderen, contact kan maken met je "wezen." Hij raakt mij met zijn mooie woorden. En hij heeft gelijk.En zo zitten we in elkaars gezelschap, zonder woorden. En toch verbonden.
Ineens hoor ik een zachte snik. En ik zie je man vechten tegen zijn emoties. Het niet kunnen begrijpen, je vrouw verliezen in de dikke ondoordringbare mist van verwarring naar de vergetelheid.
In de stilte komt het allemaal even heel dichtbij.Je portret is bijna klaar. Als je man de vorderingen ziet knikt hij tevreden. Het is een portret van je prachtige geleefde gezicht geworden. Met je rode blossen en Griekse neus. Hopelijk heb ik je "wezen" in het portret kunnen vangen. En heb je, tijdens het schilderen, het gevoel gehad begrepen te zijn en niet alleen. Bedankt dat ik deelgenoot mocht zijn van je leven. Tijdens het Verhalen Schilderen.

Thee met een wolkje melk


w.z.c.Irene, november 2018

De collega's zijn meteen erg enthousiast als ik voor u een schilderij ga maken. " Heb je de foto bij mevrouw op de kamer gezien? Ze zit in klederdracht met stoere zonnebril op een quad! " Dat beeld zegt veel over uw persoon. Vrolijk en lekker eigenwijs.
U bent daarnaast ook nog een bijzondere verschijning op de afdeling. Het mutsje op uw hoofd verraad dat u uit Staphorst komt. Gemaakt van donker blauwe en zwarte stof met gestipte bloemvormen erop. In verschillende kleuren blauw. En natuurlijk wit.
U heeft een mooie blauwe omslagdoek om. Vastgezet met een veiligheidsspeld. En de jurk wat uit verschillende lagen stof bestaat is om u heen gedrapeerd. Met om uw middel kussentjes om de rok op te laten bollen. U loopt op glimmende zwarte sandalen en om uw voeten en onderbenen heeft u heerlijke warme kniekousen over de zwarte steunkousen.
Als ik de huiskamer inloop zit u aan de grote tafel met de rug naar de muur. U bent vierennegentig en een kleine, fijne dame. Het weinige grijze haar komt net onder het zwart gestipte mutsje uit. En u heeft een open nieuwsgierige houding.
Als ik mij voorstel en u vraag of ik een schilderij voor u mag maken en uw accent hoor, moet ik mij concentreren om u goed te verstaan. U spreekt in het Rouveense dialect maar op zo'n leuke en geanimeerde manier dat ik u gelukkig snel begrijp. " Joa, natuurlijk" zegt u blij. En u maakt meteen aanstalten om naar uw kamer te gaan. U pakt uw rollator die naast u staat.
Als ik samen met u naar uw kamer loop, blijft u gezellig door praten. Op een wat monotone manier vertelt u over het weer, uw zus, dode pinken, vliegtuigen in de oorlog, mijn fietstocht naar hier en koetjes en kalfjes.
Op de kamer aangekomen gaat u in de bruine sta- op stoel zitten en ik neem plaats in een rood kuipstoeltje bij het raam. En als ik wil uitleggen wat ik kom doen zegt u "Je goat en schilderie moaken!"
"Dat klopt, lijkt u dat wat? En u reageert enthousiast. Ik zie het aan uw stralende ogen.
Een onderwerp blijkt wat moeilijker te kiezen. We hebben het over uw boerderij in Rouveen, het burgerhuis achter de boerderij, uw man, over uw vier kinderen. Twee dochters en twee zonen. En over uw, in middels, vierentwintig kleinkinderen. Ik hoor aan de manier waarop u praat, dat u erg trots bent op uw kinderen.
Maar een schilderij van de boerderij of uw kinderen hoeft van u niet zo. " Mag ik dan van u een schilderij maken?" Vraag ik voorzichtig.
" Joa ,dat liekt mie wel wat, zeg mar hoe ik moat sitten ".
En u gaat als een volleerd model op het puntje van uw stap -op stoel zitten.
Ik pak mijn mobiel uit mijn tas en terwijl u weer aan het vertellen bent over de pinken van uw zus die door de bliksem dood zijn gegaan, over de oorlog, de sloten waarin u dook als er weer een vliegtuig over vloog, maak ik een aantal portretfoto's van u.
Ik ga naast u zitten en laat ze u zien en samen kiezen we de mooiste uit.
De week daarna staat de schets op het doek. U bent nog op uw kamer en ik klop aan. " Kom mar binnen!" Hoor ik aan de andere kant van de deur.
En als u mij ziet zegt u " Moi ! "
Inmiddels weet ik van de collega's dat u mij al had verwacht. De tafel waaraan ik zit te werken wordt elke week leeg geruimd zodat ik snel mijn ezel kan neerzetten. Voor u ben ik de " fotograaf " .
Ik loop naar binnen en geef u een hand. U zit in uw bruine sta-op stoel bij het raam. "Heeft u zin in een kopje thee? " Dat was wel goed. Ik moet ook een kopje voor mezelf halen.
Inmiddels weet ik dat er een wolkje melk in moet. Laat ik dat zelf nou ook heerlijk vinden. En zo zitten we samen elke week eerst heerlijk van een kopje thee te genieten voordat het schilderen begint.
Als ik het doek deze keer weer op de ezel zet begint u meteen weer te vertellen. Van de ene herinnering naar de ander. Het vergt heel wat geschakel van mijn kant om u te blijven volgen. Maar het lukt.
Uw moeder al vroeg was overleden en u kon gelukkig heel goed met uw vader opschieten. U had al een goede band maar die werd nog steviger na het overlijden van uw moeder.
Dat u ging trouwen was voor uw vader een hard gelag. Hij heeft u het begin heel erg gemist. En u hem.
Uw man is Inmiddels tien jaar geleden overleden. "Het was een goeie man." Zegt u tevreden. "Ik was em altiet kwiet in Zwolle op de markt." Hij hield namelijk van motoren en Tractoren. "Dan was ie inens verdwenen en moest en em zeuken." Ik zie het zo voor mij en we moeten er samen om lachen.
U verteld verder over uw jeugd, over uw gezin. Over uw dochter die naailes geeft en uw zoon die in Italië Hollandse kaas verkoopt. En weer over de dode pinken van uw zus.
Ineens, uit het niets en tussen het vertellen door, pakt u uw rollator en zegt dat u naar het toilet moet. Ik help u even in de benen en ga weer achter mijn ezel zitten. Na een tijdje hoor ik wat vreemde geluiden uit de badkamer komen. Spetterende geluiden. En ik realiseer mij dat het wel wat lang duurt voordat u weer terug komt. Ik besluit even een kijkje te nemen. En ik zie u rustig uw sokken en kousen in de wasbak in een sopje wassen. Omhoog en omlaag en wringen. En dan weer in het sopje en omhoog en omlaag, en weer wringen en dan legt u ze netjes op een wasrekje.
Uw portret is bijna klaar. Ik heb er met veel plezier aan gewerkt. Mijn ontmoetingen met u waren voor mij speciaal. De ouderdom en de dementie hebben er voor gezorgd dat u de zelfstandigheid op moest geven. Ik voelde, tijdens onze gesprekken, dat u dat heel vaak mist.
Maar u bent een positief ingesteld mens, u past zich gemakkelijk aan. " Het is ok net andres, mien kindren makte zich zorgen."
Hopelijk heeft onze tijd samen ervoor gezorgd dat u terug kon gaan naar de tijden van zelfstandigheid. Dat u weer even kon terug gaan naar uw rol als vrouw en moeder. Ik ga in ieder geval onze momenten met ons kopje thee met wolkje melk missen. Het ga u goed, het was een fijne tijd samen tijdens het Verhalen Schilderen. 

Een man met dromen


w.z.c. Irene januari 2019

Elke week als ik het verzorgingshuis binnen loop, zit u in het atrium koffie te drinken. Ik krijg altijd een vriendelijke knik en ik voel u naar mij kijken als ik naar de lift loop en naar boven ga. U bent een net gekleed heerschap, blauwe broek met een geruit overhemd en daaroverheen een mooie rode trui. Uw dunne grijze haar is netjes in een scheiding gekamd en u heeft een klein stoer baardje met snor. En bovenal twee ondeugende blauwe ogen achter een dikke bril.

Terwijl ik in de huiskamer bij uw buurvrouw aan het schilderen ben komt u naar binnen achter uw rollator. U komt naast ons zitten en ik zie u geïnteresseerd mee kijken. Uit de verhalen van de buurvrouw kom ik er achter dat u elkaar kent van eerder. U kwam altijd als postbode bij de boerderij aan de Nijeveense Bovenboer koffie drinken. Zo verteld u over hoe de buurvrouw altijd zo lief en gastvrij was en dat iedereen bij haar welkom was. Voor een luisterend oor, kop koffie en warme voeten bij de kachel. En natuurlijk lekkere verse roddels!

Vorige week kreeg ik een mail van mijn contactpersoon en zei vroeg aan mij of ik voor u ook een schilderij wilde maken. En als ik vanmorgen weer het atrium in loop zit u al lekker aan de koffie. Samen met andere cliënten aan een grote lange tafel. Ik loop naar u toe en stel mij aan u voor. Terwijl ik u mijn hand toereik vertel ik u waar ik voor kom.

U reageert meteen enthousiast en pakt mijn hand stevig vast en ik zie dat u wilt opstaan. Ik weet dat u meerdere C.V.A.'s heeft moeten doorstaan. Waardoor opstaan en lopen moeizaam gaat. "Zullen we hier eerst even samen gaan koffiedrinken?" Met een opgeluchte glimlach gaat u weer zitten en ik trek een stoel erbij. Er wordt al snel voor mij een kop koffie ingeschonken. We zitten gezellig bij elkaar en hebben het over het weer, het drieluik van de Kleine Oever, de komende feestdagen, het eten en andere ditjes en datjes. En als de koffie op is pak ik de rollator voor u en lopen we samen naar de lift. Ik merk dat ik de rollator bij moet sturen omdat u de neiging heeft wat naar rechts te lopen.

Eenmaal aangekomen op uw kamer help ik u in uw sta op stoel en ga ik naast u zitten. Ik vraag naar waar u geboren bent. " Ik ben een echte Meppeler mug." Zegt u met trots." Geboren en getogen!"Inmiddels weet ik dat u postbode bent geweest en dat u dat altijd een geweldig beroep heeft gevonden.

"De vrijheid hé? Het buiten zijn, het contact met de mensen, ik vond het geweldig." "Mijn baas heeft mij heel vaak gevraagd of ik ook een kantoorbaan wou op het postkantoor. Hij zag mij wel in een leidinggevende functie."

Zegt u met voorzichtige trots. U verteld verder dat u er niet zoveel zin in had maar omdat het buitenwerken steeds zwaarder werd, moest u wel. Het leidinggeven ging u goed af. U heeft de uitstraling ook mee. En u durft het wel te zeggen. Lekker direct met een vleugje humor. Tegenover mij zit wel een man met karakter en een sterk persoon. Ondanks de huidige beperkingen zie ik uw veerkracht.

U verteld verder over uw vervroegde pensioen. Dat u met uw vrouw er zo naar uit keek. Samen in de tuin werken, koken, veel fietsen, reizen en met de kinderen en kleinkinderen gezellige dagjes uit. Maar al snel sloeg het noodlot toe. De eerste C.V.A. overviel u samen. Letterlijk en figuurlijk. En daarna nog een C.V.A. en nog een.

Dromen over samen reizen, fietsen en dagjes uit met de kinderen bleven dromen. U had op een gegeven moment veel zorg nodig. U woonde nog thuis. Totdat het niet meer ging. Uw vrouw kon de zorg niet meer bolwerken en noodgedwongen moest u uit elkaar. " Ik maak mij zorgen om mijn vrouw, weet je. En u kijkt mij bedrukt aan. "Ze is heel sterk. Maar het huis is groot en het heeft een grote tuin."

U verteld dat ze ook een dagje ouder wordt en dat het u angstig maakt. Dat ze misschien valt of overwerkt raakt. "Gelukkig komt mijn dochter veel bij haar, ze hebben veel aan elkaar". Het lijkt wel of u zichzelf bemoedigend toespreekt. Bedrukt kijkt u naar de vloer. 

Ik besluit een ander onderwerp aan te snijden. Het onderwerp voor een schilderij. Ik noem wat opties en eigenlijk geeft u meteen aan dat een portret wel wat voor u is. " Voor mijn vrouw en de kinderen." Zegt u ontroerd, met natte ogen. En terwijl we aan het praten zijn maak ik wat portretfoto's van u. We zoeken er samen een uit en de week daarna ben ik weer bij u om er aan te werken. En u vind het geweldig. " U heeft er wel verstand van, ik vertrouw erop dat het wel wat wordt."

Samen zitten we week na week gezellig bij elkaar te praten over uw werkzame leven, over uw vrouw en de kinderen. Totdat het noodlot weer toeslaat. Als ik met mijn schilder tas het atrium inloop zie ik u niet zitten. Het geeft meteen een beklemmend gevoel. Mijn intuïtie klopt. Als ik een collega aanspreek en vraag waar ik u kan vinden, vertelt ze dat u weer een CVA heeft moeten doorstaan. En dat u in het ziekenhuis ligt.

Vanmorgen is de laatste schildersochtend. U bent gelukkig weer uit het ziekenhuis. En als ik de huiskamer inloop, zie ik u nu in een verblijfsrolstoel zitten. U bent afgevallen, uw haar kort geknipt wat piekerig op uw hoofd. U zit wat onderuit gezakt. En dezelfde rode trui als in het portret zit u nu te ruim om uw schouders.

Ik zie aan de blauwe plastic doek waarin u zit, dat u geholpen moet worden met de tillift. Staan gaat dus niet meer. Laat staan lopen. Als ik naast u kom zitten, stel ik mij nogmaals voor en tot mijn verbazing herkent u mij. Ik ben die mevrouw van "de tekening." Het portret van een bijzondere man is bijna klaar en staat voor u op de ezel. "Ben ik dat?" En u kijkt mij verbaasd aan. Ik knik

"Alleen heeft u hier wel wat vollere wangen ." Zeg ik gekscherend. U kan er gelukkig wel om lachen. Dan kijkt u mij aan en zegt u ineens heel serieus

"Dat is ook zo, maar het eten staat mij nu zo tegen."Ik leg mijn hand op uw hand. U laat het toe en zo zitten we samen even in stilte naar uw portret te kijken.U was een man met dromen en grote plannen. Een man met karakter. Een beetje eigenwijs en ongeduldig. Zegt u gekscherend over uzelf. Aan zelfkennis nog steeds geen gebrek. Humor houdt u ook nu nog steeds op de been. Ondanks de frustraties, het verdriet, het verlies en de beperkingen. Het portret is een aandenken geworden aan u. Aan een man met dromen. Hopelijk heeft u kunnen genieten van onze schilder ochtenden samen. Tijdens het Verhalen Schilderen. 

Mijn veilige thuis


Schiphorst  Meppel, juli 2018

Als ik op de afdeling kom met mijn schilder spullen zie ik je in de verte lopen. Een slanke jongere dame in katoenen blauwe broek en T-shirt. Kort geknipt donker geverfd haar. Je loopt rustig waarbij je de voeten bijna niet van de grond tilt. In een wat gebogen houding blijf je de reling aan de muur aanraken. 

Je mompelt wat in jezelf. En af en toe blijf je in e...en hoek stilzwijgend staan om daarna weer mompelend verder te lopen. Ik ga rustig naar de kamer en zet mijn ezel op tafel. Als je de kamer voorbij wilt lopen zie je mij en ik krijg nu een blik van herkenning. "Goedemiddag" zeg ik en ik krijg een stilzwijgen terug. Maar aan je mimiek kan ik zien dat je mij herkent. Ik besluit nog even met je mee te lopen, je laat het toe dat ik je wijsvinger pak en samen lopen we hand in hand op de gang. Communiceren gaat niet meer zoals met anderen. Praten in volzinnen lukt ook niet meer. Je maakt repeterend geluid en af en toe hoor ik een woord in Drents accent.
"Dissssnt, aaalddddeee, beter! " Op gevoel reageer ik. En gelukkig raak ik regelmatig de goede snaar en hebben we het over heel veel dingen in klank en gebaar. Zo lopen we al keuvelend op de gang en ik breng je rustig naar je eigen kamer. Waar het schilderij met de boerderij, waar je geboren bent, op de ezel staat. Je herkent het tafereel; " disn, disn, disn, daar". " Volgens je man bent je daar geboren" zeg ik.
Je kijkt mij aan en reageert niet. Aan je ogen zie ik dat het klopt. Ik sluit de deur en doe de c.d. speler aan. Ik ben nu een paar keer bij je geweest en ik weet dat je geniet van muziek. Terwijl ik schilder aan je ouderlijk huis in Nijeveen loop je rustig heen en weer op de kamer en ik hoor je op een hoge toon mee neuriën met Barry Manilow, Bjork en André Hazes. 

Zonder dat ik het in de gaten heb sta je ineens heel dicht bij mij terwijl ik aan het schilderen ben. Ik stop even. Je kijkt op mij neer en begint een serieus gesprek op je eigen manier. Een waterval van klanken, gebaren en mimiek. " Rote, rote, willen, kunnen, dize, gate, gate, gate, doen, komt, disnt. " Op een intense manier blijven je priemende donkere ogen naar mij kijken, bijna zonder te knipperen. Ik reageer op gevoel en we zijn op een heel ander niveau aan het communiceren. Ik reageer ook met geluiden en mimiek, het ene moment geruststellend en het andere vragend en soms met verontwaardiging. En je lijkt te voelen en te begrijpen wat ik bedoel. En dan ineens draai je om en loop je mompelend naar de hoek van de kamer. George Michael begint te zingen. Ik hoor de begintonen van "Don't let the sun go down" 

Je reageert meteen. Op hoge toon en uit de maat begin je mee te neuriën. En als Elton John begint te zingen zie ik ineens je mimiek veranderen. Van vrolijk naar verdrietig. Je probeert mee te zingen maar in plaats van klanken begin je hartverscheurend te huilen. Midden in de kamer sta je met de armen langs je lichaam en je gezicht naar boven gericht te huilen. Seconden lijken minuten. Intuïtief loop ik naar je toe en ik sla mijn armen om je heen in een poging om te troosten. In de omhelzing blijft je verstijfd staan en dan voel ik je heel langzaam ontspannen. Het huilen wordt snikken en ik voel je hoofd draaien en je wang op mijn schouder. Even staan we zo samen te wiegen op de muziek. Als de muziek afgelopen is laat ik je voorzichtig los en je loopt zonder mij aan te kijken mompelend naar de andere kant van de kamer.

 En ga ik weer naar het schilderij op de ezel. En pak mijn penseel om verder te schilderen.
De boerderij in de sneeuw, waar je geboren bent, waar je veilig was, waar je op avontuur kon gaan en van waaruit je getrouwd bent met je lieve man, is bijna klaar. Het schilderij als symbool van je leven, van voor de dementie. Het was even ondergeschikt aan je beleving. Het was een aanleiding tot contact, een rustpunt en door het schilderen waren we samen in elkaars aanwezigheid verbonden. Tijdens het Verhalen Schilderen.

Mijn Zuideinde


Irene  Meppel, september 2018

Tijdens het schilderen aan een portret van een dame die op de bovenste verdieping woont krijg ik meerdere malen van collega's te horen dat u dit ook wel leuk zou gaan vinden. En ze denken dat u dan niet alleen van het gezelschap maar ook van het proces van schilderen kan genieten. U bent namelijk een slim heerschap. 

Heel snel daarna zeggen de collega's stuk voor stuk met plaatsvervangende trots: "Ja, heel slim, dhr. is jurist geweest! " Ik denk : "Chips, dat schept redelijk wat verwachtingen."En ik merk aan mezelf dat ik toch wel een beetje nerveus wordt van die informatie en ik voel mij lichtelijk geïntimideerd door uw status. Maar goed, ik trek de stoute schoenen aan en plan met u een kennismaking gesprek. U bent overdag regelmatig te vinden in de huiskamer. Ik zou u moeten herkennen aan de grote verblijfsrolstoel waar u in zit en die u zelf kan besturen. Als ik de huiskamer binnen loop groet ik de cliënten die aan de andere tafel zitten. Ze groeten vriendelijk terug. 

U zit met de rug naar mij toe. Ik zie net uw grijze kort geknipte haar boven de rug van de stoel uitkomen. Ik loop door om mij aan u voor te stellen. Twee heldere lichtblauwe ogen kijken mij aan en ze lachen. Ik merk al snel dat u uw arm en hand niet voldoende kan optillen om mijn hand tegemoet te komen. Ik pak voorzichtig uw hand en zeg: "Aangenaam kennis te maken , ik ben Saskia." Heel zachtjes hoor ik uw naam. Ik laat uw hand los en pak een stoel en ga naast u zitten. U bent een slanke, knappe man met uitstraling. Als ik u verteld heb wat ik kom doen zie ik aan uw mimiek dat het u wel interesseert en nieuwsgierig maakt.

 Ik stel voor om naar uw appartement te gaan om samen te overleggen welk onderwerp er op doek moet komen. U vind het prima. Vol goede moed wil ik de rolstoel besturen maar dat blijkt nog wel een hele klus te zijn. Een collega wil ons gelukkig wel helpen. Met af en toe een slinger in de verkeerde richting komen we bij uw appartement aan. U kunt er gelukkig wel om lachen. Als we op uw kamer aankomen zie ik meteen een vitrinekast bij het raam staan. 

Met een verzameling oude camera's. U heeft vroeger veel gefotografeerd. Ik ga naast u zitten en we hebben het over fotografie en wat ik allemaal in uw kamer zie. De kinderen, uw vrouw, Oud Meppel, etc. Ik merk namelijk al snel dat het praten voor u een uitputtende zaak is. U spreekt zacht en langzaam en ook het beginnen van een gesprek kost u moeite. Ineens zie ik een hele oude foto op hardboard geplakt boven in de kast staan. Van het Zuideinde in Meppel van rond 1920. "Mag ik die foto even pakken?" Dat mag. Als ik de foto voor u houdt zie ik uw slanke hand langzaam naar voren komen. Uw gebogen wijsvinger gaat naar het gebouw midden op de foto. En heel zacht hoor ik: " Dat was vroeger mijn kantoor." We kijken elkaar aan en ik zie uw blauwe ogen glinsteren. 

Ik weet genoeg. "Vind u het goed dat ik van deze foto een schilderij maak? Als aandenken aan uw actieve leven?" U geeft mij een langzame knik. "Ik doe mezelf wel wat aan, dat perspectief hé?" ; Zeg ik gekscherend. Wijzend naar de brug in de verte. U kijkt mij met guitige ogen aan met een glimlach om de mond. En ik zie u denken:" Eigen schild, dikke bult!" Want die humor blijkt u wel te hebben. Beetje sarcastisch met heel veel zelfspot. En laten we daar nu een overeenkomst in hebben. 

Samen gaan we het avontuur aan om terug te rijden naar naar de huiskamer. Gelukkig komen we daar veilig en zonder kleerscheuren aan. Ik stel voor om volgende week weer te komen met de schets van het Zuideinde op doek. En dat gebeurde. En het wekt meteen uw belangstelling. Terwijl ik begin met schilderen zit u in stilte te kijken naar wat ik doe. En u luistert actief mee met de gesprekken die ik heb over Oud Meppel met de andere heren aan tafel. Over de brug in de verte, de Weerdstraat, de katholieke kerk die er nu niet meer is door blikseminslag. De eerste laag acryl is vaak niet mooi. Ik vertel u het hele proces van glaceren en u blijkt het erg interessant te vinden. En ondertussen zit u mij verbaasd aan te kijken terwijl ik u dat vertel.

En ik zie u denken; " Ze doet in ieder gebal haar best en dat zal best van dat glaceren, maar het ziet er nu niet uit!" U blijft een heer en ik krijg een tactische glimlach. Zo,n glimlach die u in uw werkzame leven als juridisch adviseur aan uw klanten gaf, als u een slecht nieuws gesprek met hen had. De weken daarna vordert het tafereel op doek en meer en meer gaat het op uw Zuideinde te lijken. En ik merk aan u dat u het steeds interessanter gaat vinden. En met opgetrokken wenkbrauwen, vol verbazing ziet u dat het perspectief er toch wel in komt. Ik zie aan de glimlach dat u er steeds meer vertrouwen in krijgt. Vanmorgen is de laatste schilder ochtend en ik zit samen met u en twee andere heren rond de rafel. Er hangt een ontspannen sfeer in de huiskamer. De kanarie fluit luidkeels en de geur van koffie hangt in de lucht. Inmiddels heb ik wat figuurtjes in het stadstafereel geschilderd. Een dame met wapperende rok, spelende kinderen en een serieus heerschap in zwart pak. 

Onder het schilderen vraag ik waar u bent geboren. Met zachte stem hoor ik: "Kampen." U verteld dat uw vader een bakkerszaak had en dat hij brood en banket bakte. "Dan heeft u al vroeg mee moeten helpen in het bedrijf?" U kijkt mij serieus aan en ik hoor een volmondig: "Nee, mijn vader heeft ons altijd ontzien, ik ,mijn twee broers en zusje, mochten kind zijn."U verteld dat u in Kampen naar de lagere school bent gegaan. U bleek al snel een bolleboos. Intelligent en nieuwsgierig. U ronde het VWO af en hing in Groningen rechten studeren. 

Daar ontmoette u uw vrouw. Op een gegeven moment was u allebei Groningen wat zat. En toen u een keer in Meppel moest zijn voor een afspraak, liep u door het Zuideinde. U kreeg meteen het gevoel dat u hier moest gaan wonen." Hier wil ik blijven.""Het voelde gewoon goed en niet te omschrijven, de mensen waren aardig en de stad was gezellig."U voegde de daad bij het woord. U trouwde en kocht een huis in Meppel. Het pand aan het Zuideinde werd betrokken als kantoor.

 En heel lang bent u daar Juridisch adviseur geweest. "Samen hebben we drie kinderen gekregen, twee jongens en een meisje. En een tijdje was het een rustige en gelukkige tijd. Totdat ik op 35 jarige leeftijd Parkinson kreeg." Het valt stil aan tafel. Ik zie de andere heren een beetje verslagen naar de grond kijken. En dan hoor ik u de stilte doorbreken : "Het is niet anders, wat moet je ook?" "Klopt, dat is ook zo, je moet door"; zegt de buurman meelevend. En u kijkt elkaar aan met een blik van verstandhouding. Als ik u vraag wat u op de been houdt verteld u dat u nog van de kleine dingen kan genieten, van een lekkere kop koffie, een goed gesprek, Oud Meppel, de wind voelen in je gezicht, het aanblik van de kinderen en de kleinkinderen, weten dat ze gelukkig zijn. En de humor. Blijven lachen met elkaar. 

Maar vooral om jezelf. "Het leven niet al te serieus nemen, er overkomt je zo maar wat en het kan ook zo maar gebeurd zijn." ; zegt u en u kijkt mij serieus aan met uw licht blauwe ogen. Daar kan ik eigenlijk weinig meer aan toe voegen. Dan alleen u nog te bedanken voor onze tijd samen. Ik werkend aan uw geliefde pand aan het Zuideinde. En u kritisch kijkend. En samen pratend over uw bewogen leven. Tijdens het Verhalen Schilderen.

De Tweeling


Zonnekamp Steenwijk , augustus 2018

"Het is toch te gek voor woorden." zegt u zacht en een beetje verslagen. En u kijkt naar de grond. Ik merk dat u uw geboortedatum bent vergeten. " U zal nu wel in de zeventig zijn." zeg ik geruststellend. U kijkt mij aan en met een wat ondeugende toon zegt u; "Nou, ik denk wel wat ouder."  Ik besluit een ander onderwerp aan te snijden en ik pak het dikke fotoboek erbij, wat voor ons op de salontafel ligt. Een boek met donkerblauw geribbelde kaft en vergeelde bladzijden. Op elke bladzijde kleine zwart/wit fotootjes met kartelrand. Eigenlijk allemaal van twee of meer jongere mensen. Ik denk dat het net na de oorlog is.

"Zijn dat foto's van u en uw vrienden?" U bent meteen weer alert. Dat was zo. "En dat is de broer van mijn man, ze waren tweeling." "Wat bijzonder, zeg!" U kijkt mij aan en knikt rustig.
En u wijst naar een fotootje met een jonge man met golvend dik donkerblond haar. Ik vraag wie de dame is. U verteld dat zij uw schoonzusje is."Misschien is het wel een verlovingsfoto." zeg ik vragend. "Dat kan best" zegt u. Ik merk aan u dat u van het aanblik van de beide jonge mensen goed doet. Het zorgt in ieder geval voor een glimlach. En ik vraag aan u of ik van hen een schilderij mag maken. Want ik denk dat ze symbool staan voor die mooie tijd. 

"Als u dat wilt, mag dat." zegt u bescheiden.
Ik haal het fotootje uit het boek en als u de foto van mij aanpakt gaat u stralen. En u wilt enthousiast verder vertellen maar ik merk dat u niet op de juiste woorden kunt komen. Ik merk ook dat u dat niet leuk vind en dat u zich daarvoor een beetje lijkt te schamen. U legt de foto op de tafel voor u en stopt met praten en u kijkt weer teleurgesteld naar de grond. 

Ik probeer uw herinneringen aan te vullen met wat de collega's mij hebben verteld. Zodat u alleen maar ja of nee hoeft te zeggen.En langzaam gaan de schouders wat naar beneden en begint u weer te ontspannen. En u kijkt mij wat vaker aan. Ik zie zelfs uw mooie glimlach weer verschijnen. Als we verder praten over vroeger krijg ik in de gaten dat u al heel erg vroeg veel verantwoordelijkheid kreeg in het gezin waar u bent opgegroeid.

Uw moeder was wat "sukkelig". U nam de rol van uw moeder noodgedwongen op u. Die ervaringen hebben er voor gezorgd dat u zich altijd heel verantwoordelijk heeft gevoeld voor familie en gezinsleden. U was proper en schoon. Als ik het gezegde "Zuinigheid met vlijt." begin, maakt u het feilloos af.
"Bouwt huizen als kastelen en wie zich niet verschonen wil krijgt luizen als kamelen!" We moeten er samen hartelijk om lachen. 

De weken daarna vordert het schilderij van beide mensen en ik besluit wat foto's naar uw dochter te sturen.
Een paar dagen daarna zie ik een onbekend telefoonnummer op mijn mobiel. Ik ben meerdere keren gebeld. Ik besluit maar eens terug te bellen. In de hoop dat het niet weer een verkoper van verzekeringen is.
Nee, hoor! Het blijkt u dochter te zijn. Een beetje ongerust vraagt ze of ik wel weet dat ik de broer van haar vader aan het schilderen ben. "Ja, hoor, moeder wilde dat graag." Zeg ik om haar gerust te stellen. 

Ik hoor aan de andere kant een zucht van verlichting.
"Ik dacht dat mijn moeder dacht dat die persoon haar man was, ze is een beetje warrig af en toe en uiteindelijk was het ook een tweeling en leken ze op elkaar." Ik leg uw dochter uit dat u bij het eerste kennismakingsgesprek meteen heel blij werd van het aanblik van de twee. "Dat kan inderdaad heel goed", zegt uw dochter. "Moeder heeft fijne herrieneringen aan die tijd." 

En van haar hoor ik ook dat u in Westenwold bent geboren. Aan de weg die vroeger in de Basse uitkwam. Een buurtschap ten westen van Sreenwijkerwold. In de kop van Overijssel. In Westenwold ging u ook naar school. De school was klein en had maar twee lokalen. De tweeling ging voor het geloof naar school in Kerkbuurt. Dat heet nu Steenwijkerwold. Als ik tijdens het schilderen daarover vertel kijkt u mij verbaasd aan. Met grote ogen lijkt u te denken 

"Hoe weet zij dat nou?"
Maar ik zie ook dat het u goed doet. Uw zwager en schoonzusje vorderen op doek en als u naar hen kijkt merk ik dat er fijne herinneringen boven komen. Zoals uw dochter al had voorspelt. In stilte volgt u de penseelstreek en bevestigd u mijn vertellingen over vroeger met vriendelijke glimlach en een knik. Ik vertel over uw vele fietstochten en picknicken. Ik vul de verhalen aan met wat ik denk dat er is gebeurd en ik zie u genieten. Over het landschap, de natuur. Het samen zijn met goede vrienden en later uw man. Over de serieuze gesprekken, grappen maken en het genieten van de kleine dingen. 

Over getrouwd zijn, uw kinderen en dat uw man gek van auto's en motoren was.Het schilderij van uw zwager en zijn vrouw is bijna klaar. Het portret van beide is aanleiding geweest tot mooie herinneringen aan een tijd zonder grote zorgen en verantwoordelijkheden. Aan een tijd van jong zijn, vreugde, vriendschap en trouw.Ik heb genoten van uw rust en uw verhaal. Bedankt dat ik daar deelgenoot van mocht zijn. Hopelijk gaat het schilderij er de komende tijd voor zorgen dat u vaker aan die mooie tijd kan terug denken. En voelt u de verbondenheid weer van die mooie en bijzondere vriendschap met de tweeling.

Nog best wel knap. 

W.Z.C. Irene Meppel , augustus 2018

Vanmorgen heb ik een afspraak met u. Als ik de lift uitstap loop ik de gang in. Naar uw appartement. Ik klop op een openstaande deur en ik zie uw lege rolstoel voor de tafel staan aan het raam. Ik besluit naar binnen te gaan. Misschien dat u nog in bed ligt. Ik weet namelijk van de collega's dat u regelmatig even lekker uitslaapt.
Voorzichtig kijk ik om het hoekje en ja hoor! Daar bent u. Een oudere dame met keurig gekapt grijs haar. Ruim in de kussens met het dekbed tot aan uw neus opgetrokken. U ligt als de koningin heerlijk te slapen. Maar zodra ik een stapje in de richting van het bed neem zie ik dat u de ogen langzaam opslaat. Ik reageer met zachte stem en zeg "goedemorgen" om u niet te laten schrikken. U groet mij vriendelijk terug.

"Kan ik wat voor u doen? " zegt u rustig en op vriendelijk toon, in perfect algemeen beschaafd Nederlands. Ik hoor een licht Haags accent."Mag ik even naast u komen zitten?" Dat mag van u. Ik trek een stoel vanuit de woonkamer naast het bed en ik ga zitten. Ik vertel u wat ik kom doen. En u vind het idee van een schilderij een heel leuk idee.

Het onderwerp blijkt lastiger omdat u niet zo veel fotoboeken op uw kamer heeft. Ik mag van u in de kasten kijken en ineens vind ik ergens onder aan een stapel boeken, een verzameling foto's in een collage achter glas.
De bovenste foto is van een charmant grijzend heerschap met Franse spaniel op schoot. Ik laat u de foto zien. Met trots in de stem zegt u "Dat is mijn man met Sonja! "

"Wat een knappe man zeg!" reageer ik enthiousiast.
"Natuurlijk! Een hele knappe man! " zegt u met een toon alsof ik iets heel doms zeg.
"Hij was hoofdmeester en had verstand van zaken en ook nog heel knap! "
En u begint enthiousiast te vertellen over toen.

Dat u in Leiden bent geboren. Voordat u uw man ontmoette werkte u in een Sanatorium in Paterswolde. U gaf daar o.a. ook kookles. Op een gegeven moment kreeg de hoofdzuster een andere baan en kwam er een nieuw hoofd. "Die vrouw was een uilskuiken, totaal niet geschikt om leiding te geven! "
Geiiriteerd verteld u verder alsof het gisteren gebeurd was : " Ze weigerde aardappels te schillen samen met de cliënten, belachelijk!"
"Dat gaf geen pas als je hoofd was, zei ze altijd met bekakte stem, zo'n vrouw met de neus in de lucht".U verteld dat u het nog even geprobeerd heeft onder leiding van het "uilskuiken" maar u heeft het toen toch maar opgegeven. U nam ontslag en via via kwam u bij een gezin terecht. Waarvan de vrouw en moeder na een ernstig ziekbed was overleden. Een treurende man en drie jonge kinderen achterlatend. In eerste instantie werd u aangenomen om het huishouden te doen. Maar langzaam nam u de rol van vrouw en moeder over. "En toen kwam de liefde". U trouwde en vanaf dat moment zeiden de kinderen "mam" en was u geen "tante" meer. De foto maak ik voorzichtig los van de collage en ik geef het u. Zachtjes gaat uw wijsvinger over het gezicht van uw man en Sonja. Ineens kijkt u mij verschrikt aan. "Hij is er toch nog?": vraagt u bezorgd. Ik besluit u naar het nu te helpen. "Ik denk dat hij al overleden is". Uw blik gaat weer naar uw man. "Ik denk dat u gelijk heeft " zegt u verdrietig.Inmiddels ben ik al een paar keer bij u geweest en is het portret van uw man bijna klaar. 

Vanmorgen zit u in de rolstoel aan tafel en ik kom gezellig bij u zitten. U bent net naar de kapper geweest. Uw haar zit keurig gekapt. En met dat ik u een compliment wil geven gaat u wat rechter op zitten en kijkt mij serieus aan.
" Ik vind eigenlijk dat ik ook een portret verdien! Ik ben tenslotte al honderd en een en ik zie er best nog heel goed uit! De kosten worden wel betaald door mijn zoon, per giro!"Ik durf u niet tegen te spreken omdat het gewoon een feit is dat u er nog heel goed uitziet! En ik vind eigenlijk ook dat het portret er moet komen. Ik maak onder het praten over vroeger wat portret foto's van u. U zoekt een foto uit en geeft aan welke rimpel wel en welke niet geschilderd mag worden.

Het schilderij van uw man is bijna klaar. Ik zie u er naar kijken als ik er mee bezig ben. En als u er naar kijkt vanmorgen lijkt het in uw beleving alsof hij er nog is : "Weet u zeker dat hij al overleden is? " vraagt u hoopvol. " Pas op! Sonja springt van zijn schoot! " Even lijkt het alsof het tafereel voor u tot leven komt.

"Ik let op hoor en uw man heeft Sonja stevig vast."
En u bent gelukkig weer een beetje gerust gesteld.
Volgende week is het schilderij af en uw eigen portret is ook al bijna klaar. Beide schilderijen staan symbool voor uw lange en bewogen leven, waarin u samen met uw man en bonus kinderen heel erg gelukkig bent geweest. En ik ben blij u te hebben leren kennen. Een positief ingestelde vrouw met pit! Ik kan me nu heel goed voorstellen dat die knappe man in u zijn toekomstige vrouw zag en de moeder van zijn kinderen.

Heimwee


Kaailanden Meppel, juli 2018

Als ik een bladzijde open sla in het grote fotoboek van Nieuw Zeeland, zie ik een landschap met glooiende heuvels en idyllische stroompjes. Rustig sla ik nog een bladzijde om en ik zie u uit mijn ooghoek meegenieten. Dit keer zijn er watervallen en een prachtige berg met sneeuw op de top. Kuddes schapen rustig grazend in een bloeiende weide. 

Zo zitten we samen in de huiskamer. Een dik uur te kijken naar de mooiste foto's van een land hier het vandaan. Ik zit naast een vriendelijk ogend heerschap met af en toe een ondeugende oogopslag. Als ik u naar de plek vraag waar u heeft gewoond maakt uw ondeugende blik plaats voor verdriet. Ik merk aan u dat u zich probeert flink te houden. Maar ik zie de tranen toch komen. Van uw dochter weet ik dat u meer dan 10 jaar in Nieuw Zeeland heeft gewoond. 

Aan de oostkust bij Christchurch in de buurt. U bent daar erg gelukkig geweest. Uw broer en zus zijn u zelfs gevolgd en hebben kinderen gekregen en zijn daar gesetteld. U heeft zich altijd heel erg verantwoordelijk gevoeld voor die tak van de familie omdat u het gevoel had dat u de reden was dat ze daar nu wonen. Ver van de rest van de familie in Nederland. En helemaal toen u op een gegeven moment weer even naar Nederland ging voor familiebezoek en daar uw vrouw ontmoette. 

U wilde heel graag weer terug maar uw vrouw zag dat niet zitten. Ze was te gehecht aan ons koude kikkerlandje. Dus bleef u hier en ging zo vaak als het kon weer terug. Maar dan voor een kort verblijf om uw familie te bezoeken. Als we het over die tijd hebben zie ik aan u dat het veel met u doet. Alsof u in spagaat zit. Met het ene been in Nederland en het andere in Nieuw Zeeland. Niet thuis in het ene en ook niet in het andere land. En met vreselijke heimwee en verlangen naar het ene land als u in het andere bent. 

Het onderwerp voor het schilderij is dan ook snel gevonden. Het moet een landschap worden. En nu niet van een Hollandse boerderij aan de dijk maar van de rotsachtige kust van uw geliefde Nieuw Zeeland. De volgende week heb ik een schets op doek van de Oostkust van Nieuw Zeeland. U herkent het meteen. Het foto voorbeeld wordt ter hand genomen en weer zie ik u emotioneel reageren. De ondergaande zon en de weidsheid van het landschap komen binnen.

"Mooie kleuren, hé?" vraag ik. Een beetje naar de bekende weg. U kijkt mij aan en zonder woorden en met een knik zie ik dat u geniet. Na een tijdje staan de rotsen en de kustlijn op doek. Ik merk dat u de penseel volgt en af en toe hoor ik een ontspannen zucht naast mij. En onderwijl ik aan het schilderen ben spreken we over het landschap, vulkanen en eeuwige sneeuw. 

Over de Maori's, de opnames van The Lord of the Rings maar natuurlijk ook over uw geliefde familie en over uw beide kinderen. En ineens hebben we het over het aantal schapen die op Nieuw Zeeland leven. " Ik heb gelezen dat er meer schapen zijn dan mensen ", zeg ik een beetje plagerig. U kijkt mij serieus aan en zegt heel rustig :" Dat is echt zo ". "Jeetje, maar moet er dan ook een nieuwsgierig schaap op het schilderij? vraag ik eigenlijk meer als grapje. 

Maar u vind dat een goed idee. U moet er zelfs om lachen. Inmiddels zijn er zelfs drie nieuwsgierige schaapjes in het landschap ontstaan. En u vind het geweldig. Emotioneel en met tranen in de ogen door de herkenning en de herinneringen aan die tijd in dat prachtige, bijna sprookjesachtige Nieuw Zeeland. Het schilderij is bijna klaar. Mijn tijd met u was bijzonder voor mij. Door u ben ik ook van dat prachtige land gaan houden. Ik hoop dan ook oprecht dat u straks bij het ontwaken en opstaan meteen zicht op het schilderij heeft. En dat het u dan even een moment laat denken aan uw geliefde tweede thuis in Nieuw Zeeland.

School Juffrouw

Kaailanden Meppel, maart 2017

Ik loop voorzichtig door de geopende deur en stel me nog maar een keer voor. Je weet maar nooit natuurlijk. "Goedemiddag " zeg ik en ik krijg een vriendelijk goedemiddag terug. Een kleine gebogen en parmantige dame zit achter een hoog/laag tafeltje met de televisie aan.

 Een vrolijke tekenfilm met dieren vangt uw aandacht. Ik zie dat u van de beelden geniet. U lacht." Hoor, er blaft een hond". Ik zet mijn spulletjes neer en vraag of ik naast u mag meekijken. Dat is goed. Ik zie de getekende hond weg rennen. We lachen samen om de onhandige manier waarop het jongetje de riem vasthoudt. 

Ondertussen begin ik over het schilderen en al snel lukt het mij uw aandacht vast te houden. Na het bekijken van wat oude fotoboeken zien we een fotoportret van toen u op de kweekschool zat. Een trotse jonge vrouw met golvend opgestoken haar. Met een weg kijkende blik. Je weet wel. Zo' n vergeelde foto van vroeger. 

Al snel werd duidelijk dat de tijd op de kweekschool en de tijd als onderwijzeres belangrijk voor u was. U verteld beeldend over die tijd. Over de ondeugende kinderen, drukke rapport tijden en de lange vakanties. Het portret weerspiegeld dat en als ik met u in gesprek daarover ga zie ik die jonge vrouw terug in uw ogen. Al pratende over die tijd schilder ik uw portret. " Kijk, wat was ik toen nog jong hè? Ik lijk de koningin wel! "

 De aandacht gaat wisselend naar de tekenfilm en naar toen. En met pretoogjes halen we samen herinneringen op van een bijzondere tijd van toen u nog jong was.

 In Memoriam

Miriam in memoriam.

Kaailanden, Meppel juni 2017

Die verwilderde blik in uw ogen, ik zie het vaak in mijn gedachte. Het weinige haar wat u had sprieterig op uw hoofd. Even oogcontact en daarna weer lopen. Alleen maar lopen. U liet mij af en toe meelopen. Dan luisterde ik naar uw gemompel. Reagerend uit gevoel. Niet goed wetend wat u wilde zeggen. Dan wilde ik gewoon aanwezig zijn. Hopende dat u dat voelde. Spulletjes vergaren, ook op de kamers van de anderen. 

Denkende dat het van u was. Een leven vol ellende achter de rug, hoorde ik later. Vertrouwen in mensen al vroeg geschaad. Niemand toelaten in uw innerlijke wereld. Een dikke muur gebouwd waarachter u dacht veilig te kunnen schuilen. De dementie zorgde voor nog meer verwarring en onrust.

 Niemand maar dan ook niemand liet u toe. Vorige week bent u overleden. Op uw sterfbed was de angst verdwenen, de onrust weg. En de ontspanning terug. De dood was uw verlossing. Een schilderij voor u maken daar ben ik niet aan toegekomen. Ik had het heel graag voor u gedaan. Rust zacht Miriam, u heeft het verdient.

Knappe kop


Zonnekamp Steenwijk, september 2018
Tijdens het schilderen bij een andere bewoonster zag ik u al vaker stiekem geïnteresseerd meekijken. Zittend in de stoel bij het raam. Met de rugleuning naar het raam gericht. En een kopje koffie naast u op tafel. Onze kennismaking gaat vlotjes. U bent gereserveerd enthousiast als ik u vertel dat ik graag voor u een schilderij wil maken. Maar als ik u vertel dat ik ook al met uw dochter heb gesproken merk ik dat u wat enthousiaster wordt. We besluiten samen naar uw kamer te gaan om het over een onderwerp te hebben. Als we de kamer inlopen zie ik boven op de kast meerdere foto's van een jonge knappe dame. Met lang donkerbruin haar. Ze staat op elke foto bij of zit op een Fries paard. "Is dat uw dochter?" vraag ik. U knikt. "Ze woont ver weg." En met dat u dat zegt kijkt u naar de vele foto's op de kast. U verteld dat ze naar Amerika is verhuisd en dat ze daar al een paar jaar woont. Als u mij weer aankijkt zie ik het gemis in uw ogen. "Het is niet anders. Ze is daar verliefd geworden en dan moet je haar laten gaan." Daar zijn we het samen over eens. In de andere kast zie ik foto's van een schip. Op de boeg staat NARWAL. Van uw dochter weet ik inmiddels dat u het schip gekocht heeft en verbouwd heeft voor de pleziervaart. Het was uw lust en uw leven. Het water en varen. De liefde voor het water is u met de paplepel ingegoten. Uw vader was binnenvaartschipper. En u bent geboren bij Arnhem in de buurt. Of Rotterdam. Dat denkt u. Ik merk namelijk dat een aantal herinneringen wat door elkaar lopen en veranderen. Maar dat maakt niet uit. Tot nu toe komen we eruit en begrijpen we elkaar. Tijdens ons gesprek valt mij uw prachtige geleefde gezicht op. U bent een kalend heerschap met weinig rimpels, wel een paar diepe groeven en twee littekens. Een op uw voorhoofd en een op uw wang. En ik krijg een idee. " Mag ik uw portret ook schilderen?" U kijkt mij verbaasd aan en ik zie dat u er een beetje verlegen wordt. " U heeft zo'n mooie kop, excuses voor mijn woordgebruik." " Ik bedoel het natuurlijk als een compliment." En we moeten samen er om lachen. U begrijpt gelukkig mijn compliment. " Ik denk dat mijn dochter dat ook wel leuk zou vinden." ; zegt u trots. En ik zie uw ogen natter worden. Maar verder blijft u stoer. "Ik denk dat ze het geweldig gaat vinden, zal ik dat dan maar doen?" U vind het een goed plan. En terwijl we verder praten over uw jeugd maak ik ongemerkt wat portretfoto's van u. U was thuis met zeven kinderen. "Moest u vroeger ook naar een kostschool?" vraag ik gedesinteresseerd. Dat was niet zo, uw vader kocht al snel voor uw moeder en de kinderen een huisje aan wal. Bij Rotterdam in de buurt. Dan kon u gewoon naar school. Ik merk aan de toon in uw stem dat u dat heel erg heeft gewaardeerd aan uw ouders. U spreekt met trots over uw vader. En ik zie dat ik ondertussen al een aantal prachtige portretfoto's van u hebt gemaakt. U vertelt verder. Door uw vader bent u in de metaalbewerking terrecht gekomen. " Het was mooi om met de handen te werken en om dingen te repareren." "Ik moest al jong met mijn vader mee op het schip en hielp hem met het onderhoudt."Uiteindelijk heeft u zelf een eigen bedrijf gehad in de metaalbewerking met een paar werknemers. Uw vrouw was ook een schippersdochter en samen heeft u een prachtige dochter gekregen. De volgende week heb ik de schets op doek mee. Ik ga bij u aan tafel zitten in de huiskamer. Ik laat de schets aan u zien en u herkent zelf nu al. We hebben het nog even over uw mooie " kop" en over uw rol als echtgenoot en vader. Ik kom er al snel achter dat u een nuchtere man bent, niet romantisch maar wel in en in trouw. Al schilderend verteld u over het bedrijf, over de NARWAL en uw dochter. Er ineens valt er een stilte. De zoveelste. Dan zitten we heerlijk samen in die stilte bij elkaar en volgt u elke penseelstreek op doek. Zo gaan er minuten voorbij. En als ik met uw voorhoofd bezig ben, zegt u bijna uit het niets: "Ziet u dat? " en u wijst naar uw eigen voorhoofd. Ik zie inderdaad een litteken. " Ik was toen veertien, de Duitsers waren aan het bombarderen en ik heb meerdere granaatscherven in mijn gezicht gehad." Ik schrik ervan en stop met schilderen. "Ik vergeet het lawaai nooit meer, ik weet nog precies wat er toen gebeurde". U verteld dat u langs het water liep en dat u in de verte ronkende vliegtuig motoren hoorde. U vond het wel spannend en vluchtte niet weg. U wachtte net zo lang tot ze dichterbij waren en toen zag u ineens zwarte ovaalvormige dingen naar beneden vallen. U realiseerde zich niet dat het bommen waren. Ze explodeerde op land met een hard geluid dat uw oren ervan toeterden. U heeft toen verschrikkelijk dingen gezien. Mensen met afgescheurde ledematen en overleden mensen. U bent toen in blinde paniek weg gerend. En toen u thuis was voelde u aan uw gezicht, het was het warm en nat. En kleurde uw hand rood. Twee granaatscherven waren in uw gezicht geslagen en door de adrenaline had u er niets van gevoeld. In al het tumult duurde het even voordat u naar een dokter kon. "De zwaargewonden gingen voor." U verteld het met paniek in de ogen alsof ik met een veertienjarige zit te praten. Ik leg mijn had op uw knie en ik voel u langzaam weer wat ontspannen." Dat zal veel indruk op u hebben gemaakt." zeg ik. Dat was ook zo. " Dat blijft je bij, als de dag van gisteren." Het portret is bijna klaar. U gaat steeds meer lijken en ik zie u genieten als de collega's even komen kijken en u complimenten geven over hoe goed u er nog uit ziet. Dit cadeau voor uw dochter zal bijzonder zijn. Niet alleen voor haar maar ook voor u. Hopelijk brengt het u in gedachte nader tot haar. En zij heeft een mooie herinnering aan u in dat verre Amerika. Ik heb genoten van onze ochtenden samen koffie drinken en ben blij u te hebben leren kennen. Het werken aan uw knappe "kop" ga ik zeker missen. Het ga u goed. 

Mijn kleine kereltje


Zonnekamp Steenwijk, oktober 2018 
De deur staat open. Als ik uw kamer inloop schijnt de zon volop naar binnen. De hele kamer krijgt daar door een warme lichte gloed. De collega verteld dat u niet zo'n goede dag heeft. Dat heeft u wel vaker. En dan blijft u heerlijk in bed. De deur lekker open zodat de collega's regelmatig even kunnen binnen lopen. Uw bed staat bij het raam. Ik zie uw kleine fijne gezicht met rode blossen op de wangen. U komt net boven de rand van het dekbed uit. U heeft de ogen dicht en lijkt in diepe rust te zijn. Ik durf u nu eigenlijk niet wakker te maken. Ik besluit even in uw kamer rond te kijken. Hopelijk lukt het mij op die manier een beter beeld van u te krijgen. Er staat een oude eikenhouten boekenkast achter uw bed. Gevuld met foto's van oudere mensen, een oudere heer en van heel veel kinderen. Maar ook oude vergeelde foto's. Op de muur hangt een tafereel van een dorpsgezicht met kerkje. Op het nachtkastje ligt een bijbel en c.d.'s van Johannes de Heer. Waardoor ik de indruk krijg dat u veel steun heeft aan uw geloof. Als de collega binnenkomt vertel ik dat ik u niet durf wakker te maken. "Oh, dat vind ze niet erg hoor!" En met dat ze dat zegt loopt ze met straffe pas naar u toe. En wrijft u zachtjes op uw wang. Uw opent langzaam uw ogen en ik zie de mooiste glimlach zonder tanden. U straalt. "Heeft u zin in een kopje thee?" U glimlacht met een knik. "Wil je ook een kopje thee." vraagt de collega aan mij. "Heerlijk!".Inmiddels zitten we samen aan de thee en leg ik uit wat ik kom doen. Ik krijg het gevoel dat u niet meteen begrijpt wat ik bedoel maar als ik u de foto van een klein guitig jongetje uit de kast pak en het aan u laat zien, licht u helemaal op. U pakt de bruin verkleurde foto liefdevol uit mijn handen en met een stralend gezicht kijkt u naar het kind. Het kereltje zit op een kussen in een gebreid broekje en wit truitje. Hij is niet ouder dan twee jaar. Tenminste dat idee heb ik. Ik zie zwarte lakschoentjes, een speelgoed hondje en bruine klei knikkers. " Is dat uw zoontje?  ; vaag ik enthousiast. Uw ogen gaan glimmen en weer zie ik die prachtige tandeloze lach. Dit moet het tafereel op doek worden, besluit ik. Ik realiseer mij dat het jongetje misschien niet eens uw zoon is.  Maar goed. Misschien kom ik daar later nog achter. Voor nu wordt u in ieder geval blij van aanblik van het kind. En daar gaat het mij om. De week daarna zit u in de huiskamer en kom ik naast u zitten. We drinken eerst gezellig een kopje thee en ik zie aan u dat u nieuwsgierig bent naar de schets. En als ik aan het schilderen bent volgt u elke penseelstreek en af en toe hoor ik u vertederd lachen. Inmiddels weet ik dat u niet spraakzaam bent. En leeft u in uw eigen verscholen wereld. Ook ben ik ook nog niet veel wijzer geworden over uw leven van voordat u hier kwam wonen. Ik weet wel dat u vier kinderen heeft gekregen en dat u een kind bent verloren. En dat u in uw vrije tijd veel hebt gelezen. Tot nu toe heb ik ervaren dat u geniet van het gepraat en de gezelligheid om u heen. Als een collega de koffie op heeft en zegt: " Vooruit met de geit, er moet weer wat gedaan worden!" Dan hoor ik u naast mij in de lach schieten. U pakt ook met regelmaat de voorbeeld foto met het kind. En in stilte kijkt u naar hem. Ook mijn penselen is een prima gereedschap om mee te poetsen en te schermen. U bent ermee aan op de tafel aan het vegen en af en toe steekt u de penseel in de mond. Om mij daarna met een grimas aan te kijken. Alsof u wilt zeggen; " Bah, dat smaakt ook nergens naar." Als ik uw mimiek na doe moeten we samen erg lachen. En zo zitten we schouder aan schouder te genieten van elkaars gezelschap. Het schilderij met het kindje is bijna klaar en als ik vanmorgen de huiskamer in loop kan ik u weer niet vinden. De collega zegt dat u een dagje in bed blijft. En dat u niet aanspreekbaar bent. Ik loop naar uw kamer en klop voorzichtig op de deur. En ik laat mezelf binnen. Ik zie u in bed liggen. Ik loop naar uw bed en als begroeting wrijf ik u zachtjes op uw wang. Uw wimpers bewegen bij mijn aanraking. U bent ver weg. Ik besluit naast u mijn spulletjes klaar te zetten. In de c.d. speler zit een c.d. van Johannes de Heer. Maar dan de moderne versie met een beat. Ik druk op play. De eerste tonen van "Ik wil zingen van mijn heiland" hoor ik zachtjes op de achtergrond. Als ik begin te schilderen voel ik rust. En ik ben verbonden met u , zonder woorden. Mijn aanwezigheid, mijn geneurie op de muziek is voldoende. Volgende week is uw kereltje klaar. Ik hoop dat u in de winter van uw leven nog gaat genieten van de mooie momenten die u gegeven zijn. Mijn tijd met u was er een van samen zijn zonder veel franjes. Het guitige kind op doek als verbinding tussen ons samen. Tijdens het Verhalen Schilderen.

Getrouwd met een predikant


Zonnekamp Steenwijk, oktober 2018

Als ik voorzichtig aanklop merk ik dat de deur op een kier staat en door mijn kloppen gaat de deur wat verder open. Ik zie u gebukt bij de kledingkast staan en met dat u omhoog komt kijkt u mij verbaasd aan met uw hazelnoot bruine ogen. Een ranke, lange dame met grijzend bruin haar. U bent met uw kleding bezig. Het lijkt erop dat u een koffer aan het inpakken bent. Ik vraag of ik binnen mag komen. En waar dat ergens anders nooit een probleem was, blijkt dat bij u wel zo te zijn. "Waarom?"; zegt u zacht en op gedecideerde toon. U vergt een andere benadering. Ik moet snel schakelen. Ik blijf in de deuropening staan en vertel u over mijn bedoelingen. "Zou ik een momentje bij u binnen mogen komen, om het een en ander uit te leggen? Op de gang tocht het een beetje." Ik zie het wantrouwen een beetje veranderen in een soort medeleven." Ik zie u denken : "Nou, vooruit dan maar, kom maar binnen." Als ik naar binnen ga voel ik een persoonlijke en warme sfeer in uw kamer. Ik loop door en zie aan mijn rechterkant een gezellige stoffen bank met handgeweven kussentjes. Met daarboven een mooi klein schilderijtje van een Fries dorpsgezicht met een kerktoren. Daarnaast staat een prachtige Friese staartklok. Daar tegenover staat uw bed. Met op de plank daarboven schilderijtjes en foto's. Achter uw bed staat nog een kastje met van die bewerkte glasplaatjes. Daarachter zie ik gezellig gebloemde theekopjes met schoteltjes staan. Er staan bloemen op uw bed tafeltje. Waar wat leuks op kan staan, daar staat dan ook wat. Kommetjes van keramiek, fotootjes en andere voorwerpen. Overal liggen leren tasjes en stapeltjes gebreide vestjes en truitjes. De hele kamer straalt een heerlijke, knusse gezelligheid uit. U loopt langzaam wat gebogen naar het raam en gaat in een stoel zitten, gevuld met zachte kussentjes. "Mag ik bij u komen zitten?" Dat is goed.Maar ik voel nog steeds een wantrouwen, u kent mij niet en dat laat u, zonder woorden, duidelijk merken. Als we zitten vertel ik u dat ik graag een schilderij voor u zou willen maken. En ik zie u verbaasd naar mij kijken. Verbaasd maar toch ook een beetje nieuwsgierig. Ik vertel verder over de hoed en de rand. U vraagt gericht naar hoe lang het gaat duren en hoe vaak ik dan kom. En of het ook erg is als er wat anders op die middag gepland is. En beetje bij beetje merk ik aan u dat het wantrouwen veranderd in vertrouwen. Ongemerkt zijn we ineens gezellig aan het praten over o.a. de jeugd van tegenwoordig. U spreekt op rustige toon waarbij uw hoofd een beetje wiegt. En u heeft een kritische blik op de wereld. Een hele eigen mening en u bent ook niet gereserveerd daarover te vertellen.Inmiddels krijgen we een kopje thee en de sfeer is steeds meer ontspannen. U verteld dat u hier tijdelijk woont omdat uw huis in Loppersum aardbevingsschade heeft opgelopen. Ik besluit mee te gaan in uw beleving. "Dan heeft u het natuurlijk heel erg druk met inpakken en sorteren, stoor ik ook?" Dat was ook zo en ik stoorde niet. Omdat uw dochters goed meehelpen om het een en ander rond de verhuizing te regelen. En zo zitten we heerlijk samen te praten over Groningen en Friesland waar u in Sneek bent geboren. Over uw zus en twee broers, over uw opleiding tot verpleegkundige in Groningen waar u uw man heeft ontmoet. Hij deed daar de opleiding tot predikant. Ineens zie ik boven het bed een plank waar uw trouwfoto op staat. U in een prachtige witte lange trouwjurk met uw man statig naast u in pak. Van die foto mag ik een schilderij maken. Vooruit dan maar. Met een gezonde portie reserves laat u mij gang gaan. Meestal neem ik de foto mee maar in uw geval doe ik dat niet. Om het beetje vertrouwen wat nu opgebouwd is te behouden neem ik niets mee. Ik maak een foto van de foto. Inmiddels ben ik al een aantal keer geweest en is het ijs gebroken en zelfs een klik. U zit elke vrijdagmiddag op mij te wachten in uw fijne stoel met kussens aan het raam. Als ik de deur open doe, krijg ik een prachtige glimlach die ik meteen herken van het meisje in de trouwfoto. U heeft op de salontafel ruimte voor mij vrij gemaakt zodat ik direct mijn ezel kan neerzetten. En als ik er ben moeten de "meisjes" voor thee zorgen. Eerder mag ik niet beginnen. En elke keer hebben we het over wereldse dingen, over opvoeden en grenzen aangeven. En ook over de tijd dat u nog jong was en in Oosternijkerk ging wonen met uw man. Tussen het praten door vallen er ook regelmatig stiltes. " Goh, nu weet ik niet meer wat ik aan het vertellen was." Op zo'n moment ga ik met u een paar stappen terug in het verhaal zodat u de draad weer kan oppakken. En dat lukt. We zijn snel op elkaar ingespeeld.U trouwde en u kreeg twee prachtige dochters. Uw beide zonen zijn in Stedum geboren omdat uw man daar als predikant aan een nieuwe gemeente begon. U bent op die manier veel verhuisd maar u heeft dat nooit erg gevonden. Het schilderij vordert en u bent oprecht verwonderd en verbaasd over hoe het ontstaat. Zo zitten we samen, Ik schilderend en u vertellend over eerder, en voel ik mij verbonden met u. Vooral als u ineens begint te vertellen over de vele truien en vesten die u heeft gemaakt. Met de meest ingewikkelde patronen. U laat mij er een aantal van zien en nu ben ik oprecht verwonderd over de manier waarop u het heeft gemaakt. Een precisiewerk waar menigeen een puntje aan kan zuigen. Vakwerk. En als ik mijn bewondering naar u uitspreek zie ik dat u een beetje verlegen wordt. U blijft bescheiden. Het schilderij van u en uw man is bijna klaar, de tijd is omgevlogen. Het was zelfs een middag zo gezellig dat ik de tijd vergeten was en mijn trein had gemist. En iedere volgende keer hielp u mij herinneren aan de tijd. Zodat ik niet nog een keer de trein zou missen. Ik ga u niet snel vergeten. U bent een bijzondere verschijning. De dementie heeft voor vergeetachtigheid gezorgd, voor het door elkaar halen van herinneringen. Maar u blijft in de kern een lieve, intelligente en zorgzame vrouw. Blij en trots op uw vier kinderen. Tevreden terug kijkend naar uw leven. Het schilderij heeft ervoor gezorgd dat u mij uiteindelijk toch kon toelaten.Toelaten in uw leven waar we samen door uw herinneringen zijn gewandeld. Tijdens het Verhalen Schilderen.  

Maria Callas


Kaailanden, Meppel oktober 2018

Met regelmaat ben ik in de huiskamer van de afdeling waar u woont, aan het schilderen. Uit uw kamer, schuin tegenover de huiskamer, komen af en toe de klanken van o.a. Strauss. En in die tijd heb ik u maar een of twee keer gezien. Een dame met dun grijs haar en groene ogen. Eigenlijk altijd in uw bed. Liggend in een comfortabel rond kussen wat uw hele bovenlichaam ondersteund.Het contact met uw zus is meteen hartelijk en ze vind het een heel leuk idee dat ik een bladzijde uit uw levensboek voor u ga schilderen. We hebben een afspraak gemaakt. En als ik naar de huiskamer loop zie ik haar naast uw bed staan. Het bed staat bij het raam. Ze stelt zich vriendelijk aan mij voor. U ligt onder een dunne deken en ik zie dat u wakker bent. U knijpt een beetje met uw rechteroog terwijl uw hoofd af en toe wat heen en weer wiegt op het kussen. Ik zie uit mijn ooghoek dat u ons gesprek volgt met af en toe een glimlach en een gefronst voorhoofd. Uw zus begint enthousiast te vertellen. Dat u in Rijswijk bent geboren. In een gezin met drie meisjes en een jongen. Uw vader was op de grote vaart en meestal maanden van huis. Uw moeder die oorspronkelijk uit Suriname kwam, moest de opvoeding vaak alleen doen. Maar ik krijg het idee dat het een flinke en zelfstandige vrouw was. En dat ze de opvoeding van haar kinderen prima aan kon. Uw moeder was voor haar huwelijk verpleegkundige en ontmoette uw vader in een ziekenhuis. Het was liefde op het eerste gezicht. Ik zie zijdelings dat u alert blijft en het lijkt alsof u toch best wel veel meekrijgt van wat uw zusje verteld over uw leven. Uw zus houdt de bedrand vast tijdens het vertellen over uw leven. En het valt mij op hoe liefdevol ze naar u kijkt. Bijna vol bewondering. Ze verteld verder. U was de brains of the family. Zeer intelligent. U ging dan ook na de lagere school naar het Lyceum. Na een paar jaar te hebben gewoond in Voorburg verhuisde u samen naar Bennekom en u ging in Ede naar het gymnasium. In die tijd was dat voor een meisje erg bijzonder. Omdat uw interesse naar plantkunde uitging bent u naar Wageningen gegaan om aan de Landbouwhogeschool te studeren. Tropische landbouw en plantenteelt. U heeft uw ingenieurs bul gehaald en u heeft uiteindelijk ook nog les gegeven aan die universiteit. Ik merk aan uw zus dat ze trots op u is. Uw intelligentie uw zelfstandigheid, de keuzes die in uw leven heeft gemaakt, de manier waarop u in het leven stond, lijken een onuitwisbare indruk op haar te hebben gemaakt. En niet alleen bij haar. Ik begin ook onder de indruk te raken van uw verhaal. Ik ben alweer een tijdje bij u aan het schilderen en ook vanmiddag vind ik u op uw kamer. In bed. Als ik probeer contact te maken en uitleg wat ik kom doen, krijg ik geen reactie. Uw groene ogen kijken mij alleen maar doordringend aan. Met weer een lichte frons op het voorhoofd. Uw bed staat aan het raam met daarboven twee sfeervolle schilderijtjes van rijstvelden in Indonesië. Tegenover uw bed een kast met foto's en een cd-speler. Daarnaast een tv kast met daaronder dikke boeken van Simone de Beauvoir en Hella Haasse met o.a. de titels Niemand is onsterfelijk , Deirdre Bair en De Ouderdom. Ook zie ik boeken over Opera, Mozart, Maria Callas. Ik besluit de cd van Maria Callas in de cd speler te doen. Ik haal een tafeltje uit de huiskamer en zet het naast uw bed. Daarop komt de ezel en het doek met de schets en schilderij. Zijdelings zie ik u mij wel volgen. Het geluid wat mijn geschuifel en gerommel maakt, lijkt u te horen. Ik weet inmiddels dat uw zicht door een hersenbloeding niet meer zo is zoals eerder. Gelukkig is uw gehoor nog redelijk. Op het doek staat een wit statig huis. Het is uw huis in Ericapark te Bennekom waar u tien jaar in het appartement op de eerste verdieping heeft gewoond. U heeft als jonge vrouw altijd thuis gewoond en bent nooit getrouwd. U zorgde voor uw moeder tot dat zij overleed. De tijd in dat appartement heeft u heel goed gedaan. Eindelijk helemaal zelfstandig. Bezoekjes aan de Opera, musea en concerten maakte het tot een onvergetelijke en heerlijke tijd. U bent daar heel erg gelukkig geweest. Voordat een hersenbloeding en een operatie u beperkte in uw zelfstandigheid. En de afasie bemoeilijkte daarnaast ook nog de communicatie. Toen heeft uw zus u uiteindelijk maar naar Meppel gehaald zodat zij dichter bij u was. En voor u kon zorgen. Ik druk op play knop van de cd-speler. En Maria begin te zingen. Klassiek repertoire. Er hangt meteen een heerlijke ontspannen sfeer. Ik merk ook aan u dat u ontspant. U sluit uw ogen en langzaam tilt u uw arm omhoog en wiegt mee met de muziek. Ik raak uw arm aan. Uw opent een oog en ik zie een voorzichtige glimlach. Ik kom naast u zitten en begin te schilderen. Tussen de muziek door hoor ik het ritmische gebrom van het anti decubitus matras. En ondertussen vertel ik u wat ik aan het doen ben en vertel over wat ik weet over uw leven. Ik krijg geen verbale reactie maar door uw mimiek en de bewegingen van uw hoofd krijg ik het idee dat we wel contact hebben. En zo zitten we heerlijk samen naar de muziek te luisteren en ben ik met uw geliefde huis bezig. Aan het eind van de middag is er geen woord gesproken. Ik probeer oogcontact te krijgen door weer even uw arm aan te raken. U draait uw gezicht naar mij. We kijken elkaar aan. En even is het heel lang stil.Ik doorbreek de stilte door u te vertellen dat ik ga opruimen en er volgende week weer zal zijn. Ik hoor u zeggen met een licht Haags accent : "Fijn." Het schilderij met uw geliefde huis in Bennekom is bijna klaar. Uw leven is bijzonder geweest, u heeft door uw keuzes andere vrouwen geïnspireerd om te geloven in zichzelf. Te gaan voor ambitie en kennis. Misschien niet eens bewust. Hopelijk heeft u op uw eigen manier kunnen genieten van mijn aanwezigheid. Ik heb in ieder geval het erg fijn gehad bij u. Mijn eigen c.d.'s van Maria Callas stof ik maar weer eens af. En als ik straks weer naar haar luister zal ik zeker aan u denken. En onze tijd samen tijdens het Verhalen Schilderen.

De vuurtoren van Texel


Zonnekamp Steenwijk, november 2018

Als ik de huiskamer inloop met mijn schilder koffer, hoor ik muziek en ruik ik koffie. Er hangt een ontspannen sfeer. In de midden van de ruimte staat een grote tafel. Aan het hoofd zit een lange heer met witte snor en baard in een rolstoel en daarnaast zit u.
U bent een wat kleinere tengere dame met grijs kort geknipt haar. U heeft een keurig lichtblauw vest over een gestreept shirt op een geruite broek.
Vorige week heb ik mij aan u voorgesteld en hebben we elkaar op uw kamer beter leren kennen. Met uw nichtje had ik meteen contact. Ze vond het een erg leuk idee om voor u of met u een schilderij te maken. U heeft namelijk zelf ook heel veel geschilderd. Het bewijs hangt in uw kamer. Prachtige bloem stillevens met een heel eigen en smaakvol kleurenpalet.
Op de huiskamer zie ik u smakelijk eten van een boterham met aardbeien jam. U neemt voorzichtig een slokje van de hete thee.
" Mag ik naast u komen zitten?" " Natuurlijk mag dat." Hoor ik u zeggen met een Haags accent.
Ik vertel u van onze ontmoeting vorige week. Ik zie u verbaasd kijken en ik krijg het gevoel dat u dat niet meer weet. Ik besluit van onderwerp te veranderen. En als ik over uw nichtje begin stopt u met eten en zie ik een bekende glimlach. " Heb je met haar gesproken, dan?"
Ik vertel u weer dat we elkaar gemaild hebben en dat ik door haar wat meer over uw vakanties op Texel te weten ben gekomen. "Texel, oh, heerlijk." Verzucht u.
" Dat is ook zo, mijn oom was vuurtoren wachter op Texel en we vierden onze vakanties heel vaak bij hem."
Van uw nichtje weet ik inmiddels ook dat u in Den Haag bent geboren. Uw vader en moeder kregen vijf kinderen waarvan u de een na laatste was. Met uw vader had u een speciale band. Hij leerde u veel over techniek. U stond dan ook later in de familie bekend als de " de handige tante" . En men wist u dan ook vaak te vinden voor als er weer wat kapot was.
Met uw jongste zusje heeft u altijd het meeste contact gehad. Dat klikte. U ging haar dan ook later, in uw autootje, regelmatig bezoeken in Amsterdam.
U heeft tot uw 55e in Den Haag gewoont en gewerkt bij het ministerie van Defentie. Dat was een mooie tijd voor u. Daarna liet uw gezondheid u in de steek. Twee keer kreeg u borstkanker achter elkaar. En kon u niet meer werken. Maar u liet zich niet kisten door die vrezelijke ziekte. U ondernam veel. Vooral in de natuur waar u zo van hield. U had ook altijd een hond waar u lange wandelingen mee maakte.
Later woonde u in Oestgeest en Helmond. U bent nooit getrouwd geweest. U had een hartsvriendin. Waar u veel mee optrok en bijzondere ervaringen deelde. Zij is onlangs overleden.
De laatste twintig jaar heeft in in Vaals te Limburg gewoond. Tot nu. Uw nichtje heeft u naar Steenwijk gehaald om dichter bij u te kunnen zijn.
Inmiddels heeft u de boterham op en zet ik mijn tafelezel naast u op tafel. Het tafereel met de vuurtoren van Texel zorgt ervoor dat u elke week weer vol verbazing zit te kijken. En elke keer zegt u:
"Dat plekje ken ik! Over die weg reden we altijd om naar mijn oom te gaan." Uw nette Haagse accent is goed hoorbaar. Als ik u over die tijd vertel begint u helemaal te glunderen.
Intussen is iedereen aan tafel aan het meepraten over op vakantie gaan, wandelen met de hond, Texel en zelfs over de wandelingen in Luxemburg en Engeland.
Zo zitten we gezellig bij elkaar. Kopje koffie en een muziekje op de achtergrond terwijl ik aan uw geliefde vuurtoren aan het schilderen ben. Als ik op een gegeven moment even naast mij kijk, zie ik u gapen en ogen langzaam sluiten. U valt in slaap. Ik laat u even met rust. En praat gezellig verder met uw buurvrouw.
Vanmorgen is alweer de laatste schilderochtend en de vuurtoren van Texel is bijna klaar. Het heeft u terug gebracht naar uw actieve leven. Naar de mooie herinneringen met uw familie op Texel. Van het contact met dierbare vriendinnen en toertochten door heel Nederland. Op de huiskamer zijn we door de vuurtoren van Texel met elkaar verbonden geweest. En hebben we met zijn allen genoten van uw verhaal tijdens het Verhalen Schilderen. 

Mien vrind


Zonnekamp Steenwijk, november 2018

Van de collega's hoorde ik dat u een betrokken familie heeft. De kinderen zijn zeer begaan met uw welzijn. Uw dochters zijn er elke dag. En nu ik een paar keer geweest ben merk ik ook dat het zwaar voor ze is om u in deze positie te zien. Afhankelijk en door de dementie verward en verdwaald in de tijd. 

U bent een kwetsbare oudere dame in verblijfsrolstoel. U ziet er ook vermoeid uit. Ik zie het aan uw bleke gelaat.
U bent eigenlijk altijd netjes gekleed met een kort, dun en grijs geknipt kapsel. U zit een beetje voorover gebogen in de stoel. Inmiddels weet ik van de collega's dat u in Vinkega bent geboren. In een gezin met vader en moeder, vijf jongens en u was een van de vier meisjes. Uw vader was landwerker.
U heeft eerst op Eese gewoond en later bent u naar Steggerda verhuisd. In een landwerkers huisje. U bent, net na de oorlog, getrouwd met de liefde van uw leven. En u heeft samen drie zoons en zes dochters gekregen waarvan er een is overleden.
Pas als u even opkijkt, vallen mij uw heldere blauwe ogen op.
"Ze herkent ons ook niet altijd meer". Hoor ik een van uw dochters zachtjes zeggen. Ik voel het verdriet en het gemis in haar stem.
Als ik weer naast uw buurvrouw ga zitten zie ik u uit een ooghoek genieten van de warmte en de aandacht die u krijgt van uw kinderen.
Een aantal weken zijn voorbij gegaan en de collega's vragen of ik een schilderij voor u wil maken.
Ik heb dan ook meteen mailcontact met een van uw dochters. Ze zijn erg blij dat u nu aan de beurt bent. Ik krijg van de collega's een foto. Uw dochters hadden namelijk al op een eerder moment de foto voor mij neergelegd. Het portret van u en uw man op wat latere leeftijd. Als ik naast u ga zitten om u te gaan vertellen wat ik kom doen, krijg ik al meteen een glimlach en ik zie uw heldere blauwe ogen twinkelen.
"Goedemorgen, hoe gaat het met u?" Ik zie u een beetje verbaasd kijken met opgetrokken wenkbrauwen.
" Wat? Ik versta je niet, bin een bietsje doof." Zegt u in plat Drents accent. En u wijst naar uw gehoorapparaat in uw oor.
Ik besluit wat beter de articuleren en u aan te kijken als ik u weer begroet. Het werkt. We hebben contact.
En een schilderij lijkt u wel wat.
Als ik u de foto laat zien van uw overleden man en u, merk ik aan alles dat u niet weet wie het zijn. U haalt uw schouders op. " Wat een mooi stel, ze zin al wel wat op leeftied, hè ?"
En u kijkt mij een beetje verbaasd aan. Alsof u mij wil vragen waarom ik u de foto laat zien.
Ik dring niet aan. Maar ik zit door uw reactie wel een beetje in een gevoel dilemma. Uw dochters willen graag van deze foto een schilderij en dat begrijp ik heel goed. Het zou een mooi aandenken zijn. Maar op dit moment gaat het mij om u. En ik besluit toch naar uw kamer te gaan. Op zoek naar iets wat u herkent of wat u aanspreekt. En dan zie ik in een fotoboek een oude vergeelde foto van poserend stelletje. Een foto van net na de oorlog, denk ik. Met een jonge man in uniform en daarnaast een knappe meid met bruidsboeket. Ik besluit terug te lopen naar de huiskamer en ik laat u de foto zien.
"Oh, dat bin ik met mien vrind!" Zegt u enthousiast.
Als ik uw stralende gezicht zie, weet ik genoeg.
Ondertussen heb ik uw dochters verteld over wat ik voor u ga maken en ze zijn ook net zo enthousiast als u. En ik ben opgelucht dat ik de juiste keuze heb gemaakt.
De week daarna staat de schets op doek en begin ik aan tafel te schilderen. U volgt elke penseelstreek en ondertussen hebben we het over uw geboortestreek, over Steggerda en het huis waar uw kinderen geboren zijn. Dat de kinderen met zijn allen een slaapkamer deelde en als er logé's waren gooide u gewoon matrassen in de woonkamer. Het zegt mij veel over u. Gastvrij en vriendelijk.
Vanmorgen bent u wakker en alert.
Twee van uw dochters komen binnen.
Als we het zo over uw thuis hebben vraag ik aan een van uw dochters of ze ook een foto heeft van het huis waar u heeft gewoond in Steggerda. Het huis waar de meeste kinderen geboren zijn. Die foto is er en ze gaat het naar mij opsturen. Ik stel voor om dat huis mee te schilderen zodat het lijkt alsof u samen voor het huis staat. U vind het prima en uw dochters helemaal.
Zo zitten we samen te genieten van elkaars gezelschap in de huiskamer. Aan het eind van de ochtend zie ik dat u moe wordt en ik besluit op te ruimen. Als ik terug kom uit de andere huiskamer waar mijn schilderskoffer altijd ligt zie ik dat de collega u even meeneemt. Ik haast mij naar u toe, buk en pak uw hand. "Tot volgende week hé ?" Het was weer gezellig! " Ik zie uw vermoeide gezicht langzaam naar mij toe draaien.
U glimlacht en zegt rustig " Fijn, tot volgende week."
Niet wetende dat dit de laatste keer was dat ik u zou zien en ontmoeten. De vermoeidheid die ik bij u zag en voelde was een voorbode. U bent onverwacht overleden.
U was een lieve dame. Het gezin altijd op de eerste plaats. Ik zag het aan de kinderen. Niet voor niets waren ze er altijd voor u. Zoals u er eerder bijna vanzelfsprekend, voor hen was. Het schilderij van u en uw "vrind" ga ik voor u afmaken. Als een aandenken aan een tijd waar u volop in het leven stond. De liefde van uw leven had ontmoet en genoot van uw gezin en vooral de kinderen. Op en top moeder. Ik ben blij dat ik u nog heb mogen leren kennen. Rust zacht lieve mevrouw. In de harten van uw kinderen leeft u voort en u zal altijd met elkaar verbonden zijn door uw gezamenlijke herinneringen. Rust zacht.  

 Kinderen in de tuin


Kaailanden Meppel, november 2018

Heel af en toe zit u in uw verblijfsrolstoel in de huiskamer. Maar de laatste tijd lukt dat niet meer. Uw conditie gaat achteruit. En het bed is dan de enige plek waar u rustig en zonder pijn kan verblijven.
Als de collega's u voorzichtig uit bed willen halen of u verschonen lijkt u dat zo veel pijn te doen of maakt het u zo angstig dat u heel hard gaat roepen. Het gegil is zo doordringend dat het door merg en been gaat.
Van de familie weten we ook dat u altijd een sterke wil heeft en een beetje op u zelf was gericht. Dus zal het roepen ook wel te maken hebben met een gevoel van onvrede. Onvrede over de situatie waarin u zich bevind.
De reden van het roepen is dan ook niet alleen uw oude en "gebroken" lichaam. U bent daarnaast bijna blind en doof. En de dementie zorgt daarbij ook nog voor verwarring en desoriëntatie.
Eenmaal in de stoel is het meestal wel goed. Maar de weg daar naar toe. Het uit bed geholpen worden, in de lift en dan in de stoel. Het niet snappen. Het lijkt u bang en boos te maken. Ook al zijn de collega's lief en rustig. En nemen ze alle tijd.
De collega's zitten elke keer weer in een gevoels spagaat. De keuze om u in bed te laten liggen waar u rustig ligt maar wel alleen. Of in de stoel waardoor u wat mobieler bent en makkelijker tussen de andere cliënten kan zitten in de huiskamer. Waar u mischien het gevoel heeft niet alleen te zijn. En bij welke keuze ze ook maken, u heeft er last van. En dat voelt voor hen niet goed. En ik voel bij hen de tweestrijd.
Als ik met u kennis maak, bent u dit keer alert en wakker. U bent op uw kamer en u ligt half zittend in bed.
Ik zie een gehavend gezicht met diepe groeven en veel oneffenheden. Een oog mistig en de ander helder. En het beetje grijze haar wat u nog heeft, netjes gekamt.
Ik maak contact door u voorzichtig aan te raken. U schrikt toch van mij. " Oeh, wat kolt ". Mijn handen zijn ijskoud door de fietstocht van huis naar hier. We moeten er toch hartelijk om lachen. Ik maak mijn excuses en ik vertel rustig en duidelijk wat ik kom doen. Gelukkig begrijpt u mij meteen. Het lijkt u wel wat. Een schilderij.
Als ik naast u ga zitten zie ik een foto van een twee onder een kap op de muur tegenover u. " Mag ik die foto even pakken." Dat mag. Ik hou de foto dicht voor u in de hoop dat u toch nog wat kan waarnemen.
"Mooi he?" Zegt u, terwijl u mij met een glimlach aan kijkt. "Prachtig, wat een mooi huis en wat een mooie tuin!"
" Is dat het huis waar uw kinderen geboren zijn?" Dat is volgens u zo. Het huis in Wapserveen heeft een mooie tuin. De tuin was uw lust en uw leven. U was er vroeger veel te vinden. De kinderen speelden op het gras en zodra het kon was u aan het schoffelen, dode bloempjes plukken, zaaien, rooien en vooral genieten van het buiten zijn.
" Zal ik daar een schilderij van maken?" Dat was goed. Oprecht blij bedankt u mij.
Van de collega's hoor ik dat u in Vries geboren bent. In een boerengezin. Uw moeder was huisvrouw en u was de jongste van drie meiden.
U trouwde met de smid uit Wapserveen en bent daar gaan wonen. Uw man is vroegtijdig aan zijn eind gekomen door een eenzijdig auto-ongeluk. Uw tweede man was lief en zorgzaam. Hij werkte als bankmedewerker in Steenwijk. U bent erg gelukkig geweest in dat huwelijk. U heeft vier kinderen gekregen waarvan er al twee zijn overleden. Het heeft u verdere leven getekend. Het wegvallen van uw beide kinderen heeft u erg aangegrepen en ook nu wil u er liever niet aan herinnert worden. Dat doet te veel pijn.
Als ik de volgende week weer bij u kom staat het huis in de bruintinten op het doek geschilderd. U zit dit keer in de huiskamer. En als ik naast u ga zitten krijg ik een voorzichtige glimlach. En als ik vertel wat ik kom doen voel ik de herkenning.
Ik zet mijn ezel klaar en het schilderij erop. En u herkend ook meteen het tafereel. Ik ben er inmiddels achter dat u een vrouw van weing woorden bent. Zo zitten we samen in elkaars gezelschap en ik vertel ik over wat ik weet over uw leven. Na een tijdje merk ik dat u moe wordt, uw ogen sluiten zich en u valt ,naast mij, in slaap. Het is goed. U geniet, maar ik merk dat het ook heel veel energie kost. Ik besluit te stoppen en een andere keer terug te komen.
Als ik vanmiddag uw kamer binnen loop om te gaan schilderen, ligt u in bed. De collega ziet mij en komt naar mij toe. Ze zegt, bijna verontschuldigend, dat u een "slechte" dag heeft.
Ik besluit toch bij u te blijven. U ligt rustig te slapen met de ogen half gesloten. Het dekbed tot aan uw neus opgetrokken. Ik hoor het ritmische gebrom van het anti- decubitus matras en af en toe zie ik u schokkerig bewegen onder de deken en hoor ik u zachtjes hoesten.
Tijdens het schilderen vertel ik wat ik aan het doen ben. En vertel ik over vroeger. Over Vries, over Wapserveen, over de kinderen en de kleinkinderen. Er zijn ook stiltes en in een van de stiltes hoor ik u ineens luid met paniek in uw stem roepen. "Hey!, wat net gedaoan, toch?" Ik raak even uw arm aan. U mompelt nog wat en ik voel u ontspannen. En weer in slaap vallen.
Het huis waar u zo gelukkig bent geweest, waar de kinderen zorgeloos hebben gespeeld, waar u echtgenote was en moeder, is klaar. Hopelijk heeft het voor mooie herinneringen gezorgd in de winter van uw leven. En heeft mijn aanwezigheid u het gevoel gegeven niet alleen te zijn maar verbonden. Voor mij was het fijn om bij u te zijn, om uw geliefde huis te schilderen en u te leren kennen tijdens het Verhalen Schilderen.

Boerderij aan de Hoogeveense vaart



w.z.c. Irene Meppel, november 2018

Als een van de collega's mij uw naam doorgeven met het mail adres van uw zoon, heb Ik al snel contact. Uw zoon is meteen erg enthousiast en denk actief met mij mee in de keuze voor een onderwerp. Ik krijg dan al snel een prachtige brief met uw levensloop. Uw zoon vertelt dat u zijn tweede moeder bent. Zijn eigen moeder is onverwacht overleden en liet het gezin toentertijd ontredderd achter. Er was een gat geslagen in het gezin.
U heeft zijn vader ontmoet op het moment dat u allebei alleen was. U had dezelfde ervaring van het verlies van een partner en u zocht steun bij elkaar. Zo had u beiden ineens een "samengesteld gezin".
Inmiddels heb ik met u een kennismaking afspraak gemaakt.
En als ik de huiskamer binnen loop, zit u aan de gezellige koffietafel bij een paar andere dames. Ik stel mij aan u voor en ik ga tegenover u zitten. U zit een beetje verlegen voor u uit te kijken. Oogcontact maken lijkt u lastig te vinden. Na een tijdje krijg ik het gevoel dat u mij begint te vertrouwen. U begint wat meer te praten. Over de planten in de vensterbank die u helemaal zelf heeft verpot, de hete koffie en de herfst die de bladeren doet kleuren.
Als ze we zo gezellig zitten te keuvelen stel ik voor om voor u een schilderij te maken. En ik merk aan u dat mijn voorstel u wel nieuwsgierig maakt. " Vind u het gezellig dat we samen even naar uw kamer gaan?"
" Lopen gaat niet meer zo goed, dan moet het wel in die stoel op de gang." zegt u een beetje ongerust in licht Drents accent.
Ik denk dat u de rolstoel bedoelt.
"Natuurlijk, dan pak ik uw rolstoel even."
Ik loop naar de gang om uw rolstoel te pakken en samen met de collega helpen wij u erin. Ik duw de stoel de gang in en ik loop met u naar de lift en uw kamer.
Eenmaal daar aangekomen, valt mij meteen het prachtige schilderij van een boerderij op. Het hangt op de muur boven uw televisie. De schilder heeft het achterhuis van de boerderij met landschap geschilderd.
" Mooi hé?" Hoor ik u zachtjes zeggen als u mij naar het schilderij toe ziet lopen. " Heel erg mooi, daar bent u zeker erg blij mee."
Dat was ook zo. De kinderen zijn er ook blij mee, vertelt u. U laat meteen daarna de mooie rode melkbus naast de kast zien. De boerderij staat ook daar op geschilderd. Ik krijg het gevoel dat die boerderij de rode draad is door uw leven.
Ik weet inmiddels dat u daar bent gaan wonen samen met uw man en schare kinderen. U verteld dat u koeien had en ook paarden. " Twee schimmels, ik ging er niet op zitten maar ik durfde ze wel uit het land te halen".
" Weet u ook nog waar de boerderij staat?" vraag ik voorzichtig.
"Ja, hoor! Aan de Hoogeveense weg in Meppel!"
"Oh , daar! Wat een prachtige plek , zeg! We fietsen er vaak langs als we naar de Wijk gaan om te wandelen".
"U heeft ook in de Wijk gewerkt, toch?" vraag ik belangstellend. Dat was zo. Bij Baron de Vos van Steenwijk. Hij woonde in Voorwijk, een monumentaal herenhuis in de Wijk. U verteld dat het een mooie en interessante tijd was voor u was. En dat u vaak met de baron en zijn familie naar Prinsjesdag ging in Den Haag.
"Ik weet niet meer zoveel van die tijd, ik vergeet de nog al eens wat." zegt u verontschuldigend. Met het gezicht wat moedeloos naar de vloer gericht. Ik stel u gerust door uw arm even aan te raken en te veranderen van gespreksonderwerp.
"Wat vind u ervan dat ik de boerderij ga schilderen en nu van de voorkant?"
U kijkt meteen op en ik zie aan uw reactie dat u het een goed idee vind. " Dan ga ik dat voor u doen."
" Fijn, dat gaan de kinderen ook mooi vinden." zegt u blij.
Samen besluiten we weer naar de huiskamer te gaan en ik breng u weer naar uw vaste plek aan de tafel.
De week daarna staat de schets van uw geliefde boerderij op doek.
Inmiddels ben ik namelijk naar de Hoogeveense weg gefietst en heb een paar foto's gemaakt. En deze, vanaf de overkant van het water, vond ik het meest geschikt. En u blijkbaar ook. U herkent de schets van de boerderij meteen!
Ik begin te schilderen en ik vertel u over u leven, over de gelukkige tijden op de boerderij. Maar ook over de verkoop omdat uw man op een gegeven moment AOW gerechtigd was.
U heeft nog lange tijd in een eengezinswoning gewoond in de Koedijkslanden in Meppel en kunnen genieten van lange fietstochten samen, bezoekjes maken aan uw dochter en kleine klusjes doen. Dat was een gelukkige tijd. Toen plotseling uw man overleed. Hij was betrokken bij een ongeluk en werd bruut uit uw leven weg gerukt. Dat heeft u erg aangegrepen. Gelukkig heeft u toen heel veel steun gehad aan een bevriend echtpaar in de buurt.
Ik merk wel aan u dat u daar liever niet over spreekt, en we hebben daarom ook snel weer over de mooie tijd op de boerderij, over de paarden, de koeien, de vele bladeren van de beide grote beukenbomen om weg te harken, het grote voorhuis, hard werken en vooral uw trots. De kinderen.
Als ik besluit op te ruimen weet ik niet dat ik u nooit weer ga zien. De volgende dag stuurt uw zoon mij een mail met daarin het verdrietige bericht dat u plotseling overleden bent.
Een vrouw wiens leven in het teken stond van de zorg voor anderen en hard werken. Uw thuis, uw geliefde boerderij heb ik voor u afgemaakt. Onze tijd samen, ook al was het kort, hebben u hopelijk even terug kunnen brengen naar de gelukkige periodes van uw leven, van voor de afhankelijkheid en dementie. Ik ben blij dat ik u nog heb leren kennen tijdens het Verhalen Schilderen. Vandaag gaat uw familie afscheid nemen en in gedachte ben ik bij hen en bij u. Rust zacht lieve mevrouw. 

Mien krummeltie 

Zonnelamp Steenwijk, december 2018

In de huiskamer zit u eigenlijk altijd in de hoek van de ruimte met de rug naar de tuindeur. In een mooie ruime sta op stoel. U heeft een een bijzettafeltje aan uw rechterkant. En daar ligt uw kalender op in grote lettertype en een puzzelboekje. 

In eerste instantie lijkt het alsof u wat in zichzelf gekeerd bent. U zit regelmatig voorover met gebogen hoofd in uw handen. Maar als er iemand binnenkomt of er wordt koffie geschonken, reageert u. Heel direct. En met luide stem.
" Oe bint zéker de dominee, ie komt so uut de karke" Dat krijg ik dan te horen omdat mij zwarte kleding bij u opvalt en u blijkbaar aan een dominee doet denken.
Zo krijgt iedereen van u een ondeugende opmerking.
"Oe bint zéker van woensdag, Wimmie dag." En als degene naar u toe komt om te reageren zie ik genieten. Uw ondeugende blik spreekt boekdelen.
Als ik vanmorgen met u kom kennismaken, duurt het even voordat u warm loopt voor een schilderij. "Je dut mar, mit oe skilderie."
Ik hoor en voel tussen de adremme reacties en grapjes, het verlies van de grip op uw leven.
Inmiddels mag ik van de collega's even naar uw kamer een een levensboek in te kijken. Uw dochter heeft er een waar naslagwerk van gemaakt met foto's van vroeger en mooie teksten met uitleg.
U bent aan het Zwindersekanaaltje geboren. Uw ouders hadden een klein boerenbedrijfje. En u bent samen met vier broers en drie andere zusjes opgegroeid op de boerderij.
Het kleine boerderijtje had een rieten dak en mooie witte kozijnen.
Uw jeugdjaren waren gelukkig en onbezorgd.
En toen u achttien was ontmoette u uw "vrind."
Een knappe blonde jonge man met hoge jukbeenderen en volle mond. U was stapel op elkaar. En u werd dan ook hartelijk verwelkomt in de familie van uw vrind. U besloot al snel daarna te trouwen. U was toen eenentwintig. Het was een onrustige tijd. De oorlog was nog niet officieel begonnen maar de komende ellende hing in de lucht.
Uw lief is op een gegeven moment opgepakt in Beerze en naar kamp Erica in Ommen gebracht. U bent toen alle contact verloren. U was toen in blijde verwachting van uw tweede kindje. Uw man wist dat u zwanger was. Toen hij op transport werd gezet heeft hij nog een briefje uit de trein gegooid. Wat wonderbaarlijk bij de familie is terecht gekomen. Waarin stond dat u er voor moest zorgen dat het dit keer wel wat zou worden. U heeft namelijk daarvoor nog een doodgeboren kindje gekregen.
Uiteindelijk is hij niet terug gekomen en via Doetinchem afgevoerd naar concentratiekamp Neuengamme in Duitsland.
Inmiddels kreeg u een prachtige dochter en heeft u besloten haar naar hem te vernoemen. U heeft tot 2010 in onzekerheid geleefd of hij wel of niet leefde. Nu weet u dat hij kort na aankomst in het concentratiekamp omgebracht is.
In uw hart heeft u het eigenlijk altijd wel gevoeld en geweten. Maar toen het bericht er kwam, kon u eindelijk het hoofdstuk sluiten, het verlies een plekje geven.
Tijdens de oorlog was u ineens alleenstaand moeder. Gelukkig waren de familiebanden goed en werd u liefdevol opgevangen.
Tien jaar nadat uw lief verdween verhuisde u van Nieuwlande naar de Wetering. Een vaardorp in Steenwijkerland. En moest u toch voor een inkomen zorgen en ging u bij een weduwnaar met vier kinderen werken. Als huishoudster.
Uiteindelijk bloeide er een liefdevolle relatie op. U werd in het gezin opgenomen en trouwde met uw tweede man.
In het levensboek zie ik een foto van een knappe meid met een jonge man en een kindje tussen hen in. U bent het. Met uw "vrind" en uw " krummeltie."
Van de collega's hoor ik dat de foto gefotoshopt is. Uw dochter is er tussen geplakt, om de illusie te geven dat u ooit een gelukkig gezinnetje bent geweest. In uw beleving en voor uw gevoel was het ook zo. De foto is een blijvend aandenken. Aan wat eigenlijk had moeten zijn, als de oorlog niet uitgebroken was.
Het is zo bijzonder dat we besluiten daar een schilderij van te maken. Ik loop naar u toe met het levensboek en en ik laat u de foto zien. De hardheid van uw reacties smelten, als sneeuw voor de zon, weg. Zodra u de foto ziet, gaat u met uw hand er naar toe en uw vinger raakt uw "vrind" vertederd aan. U kijkt mij aan en zegt " Dat is mien vrind, van eerder."
" Wat een knappe jongen!"
U glimlacht en kijkt naar de foto en mompelt iets over uw krummeltie. En ik voel dat we een goede keus hebben gemaakt.
Inmiddels zijn we al een paar schildersochtenden verder. Waar u meestal in de stoel in slaap sukkelt, bent u alert als ik met mijn ezel en het schilderij bij u kom zitten. "Mien krummeltie" hoor ik u zacht zeggen. U wijst naar het kleine blonde kind. De blik in uw ogen en uw stilzwijgen zegt mij genoeg.
" Oe bint van de zaterdag, pannenkoekendag" zegt u ineens gekscherend. "Klopt! , heerlijk pannenkoeken met spek!"
U kijkt mij aan en u steekt ondeugend uw tong uit en ik doe het zelfde. We glimlachen naar elkaar en er is contact. Als ik ga schilderen leunt u wat naar mij toe. Ik voel u mee kijken.
Vanmorgen is alweer de laatste schilder ochtend waar u mij heeft mee genomen naar een mooie en gelukkige tijd. Maar ook een tijd van onzekerheid, verlies en afscheid nemen. U heeft zich door het leven geslagen met altijd die vreselijke onzekerheid op de achtergrond. Of uw vrind wel of niet nog leefde of nog ergens was.
Het lijkt wel of humor en de schijnbare hardheid u hebben geholpen om er mee om te gaan. Door de dementie kunt u zich afsluiten en af en toe iets toelaten van eerder. Door bij u te zijn en door te praten over die tijd liet u mij af en toe dichter bij. En door het tafereel op doek heb ik mogen kennis maken met uw zachte kant. Tijdens het Verhalen Schilderen. 

Op zoek naar Aaltje


Zonnekamp Steenwijk, december 2018

Vanmiddag loop ik naar de afdeling waar u woont. Ik ga naar de gezellig ingerichte huiskamer. U zit aan tafel met de rug naar mij toe.U bent een pittige, kleine en tengere dame met dun kort geknipt haar. Een beetje gebogen zit u in een trippel rolstoel. Lopen gaat niet meer zoals eerder. En u blijkt erg de behoefte te hebben om te bewegen. 

Als ik naast u ga zitten en mij voorstel zie ik een grote frons op uw voorhoofd. Ik voel uw spanning. Ik vraag ik aan u of u het leuk vind om samen met mij naar uw appartement te gaan. Om even te praten en om u wat te vragen. U vind het goed. Samen gaan we naar uw kamer.
Ik stel mij voor en vertel van mijn bedoelingen. En dat ik contact heb gehad met uw nichtje.
"Mag ik u wat voorlezen?" U knikt. Ik pak de informatie erbij en begin voor te lezen.

U bent geboren op een schip nabij Giethoorn. Samen met drie jongens en vijf meisjes. Nadat het schip vlam vatte en afbrandde, bent u in een klein huisje achter de ribben gaan wonen. In het toenmalige Steenwijkerwold. Dat heet nu Scheerwolde. Terwijl ik voorlees hoor ik ineens heel luid achter mij.
" Hay, hay, haaay, Aaltje!" Ik schrik een beetje van u en vraag wie Aaltje is. U verteld dat ze uw zusje is en nog maar acht jaar. En dat u zich heel erg zorgen maakt om haar. Ik ga mee in de beleving. " Dat kan ik mij erg goed voorstellen, zit Aaltje niet op school? Het is nog maar half drie".
" Dat zou heel goed kunnen." Zegt u opgelucht.
De frons in uw voorhoofd wordt wat zachter.

Als ik verder over uw leven vertel, komt u naast mij zitten en ik zie aan u dat u het verleden nog helder voor de geest kan halen. Ik zie u ook bevestigend knikken. Maar ineens wordt de frons weer dieper. En beweegt u van mij weg door met uw handen de wielen van de rolstoel te bewegen. En weer hoor ik luid " Hay, hay, haaay!"
Ik ga verder met het verhaal van uw nichtje.
Het huisje had geen vloerbedekking maar schoon zand op de grond. En als het dan vuil werd, veegde uw moeder het op een hoopje en kwam er weer schoon zand te liggen waar ze met een stokje figuurtjes in maakte. Ik zie u uit mijn ooghoek, verderop in de kamer, glimlachen. De frons op uw voorhoofd wordt weer wat minder hard.

Als kinderen sliep u met uw broers en zusjes in de beddenstee, drie kinderen naast elkaar, knieën opgetrokken. En uw zusje dwars aan het voeteneind. Met de po op een plank boven u.
En als u samen naar school liep en dorst kreeg, dronk u water met de klomp uit het Steenwijkerdiep.
Terwijl ik vertel over uw leven blijft u steeds onrustig en bewegelijk. U rijd constant rondjes met uw rolstoel door uw kamer. Naar de kast, tegen de kast en weer terug naar de deur. En dan weer naar mij toe. En ik hoor u ook nu steeds luid roepen. "Hay, hay, haaay!" Op een harde hoge toon.
"Mag ik u vragen waarom u roept?" U kijkt mij bedenkelijk en verbaasd aan en lijkt na te denken over het waarom. En ineens zegt u. " Het lucht gewoon op."
"Dat kan ik mij heel goed voorstellen." zeg ik. "Heeft u ook wat nodig?" "Hoezo?" Zegt u oprecht verbaasd.
"Hay, hay, haaaay!!" En weer zet u het op een roepen. Nu op een nog hogere toon. Ik probeer mezelf met luide stem verstaanbaar te maken "Nou, omdat u zo luid roept, misschien heeft u wat nodig?! "
" Nee, hoor. Het is gewoon fijn." Zegt u zacht.
"Vind u het goed dat ik het ook een keer probeer? " Ik zie u verbaasd kijken en ik zie dat u om mij moet lachen.
"Probeer maar, het is erg fijn."
En ik zet het ook op een roepen " Hay, hay, haaay!!"
"Heerlijk zeg, dat lucht op." U kijkt mij aan met een nog grotere glimlach. En proestend schieten we samen in de lach. De zoektocht naar Aaltje is even naar de achtergrond verplaatst.
Dan besluit ik uw aandacht te vangen door u te vertellen over wat ik van plan ben. Ik weet dat u eerder ook heeft geschilderd. Een schilderij maken lijkt u wel wat. "Is het een idee om een dorpsgezicht van Giethoorn te schilderen?"
U kijkt mij aan en ik zie de frons op uw voorhoofd wat zachter worden. "Ja, dat lijkt mij wel wat, Ik heb er lange tijd mijn jeugd door gebracht."
De week daarna staat er een dorpsgezicht op doek. En elke week daarna, haal ik u op vanuit de huiskamer om samen naar uw appartement te gaan.

Het roepen blijft. "Hay, hay, haaay!" Ook als ik aan het schilderen ben op uw kamer. Om u wat af te leiden vertel ik u onder het schilderen wat meer over uw leven. U heeft voor ziekenverzorgster geleerd en bent uiteindelijk in Rotterdam terecht gekomen om voor Humanitas te gaan werken. U kreeg daar een aantal goede vriendinnen waar u mee op vakantie ging. U bent nooit getrouwd en daarom misschien wel altijd heel betrokken geweest met uw familie. U bent later dan ook weer naar het noorden verhuisd om dichter bij u zussen te zijn.
Als u, op een gegeven moment, weer gaat roepen besluit ik "Zie de leliën op het veld" in te zetten. Ik weet niet waarom. U draait uw rolstoel naar mij, kijkt mij verbaasd aan en u begint hartstochtelijk mee te zingen. Met krakende stem hoor ik.
" Zie, hoe schoon zij bloeien, wie doet haar van zorgen vrij. Daar zo heerlijk groeien? Wie gaf haar die stille kracht? Wie dat kleed zo rein en zacht."
U weet de hele tekst uit het hoofd.
Tijdens het zingen zie ik de frons in uw voorhoofd weer verzachten. Ineens komt het roodborstje ook nog voorbij. "Roodborstje tikt tegen 't raam, tik, tik, tik, Laat mij er, laat mij erin. Het is hier zo koud."

Ik merk dat het zingen u ook ontspant. Het lijkt het roepen even te vervangen. Zo zitten we samen aan tafel. Gezellig aan een kopje thee, liedjes zingend uit de oude doos en ik schilderend aan uw tafereel uit Giethoorn.
't Knaapje zag een roosje staan, roosje op de heide, had zo'n kleurig kleedjen aan. Snel is hij er heen gegaan, ''t was of het hem beidde.Roosje, roosje, roosje, rood, roosjen op de heide.
Ondertussen ben ik met het witte bruggetje aan het schilderen en het rieten dak van de boerderij. Ik merk dat u het nu leuk vind om te kijken. Na de derde week blijft u langer op een plek naast mij zitten en volgt u de penseelstreek op doek.
Als ik u vraag of u wilt meehelpen aan het schilderij dan zegt u resoluut. " Nee, dank u, die tijd is geweest."
Vandaag is de laatste schildersmiddag. En ik hoor u weer op de gang roepen " Hay, hay, haaay!" En ik besluit terug te roepen op dezelfde hoge toon.
"Hay, hay!" Ik hoor u midden in het roepen stil vallen. U draait u om en onze ogen ontmoeten. Ik zie een mooie, guitige lach van herkenning.
" Gaan we weer schilderen en zingen?"
"Ja, ik ga met je mee."
Het tafereel van uw geliefde Griethoorn waar u opgegroeid bent en onbekommerd heeft kunnen opgroeien, is bijna klaar.
Hopelijk heeft ons contact ervoor gezorgd dat u terug kon gaan naar eerder. Naar een tijd samen met uw broers en zusjes, de tijd toen u ziekenverzorgster was en daarna. Voordat de lichamelijke beperkingen en dementie er voor zorgde dat u in uw verleden verdwaalde, Aaltje kwijt was en in paniek was om uw zoekgeraakte broertjes en zusjes.
Ik hoop dat onze middagen van samen praten, lachen, zingen en roepen, u heeft doen ontspannen. En u momenten aan die mooie tijd heeft laten terugdenken. Zonder de nu altijd aanwezige angst en zorgen.Tijdens het Verhalen Schilderen.