Verhalen Schilderen 

Verhalen zijn met toestemming van familie geplaatst.


Zonnehoeve


Zorggroep Noorderboog mei 2019

Als ik de naam door krijg, blijkt het dit keer geen mevrouw of meneer te zijn. U bent een echtpaar. Ruim 60 jaar gelukkig getrouwd en nog steeds gek op elkaar.

Als ik bij uw kamer aankom, zie ik dat de deur open staat. U bent koffie aan het zetten met een Senseo. En uw man zit met zijn rug naar mij toe in een trippelrolstoel, bij het raam. "Goedemorgen, mag ik binnenkomen om u wat te vragen." " Natuurlijk, dat mag, kom maar binnen," zegt u vriendelijk. " Wil je ook koffie?" Dat sla ik natuurlijk niet af. " Heerlijk! Dank u wel!"

Als de koffie klaar is, zet u rustig de drie kopjes op een dienblaadje en zet dat op uw rollator. U draait de rollator en komt onze kant op. Ik pak de koffie aan en u geeft een kopje aan uw man.

Als we bij elkaar zitten, leg ik uit waarvoor ik kom. Het lijkt u samen een heel leuk idee. Een schilderij als aandenken aan een vervlogen tijd. En een onderwerp voor het schilderij is geen probleem. U vertelt namelijk dat u samen bij het Schreuderinstituut heeft gewerkt. Met veel plezier. U bent uit het hoge noorden naar Schaarsbergen, een dorp in de gemeente Arnhem, verhuisd om daar te gaan werken.

Het Schreuder - instituut bestond uit verschillende huizen. Het was een protestants-christelijke begeleiding-en opleidingsorganisatie voor minder begaafde kinderen. De instelling werd in de Bilt opgericht onder de naam "medisch pedagogisch instituut". In 1905 verhuisde men naar het huis Klein Warnsborn in Arnhem. In 1921 werd het huis Zonneschijn aangekocht. En Zonnehoeve werd niet snel daarna op een aangekocht perceel daarnaast gebouwd. Een prachtig wit huis met rieten kap en een glas-in-loodraam boven de ingang. In dit pand heeft u heel lang gewoond en uw enige zoon is daar ook geboren.

Ineens pakt u een dik boek uit de boekenkast, met een groene kaft, opgeborgen in een doos. U geeft het aan mij. Vol trots vertelt u dat u ook samen in het boek staat. Al bladerend vind ik uw foto en ik zie u allebei glunderen. Het blijkt wel dat u een belangrijke rol heeft gespeeld bij " de Schreuders" zoals u het noemt. U was verpleegkundige en uw man begeleidde de bewoners bij o.a. het tuinieren. U wilde allebei het beste uit de mensen halen. Handicap of niet. Volgens u had iedereen iets unieks en zijn eigen kwaliteiten.

Als ik het dikke boek verder doorblader, kom ik een foto tegen van het glas-in- loodraam van Zonnehoeve. " Zal ik daar voor u een schilderij van maken?" U kijkt elkaar liefdevol aan en tegelijk zegt u: " Dat is een goed idee!"

"Mag ik het boek wel even meenemen? Dan maak ik een kopie van de foto." Dat was goed, mits ik er heel voorzichtig mee ben. Ik neem afscheid met de belofte er volgende week weer te zijn met de schets op doek.

De week daarna kom ik met mijn schilder koffer de afdeling oplopen en ga naar uw appartement. De deur staat net als de vorige keer open en ik zie u weer bij het aanrecht staan. U bent koffie aan het zetten. Ik klop voorzichtig op de deur en u kijkt in mijn richting." Koffie? " zegt u zelfverzekerd en een beetje plagerig." Heel graag, mag ik binnen komen?" "Natuurlijk, loop maar door, mijn man is wel binnen."

Ik zet mijn koffer bij de eetkamertafel en loop naar uw man die net als de vorige keer met de rug naar mij toe in de rolstoel bij het raam zit. Ik geef hem een hand. We gaan eerst even koffie drinken. " Is het gelukt met de schets?" vraagt u geïnteresseerd. Ik moet even wennen aan uw alertheid en scherpte. Daar is niets mis mee. Uw man draait de rolstoel om en zo zitten we gezellig bij elkaar. U vertelt verder over uw tijd bij "de Schreuders" en dat die tijd een groot stempel heeft gedrukt op uw leven samen. Het was een mooie tijd waarin u het gevoel heeft gehad veel voor anderen te hebben betekend.

Maar toen kwam het moment waarop de gezondheid van uw man achteruit ging. Na een opname van drie weken in het ziekenhuis bent u van Arnhem naar Diever verhuisd. Uw man had veel zorg nodig. U kon ook daar niet meer blijven wonen. En u moest toen naar dit verpleeghuis en u wilde samen blijven. De keus was noodgedwongen. Dat u nu bij verstandelijk beperkte mensen - mensen met een dementie- woont, vindt u eigenlijk belachelijk. " We hebben meer dan 20 jaar met deze mensen gewerkt en nu zetten ze ons ertussen." Ik voel uw frustratie en ik leef met u mee. Ik snap uw standpunt. Uw schoondochter beschrijft het zo treffend : "Ze hebben allebei in korte tijd héél veel moeten inleveren."

Van twee zelfstandige mensen die in hun werkzame leven met liefde en betrokkenheid voor anderen zorgden tot mensen die zelf zorg nodig hebben. Ik merk het ook aan u. U bent kritisch en af en toe wat geïrriteerd over de gang van zaken. U heeft het gevoel dat u "weggestopt" bent, "tussen geestelijk gehandicapten". U had liever een kamer beneden op de begane grond. Zodat u zelf naar de tuin kon gaan. Nu moet u eerst met de lift en dan nog een stuk lopen. Inmiddels weet ik dat er achter de schermen heel hard gewerkt wordt om die wens te verwezenlijken. Maar begrijpelijkerwijs gaat dat u niet snel genoeg.

Het schilderij is inmiddels bijna klaar. U heeft beiden met belangstelling meegekeken en meegedacht. Het schilderij is het symbool geworden van het leven van vóór de ouderdom en afhankelijkheid. Van een tijd in de hulpverlening, samen met mensen en met elkaar. Ik hoop dat u daar nog heel veel aan gaat terugdenken en dat het schilderij daar een aanleiding toe zal zijn. Hopelijk vindt u daardoor ook de rust en acceptatie. Ik wens u toe dat u van de bijzondere herinneringen kunt genieten. De ochtenden samen met u zal ik niet snel vergeten. Ik vond het fijn om met u kennis te maken tijdens het Verhalen Schilderen. 

My huis in Afrika


Zorggroep Noorderboog mei 2019

Al een aantal keer heb ik u eerder op de afdeling gezien. Terwijl ik voor andere cliënten aan het schilderen was. U was dan in uw verblijfsrolstoel op de afdeling aan het rijden. U bent een knappe lange man met een volle bos grijs haar.

Af en toe kwam u dan de huiskamer binnen trippelen. En achter mij zitten. In stilte volgde u dan de penseelstreken en luisterde u naar de gesprekken die ik had met de cliënten aan tafel.

"Ramdreromderam." Hoorde ik dan regelmatig. U maakt repeterende geluiden. De klemtoon ligt op de "ram" waarbij u een mooie rollende r maakt. Het praten gaat niet meer zoals eerder. Een korte ja of nee lukt nog en korte zinnetjes ook. U bent daarnaast in u eigen innerlijke wereld verzonken waarbij u af en toe nog uit komt door een liefdevolle aanraking of vraag.

Als ik vanmorgen de huiskamer in kom, zit u in uw rolstoel naar de televisie te kijken. Ik loop naar u toe en pak een stoel erbij om naast u te gaan zitten. U bent geconcentreerd aan het kijken naar een programma met een dierenarts op Discovery. Ik maak contact door even uw arm aan te raken. U kijkt mij aan en ik krijg een voorzichtige tandeloze glimlach. "Interessant he? Hoe die man dat kalf helpt geboren te worden."

Ik krijg geen reactie. U kijkt verder. Ik besluit naar uw kamer te gaan om te kijken of daar fotomateriaal is. Als ik een rood fotoboek onder een stapel bladen en boeken vind, sla ik het open.

Inmiddels heb ik van uw zoon heel veel informatie gekregen over uw lange en gevulde leven. De foto's corresponderen met wat ik van u weet. Als ik met het boek weer terug loop naar de huiskamer ga ik weer naast u zitten. U bent nog steeds geïnteresseerd aan het kijken

" Rompetromerampredam." U bent in zichzelf aan het mompelen. Als ik u een foto van uzelf laat zien en vertel wat ik inmiddels weet, kijkt u op en wijst naar de foto waarop u met een paard staat. U staat naast het mooie dier, pal in de zon.

" U lijkt hier wel een filmster, zó uit een western gelopen, knap bent u hoor! " U glimlacht en u kijkt weer op, naar de televisie.

Ik krijg het idee dat van deze foto een schilderij van gemaakt moet worden.

De week daarna staat de schets op doek. Ik loop de huiskamer binnen en ik zie u nergens zitten. De collega verteld dat u wat onrustig bent en aan het rondrijden bent op de afdeling. Inmiddels weet ik dat we u dan uw gang moeten laten gaan. Ik besluit bij de andere bewoners aan tafel te gaan zitten.

Ik zet mijn spulletjes op tafel en begin te schilderen. Uw zoon heeft verteld dat u in 1936 in 't Zand bent geboren. Een dorpje dicht bij Groningen. U was de oudste van een de twee kinderen in het gezin. Uw zus was gehandicapt en leed aan epilepsie. Later is ze opgenomen in Wagenborg, een toenmalige instelling voor gehandicapten. Uw zus is inmiddels overleden. U bent opgegroeid op een boerderij en het was toen eigenlijk heel normaal dat uw vader de boerderij over zou nemen van zijn vader en dat u het weer van hem zou overnemen. Maar dat is niet gebeurd. Uw vader werd o.a. landarbeider en heeft bij de steenfabriek in ten Post gewerkt.

U was op school altijd de beste van de klas, u haalde alleen maar negens en tienen. Jammer genoeg mocht u niet naar de HBS van uw ouders. Zij vonden het beter dat u naar de lagere landbouwschool ging. Uiteindelijk heeft u ook de middelbare landbouwschool afgemaakt en was u al vanaf uw dertiende jaar veel aan het werk. Op de boerderij en als slootgraver.

Toen u achttien jaar werd volgde de militaire dienst. U werd wachtmeester bij de landmacht, afdeling artillerie. In die periode besloot u om te emigreren naar Zuid Afrika. Daar heeft u 2 jaar gewerkt als bedrijfsleider op een vee boerderij.

Ineens hoor ik in de verte "Romberpdrompedrom " U bent in de buurt. En als u op de gang mij bezig ziet in de huiskamer zie ik dat het u toch een beetje nieuwsgierig maakt. U stuurt uw rolstoel de huiskamer binnen en komt achter mij staan. Ik geef u de foto die ik op A4 heb uitvergroot. Weer zie ik uw tandeloze glimlach.

" U reed zeker heel veel op een paard in Afrika?" U kijkt mij verbaasd aan. Alsof u denkt :" Hoe weet zij dat nou weer?" Ik vertel u verder over wat ik weet over uw leven. Uw reis naar Afrika en uw leven daar.

Na twee jaar kwam u toch weer terug naar Nederland om uw militaire dienstplicht af te maken. Daarna ontmoette u uw vrouw en kreeg u vier kinderen. Drie meisjes en een jongen.

Na verloop van tijd begon het toch te kriebelen en u wilde toch weer naar het buitenland. Toen bent u gaan werken voor de SNV (Stichting Nederlandse Vrijwilligers) en werd uitgezonden naar Kameroen, gelegen in West Afrika.

In die tijd zijn twee kinderen geboren waaronder o.a. uw zoon. U gaf leiding aan een groot landbouw en veeteelt project en school waar de lokale bevolking onderwijs kregen in landbouw. Na Kameroen volgde uitzending naar Indonesië. U ging werken voor het ministerie van Buitenlandse zaken, ook in de functie van ontwikkelingswerk. Hier werkte u vooral in de tuinbouw.

Als ik u vertel over die tijd en over hoe knap ik het vind dat u dat avontuur heeft aangedurfd kijkt u heel rustig en zelfverzekerd. Alsof het toen heel gewoon en vanzelfsprekend was. Ik krijg het gevoel dat het uw roeping was. Een passie om mensen te helpen.

Even zitten we in stilte en terwijl ik verder schilder hoor ik u wat mompelen en ik zie uit een ooghoek dat u de rolstoel draait en van mij weg rijd. De gang weer in. Ik besluit te stoppen. Ik ruim mijn schilder spullen op en neem afscheid van de dames aan tafel. Op de gang kom ik u nog even tegen. Ik geef u een hand en ik krijg een stevige handdruk terug. " Tot volgende week!" "Rampredrompertamre" Hoor ik terwijl ik de gang uitloop.

Als ik naar het station loop denk ik nog even over leven na. En wat uw zoon mij heeft geschreven. Vanuit Indonesië verhuisde u met uw gezin naar Kenia, gelegen in Oost Afrika. U gaf daar leiding aan een groot irrigatie project met honderden boeren verenigd in een coöperatie. Later heeft u ook nog een periode gewerkt in de pootaardappelteelt. Ook weer een groot project. U was helemaal in uw element. Eindelijk de uitdaging en de verantwoordelijkheden die u aan kon en waar u gelukkig van werd.

Omdat de kinderen ondertussen naar Nederland moesten om te studeren bent u met het gezin weer terug gegaan naar Nederland. In de jaren hierna heeft u nog vele jaren gewerkt voor de ontwikkelingshulp en werd u uitgezonden naar diverse landen in Afrika, maar ook Oost Europa. U ging daar alleen heen en kwam dan af en toe thuis.

Als ik de trein instap realiseer ik wat u allemaal heeft gedaan en wat een vol en avontuurlijk leven u heeft gehad.

De week daarna staat u in de eerste laag acryl geschilderd op doek. U zit dit keer rustig in de huiskamer. Ik pak een stoel en ga naast u zitten. " Goedemiddag, hoe gaat het met u?" U kijkt mij aan en ik krijg weer die mooie tandeloze lach. Ik besluit meteen alles klaar te zetten. En als het doek op de ezel wil zetten grist u het u mijn handen. Uw knokige vingers raken het doek voorzichtig aan. "drompedtrom mooi peerd."

"Mooi paard hé ? Heel mooi hoofd heeft ze." zeg ik. " Zeker rampedrampedram." Hoor ik u zacht zeggen.

Het doek zet u voorzichtig weer op de ezel. Ik mag er verder aan werken. U blijft geïnteresseerd kijken en af en toe hoor ik "prachtig."

U zoon schrijft verder. Toen u 58 jaar was bleek u blaaskanker te hebben en bent u hieraan geopereerd. Het gevolg van de ziekte en operatie was dat u werd afgekeurd en in de WAO belande. Dat vond u vreselijk. U kon niet meer ondernemen en werken zoals u het gewend was. U heeft tot uw 70e jaar nog wel kortere projecten gedaan in de ontwikkelingshulp, maar niet meer op het niveau van de jaren daarvoor.

Aanvankelijk woonde u in Eelde Paterswolde en later verhuisde u met uw gezin naar Loppersum. Daar heeft u het huis van uw dromen gekocht, villa Zwaaihorn. Later heeft u dat huis verkocht. En bent u naar Uithuizen verhuisd. Door de voortschrijdende dementie was het gezin genoodzaakt het huis te verkopen en bent met uw vrouw en dochter naar Steenwijk verhuisd. En uiteindelijk moest u opgenomen worden.

Tijdens het schilderen pakt u met regelmaat even de foto van het paard en van uzelf. Ik krijg het gevoel dat u het wel fijn vind al weet ik niet of u zich die tijd nog kan herinneren. Het schilderij van uw beeltenis maakt in ieder geval wat bij u los. En ik hoop dan ook dat het u later ook fijne momenten zal geven. Dat het een aanleiding zal zijn om even terug te gaan naar die mooie tijd van dat gevulde en actieve leven op de verschillende continenten.

Ik heb in ieder geval genoten van onze momenten in stilte en puur contact. En ik ben blij u te hebben ontmoet tijdens het Verhalen Schilderen. 

Prima Ballerina

Zorggroep Noorderboog, maart 2019

Als ik voor ons kennismakingsgesprek de lift uitloop naar uw kamer, is er een ploeg mensen bezig om de deuren te voorzien van plakplastic. Iedere deur krijgt zijn eigen persoonlijke uitstraling en kleur. Het geeft de afdeling een frisse en knusse uitstraling. Het is net of je in een straatje loopt langs rijtjeshuizen.
Aan een van de collega's vraag ik waar u woont en zij wijst mij vriendelijk de weg.
Eenmaal aangekomen bij uw mooie blauwe voordeur zie ik dat het op een kiertje staat. Ik klop zachtjes aan. En kijk om de deur om te zien of u er bent.
Ik zie een kleine ranke dame aan de tafel zitten. De tafel staat met een kant tegen de muur en u zit aan de zijkant, ook met de rug tegen de muur. U bent iets aan het doen op uw schoot. Ik zie de rits van een roze toilettasje. Het grijze, bijna witte haar, netjes gekamd. En achter uw ogen en bij uw neus een doorzichtige plastic slang. En dan hoor ik het geluid ook wat daar bij hoort. U krijgt zuurstof.
" Goedemorgen, mag ik even bij u binnen komen?" zeg ik zacht. Om u niet te laten schrikken.
U veert toch een beetje geschrokken op. U kijkt mijn kant op en zegt: " Ja, natuurlijk! Kom maar verder."
Ik loop naar u toe en stel mij met een handdruk voor. En u doet hetzelfde. Als ik u aankijk zie ik twee heel bijzonder gekleurde ogen. Hazelnootbruin met een blauwachtige rand om de iris. " wat heeft u mooie ogen zeg!" " Ja, hé? Bruin en een beetje blauw." zegt u zelfverzekerd.
Ik vertel wat ik kom doen en u bent meteen geïnteresseerd en nieuwsgierig. U vraagt hoeveel dat moet kosten en ik kan u gelukkig geruststellen.
Het kiezen van een onderwerp is eigenlijk niet moeilijk. Het komt op zo'n mooie natuurlijke manier ter sprake en we zijn eigenlijk allebei meteen erover uit dat zij het moet worden.
U verteld namelijk dat u vroeger ballerina bent geweest. En dat u met hart en ziel heeft gedanst bij Beatrix Malinovska. Ze gaf U balletles. Als ik haar naar naam Google zie ik een foto van toen. Een prachtige elegante dame. In balletjurk en op balletschoenen. "Demi- pointes of Spitsen genoemd." zegt u heel zeker van u zelf. Ik word ter plekke even gecorrigeerd.
"Zal ik die foto dan maar schilderen? " Dat was goed. Mooi voor op de kamer. U woont namelijk nog niet heel lang in dit verpleeghuis.
Met uw dochter heb ik al snel contact en ze schrijft mij veel informatie over uw verleden. U heeft een vol en actief leven achter de rug.
U komt uit een gezin van vijf kinderen. Drie meiden en twee jongens. U bent geboren en getogen in Hengelo. En uw ouders hadden een eigen bedrijf. Een Singer naaimachinewinkel in de stad. Als jong meisje hield u al van muziek en dans en het was dan ook niet vreemd dat u op balletdansles ging. Samen met uw vriendin leerde u de kneepjes van het vak en heeft u zelfs gedanst voor studio 22! .
Op een gegeven moment werd u een prima ballerina en danste u de sterren uit de hemel. En dat bleef niet onopgemerkt. U had regelmatig stille aanbidders en kreeg kaartjes en bloemen.
" En ik weet tot op de dag van vandaag nog niet aan wie ik ze kreeg." zegt u verbaasd met een vleugje trots.
Als ik de volgende week met de schets op doek en mijn schildersspulletjes aan uw blauwe deur kom staan, is het dit keer dicht. Ik zet mijn ezel op de grond en klop op uw deur.
" Jou hoe!" Klinkt er uit uw kamer. Ik denk dat ik er wel vanuit mag gaan dat ik binnen mag komen. Als ik door loop hoor ik vrolijke Hollandse liedjes uit de radio komen. En u zit net als de vorige keer aan het kleine tafeltje tegen de muur. U lijkt mij in eerste instantie niet te herkennen maar als ik vertel wat ik kom doen, zie ik een blik van herkenning.
" Mag ik bij u aan tafel komen schilderen?" Dat was goed, u schuift samen met mij wat spulletjes aan de kant en ik installeer mij aan tafel. Meteen hebben we het over de tijd toen u prima ballerina was en hoe fijn u het vond om naar muziek te luisteren en te dansen.
En dat u naar heel veel feestjes en bruiloften ging. Uw dochter vertelt dat u dan een van de laatste was die naar huis ging. " Mijn moeder was een echte partyanimal!"
Op uw zesentwintigste bent u getrouwd met de liefde van een leven. Een grote, lange en stoere marinier. U bent toen met hem van Hengelo naar Enschede en later naar Meppel verhuisd. U kreeg samen drie kinderen. Twee jongens en een meisje.
Als de eerste laag acryl erop zit laat ik u de onderschildering zien. U krijgt tranen in de ogen. U pakt het schilderij uit mijn handen en verwonderd kijkt u mij aan en zegt: " Het is haar echt! "
De weken daarna vordert het schilderij en leer ik u wat beter kennen. En krijg ik krijg de indruk dat u zich niet zomaar bij uw lot neerlegt. U bent een sterkte vrouw. En daarnaast ook heel positief. U heeft het wel over de beperkingen van het ouder worden en ik merk aan u dat u er van baalt. Het lichaam beperkt u in het shoppen en leuke dingen doen. Want winkelen in de stad, dat vind u geweldig! Leuke schoenen kopen in de uitverkoop. Sjieke blouses, broeken, vestjes en natuurlijk make-up scoren. Volgens u moet geld niet te lang op een rekening staan. Geld is er om van leven te genieten!
" Hakken, daar loop ik het liefst op, je gaat daar ook anders van staan hé?" En met dat u dat zegt gaat u wat rechtop zitten met uw kin vooruit. " Er lopen veel te veel meisjes en vrouwen voorover met het gezicht naar de grond, dat is zo zonde! Ze moeten trots zijn! En zichzelf verwennen met leuke kleren, hakken en make-up!"
Ik kan niet anders dan het met u eens zijn. En ik schuif mijn lompe schoenen voorzichtig onder de tafel tijdens uw betoog.
" Zit mijn haar wel goed? Wil je even kijken?" Ik leg mijn penseel neer en kijk naar de plek op uw hoofd waar u naar wijst. " Die plek kan wel een kam gebruiken." zeg ik. U geeft mij de kam en ik begin uw haar te kammen.
"Nu je toch bezig bent , wil je mij mijn armbanden en oorbellen ook even om en in doen?"
Gewillig help ik u met uw sieraden en ik zie dat het u goed doet, alsof het u compleet maakt. U begint te stralen. " Eigenlijk mist er nog een lippenstift." zeg ik.
U pakt het roze toilettasje erbij en u pakt vier kleuren lippenstift eruit. U kiest de meest roze. Het staat u geweldig!
De prima ballerina is bijna klaar. En bij elke schilderssessie wordt het doek uit mijn handen gegrist en krijgt u tranen in de ogen. " Ik zie haar zo staan, prachtig hé?" Ik kan ook dit alleen maar bevestigen. Het is een prachtig plaatje.
Eigenlijk vind ik het jammer dat vandaag alweer de laatste ochtend is. Uw zin in het leven, uw zelfverzekerde uitstraling, uw trots en geëmancipeerde kijk werkt aanstekelijk. Ik hoop dat het schilderij u vaker laat terug gaan naar die mooie tijd waar u gezond en gelukkig was. Ik hoop dat de herinneringen u goed doen. En dat u nog gaat genieten van wat komen gaat. Ik kijk vol plezier en geïnspireerd terug op onze tijd samen. Ik ben blij u te hebben ontmoet tijdens het Verhalen Schilderen.

Ontworteld uit uw thuisland


Zorggroep Noorderboog, februari 2019


Regelmatig kom ik u op de afdeling tegen. U bent een bijzondere verschijning. Niet alleen door uw uiterlijk maar ook door de manier u praat. U heeft eigenlijk altijd een groen gehaakt mutsje op uw hoofd. Met een klein balletje op de kruin. U loopt een beetje krom en langzaam, in een heerlijke ruime joggingbroek. Met daarboven een blouse en trui. U mompelt regelmatig Turkse woorden en af en toe wat in het Nederlands.
Als ik vanmorgen de huiskamer binnen loop naar de bank bij het raam, waar u altijd zit, krijg ik een vriendelijke glimlach. Twee kleine guitige bruine ogen kijken mij onderzoekend aan.
Ik rijk u mijn hand en knik gelijk. U pakt mijn hand met beide handen en knikt respectvol. " Goedemiddag, meneer, mag ik u wat vragen?" U antwoord in wat gebrekkig Nederlands;
"Goedemiddag." En daarna "Iyi öğlenler." Ik ga ervan uit dat het Turks is voor Goedemiddag.
Met dat ik tegenover u wil gaan zitten komen uw vrouw en een dochter op bezoek. Ik vertel van mijn plannen en uw dochter vind het prima. Als ik het maar met de jongste dochter heb overlegd, dan was het goed.
Ik merk dat uw vrouw de Nederlandse taal nog niet helemaal machtig is en dat uw dochter voor haar spreekt. Bescheiden buigen ze allebei het hoofd als een vriendelijke reactie op mijn vraag of ik een schilderij voor hen mag maken.
Ze nemen u mee naar beneden naar de zaal voor een kopje thee. Ik besluit afscheid te nemen en op zoek te gaan naar foto materiaal voor het schilderij.
En als ik naar uw kamer loop zie ik een foto van u bij uw kamerdeur. Op de foto zit u op een bank met een raam achter u. In uw handen houdt u een mooi bewerkt fotolijstje vast met daarin een foto van een jonge, serieus kijkende, knappe man.
Meteen krijgt ik het gevoel dat daar een schilderij van gemaakt moet worden. Het portret van de jonge man in het lijstje lijkt belangrijk voor u.
Intussen krijg ik een mail van uw jongste dochter. Ze geeft aan dat ze het idee van een schilderij voor haar vader erg leuk vind.
Ze verteld dat u en uw vrouw in 1958 getrouwd zijn in Turkije. Zes jaar na het huwelijk moest u noodgedwongen naar Nederland op zoek naar werk. U was een van eerste gastarbeiders. U heeft eerst gewerkt in Enschede en daarna in Hengelo. Maar omdat het vinden van een geschikte woning erg lastig was ging u naar Steenwijk. U heeft toen gelukkig werk kunnen krijgen bij de Betab. De toenmalige tapijten fafriek. Toen u genoeg gespaard had en een geschikte woning kon betrekken, kwamen uw vrouw en vijf kinderen over uit Turkije. Het leven zonder hen knaagde aan u. U heeft ze toen erg gemist. Niet dat u daar veel over vertelde maar als ik hoor hoeveel u van elkaar houd kan ik mij daar alles bij voorstellen.
Samen heeft u in Turkije vier dochters en een zoon gekregen. Toen uw vrouw eindelijk naar Nederland kon komen ging ze ook bij de Betab werken. En een paar jaar later werd uw jongste dochter geboren. U heeft altijd van een groot gezin gedroomd en die wens kwam gelukkig ook uit.
U heeft erg van uw vrouw gehouden en ook nu zie ik dat terug. Als ik de volgende week kom schilderen zit ze naast u. En u kijkt liefdevol naar haar. Ondanks de verwarring en de vergeetachtigheid voel ik een soort thuiskomen als u naar haar kijkt. U voelt zich veilig bij haar.
Uw vrouw is en blijft ook zorgzaam en geduldig.
In stilte zit ze bij u. Ze heeft een traditionele lange jurk aan en een mooie hoofddoek. Om een prachtig geleefd gezicht met diepe rimpels en groeven.
Van uw dochter weet ik inmiddels dat uw vrouw flink is, een harde werkster. En het uitten van emoties lastig vind. Maar ik voel en zie dat ze het moeilijk heeft gehad en nog heeft. Ze is haar man kwijt terwijl hij er eigenlijk nog is. En ze heeft de zorg uit handen moeten geven.
En een schuine mond verraad waarschijnlijk een doorgemaakte TIA. Ineens zie ik haar wat uit haar lange jurk halen en u zegt: "çikolata ister misin?" Ze geeft u een chocolaatje. Ook ik krijg er een aangeboden.
Terwijl ik aan het schilderen ben hoor ik u samen in het Turks tegen elkaar praten. "Kar yağdı!" Zegt uw vrouw. Om een gesprekje te beginnen. U reageert niet en blijft naar buiten kijken. Naar de sneeuw op straat en op de bomen. Ik zie uw vrouw een beetje teleurgesteld naar de grond staren. Ik besluit haar wat te vragen. " Woont u al lang in Nederland?" Ze kijkt mij verbaasd aan en knijpt met haar ogen. "ne diyorsun?"
Ik probeer duidelijker te praten en vraag hoelang u samen al in Nederland bent. Ik krijg het gevoel dat uw vrouw ineens weet wat ik bedoel. En met handen en voeten verteld ze over de tijd dat u naar Nederland kwam en daarna. "Hollanda'da çalışmak" hoor ik tussen de korte Nederlandse woorden. Trots verteld ze over uw çocuklar en de torunlar. U heeft zelfs achterkleinkinderen. Ze probeert u te betrekken bij het gesprek maar u blijft naar buiten kijken.
Er valt een stilte. En ik hoor ineens een snik. Ik kijk op en uw vrouw zit zachtjes te huilen terwijl ze weg probeert te kijken. Ik raak haar arm aan om haar te troosten. En we kijken elkaar aan. Ik zie haar tranen. Ze veegt ze weg met een kreukelige zakdoek. Het blijkt toch erg moeilijk te zijn voor haar en vermoeiend. U spreekt onsamenhangend en ook uw vrouw begrijpt niet altijd wat u bedoeld. Er valt een stilte en ze veegt ineens haar tranen resoluut weg en besluit naar huis te gaan.
"Teşekkür ederim ve yakında görüşürüz" zegt ze en ik groet haar terug.
Het schilderij vordert gestaag en elke week als ik kom schilderen zit u naast mij en volgt u elke penseelstreek. U pakt regelmatig de portretfoto en wijst dan naar de Moskee op het doek. En dan naar de foto die u stevig vast heeft. Het blijkt een portret foto van u, toen u nog jong was.
Uw Turkse achtergrond heb ik geprobeerd te vangen in het schilderij. Omdat u als gastarbeider noodgedwongen ontworteld bent uit uw thuisland. Maar ik merk aan u en uw vrouw en kinderen dat u de traditionele gastvrijheid, de verbondenheid en het respect voor elkaar heeft meegenomen uit Turkije. Het was voor mij erg bijzonder om met u en uw gezin kennis te maken en ik hoop dat het schilderij u recht doet. En dat u het momenten laat terug denken aan dat verre land waar u geboren en getogen bent. Ik zal de bijzondere tijd samen niet snel vergeten. Tijdens het Verhalen Schilderen.

Een halt


Zorggroep Noorderboog, februari 2019

Voorzichtig klop ik op de half open staande deur om je niet te laten schrikken. Ik steek mijn hoofd om het hoekje en ik zie je wat natte blauwe ogen nieuwsgierig kijken van achter je moderne bril.
Ik zie een grote lange man zitten. Een beetje kalend met een stoere snor. In een dikke sweater op een joggingbroek zit je in een verblijfsrolstoel. Je rechter lichaamshelft is aangedaan, zoals dat officieel heet. Het blijkt een flinke beperking. Lopen gaat niet meer zelfstandig en zelfs rechtop zitten is lastig.

"Mag ik verder komen? Ik wil u graag wat vragen." Even is het stil en dan na een tijdje reageer je.
" U? Ik ben geen u maar een jij." zeg je gekscherend.
Inmiddels weet ik van je vrouw dat je net in het verpleeghuis bent komen wonen. Vorig jaar heb je een C.V.A. doorstaan en kwam er een halt. Een halt aan het fijne actieve leven wat je had met de liefde van je leven.
Samen hadden jullie het erg naar de zin in jullie nieuwe appartement. Met de honden en je hobby schilderen. Je was veel aan het schilderen. In de stijl van Bob Ross. Op je kamer staan dan ook de vele schilderijen die je hebt gemaakt. Ik zie ze in een rijtje achter een kastje staan. Ze hangen nog niet aan de muur. Dat moet allemaal nog gebeuren.

Jullie hebben geen kinderen gekregen. Dat heeft jullie niet weerhouden om er samen wat van de maken. De honden speelden een grote rol. Samen wandelen en fietsen.
Als ik naast je ga zitten geef ik je mijn hand ter begroeting. Je pakt mijn hand aan. En ik merk dat je linkerkant aangedaan is door de C.V.A.
" Ik wil je wat vragen, is dat goed?" Het antwoord laat weer even op zich wachten.
"Je wilt dat ik weer ga schilderen!" zeg je met een ondeugende toon.
Je vertelt dat je vrouw je al had verteld over mijn komst en mijn plannen " Nou, lijkt het je wat? " zeg ik.
Het lijkt je erg leuk om weer wat te schilderen en samen gaan we overleggen wat er op doek moet komen. Al snel begin je te vertellen over Anton Pieck. Dat je de pittoreske straatjes in de stadsgezichten die hij schilderde zo leuk vond. En dat je dat wel weer eens wil proberen. Maar dan van de oude Boazstraat in Meppel.

" Dat is wel mogelijk, dan ga ik op zoek naar een foto van de oude Boazstraat rond 1950, is dat goed?" Dat vind je een prima idee.
" Hoe zou je het vinden als ik je portret ga schilderen terwijl jij aan je stadsgezicht bezig bent?" Je kijkt mij aan en er valt weer een stilte. Ik merk dat je er even over moet nadenken.
" Misschien is het wel mooi voor je vrouw." Zeg ik.
Ik zie je geëmotioneerd kijken en je knikt. In de tussen tijd maak ik wat portretfoto's en kletsen we verder over je leven. Ik merk dat je moe wordt. Je gaat steeds meer naar links hangen in je stoel. We besluiten samen naar de huiskamer te gaan.
De volgende week staat je portret geschetst op doek en ook de oude Boazstraat staat op een klein doekje met potlood getekend. Ik zet alles klaar op de tafel en vol enthousiasme begin je te schilderen. Ik merk dat je al snel weer moe wordt. Je hand met de penseel gaan naar boven met de grijze verf en langzaam zakt je arm willoos naar beneden.

Ik krijg het gevoel dat je het niet in de gaten hebt. Ook niet als je schildert waar de verf eigenlijk niet hoort. Ik laat je gaan.
Je hebt het idee dat je lekker bezig bent en Ik wil dat gevoel niet verstoren. Na een tijdje vraag ik;
"Heb je zin in een kopje koffie? " Na een paar seconden reageer je met een ja. Ik moet de koffie in een speciale hoge plastic beker doen, porselein is te zwaar en onhandig. In de welkome pauze praten we samen over de bekende Meppeler kunstenaars. O.a. 

Klaas Smink en Jentinus Ponne. En de prachtige schilderijen van deze mannen. En natuurlijk de Meppeler Muiters waarin je met veel plezier zong.
Ik krijg wel in de gaten dat je vol in het leven stond. Dat je creatief en kunstliefhebber was en nu nog bent. Je vrouw vertelde dat jullie ook regelmatig vakantie vierde op Texel. Daar kon je ook erg van genieten. Lekker met de honden lange strandwandelingen maken. Het buitenleven, daar was je gek op.
Als de koffie op is, geef ik je de penseel weer in de hand en probeer je weer wat te schilderen. Ook nu merk ik dat de handelingen dodelijk vermoeiend is. En ik zie dat je op een gegeven moment alleen nog maar wat met je penseel in de verf roert.
"Zullen we maar stoppen, ik denk dat het tijd is om er een punt achter te zetten voor vanmorgen, ik zie dat het je vermoeid."
Je kijkt mij aan en je hoeft niets te zeggen. Ik zie aan je bleke gelaat en teleurgestelde blik in je ogen dat je dat een goed idee vindt.
Net als de anders breng ik je aan het eind van de ochtend weer naar de huiskamer waar je overdag verblijft. Ik geef je een hand en zeg dat ik volgende week er weer ben.

Inmiddels is je portret bijna klaar. Het stadsgezicht nog niet. De laatste twee ochtenden heb je niet geschilderd. Het was toch te vermoeiend. En was zelfs het praten over vroeger, over kunst en over ditjes en datjes al een uitputtingsslag.
In je portret heb ik je persoonlijkheid geprobeerd te vangen. Van toen en nu. Aan de ene kant het gezicht van een sterke, grote en actieve man. Met een beetje ondeugd. En aan de andere kant, die zelfde man geveld door een C.V.A.

Een C.V.A. die je gevangen genomen heeft. Gevangen genomen in je eigen lichaam. Het heeft voor een halt gezorgd. Een halt aan het leven samen met je grote liefde. Je portret staat, wat mij betreft, symbool voor wie je nu bent. Een sterke en positieve man. Met mooie, ontroerende en bijzondere herinneringen om op terug te kijken. En her te beleven met de mensen die van je houden. Het ga je goed. Je kracht en je positieve instelling zijn voor mij een inspiratie. Bedankt voor onze tijd samen tijdens het Verhalen Schilderen.

Wat zegt u?


Zorggroep Noorderboog, maart 2019


U bent een wat stevig heerschap. Geruit overhemd en nette blauwe broek. Wat een wilde bos sluik grijzend haar. Het valt mij op dat u vaak dezelfde gelaatsuitdrukking heeft.
U loopt met gebogen rug op de gang waarbij u uw voeten net niet genoeg optilt. Uw schoenen maken daarbij een schuivend geluid op het vinyl. De deur van uw kamer staat vaak open. De collega's vertellen dat u het ook wel eens fijn vind om alleen te zijn. Dan gaat u in een grote stoel zitten bij het raam.

Als ik voor een kennismakingsgesprek op de afdeling ben, nodig ik u uit om samen naar uw kamer te gaan. En u vind dat een goed idee. Rustig lopen we samen door de huiskamer naar uw kamer. Als ik naar binnen loop zie ik rechts op de muur boven uw bed grote posters met zeevaart schepen op de muur. Ook op de andere muur hangen foto's en posters van schepen. En als ik met u over de schepen begin te praten zie ik de passie voor de techniek en de oceanen in uw ogen.
U verteld op een wat monotone manier over de kabels, het ruim, de vele containers die er in passen en waarvoor de schepen bedoelt zijn.

Het onderwerp voor het schilderij is dan ook niet lastig. Het moet een schip worden. De week daarna heeft uw vrouw een fotoboek meegenomen met foto's van een van de laatste zeereizen die u heeft gemaakt. U ging dan, tijdens uw pensioen, twee of drie weken mee op een vrachtschip.
U genoot daar met volle teugen van. Als ik naast u ga zitten en de bladzijden van het fotoboek rustig omsla, zie ik u met belangstelling kijken. U zegt weinig en antwoorden op mijn vragen lijkt u af en toe wat teveel te vinden. Als u het niet goed begrijpt wat ik bedoel, zegt u " Wat zegt u ? " in keurig ABN.
Als we weer een bladzijde omslaan zie ik een schip richting horizon varen in zwaar weer. Golven beuken op de boeg van het schip in.
"Het lijkt wel of u in een storm heeft gevaren." U kijkt mij verbaasd aan en zegt : " Wat zegt u?"
Ik herhaal mijn vraag rustig en langzaam en dan hoor ik u op monotone toon zeggen: " Och, dat viel wel mee."
We besluiten die foto uit te kiezen voor het schilderij. Ik maak een foto van de foto zodat ik het niet uit het zo zorgvuldig gemaakte fotoboek hoef te halen.

Van uw vrouw weet ik inmiddels ook dat u na de zeevaartschool naar Delft ging. U studeerde daar voor elektrotechnisch ingenieur. Rond uw vijftigste jaar bent u daar ook gepromoveerd en heeft u aan de universiteit gewerkt.
Als ik daar over praat zie ik aan u dat de herinneringen u goed doen maar ook vermoeien. U valt af en toe in slaap. Ik besluit afscheid te nemen.
Als u dat merkt staat u netjes op en geeft mij een ferme handdruk. " Tot volgende week!" zeg ik. " Wat zegt u?" Hoor ik weer in perfect ABN. " Volgende week ben ik er weer, dan begin ik met schilderen." Ik zie aan u dat u mij niet begrijpt.
"Ik bedoel dat ik volgende week weer op visite kom, dan drinken we samen een kopje thee." Ik krijg een knik. U ontspant. En zonder reactie gaat u weer zitten om verder te bladeren in uw fotoboek.

Als ik de week daarna de afdeling op loop bent u naar de fysiotherapeut. De collega's laten mij alvast binnen op uw kamer en ik zet mijn ezel en materiaal klaar op uw tafel. Het foto boek wat uw vrouw heeft meegenomen ligt geopend op uw bed.
Ik besluit alvast met de onderschildering te beginnen.
Dan komt u samen met de fysiotherapeut binnen en u reageert niet op mijn aanwezigheid. U loopt door zonder oogcontact te maken, naar de stoel bij het bed. U gaat zitten en begint in het boek te bladeren. De collega zegt dat ze er volgende week weer is. U mompelt wat en blijft in het boek bladeren. Ze gaat weg met een knipoog.
Ik loop naar u toe probeer oogcontact te maken. Waarbij ik uw arm voorzichtig aanraak.
"Goedemiddag, hoe gaat het met u?" Als u mij de groet hoort zeggen gaat u meteen staan. U reikt mij de hand en geeft mij een stevige handdruk. "Goedemiddag mevrouw." zegt u netjes.

Ik vertel u wat ik kom doen en ik krijg het idee dat u weer niet goed begrijpt wat ik bedoel. Als u gaat zitten besluit ik de foto op te zoeken van het schip op de woeste zee. Als u de foto ziet zie ik een glimlach om uw mond. Er is herkenning. Ik laat u in het fotoboek bladeren en ik ga weer aan tafel zitten om verder te schilderen.
Inmiddels zitten we zo een tijdje samen in alle rust en stilte. En het is goed. U dut af en toe wat in en dat is prima.
Als ik zie dat u weer wakker bent besluit ik u wat te vertellen over wat ik weet over uw leven.
U bent geboren in Rozenburg. Onder de rook van Rotterdam. Rozenburg is een dorp in Zuid-Holland dat deel uitmaakte van de gemeente Rotterdam. Het is de enige plaats op het eiland Rozenburg. Het dorp wordt omsloten door de industrie van het Botlekgebied.
U bent geboren in een gezin van vijf kinderen. De zee en zeevaart heeft altijd een grote aantrekking kracht op u gehad.

" Het verbaasd mij niets dat u de zeevaart zo boeiend vind, u zag in uw jeugd vast en zeker veel schepen voorbij komen." " Dat klopt inderdaad." zegt u serieus.
Het schilderij vordert en de golven beuken op de boeg van het schip. De lucht betrekt en de horizon is ver.
Vanmiddag ben ik voor de laatste keer bij u en ik maak de lucht iets dreigender dan op de foto. Ik leg uit dat ik het leuk vind de werkelijkheid vaak iets dramatischer of mooier te maken in een schilderij. Ik krijg dit keer geen
" Wat zegt u?" maar een guitige glimlach.
En als ik mijn schilderij inpak en mijn koffer op mijn karretje zet, staat u op en vraagt u ineens belangstellend : " Gaat u weer met de trein?" Een beetje verbaasd over uw alerte reactie geef ik aan dat ik inderdaad eerst weer naar het station moet lopen. " 

U heeft er in ieder geval mooi weer bij." zegt u beleefd.
Volgende week neem ik het schilderij met het schip voor u mee. En als u het dan ziet hoop ik dat u nog eens terug denkt aan die tijd op zee. Waar u gelukkig en thuis was. In de stormachtige avond van uw leven hebben de lichamelijke en geestelijke beperkingen voor flinke hindernissen gezorgd. Maar ik merk dat uw herinneringen levend zijn en dat u daar nog steeds erg van kan genieten. U heeft mij meegenomen naar uw leven vol reizen en avontuur. Het ga u goed. Ik vond het fijn bij u, tijdens het Verhalen Schilderen.

Zorgzame vader



Zorggroep Noorderboog, februari 2019

De gangen in het verpleeghuis worden verlicht door een waterig zonnetje. Ik ben op zoek naar u. Uw naam heb ik door gekregen van mijn contactpersoon. Maar ik ken u niet. Het enige wat ik weet is dat u een heer bent. Als ik de huiskamer inloop vraag ik aan de collega waar ik u kan vinden. " Meneer woont aan de andere kant, u moet even die kant oplopen." En ze wijst naar rechts.

Ik bedank haar en ik loop de gang weer in. In de deuropening van de andere huiskamer staat een kleinere tengere man met wat langer grijs dun haar. In een zijscheiding gekamt. De lok valt bijna op de wenkbrauw.
" Bent u de meneer die ik zoek?" U kijkt mij aan met twee vragende blauwe ogen achter een dikke bril.
"Ja, ja." zegt u vriendelijk. Ik krijg het gevoel dat u niet goed begrijpt wat ik bedoel.
" Ik loop even door, ik kom zo weer bij u." Als de gang verder inloop zie ik ineens uw foto bij de naam die ik zoek. Ik had u toch net ontmoet.

Ik loop terug. En u staat nog steeds in de deuropening van de huiskamer. Ik vraag u of ik even met u mee mag lopen naar uw kamer. En dat ik u wat wil vragen. " Ja, ja " zegt u weer vriendelijk.
Inmiddels heb ik uw dochter gesproken en heeft ze mij wat vertelt over uw tumultueuze leven.

U bent geboren in een gezin met 6 kinderen. Op een boerderij in het plaatste Dalen. U was de jongste. Toen u tien jaar oud was is uw moeder aan een verwaarloosde blindedarm ontsteking overleden. Dat had een grote impact in het gezin. Uw opvoeding is toen overgenomen door uw oudere zussen.
Na de lagere school bent u naar de ambachtsschool gegaan en heeft u voor timmerman geleerd en later zelfs voor bouwkundig tekenaar.
U bent toen naar Wormerveer verhuisd om te gaan werken. Door de woningnood heeft u samen met uw vrouw een tijdje bij een oudere dame ingewoond. Dat was in Coevorden. Later kon u samen een flatje betrekken in Groningen. Dat was heerlijk maar ook een grote stap. Omdat u wat verder van uw familie woonde.

Als ik samen met u naar uw kamer loop krijg ik in de gaten dat het praten niet vanzelf gaat. U kijkt mij aan met uw grote bkauwe ogen en ik weet niet of u mij wel begrijpt als ik u vraag of ik een schilderij voor u mag maken. Maar ik krijg ook niet het idee dat u het niet leuk vind.
Een onderwerp is lastig te bepalen. U bent een man van weinig woorden. En ook uw kamer is sober ingericht. Ik kijk u aan en ineens zie ik een wat melancholische uitdrukking in uw geleefde gezicht.

"Hoe zou u het vinden als ik uw portret schilder? Misschien is dat wel mooi voor uw dochter!"
Zeg ik enthousiast. Ik zie aan u dat mijn vraag binnenkomt. Uw grote ogen worden nat. Er valt net geen traan. Ik leg mijn hand op uw onderarm. " Zullen we dat maar doen dan?" U kijkt mij aan en ik hoor zachtjes:
"Ja, ja."
Terwijl ik met u verder praat over het weer, Steenwijk, uw dochter, de boerderij waar u bent geboren, maak ik wat portretfoto's.
Na een tijdje neem ik afscheid en vertel dat ik er volgende week weer zal zijn. " Ja,ja." zegt u vriendelijk.

Als ik in de trein naar huis ga denk ik na over uw leven. Dat uw vrouw heel ziek werd. En dat de doktoren er niet achter konden komen wat ze had. Ze heeft heel veel in het ziekenhuis gelegen in Groningen. U ging dan elke woensdag en zondag naar haar toe. U deed toen het huishouden naast uw baan. En dat was in de tijd nog helemaal niet zo vanzelfsprekend. Het zegt mij veel over u als mens en over uw band met uw vrouw en dochter. Een echte familieman.

De volgende schilder middag zit u in de huiskamer. Samen met andere cliënten achter een lekker kopje koffie. Een aantal dames hebben de krulspelden ingekregen, er zit een mevrouw te breien terwijl ze gezellig met de buurvrouw zit te praten. En ik zie u van het tafereel genieten. Ik loop naar u toe en ik geef u mijn koude hand. Ik zie uw wenkbrauwen in afschuw omhoog gaan. " Koud!" zegt u. " Klopt! Het is heel koud buiten, ik heb de winter meegenomen!" zeg ik een beetje gekscherend.

"Ja, ja.", hoor ik rustig zeggen. Mag ik bij u aan tafel komen zitten? Dat mag en ook de collega vind het wel gezellig. Ik zet mijn ezel op de tafel en daarop uw portret. Het begint al op u te lijken. Ik begin te schilderen en vertel u over wat ik weet over uw leven. Dat u op de kleinkinderen heeft gepast en dat u heel creatief was. Dat u veel aan houtbewerking heeft gedaan. Na de verbazing zie ik u glunderen.

Het portret begint te vorderen met uw melancholieke uitstraling. U kijkt wat in de verte en het geeft u een wat kwetsbare uitstraling. Ik merk dat het wat met mij doet.
En als ik het verhaal lees wat uw dochter mij heeft toegestuurd, vind ik dat eigenlijk ook niet vreemd. Het leven heeft u getekend. Het verdriet en de wanhoop wat u moet hebben gevoeld als kind toen u het zonder een moeder moest doen. En later sterk moest zijn voor uw vrouw en uw gezin. Het is allemaal in uw uitdrukking te lezen.
En onder de melancholie schuilt ook een kracht, een doorzettingsvermogen. Ik hoop dat u dat ook kan zien in uw portret.
Door het schilderen samen met u heb ik u beter leren kennen. Ook al was het de meeste tijd in stilte. Hopelijk heeft u van mijn aanwezigheid kunnen genieten. Tijdens het Verhalen Schilderen.

De appel valt niet ver van de boom


Zorggroep Noorderboog, april 2019

U viel mij de eerste keer ook al op. Een kleine oudere man, zittend aan het hoofd van de tafel. Stoel naar achteren geschoven en leunend met uw kin op tafel. Als ik met een schilderij bezig was voor uw buurvrouw, zag ik u af en toe even mee kijken. Maar u zei dan niets. Uw ogen volgden de penseelstreken op doek.
Vanmiddag zit u in een sta-op-stoel in de andere hoek van de huiskamer. Bij de televisie. U bent naar André Rieux aan het luisteren en kijken. Ook nu zit u wat voorover gebogen en u kijkt een beetje gespannen. Ik loop rustig naar u toe en stel mezelf voor. Ik krijg een stevige handdruk terug en u stelt zich voor met uw voornaam." Mag ik u wat vragen?" U knikt. " Ik zou het erg leuk vinden om een schilderij voor u te maken, voor op uw kamer."
" Dat liekt mie wel wat." zegt u enthousiast met plat Drents accent. U kijkt mij ineens met heldere ogen aan. Uw reactie verrast mij. Uw uitdrukking was namelijk eerder nog een beetje verdrietig en somber. Het onderwerp kiezen blijkt best wel lastig. Ik weet nog weinig van uw leven en u bent nog niet zo spraakzaam.
Dan vertelt een collega, die het gesprek volgt, dat u vroeger als kleine jongen van Koekange naar Ruinen bent verhuisd en dat u daar, als kind naar jonge man, een mooie tijd geeft gehad. U hield van het buitenleven, de bossen rond Ruinen en de schapen op de hei.
"Is dat een idee? Zal ik een foto opzoeken van Ruinen?" Ik zie dat u het idee goed vindt. Er ontstaat een grote glimlach op uw gezicht. En spontaan begint u te vertellen over die tijd. Een waterval van ervaringen en anekdotes volgen. De lange fietstochten naar school in Meppel, de streken die u onderweg uithaalde en de tijd aan de Benderse bij de Schaapskooi.
U vertelt verder over uw leven in Ruinen. Dat uw vader oorspronkelijk een opgeleid en kundig timmerman was. Maar omdat hij last had van zijn rug moest hij zich laten omscholen. De keuze viel toen op het kappersvak. " Most ie toch mog lange stoan, kreg ie ok last van zien rogge." zegt u een beetje sarcastisch. In die tijd waren er nog aparte kappers voor dames en heren. Heren lieten zich naast het knippen ook vaak nog even scheren. En dat kon dan bij uw vader.
U vertelt dat hij een man van twaalf ambachten en dertien ongelukken was.
U zegt het een beetje met een grijns op uw gezicht, maar ook met trots. "Hij had dus best veel talenten?" vraag ik . "Da was ok so, hij speelde de piano en accordeon en ie makte ok foto's, kon timmern, was monteur en was kapr. "
U vertelt dat uw vader in de oorlog stiekem, op zolder, pasfoto's maakte voor onderduikers en dat u ze dan naar een fotozaak in Meppel moest brengen. U ging daar toch naar school. Voor u was uw jeugd een groot avontuur. Zoals u er over vertelt lijkt het wel een verhaal uit een jongensboek.
Inmiddels staat het tafereel van Ruinen op doek geschetst en kom ik weer op de afdeling met mijn schilderspullen. U zit dit keer weer aan tafel. U zit in de houding die ik inmiddels van u ken. Uw stoel staat een eindje van de tafel geschoven, voorover gebogen met de kin op tafel. Ik stel mij voor en u veert op. Netjes geeft u mij een hand en ik vraag of ik mijn schilderspulletjes op tafel mag zetten. Dat was goed. Ik zet het doek met de schets op de ezel en u herkent meteen Ruinen. U wijst naar de kerk en vertelt dat u daar altijd achter gewoond heeft.
Als ik begin te schilderen gaat u op de praatstoel zitten. U vertelt over uw veelzijdige en muzikale vader, over uw schooltijd en weer over de fietstochten naar Meppel. Dat u naar de Ambachtsschool ging om techniek te leren. " Van Mien va moch ik nie autotechniek lern, en wet eignliek niet waromme."
En dat uw vader dat liever niet wilde; u weet tot op de dag van vandaag nog niet waarom. Later kwam u toch te werken bij een garage in Ruinen. Het bloed kroop waar het niet gaan kon. U vertelt over de nachtelijke ritten, dat u mensen moest ophalen en brengen. " Dan belde de boas mie ût bedde, en dar gong ik." Als een soort taxichauffeur.
U reed ook wel eens te hard. En dan kreeg u de politie achter u aan. En dan doofde u de lichten van de auto tijdens de dollemansrit tussen Meppel en Ruinen. U wist toch wel waar u was en hoe u moest rijden, het was voor u bekend terrein. Maar voor de politiemannen vaak niet. En dan was u ze zo kwijt. Het is alsof u midden in de herinnering zit en het vertelt alsof het gisteren is gebeurd.
" Het skiet al op zèg, je hebt er mar geduld voar." zegt u als u mij bezig ziet. Als ik de lucht voor mijn gevoel wat te donker maak en ik u vertel dat ik het lichter ga maken, krijg ik meteen te horen dat u het juist zo mooi vindt. U geeft duidelijk en helder aan dat het zo moet blijven.
Ik moet er inwendig wat om lachen, u heeft ook een pittige kant die ik nog niet van u had gezien.
U bent nog steeds niet van de praatstoel af en u vertelt over de tijd dat u in een band zat. U toerde door heel Drenthe en Overijssel. U maakte samen traditionele muziek uit Hawaï. U speelde gitaar en u vertelt dat u dat zichzelf had aangeleerd. Als u muziek hoorde, kon u het gewoon zo naspelen.
Vanmiddag is de laatste middag dat ik kom schilderen aan uw geliefde Ruinen, waar u als jongen een goed leven heeft gehad. " Mien va was en fijne man, niet streng, mien moe ok." Waar u op ontdekking ging, streken uithaalde met uw vrienden, ging werken en uw muzikaliteit ontdekte en besloot daar wat mee te doen. " Et vediende gin rode cent, mar et was gewoan mooi om te doen."
U spreekt met trots over uw vader. Het lijkt erop dat het uw voorbeeld was. Op vele vlakken. En als ik naar uw levensverhaal luister, valt de appel niet ver van de boom. Zo vader, zo zoon. Muzikaal, handig, getalenteerd en avontuurlijk. Het was een genot om naar u te luisteren. U heeft een vol en avontuurlijk leven geleid, waar u regelmatig de grens van wat wel en niet kon opzocht.
Ineens zegt u serieus : " Et blef niet altied alent bie ondeugent, soms gin ek ok wel es wat te ver. Mar dar hebn we net euver."
Dat respecteer ik, met een knipoog van verstandhouding. U knipoogt terug. Het ga u goed en ik hoop dat het schilderij van Ruinen u nog eens naar de fijne herinneringen brengt. Ik heb van onze middagen samen genoten, tijdens het Verhalen Schilderen.

Mien knappe breur


Zorggroep Noorderboog, januari 2019

Vanmorgen zitten we gezellig aan de tafel in de huiskamer. U bent een vlotte alerte dame. Mooi wit golvend haar met hoog rode blossen op de wangen. En makkelijk te benaderen.
Door het schilderen met de buurvrouw kende ik u al wat langer. En het idee dat u nu aan de beurt bent maakt u erg blij.
Vorige week besloten dat het een portret moest worden.

"Dat is leuk voor mien zoon." zegt u stellig in Steenwijks accent. Op uw kamer maak ik wat portret foto's en samen kiezen we er een uit.
We lopen naar de huiskamer en daar zitten de beide buurvrouwen al op ons te wachten. We drinken samen nog een kop koffie.

De week daarna staat de schets al doek en u herkent zichzelf meteen. En terwijl ik schilder, vertelt u over uw gezin, dat u met zeven broers en zussen in een klein huisje bent geboren in Steenwijk. Het was een armoedige tijd. En u moest al heel snel als vijftien jarig meisje werken. U kwam in een naaiatelier terrecht waar u het heel erg naar de zin heeft gehad. " Et was hard werkn mar met mien vriendinnen was et nooit saai!" vertelt u enthousiast.

Ineens begint u te vertellen over uw oudste broer. Dat hij bij de marine was.
"As ie de stad in most voor een boodskappie of gewoon iets ánders, dan wilde we altied mee! We warn zó trots op em en ie was so knap in zien uniform."
Terwijl u enthousiast verteld zie ik u glunderen.
U vertelt verder over uw broer, dat hij de oefeningen op de onderzeeër niet zo leuk vond. En dat u dat heel goed kon begrijpen.
"Mut er niet an denkn ien zo'n krappe rûmte." En ik bevestig dat, moet er zelf ook niet aan denken.
De eerste laag zit erop en u ziet zich zelf ontstaan op het canvas. " Jémig, wat eb ik wit hóar, zeg!"
"Prachtig!" zeg ik.
"Ik hoop dat ik later ook zo mooi grijs wordt, net als u."
Ik zie u een beetje verlegen weg kijken.

Dan komt er een meneer binnen en u reageert meteen een beetje gekscherend op het repeterende geluid wat hij maakt.
Mopperend zegt u " Die is altied an et mompelen, it is nooit stille!"
"Ik denk dat hij dat nodig heeft, dat hij rustig wordt van geluidjes maken." zeg ik. " Zou dat het niet zijn?"
U kijkt mij aan en meteen slaat de bui om.
"Dat is ok zo, kan ik mie ok wel en bietsje vorsteln."
De meneer gaat weer de gang in en we hebben het over uw getrouwde leven en dat u later zo genoot van de kleinkinderen. U was een oppas oma. " U heeft ze vast en zeker erg verwend?" " Vast en zeker!"
Zegt u stellig. En we schieten aan tafel
allemaal in de lach.

Als u naar uw portret kijkt hoor ik u tevreden zuchten. "Het is net mien moe." Ineens kijkt u bedrukt en zegt "Mien moe is nooit mer ûtzelfde worden na Mien zus. Mien zus is overledn an hersenvliesontsteking."
Ik kijk u aan en ik zie het verdriet nu nog.
"Dat kan ik mij goed voorstellen, je kind verliezen lijkt mij verschrikkelijk."

U vertelt dat uw moeder tot aan haar dood alleen maar zwart heeft gedragen en dat het overlijden van uw zus een grote sombere tijd binnen het gezin meebracht. Donkere wolken pakte zich samen. De sfeer was om te snijden. Het werken in het naaiatelier was voor u een fijne uitvlucht. Een lichtpuntje om naar uit te kijken.

Het portret is bijna klaar. Van een spontane en open dame. U bent nog steeds goedlachs en gaat lichtvoetig door het leven. Ondanks het geheugenverlies en de lichamelijke beperkingen. Bij tijden bent u nog steeds lekker direct. Het schilderij heeft ervoor gezorgd dat u bij de fijne en de wat minder leuke herinneringen kon komen. Het portret als symbool voor uw gelukkige en actieve leven. Dank u wel dat ik daar deel genoot van mocht zijn. Tijdens het Verhalen Schilderen

Een man met dromen


Zorggroep Noorderboog januari 2019

Elke week als ik het verzorgingshuis binnen loop, zit u in het atrium koffie te drinken. Ik krijg altijd een vriendelijke knik en ik voel u naar mij kijken als ik naar de lift loop en naar boven ga. U bent een net gekleed heerschap, blauwe broek met een geruit overhemd en daaroverheen een mooie rode trui. Uw dunne grijze haar is netjes in een scheiding gekamd en u heeft een klein stoer baardje met snor. En bovenal twee ondeugende blauwe ogen achter een dikke bril.

Terwijl ik in de huiskamer bij uw buurvrouw aan het schilderen ben komt u naar binnen achter uw rollator. U komt naast ons zitten en ik zie u geïnteresseerd mee kijken. Uit de verhalen van de buurvrouw kom ik er achter dat u elkaar kent van eerder. U kwam altijd als postbode bij de boerderij aan de Nijeveense Bovenboer koffie drinken. Zo verteld u over hoe de buurvrouw altijd zo lief en gastvrij was en dat iedereen bij haar welkom was. Voor een luisterend oor, kop koffie en warme voeten bij de kachel. En natuurlijk lekkere verse roddels!

Vorige week kreeg ik een mail van mijn contactpersoon en zei vroeg aan mij of ik voor u ook een schilderij wilde maken. En als ik vanmorgen weer het atrium in loop zit u al lekker aan de koffie. Samen met andere cliënten aan een grote lange tafel. Ik loop naar u toe en stel mij aan u voor. Terwijl ik u mijn hand toereik vertel ik u waar ik voor kom.

U reageert meteen enthousiast en pakt mijn hand stevig vast en ik zie dat u wilt opstaan. Ik weet dat u meerdere C.V.A.'s heeft moeten doorstaan. Waardoor opstaan en lopen moeizaam gaat. "Zullen we hier eerst even samen gaan koffiedrinken?" Met een opgeluchte glimlach gaat u weer zitten en ik trek een stoel erbij. Er wordt al snel voor mij een kop koffie ingeschonken. We zitten gezellig bij elkaar en hebben het over het weer, het drieluik van de Kleine Oever, de komende feestdagen, het eten en andere ditjes en datjes. En als de koffie op is pak ik de rollator voor u en lopen we samen naar de lift. Ik merk dat ik de rollator bij moet sturen omdat u de neiging heeft wat naar rechts te lopen.

Eenmaal aangekomen op uw kamer help ik u in uw sta op stoel en ga ik naast u zitten. Ik vraag naar waar u geboren bent. " Ik ben een echte Meppeler mug." Zegt u met trots." Geboren en getogen!"Inmiddels weet ik dat u postbode bent geweest en dat u dat altijd een geweldig beroep heeft gevonden.

"De vrijheid hé? Het buiten zijn, het contact met de mensen, ik vond het geweldig." "Mijn baas heeft mij heel vaak gevraagd of ik ook een kantoorbaan wou op het postkantoor. Hij zag mij wel in een leidinggevende functie."

Zegt u met voorzichtige trots. U verteld verder dat u er niet zoveel zin in had maar omdat het buitenwerken steeds zwaarder werd, moest u wel. Het leidinggeven ging u goed af. U heeft de uitstraling ook mee. En u durft het wel te zeggen. Lekker direct met een vleugje humor. Tegenover mij zit wel een man met karakter en een sterk persoon. Ondanks de huidige beperkingen zie ik uw veerkracht.

U verteld verder over uw vervroegde pensioen. Dat u met uw vrouw er zo naar uit keek. Samen in de tuin werken, koken, veel fietsen, reizen en met de kinderen en kleinkinderen gezellige dagjes uit. Maar al snel sloeg het noodlot toe. De eerste C.V.A. overviel u samen. Letterlijk en figuurlijk. En daarna nog een C.V.A. en nog een.

Dromen over samen reizen, fietsen en dagjes uit met de kinderen bleven dromen. U had op een gegeven moment veel zorg nodig. U woonde nog thuis. Totdat het niet meer ging. Uw vrouw kon de zorg niet meer bolwerken en noodgedwongen moest u uit elkaar. " Ik maak mij zorgen om mijn vrouw, weet je. En u kijkt mij bedrukt aan. "Ze is heel sterk. Maar het huis is groot en het heeft een grote tuin."

U verteld dat ze ook een dagje ouder wordt en dat het u angstig maakt. Dat ze misschien valt of overwerkt raakt. "Gelukkig komt mijn dochter veel bij haar, ze hebben veel aan elkaar". Het lijkt wel of u zichzelf bemoedigend toespreekt. Bedrukt kijkt u naar de vloer. 

Ik besluit een ander onderwerp aan te snijden. Het onderwerp voor een schilderij. Ik noem wat opties en eigenlijk geeft u meteen aan dat een portret wel wat voor u is. " Voor mijn vrouw en de kinderen." Zegt u ontroerd, met natte ogen. En terwijl we aan het praten zijn maak ik wat portretfoto's van u. We zoeken er samen een uit en de week daarna ben ik weer bij u om er aan te werken. En u vind het geweldig. " U heeft er wel verstand van, ik vertrouw erop dat het wel wat wordt."

Samen zitten we week na week gezellig bij elkaar te praten over uw werkzame leven, over uw vrouw en de kinderen. Totdat het noodlot weer toeslaat. Als ik met mijn schilder tas het atrium inloop zie ik u niet zitten. Het geeft meteen een beklemmend gevoel. Mijn intuïtie klopt. Als ik een collega aanspreek en vraag waar ik u kan vinden, vertelt ze dat u weer een CVA heeft moeten doorstaan. En dat u in het ziekenhuis ligt.

Vanmorgen is de laatste schildersochtend. U bent gelukkig weer uit het ziekenhuis. En als ik de huiskamer inloop, zie ik u nu in een verblijfsrolstoel zitten. U bent afgevallen, uw haar kort geknipt wat piekerig op uw hoofd. U zit wat onderuit gezakt. En dezelfde rode trui als in het portret zit u nu te ruim om uw schouders.

Ik zie aan de blauwe plastic doek waarin u zit, dat u geholpen moet worden met de tillift. Staan gaat dus niet meer. Laat staan lopen. Als ik naast u kom zitten, stel ik mij nogmaals voor en tot mijn verbazing herkent u mij. Ik ben die mevrouw van "de tekening." Het portret van een bijzondere man is bijna klaar en staat voor u op de ezel. "Ben ik dat?" En u kijkt mij verbaasd aan. Ik knik

"Alleen heeft u hier wel wat vollere wangen ." Zeg ik gekscherend. U kan er gelukkig wel om lachen. Dan kijkt u mij aan en zegt u ineens heel serieus

"Dat is ook zo, maar het eten staat mij nu zo tegen."Ik leg mijn hand op uw hand. U laat het toe en zo zitten we samen even in stilte naar uw portret te kijken.U was een man met dromen en grote plannen. Een man met karakter. Een beetje eigenwijs en ongeduldig. Zegt u gekscherend over uzelf. Aan zelfkennis nog steeds geen gebrek. Humor houdt u ook nu nog steeds op de been. Ondanks de frustraties, het verdriet, het verlies en de beperkingen. Het portret is een aandenken geworden aan u. Aan een man met dromen. Hopelijk heeft u kunnen genieten van onze schilder ochtenden samen. Tijdens het Verhalen Schilderen. 

 In Memoriam

Miriam in memoriam.

Meppel juni ,2017

Die verwilderde blik in uw ogen, ik zie het vaak in mijn gedachte. Het weinige haar wat u had sprietig op uw hoofd. Even oogcontact en daarna weer lopen. Alleen maar lopen. U liet mij af en toe meelopen. Dan luisterde ik naar uw gemompel. Reagerend uit gevoel. Niet goed wetend wat u wilde zeggen. Dan wilde ik gewoon aanwezig zijn. Hopende dat u dat voelde. Spulletjes vergaren, ook op de kamers van de anderen. 

Denkende dat het van u was. Een leven vol ellende achter de rug, hoorde ik later. Vertrouwen in mensen al vroeg geschaad. Niemand toelaten in uw innerlijke wereld. Een dikke muur gebouwd waarachter u dacht veilig te kunnen schuilen. De dementie zorgde voor nog meer verwarring en onrust.

 Niemand maar dan ook niemand liet u toe. Vorige week bent u overleden. Op uw sterfbed was de angst verdwenen, de onrust weg. En de ontspanning terug. De dood was uw verlossing. Een schilderij voor u maken daar ben ik niet aan toegekomen. Ik had het heel graag voor u gedaan. Rust zacht Miriam, u heeft het verdient.