Verhalen Schilderen 

Verhalen zijn met toestemming van familie geplaatst.


Mien Gieterse


Augustus 2019

Vanmiddag ben ik aan het eind gekomen van een schildermiddag bij een bewoner van de afdeling. En met dat ik weg wil gaan roept de collega mij nog even bij haar. Ze wil mij voorstellen aan een bewoner waarvoor ik óók voor mag gaan schilderen.
Als ze mij uitnodigt om naar de huiskamer te gaan, zit u in de hoek bij het raam. Een lange oudere man, kalend met grijs haar bij de slapen. U draagt een moderne bril. U bent netjes gekleed in geblokt overhemd en pantalon.

Uw vrouw zit aan de andere kant. U bent samen gezellig een kopje thee aan het drinken. Als ik naar u toe kom lopen stelt de collega mij aan u voor en vertelt in het kort wat ik kom doen. U staat meteen op om mij een begroetende hand toe te steken. Ik zie een mooie glimlach en glunderende ogen. Ik kom u tegemoet en we geven elkaar een stevige handdruk.

Uw vrouw is iets voorzichtiger. Ik ben natuurlijk ook een vreemde snuiter en nieuw op de afdeling. Ik wordt voorgesteld als kunstenares. En "Kunstenares" is natuurlijk ook wel een beetje vaag. En ik zie u denken; "Het is dat ze geen geiten wollen sokken aan heeft "
" U mag er natuurlijk ook nog over nadenken en voelt zich absoluut niet verplicht." zeg ik ter geruststelling. " Zal ik u een mail sturen met informatie? Dan kunt u dat rustig even doorlezen." Ik zie haar opgelucht kijken. Dat was een goed idee. Ik neem afscheid van u beide en de week daarna ben ik er weer.

Als ik de huiskamer nader, staan er twee collega's met elkaar te praten en ik vraag of ik ze even mag storen. Ik vraag naar u en of u ook aanwezig bent.
" Ja hoor meneer is in de huiskamer ." zegt ze enthousiast. En als ik naar binnen wil lopen zie ik u al in de huiskamer staan. Die mooie boomlange man van vorige week. Met weer die prachtige glimlach en guitige ogen. " Ach! Daar bent u! Mag ik u wat vragen? ."

U kijkt een beetje onzeker langs mij heen naar de collega's op de gang. Achter mij hoor ik; " Het is prima hoor, die mevrouw gaat wat leuks voor u doen!" Uw blik gaat weer naar mij en u geeft mij net als de vorige keer een stevige handdruk. " Zullen we even gaan zitten?" vraag ik.
U draait zich meteen om en u loopt voor mij uit naar het bankstel bij het raam. U gaat zitten en ik ga tegenover u zitten.
" Hoe zou u het vinden als ik uw portret ga schilderen, voor uw vrouw, als verrassing!" zeg ik enthousiast. En boven verwachting bent u ook enthousiast. Ik vertel u dat ik wat portretfoto's van u ga maken tijdens het gesprek. Zodat u niet hoeft te poseren. En dat vind een goed idee. U ging er namelijk al voor zitten en meestal komt het dan wat onnatuurlijk over.

U begint te vertellen over Giethoorn. Waar u geboren bent. U bent nog erg verknocht aan het dorp. Ik merk het aan uw gezichtsuitdrukking en uw blije verhalen over het water, vissen met vrienden, de oude rietgedekte boerderijen, de rietkragen, het zwemmen in de zomer en het schaatsen in de winter. Giethoorn zit u in het bloed. En helemaal omdat u uw vrouw er ook heeft ontmoet. Als heel jong viel u op uw "Gieterse".

Zo zitten we nog even gezellig bij elkaar. En in de tussentijd heb ik al wat mooie portretfoto's van u gemaakt. U vertelt verder over uw vrouw, de kinderen, de bonus zonen en de kleinkinderen. U haalt wat mensen door elkaar maar dat maakt niet uit. Ik zie aan u dat u een trotse vader en opa bent. Als ik denk dat ik wel een foto van u heb gemaakt waar ik wat mee kan, besluit ik afscheid van u te nemen.
De week daarna loop ik weer de afdeling op en vind ik u samen met uw vrouw in de huiskamer. Ze verontschuldigt zich omdat ze niet op mijn mails had gereageerd. Ik stel haar gerust en vertel dat ik blij ben om te horen dat ze in ieder geval wel de mails heeft ontvangen en gelezen.

En ook zij geeft aan dat een portret van haar man een goed idee is. Ook al is ze ook nu nog steeds een beetje voorzichtig. Het is dan ook niet zo maar wat. Het idee blijkt toch een beetje vaag en onduidelijk.
Maar na een tijdje en een paar schildermiddagen verder lijkt uw vrouw wat te ontdooien. Ze ziet het ontspannen contact tussen u en mij en het schilderij vorderen.
Als ik vanmiddag weer langs kom zijn u er allebei weer en dit keer is uw oudste dochter er ook op visite. Ze neemt een leuk klein zwart hondje mee. Het hondje springt meteen bij u op schoot. De sfeer is ontspannen en we kletsen over koetjes en kalfjes. Uw dochter vertelt dat ze zelf ook schildert en het heerlijk vind om creatief bezig te zijn. Ik zie u genieten van zijn beide meiden, in stilte. U luistert aandachtig en het hondje krijgt daarbij regelmatig een aai over de bol.

Het schilderij begint te vorderen en krijg bruikbare tips van uw vrouw en dochter. U heeft namelijk dan nog wat een te "dikke kop". Zeggen ze liefdevol. Dat dan weer wel.
De week daarna is uw andere dochter erbij met uw kleinzoon. Het begint erop de lijken dat ik door de familie op de korrel wordt genomen.

Die " kunstenares" uit Meppel die onze vader aan het schilderen is. Het maakt nieuwsgierig.
Na de derde keer schilderen merk ik dat uw vrouw steeds meer aan mijn aanwezigheid went. Als u even naar het toilet loopt begint ze te vertellen over u. Dat u in de stad zomaar mensen aanspreekt omdat u denkt ze te herkennen van eerder. Of dat u steeds mee wil als ze naar huis gaat. " Het is elke keer weer een drama, gelukkig zijn de zusters die hem dan proberen af te leiden." Zegt ze met een zucht.

" Hij is nu vast en zeker in de huiskamer." Een beetje gekscherend, als u na een tijdje niet terug komt. " Dan vergeet hij dat wij hier zijn." Ze kijkt mij aan met een blik alsof ze uw gedrag nog steeds verwonderlijk vind. Terwijl ik inmiddels van haar weet dat u al meer dan acht jaar de ziekte van Alzheimer heeft.
Als ik met uw vrouw aan het praten ben en verder schilder aan uw ingewikkelde geblokte overhemd, brengt een collega u terug naar ons. Alsof er niets aan de hand is gaat u weer zitten en eet verder aan het bakje fruit wat uw vrouw elke middag voor u mee brengt.

Het schilderij is bijna klaar. Het is een portret geworden van een imposante man. Geveld door Alzheimer. En niet alleen bent u er door beknot. Uw hele familie heeft er mee te maken en leeft intens met u mee. Uw vrouw is onbewust aan het "afscheid" nemen. Afscheid van de man van toen, waar ze ooit verliefd op is geworden en een prachtig gezin mee heeft gesticht.

En uw beide mooie dochters raken hun vader kwijt. Hij is er nog wel. Maar niet op de manier waarop zij u soms zo nodig hebben. Mijn aanwezigheid heeft u hopelijk wat rust gegeven. En uw vrouw afleiding. Het portret is bijna klaar. U staat er stralend op. De humor en de energie van vroeger zie in uw geleefde gezicht. Hopelijk doe ik u ermee recht en zal het voor later een aandenken zijn. Voor de mensen die zoveel van u houden. Bedankt dat u mij samen toe liet in uw leven tijdens het Verhalen Schilderen. Het gaat u goed.

"Schilderijen vind ik niets aan"


augustus 2019

Van een stagiaire krijg ik een mailtje dat u belangstelling heeft voor een schilderij. En op welke afdeling u woont met welk kamernummer. De week daarna loop ik erheen en klop aan. Uit ervaring weet ik dat de bellen hier heel luid klinken. En daar schrikken veel mensen van. Vooral als je niet doof bent, of een gehoorapparaat gebruikt.

Er klinkt een duidelijk 'Kom maar binnen!' Ik doe de deur open en daar zit u. Een mooie oudere dame met een klassieke uitstraling, in een fleurig shirt op een sober gekleurde pantalon. U heeft het grijze haar netjes gekamd. En u zit in een prachtige, grote, licht gekleurde stoel. Uw kamer is sfeervol ingericht met op de vensterbank allemaal orchideeën. Witte en paarse. In de hele kamer staan er trouwens bloeiende orchideeën te pronken op van die bruine antieke plantentafeltjes. En overal zie ik ornamenten, leuke decoraties, foto's en kleedjes.

Ik loop naar u toe en begroet u met een handdruk. U geeft mij een stevige hand en zegt duidelijk: "Ga maar eens even zitten." In gedachte hoor ik mijn eigen moeder die ook zo streng kon klinken. En als een timide kind ga ik tegenover u zitten en wacht af.
"Ik zal u eerst even vertellen wat de bedoeling is."
Ik ben enigszins perplex.

Meestal ben ik degene die moet uitleggen wat ik kom doen en wat de bedoeling is. Maar ik krijg het idee dat u al op de hoogte bent en heel goed weet wat u wilt.
"Zie je die foto daar op het dressoir?" U wijst de plek waar ik moet kijken. Ik draai mijn hoofd en zie een kleine foto in een zwart lijstje. "Mag ik de foto even pakken?" Dat mag. Het is een foto van een meisje in een roze jasje, met een ondeugende blik op haar gezicht.
"Wat een prachtig kind, zeg!" ontvalt me.
"Dat is mijn achterkleindochter uit Amsterdam," zegt u trots. " Zou je daar een schilderij van kunnen maken? Niet voor mezelf hoor, want schilderijen... daar vind ik niets aan."

Au, dat is wel even slikken voor deze gevoelige kunstenares.
"Nee, daar vind ik niets aan, foto's zijn veel leuker, maar ach, mijn kleindochter vindt het wel grappig. Mijn zonen maak je ook niet blij met een schilderij, gek hè?"
Wel, de toon is gezet. En de standpunten zijn ingenomen...
Ik vertel u dat ik graag een schilderij van deze foto wil maken, als verrassing voor uw kleindochter, en voor u ook natuurlijk. En ik mag de foto meenemen om er een kopie van te maken.

De week daarna spreken we af in het Atrium, waar u altijd koffie drinkt. U wilt namelijk liever niet op de kamer zitten. U heeft véél te veel afspraken en andere activiteiten, vandaar.
Ik ben er nu wel achter dat u een bezige bij bent, en eigenlijk geen tijd heeft om rustig naast mij te zitten en wat te praten. En ik vind het prima zo en installeer mij aan tafel bij de andere dames in het Atrium.
En daar raken we al snel aan de praat over ditjes en datjes, het weer, de kinderen en de kleinkinderen.
De eerste laag acryl zit erop en u komt na een tijdje toch even bij mij kijken. "Dat ziet er al leuk uit, hoor," zegt u bemoedigend, en met lichte ondertoon van ach-kijk-haar-d'r-best-doen.

"Dank u wel, ik doe mijn uiterste best, maar dit is nog maar de onderschildering." Maar als ik u verder wat wil uitleggen over het schildersproces, loopt u al met gezwinde pas naar de volgende afspraak.
De week daarna zie ik u amper, even bij de koffie en daarna gaat u naar het winkeltje. In het Atrium heb ik gesprekken met de dames en heren aan de koffietafel, en ondertussen vordert het schilderij van uw achter kleindochter gestaag. Met regelmaat komt er iemand kijken en vragen wat ik doe en voor wie. Ik kom soms weinig aan schilderen toe. Héérlijk.
Pas als er kleur in het schilderij komt, merk ik dat u wat langer blijft kijken. En deze week komt u zelfs even achter mij staan. "Goh, dat wordt toch wel erg leuk," hoor ik u terloops zeggen.

"Dank u wel. Ik doe mijn best, hopelijk gaat uw kleindochter het ook leuk vinden."
" Mijn kleindochter? Het schilderij komt eerst bij mij aan de muur!" zegt u bijna verontwaardigd.
Inwendig moet ik even lachen. Missie geslaagd, denk ik in mezelf.

Het schilderij van uw achterkleindochter is nu bijna klaar. Ik heb weliswaar weinig contact met u gehad, maar zo was het prima. U was helder en duidelijk in wat u wel en niet wilde. Voor mij was het even schakelen, maar uiteindelijk was het een feestje om aan dit schilderij te werken. Ik heb het graag voor u en voor uw dochter gedaan tijdens het 'Verhalen Schilderen'. Ook al waren het deze keer wel korte verhalen... Ik hoop van harte dat u geniet van uw prachtige achterkleindochter, in het echt, en ook op 'maar' het schilderij.

Als een baron

Juli 2019

Als wij elkaar de eerste keer ontmoeten, zit u in een verblijfsrolstoel aan de gezellige tafel in de huiskamer. 

U bent een slanke heer met kort geknipt grijzend haar. U heeft een net overhemd aan met kleurige blokken van beige en blauw. Door uw houding en nette kleren heeft u de uitstraling van een baron, althans iemand van adel. Van uw mentor hoor ik dat u - ook vroeger - altijd netjes gekleed bent, en dat u daar veel waarde aan hecht.

Om uw corduroy broek zit een dunne leren riem. En ik zie u druk trekken aan het uiteinde van de riem. U probeert de gesp los te krijgen. Inmiddels ben ik naast u gaan zitten, maar dat krijgt u pas in de gaten als u de riem los heeft gemaakt. U kijkt op als ik u begroet met een: "Goedemiddag." Ik zie twee heldere blauwe ogen in een vermoeid gezicht, nog wat gefrustreerd door de ruzie met die weerbarstige riem.

Ik geef u een glimlach en ik krijg er één terug. Het contact is gemaakt. "Mag ik u wat vragen?" U fronst even en haalt snel uw schouders op. "Zullen we samen even naar uw kamer gaan? Dan kan ik u rustig uitleggen wat de bedoeling is."
U mompelt wat en ik krijg het idee dat u dat wel goed vindt. Ik trek de rolstoel langzaam bij de tafel weg en rij u naar de gang. We slaan links af en samen gaan we naar uw kamer. Als ik de deur open, rij ik uw rolstoel door en plaats u bij het bed. Mijn blik gaat naar de vensterbank en ik zie ik een foto van een oudere dame, vriendelijk in de lens kijkend. In de kast staan ingelijste foto's van vroeger. Zwart- wit. Ik vermoed van uw ouders en grootouders.

De kamer is verder sober ingericht. Alleen het hoognodige is aanwezig.
Ik pak een krukje van de gang en ga naast u zitten. We kijken elkaar op ooghoogte aan. "Ik zou graag een schilderij voor u willen maken." U kijkt mij serieus aan en ik zie u glimlachen. Ik kan u nu wat beter bekijken en zie een leven afgetekend in de trekken van uw gezicht
"Zal ik uw portret schilderen?" vraag ik u enthousiast. U lacht een beetje verlegen en ik hoor u zachtjes en binnensmonds in keurig Nederlands zeggen: "Nou, dat lijkt mij wel wat."

Vanaf dat moment praat ik over het weer, de foto's op de vensterbank en het nieuws in het Dagblad van het Noorden. U reageert weinig, maar u bent wel alert. En ondertussen maak ik verschillende portretfoto's.

Als u reageert, hoor ik u af en toe wat stotteren. Ook merk ik dat u de woorden niet kan vinden die passen bij dat wat u wilt vertellen. Ik probeer zo weinig mogelijk te vragen en maak meer opmerkingen waarbij u de vrijheid en ruimte heeft om op te reageren. En dat doet u vrijelijk.
Als we afscheid nemen, heb ik al een mooie portretfoto gemaakt.
De week daarna staat uw portret op het doek geschetst. Ik loop met mijn schildertas de afdeling op en naar uw kamer. Er klinkt een enthousiaste damesstem door de kier van de deur.

"Er komt vanmiddag iemand schilderen. Het heet 'Verhalen Schilderen'. En die schilderes heeft al voor meer cliënten een schilderij gemaakt."
Ik klop, en als ik de deur voorzichtig openduw, zie ik een collega in gesprek met een mevrouw. U zit in uw rolstoel met de rug naar mij toe.
" Mag ik binnen komen?" vraag ik. "Stoor ik niet?"
" Nee, hóór! Kom maar verder," zegt de collega. En ze stelt mij voor aan de mevrouw die bij u staat. Het blijkt dat ze vaker bij u komt en dat het een gezelschapsdame is. Uw mentor heeft dat voor u georganiseerd, zo heeft u tenminste één keer in de week gezelschap.

De collega gaat weg en wij blijven bij u.
"Vind je het goed dat ik vanmiddag blijf om de eerste laag acryl erop te zetten?" vraag ik. Ze vindt het prima en we houden u deze middag samen gezelschap.
We zien aan u dat u het wel gezellig vindt. U kijkt op en lijkt het gesprek te volgen. Af en toe zien we u glimlachen en wat mompelen. We hebben het over elkaars bedrijf en betrekken u zoveel mogelijk bij het gesprek. U blijft alert en af en toe zie ik uw ogen stralen.

Van de dame krijg ik iets meer te weten over uw leven. U bent een heer met een lichte beperking uit het autistisch spectrum. Zekerheid kreeg u uit een vaste routine, met duidelijkheid en regelmaat. Soms was u ook wat star en kwam u onbewogen over.
U komt uit Zwolle en daar bent u geboren en getogen. Om precies te zijn in Assendorp. Een echte blauwvinger dus! U bent getrouwd geweest, maar u heeft geen kinderen. U was van beroep letterzetter bij een drukkerij. Daar was u altijd erg trots op. En u ging samen met uw vrouw regelmatig op vakantie naar Zwitserland en Oostenrijk.

Inmiddels staat het portret op doek, en stiekem zie ik u verlegen glunderen als we zeggen dat u vereeuwigd wordt en dat u een heel markante uitstraling heeft. Bij het afscheid vertel ik dat ik de volgende week op een andere middag zal komen, zodat u meerdere dagen in de week gezelschap heeft.
De dagen daarna vordert het portret en elke keer als ik bij u zit, zie ik u af en toe opkijken naar het schilderij. En dan is er weer even die glimlach. We hebben het tijdens het schilderen in de huiskamer over koetjes en kalfjes, maar ook over uw beroep als letterzetter. En dat het tegenwoordig allemaal met de computer gaat. U lijkt de gesprekken actief te volgen en ik zie dat het u ontspant.

En dan is er de middag dat ik voor de laatste keer kom schilderen. "U lijkt wel op een baron, een man van adel!" merk ik op. En als dat door de dames aan tafel bevestigd wordt, zie ik u weer wat verlegen lachen. We hadden contact tijdens het schilderen van uw portret, en dat zorgde voor ontspanning. Wellicht is het schilderij een aanknopingspunt dat leidt tot nieuwe gesprekjes. Ik vond het fijn met u kennis te maken en deelgenoot te mogen zijn van uw leven. Onze middagen samen tijdens het 'Verhalen Schilderen' waren - ook voor mij- gezellig en ontspannen.

Dies diem docet. 


Juli 2019
Vanmiddag besloot ik zelf naar het verpleeghuis te gaan op zoek naar een bewoner die misschien wel behoefte zou kunnen hebben aan wat persoonlijke aandacht. Als ik het atrium doorloop en de trap naar boven, stap ik de gang in op de eerste verdieping. Aan het eind van de gang is de huiskamer.


"Goedemorgen" zeg ik ter begroeting. Ik zie hoofden draaien en nieuwsgierig kijken waar de groet weg komt en van wie. " Oh, ben jij het, goedemorgen!" zegt een cliënt aan het hoofd van de grote tafel. " Met wie ga je nu schilderen?" Ik leg uit dat ik nog op zoek ben naar een persoon.
Dan zie ik u mij ineens aankijken. U bent een vollere dame met lang grijs sluik haar in een paardenstaartje. U heeft een fleurig shirt aan op een donker blauwe pantalon. Zoals bij iedereen aan tafel staat er een geurig kopje koffie voor u op tafel. " Mag ik mezelf een kopje koffie inschenken?" 


"Natuurlijk! Daar staat de pot en op het aanrecht staan nog kopjes". Als ik mezelf een kopje inschenk, ga ik naast u zitten." Mag ik u wat vragen?" Ik begin uit te leggen wat de bedoeling is en waarom ik er ben.
"U reageert een beetje terughoudend. Het is natuurlijk ook wel wat. Een schilderij, welk onderwerp, hoe groot, kost het ook wat, wanneer dan, hoe dan?
U zegt niets maar ik zie u denken. " Is het een idee om na de koffie naar uw kamer te lopen? Dan leg ik het u daar uit."


U vind dat een goed idee. En we kletsen gezellig verder over het weer, een collega die een kindje heeft gekregen, het schilderij voor de buurman.
Als u de koffie op heeft, loop ik naar de gang en haal uw rollator. Samen lopen we naar de lift. Het valt op dat het lopen moeizaam gaat, u heeft een wat ronde rug waardoor u voorover buigt tijdens het lopen. Als ik naar uw rollator kijk zie ik dat er een sticker op is geplakt.
"Op de tweede etage uitstappen" 


Dan doen we dan ook. Zodra we de lift uitstappen zegt u opgelucht. " Dat bord daar met de foto's van de zusters, daar herken ik mijn afdeling aan."
We lopen rustig de gang op en als we bij uw kamer aangekomen zijn doet u de deur van het slot. We lopen naar binnen. U heeft de kamer gezellig ingericht. Met sfeervolle schilderijen aan de muur, ik zie overal beeldjes en afbeeldingen van pauwen en een kleurrijke vloerkleed onder moderne meubelen. U nodigt mij uit om te gaan zitten en u gaat in een mooie sta op stoel zitten. 


Als ik u vraag waar u geboren bent begint u te vertellen. Dat u in Meppel geboren bent. En dat het ouderlijk huis bij het Wilhelmina park stond, dicht bij het Willen Smeenge monument. U heeft een zorgeloze jeugd gehad met uw ouders en een oudere zus en een tweeling die later kwam. Het park was uw achtertuin. U was er veel in te vinden. Uw vader was leerkracht aan de school naast Ogterop en u zat op de Zuiderschool.
Uw moeder was huisvrouw en bleef thuis voor het gezin zorgen. Ze had heel vaak last van de rug en als kind kan u zich nog herinneren dat zij veel op de sofa lag. 


Toen u veertien werd verdween het zorgeloze leventje. Uw vader overleed plotseling. Van de conciërge hoorde u later dat uw vader hem nog de opdracht gaf het schoolbord te repareren. Het ging zo zwaar omhoog en naar beneden. Met het bord was natuurlijk niets aan de hand. Het was een voorbode van iets ernstigs. Op weg naar huis zwaaide u nog naar uw vader toen hij ook naar huis fietste. Maar hij zag u niet. Thuis heeft hij een hartinfarct gekregen.
Later in de ambulance is hij overleden en was u ineens uw geliefde vader kwijt. En u heeft geen afscheid kunnen nemen. Het gemis was dan ook bijna niet te bevatten voor een veertien jarig meisje.
U verteld dat het leven voor het overlijden van uw vader nooit meer is terug gekomen. In één klap was u alleen en alles kwijt. En dat voelde toen ook zo.
Onbezorgd kind en puber zijn was er niet meer bij. U voelde zich te verantwoordelijk voor uw kwetsbare moeder en het reilen zeilen in het gezin. U moest daardoor versneld volwassen worden. 


Voor uw verdriet was geen aandacht, geen tijd. Uw moeder hertrouwde later met een man van een bevriend stel waarvan de vrouw ook plotseling was overleden. Het gezin werd gedeeltelijk geheeld. En kwamen stiefzusjes en broertjes bij. Het voelde goed, het nam een beetje de last weg maar het verdriet over het verlies van uw vader en verloren jeugd was ver weg gestopt. U durfde het niet meer toe te laten. Ook later in uw volwassen leven niet. " Heeft u ook een foto van uw vader? vraag ik. " Ja, er staat een foto van hem in de slaapkamer." 


Ik vraag of ik de foto mag pakken. Ik weet intuïtief welke foto het is en ik laat het aan u zien. U pakt het lijstje vast, gaat met uw wijsvinger voorzichtig over zijn gezicht. U kijkt vertederd naar de lachende man in overhemd en pak. 


" Zal ik van je vader een schilderij maken?" Ineens krijg ik het gevoel dat ik wel "je" mag zeggen. " Vind je het goed dat ik je bij je voornaam noem? "Natuurlijk! " zeg je verbaasd. Alsof ik dat al veel eerder had kunnen doen. Je kijkt mij aan en ik zie je nadenken over mijn voorstel.
" Het is misschien wel een mooi aandenken aan je vader." Je knikt en vind het ook een goed idee. Je geeft de foto aan mij en ik haal het uit het lijstje. Ik mag de foto van je meenemen. En als we op staan om weer terug te lopen naar de huiskamer, geven we elkaar spontaan een kus en een knuffel. Gevolgd door een glimlach. " Ik loop met je mee naar de huiskamer, is dat goed?" Je knikt. 


We nemen afscheid en de week daarna ben ik er met de schets op doek. Op je kamer zet ik mijn ezel op de tafel en jij gaat achter mij zitten. De schets herken je meteen. De foto van je vader staat weer op de plank naast je bed. Je verteld dat de foto een uitvergroting is. Oorspronkelijk staat je vader tussen leerlingen op een schoolfoto. " Vandaar natuurlijk ook het nette pak!" zeg ik enthousiast. 


Ik zie je glimlachen. Tijdens het schilderen zie ik in je kamer overal symbolen en beeldjes van pauwen. Je ziet mij kijken en je begint te vertellen. De pauwen staan symbool voor het familiewapen. Je vader stamt uit een hele oude hugenoten familie uit Zeeland. Op een bordje bij de slaap kamer deur hangt: Dies diem docet.
"Wat betekend dat?" vraag ik belangstellend. "De eene dag leert den anderen "zegt u trots. "
Dat is mooi zeg. Een mooie spreuk."
Het schilderij vordert en inmiddels weet ik dat je vroeger o.a. als kleuterjuf hebt gewerkt en dat je pas later bent getrouwd. Je was toen zevenenveertig. Als je dat verteld zie ik dat het je ook zeer doet. De liefde van je leven is overleden. Ik probeer je af te leiden en dat laat je gelukkig toe. 


We hebben het daarna over de huiskamer en de contacten die je daar hebt met de medebewoners. Dat je niet altijd een goed gesprek kan voeren en dat je dat mist. Je geeft aan wel tevreden te zijn en dat je heel bewust bent van het feit dat thuis en zelfstandig wonen niet meer gaat.
Het schilderij is bijna klaar. Het is een portret geworden van een man die eigenlijk te vroeg uit je leven gerukt is. Van een man die zijn gezin heeft achter moeten laten. Terwijl ze hem nog zo nodig hadden. Het heeft je een litteken gegeven die nog steeds niet is geheeld.
Hopelijk heeft de tijd die we samen hebben doorgebracht gezorgd voor fijne herinneringen. 

En je het gevoel gegeven dat je vader niet weg is maar voor altijd in je hart blijft. Ik vond het bijzonder met je kennis te maken, te praten en naar je te luisteren tijdens het Verhalen Schilderen.  

Fereale in de dûnen 


Juni 2019

Als ik voor het eerst met u kennis maak zie ik dat u in een verblijfsrolstoel zit. Een stoel die je ook kan kantelen zodat de persoon die er gebruik van maakt ook kan liggen.
U zit met de rug naar de deur en het gezicht naar het raam. Op uw schoot zit een stoffen Joyk pop. Ze krijgt een aai over de bol en ik zie haar heen en weer bewegen op uw schoot. Zachtjes hoor ik op hoge toon een zingend geluid maken; "Jeeej, jeeejnefejejeeehjeeh."
Ik geef de collega's door dat ik er ben en dat ik u ga uitnodigen om even naar uw kamer te gaan. Ze vinden het prima.
Als ik naar u toe loop zie ik dat u een oudere dame bent. Met zilvergrijs haar en netjes gekleed in blouse en pantalon. En aan uw voeten blauwe verbandsloffen.
Ik pak een krukje en ga naast u zitten. U heeft het eerst niet in de gaten. Uw popje krijgt weer een aai over de bol en ik hoor u in u zelf mompelen. Voorzichtig leg ik mijn hand op uw knie om uw aandacht te trekken. Het werkt. U kijkt naar links en onze ogen ontmoetten. Ik geef u een glimlach maar u kijkt eerst alleen maar. Naar mijn haar, mijn ogen, mijn neus en mijn mond. Eerst indringend en heel langzaam zie ik uw mimiek wat ontspannen.
" Wat in leaf bern." En ik wijs naar de pop op uw schoot. Ik weet inmiddels dat u in Friesland bent geboren en dat we daardoor een connectie hebben. De Friese taal is niet meer mijn sterkte punt. Het komt er wat gebrekkig uit. Maar ik merk dat ik meteen contact krijg. U kijkt mij aan en ik krijg een glimlach. Ook het kind op uw schoot krijgt een lieve lach.
" Zullen we even naar uw kamer gaan? Ik wil u graag wat vragen." U blijft ontspannen en dat is voor mij een teken dat u het goed vind.
Als ik met u de kamer in rij zie ik aan mijn rechterhand een boekenkast met foto's in mooie lijstjes. Foto's van grote groepen mensen. Jong en oud. Ik ga er vanuit dat het familiefoto's zijn.
Ik zet de rolstoel bij de kast neer en ik ga naast u zitten. Ik probeer uw aandacht te vangen door uw knie weer aan te raken en het werkt weer. U kijkt mij weer indringend aan. Ik leg uit waarom ik bij u op visite ben maar ik krijg niet de indruk dat u begrijpt wat ik bedoel. U reageert met korte woorden en de zinnen zijn onsamenhangend en repeterend.
" Mei ik in fotoboek pakken?" Ik zie namelijk een hele stapel in de kast liggen. Ik hoop dat ik daar iets kan vinden wat ik voor kan gaan schilderen. U reageert weer met een wat zingende "Jeeej, jeeejnefejejeeehjeeh." Maar dan trekt de pop op uw schoot weer uw aandacht en u gaat druk aan het shirtje trekken en vouwen. Ik laat u begaan.
Ik pak een oud rood gekaft fotoboek en sla het open. Op de eerste bladzijde zie ik drie vergeelde foto's van een verliefd stel. Ik zie dat het fotoboek gemaakt is ter ere van een huwelijk jubileum.
Ik denk dat ik er wel vanuit mag gaan dat de foto's van u en uw man zijn in uw verlovingstijd. Als ik u een van de foto's laat zien waarin u elkaar innig omarmd, zie ik u heel alert kijken. Wenkbrauwen omhoog en een glimlach. " Is dit jo man?"
U kijkt mij aan en ik zie en voel dat het zo is. De foto van u beiden op het strand met de zee op de achtergrond is zo romantisch en symbolisch voor uw liefde voor elkaar dat ik besluit een schilderij ervan te maken.
De week daarna kom ik met mijn schilderkoffer de huiskamer inlopen.
U bent in een diep rust verzonken. De rest van de dames zitten aan een kopje thee en een plak cake. Versiert met jam en slagroom.
Ik laat u rusten en ik zet mijn spulletjes klaar op rafel. Ik begin rustig te schilderen aan het romantische tafereel op doek.
U wordt op een gegeven moment wat onrustig wakker. En ineens horen wij u heel luid schreeuwen;
"Jeeej, jeeejnefejejeeehjeeh!" We schrikken er allemaal een beetje van. U kijkt verwilderd om u heen.
Het popje op schoot lijkt vanmiddag niet te helpen. Ik probeer nog wat afleiding te geven door naast u te gaan zitten maar de onrust blijft en ik besluit naar huis te gaan. De prikkels zijn waarschijnlijk teveel.
De weken daarna vordert het schilderij, u bent er de ene keer in zich zelf gekeerd en de andere keer alert en wakker. Dan hebben we contact maar meer ook niet. Op gevoel. Het is genoeg voor u.
Vanmiddag is de laatste schilder middag. Als ik de huiskamer inloop zegt de collega dat u in bed ligt. U heeft een insult gehad.
Ze loopt met mij mee en als ze mij voor gaat hoor ik zachte muziek en zie ik een golvende zee op het plafond geprojecteerd. U ligt lekker onder de dekens in bed. Er hangt een heerlijke ontspannen sfeer in uw kamer. Ik vraag of ik niet stoor als ik er óók nog bij ga zitten. Maar de collega geeft aan dat u dat niet erg zal vinden. Mijn aanwezigheid zal u alleen maar geruststellen. Ook al bent u in diepe rust verzonken.
Ik zet mijn spulletjes klaar en begin met de laatste details van het romantische tafereel. In de veronderstelling dat u slaapt kijk ik even om. En ik zie twee prachtige wakkere blauwe ogen. Als u mij ziet glimlacht u. En begint u wat onverstaanbaar te mompelen.
Het schilderij maak ik vanmiddag voor u af. Het is wat mij betreft een symbool geworden van uw jeugd en de liefde die een ieder van ons kent of heeft gekend.
Ook nu u oud en ziek geworden bent leeft die jonge verliefde meid in de duinen nog steeds in uw hart, voelt u nog steeds de vreugde, troost en steun van uw lief, maar ook het verdriet van het verlies. De dementie heeft er voor gezorgd dat u de huidige wereld ervaart alsof u door melkglas kijkt. Troebel en onduidelijk. Hopelijk heeft het tafereel momenten voor helderheid gezorgd. En dat u even naar die mooie tijd terug kon gaan en kon voelen hoe gelukkig u toen was. Ik vond het bijzonder om even deelgenoot te zijn van uw leven tijdens het Verhalen Schilderen  

Mijn lieve jongen

Juni 2019

U woont helemaal aan het eind van de gang op de derde verdieping. Ik stap de lift uit en loop naar uw kamer. Van de collega's weet ik dat u een actieve dame bent, die drie keer in de week naar een dagbesteding gaat. Vanmiddag is de enige middag die u nog vrij heeft. En vanmiddag ben ik ingepland in uw volle agenda.

Als ik naar uw kamer loop, zie ik dat de deur op een kier staat. Ik klop aan en hoor een rustige stem zeggen: "Kom er maar in."
Binnen ruik en zie ik een zweem van sigarettenrook. Uw kamer is sober ingericht met her en der beeldjes en wat gezellige decoraties. In de vensterbank staan enkele potten met kunstplanten.
U bent een slanke dame met een vlot golvend grijs kapsel, modern gekleed, met een fris gekleurd T-shirt en hippe broek.
Ik stel mij aan u voor. Als ik met "u" begin, wimpelt u dat beslist af. "Zeg maar gewoon jij, anders voel ik mij zo oud!"

Vanaf dat moment tutoyeren wij elkaar en is het ijs gebroken. Ik vraag of ik naast u, eh ...je, op de bank mag gaan zitten. Dat mag. Ik kijk de kamer rond en zie een blankhouten kast met glazen raampjes tegen de wand. In de kast een mooi servies met oude, Engelse kopjes en wat foto's in lijstjes. Ook staat er een ingelijste zwart-wit foto, een portret van een knappe jongeman. Hij valt mij op. Ik weet niet waarom. De manier waarop hij kijkt misschien.
Als ik vraag waar je vandaan komt, begin je meteen geanimeerd te vertellen. Dat je in De Krim bent geboren. Een klein dorp tussen Slagharen en Coevorden. Je ouders waren hard werkende mensen. Je had twee broers en een jonger zusje. En je vader was eigenlijk tuinder, maar omdat destijds het werk schaars was, werkte hij bij de boeren in de omgeving. 

Je was best een beetje ondeugend vroeger. Toen je zestien was, ging je vaak op zondag in Slagharen uit dansen. Je fietste daar met vriendinnen naar toe en dan moest je natuurlijk van je ouders op een bepaalde tijd weer thuis zijn. Je kwam regelmatig te laat, en om een straf te ontlopen liet je een keer, een kilometer van huis, lucht uit de fietsband lopen. Om je ouders te zeggen dat je niet op tijd thuis had kunnen komen, omdat je een lekke band had...

Dat ging één keer goed, ze trapten er in. Maar wat bleek de tweede zondag? Je vader stond buiten te wachten. En hij zag je in de verte in het licht van een lantaarnpaal het ventiel losdraaien. Je hebt toen zes weken huisarrest gekregen. En een wijze les geleerd.
"Heb je zin in koffie?" vraag je vriendelijk. "Heerlijk, fijn, dank je wel." Als we zo samen gezellig bij elkaar zitten, vertel ik wat ik kom doen, en ik vraag of ik een schilderij voor je mag maken.

Je kijkt mij aan, en zonder een antwoord te geven sta je op, pak je de rollator en loop je naar de buffetkast met glazen raampjes. Ik zie dat je het fotolijstje pakt met daarin de foto van de jonge man. "Je mag hém wel schilderen," zeg je rustig en ook heel resoluut.
" Wat een mooie vent, zeg. Is hij familie van je?" vraag ik enthousiast.
Als ik opkijk, zie ik de tranen in je ogen opwellen. Ik schrik ervan. Bang dat ik wat verkeerd heb gezegd. Je loopt terug naar de bank. Als je weer bij mij komt zitten, leg ik mijn hand op je knie. "Och, waarom doet de foto je verdriet?"
" Hij liep achter mij langs in de tuin en ik heb niets gemerkt," zeg je met een snik in je stem. " Wat is er gebeurd, of, als je er liever niet over wil praten...?" vraag ik bezorgd. Nog steeds heb ik mijn hand op je knie. "Dat wil ik wel. Ja, mijn zoon heeft zichzelf van het leven beroofd. Deze foto is een maand daarvoor genomen."

Er valt een stilte tussen ons.
Ik weet ik niet wat ik moet zeggen. In gedachten zie ik je in de zon zitten. In je tuin. Kopje koffie en de Privé op een tafeltje naast je. Sigaret in je hand. En ik zie je zoon. Je prachtige jongen. Hij loopt achter je langs, raakt je misschien even op je schouder aan en loopt naar de schuur. Om wat te pakken, denk je.
Na een kwartier denk je bij jezelf: "Wat duurt het toch lang." Je roept iets. Geen antwoord. Je loopt naar de schuur om te kijken of je hem kan helpen. Je opent de deur van de schuur en...

Ik zie dat je de foto van je eerste kind op schoot hebt liggen en nog steeds huil je zachtjes. Ik leun wat tegen je aan om je te troosten. Maar ik voel dat er een verdriet is dat nooit weg zal gaan. "Zou je dat willen doen, wil je van hem een schilderij maken?" hoor ik je snikkend zeggen. "Natuurlijk, dat doen we." Het is een poging je te troosten.
Bij het afscheid ben ik nog steeds ontdaan. Maar ik besef dat ik er iets heel moois van moet maken. Voor jou. En de week daarna staat de schets op doek.
Als ik die week daarna de kamer binnenkom, word ik hartelijk verwelkomd. Je weet nog heel goed wat ik kom doen. Ik installeer mijn schildersmateriaal op de salontafel. Je bent meteen geïnteresseerd. Je wilt meekijken en mee beleven hoe je eerste kind op doek tot stand komt.
In de tussentijd vertel je meer over je leven. In De Krim ging je naar de lagere school en later naar de huishoudschool in Slagharen. "Bij de nonnen," zeg je met een ondeugende glimlach. "Het was een geweldig mooie tijd. Ik moest veel nablijven en strafregels schrijven op het bord. 'Ik mag niet te laat komen, ik mag niet te laat komen, ik mag niet te laat komen', en dat dan honderd keer," zucht je guitig en met wat binnenpret. Alsof je weer dat meisje van toen bent.
Je vertelt dat er een vriendengroep was van jongens en meiden. En dat jullie veel met elkaar optrokken, gingen dansen en kattenkwaad uithaalden.

Een ervaring op de nonnenschool is je tot de dag van vandaag bijgebleven. Regelmatig waren er nonnen 'overspannen' en die gingen dan een tijdje naar een sanatorium. Na een paar maanden kwamen ze dan weer terug met een 'vondeling'. Uiteindelijk kwam je erachter dat ze een baby hadden gekregen. Maar omdat dat natuurlijk schande was, werd de kinderen wat op de mouw gespeld. Terwijl iedereen later wel wist hoe de vork in de steel zat.
Inmiddels vordert het portret van je zoon. Het zorgt voor tranen, maar toch ook soms voor een lach. "Ik neem je knappe zoon weer mee naar huis, hoor," zeg ik elke middag, als ik opruim. We moeten er dan samen om lachen.
Vanmiddag is de laatste schildersmiddag, het portret is bijna klaar. "In het atelier ga ik nog wat kleine dingetjes aanpassen en dan neem ik het afgelakt weer mee. Volgende week ben ik weer!"
" Is het nog niet klaar dan? Wat moet er nog gebeuren?" zeg je wat ongerust. Ik vermoed andere woorden. Zoiets als "Laat hem maar mooi hier."
Als ik je volgende week het schilderij ga brengen, hoop ik dat je het gevoel hebt dat hij weer een beetje bij je is. Ondanks de steun van je beide dochters is het verdriet om zijn verlies soms nog zo scherp aanwezig. "Je hoort als ouders je kind niet te verliezen, en helemaal niet op deze manier."

Het gemis blijft een wond die nooit zal helen. Door je zoon te schilderen heb je hem misschien weer even toe kunnen laten, kon je in ieder geval over hem praten en kon je je verdriet delen. Je hebt herinneringen opgehaald en hem aan mij voorgesteld. Het schilderij is een eerbetoon geworden. Aan je kind, je zoon, die veel te vroeg van je weg ging.
Het was goed deelgenoot te mogen zijn van je leven tijdens het 'Verhalen Schilderen'.

Bijna Honderd


Mei 2019

U bent een kwieke dame. Haar netjes gekapt en altijd keurig in de kleren. Op de huiskamer zie ik u genieten van de gezelligheid met de andere dames. U komt daar regelmatig een kopje koffie drinken waarbij u nog met de rollator van en naar uw kamer loopt. Als ik het appartement nader voor een kennismaking gesprek, zie ik dat de deur open is. U zit in een mooie comfortabele stoel bij het raam. Ik klop aan en u gebaart dat ik binnen mag komen. 

Als ik naar u toe loop vallen mij de mooie notenhouten meubelen op. De decoraties aan de wand zijn met zorg gekozen en opgehangen. In uw kamer hangt een heerlijke huiselijke sfeer.
Ik geef u een hand en ik stel mij voor. En u doet hetzelfde. " Mag ik even bij u gaan zitten?" Alsof de vraag totaal overbodig is zegt u "Och, natuurlijk, ga lekker zitten!"
Ik vertel u waarvoor ik bij u op visite kom. En het idee van een schilderij vind u wel leuk. Gezellig kletsen we verder en u vertelt over uw jeugd en waar u geboren bent.

Net buiten Koekange. Aan de Meester H. Smeengeweg. U groeide op in een gezin met vader en moeder en zeven kinderen. Uw jeugd was onbezorgd en vreugdevol. U vertelt dat u in Koekange naar de lagere school ging en dat u daarna 'uit werken' ging. U kreeg een baantje bij de slager Koetsier in Meppel.
" Moest u dan op de fiets van Koekange naar Meppel?" vraag ik oprecht verbaasd. "Dat is toch best wel een eind fietsen, toch?" Met een wat krakende stem en met een glimlach vertelt u dat u elke dag van Koekange naar Meppel fietste en andersom. In weer en wind. Bij de zomerdag en in de winter. " Dat was ik gewend." zegt u nuchter.
" Soms mocht ik met de trein mee omdat het regelmatig laat werd. Ik was pas vrij na sluitingstijd van de winkel. Dan stopte de trein speciaal voor mij midden in het Koekangerveld en trok de machinist mij zo de trein in met mijn fiets."
"Vond u dat niet spannend?" zeg ik een beetje ongerust. "Nee hoor, meestal was het mijn vader, die werkte op de trein, ik nam altijd een worst voor hem mee, dan was hij weer blij en tevreden." zegt u met een grote ondeugende lach op uw gezicht.

Ik zie het tafereel helemaal voor mij. Zo'n jonge meid van 16 jaar die samen met haar fiets de trein in geholpen wordt en bij Koekange er weer uit springt en zich omdraait en nog even zwaait naar haar vader die verder rijdt naar Leeuwarden.
Als ik u vraag naar een onderwerp voor uw schilderij is het toch best wel lastig een onderwerp te bedenken. In eerste instantie zitten we te denken aan het geboortehuis aan de van Smeengeweg. Maar als u ineens vertelt dat u al bijna honderd jaar wordt komende augustus stel ik u voor uw portret te schilderen. " Is dat niet een leuk idee, dat is misschien ook wel mooi voor uw kinderen!"

U lacht een beetje verlegen en uiteindelijk zie ik dat u het toch een goed idee vind. Ik maak wat portretfoto's en samen kiezen we er een uit. U staat er breed lachend op met uw heldere bruine ogen.
De week daarna ben ik er weer en dan staat de schets op doek en u herkent zichzelf meteen al. " Oei, ik heb toch best wel veel rimpeltjes." zegt u een beetje ongerust." "Dat is ook wel een beetje zo maar u bent ook al bijna honderd jaar, toch? En ondanks de leeftijd vind ik u nog een prachtige vrouw."

Ik zie dat u door het compliment weer wat verlegen wordt. Zachtjes zegt u " Dat is ook wel een beetje zo." Als ik ga schilderen, vertelt u verder over uw tijd bij slager Koetsier in Meppel. En dat u daar de liefde van uw leven heeft ontmoet. Hij werkte daar ook en uiteindelijk bent u getrouwd en heeft u drie prachtige kinderen gekregen. Twee meisjes en een jongen.
De weken daarna is uw dochter er ook bij. En samen zien we het schilderij vorderen en hebben we het over vroeger, over de kinderen, uw positieve instelling en dat u uw dochter een hele fijne jeugd heeft gegeven. In haar mail staat. 'Mijn moeder was er altijd voor ons, als we uit school kwamen zat ze klaar met een pot thee een kaakje en dan kon ik heerlijk vertellen over wat ik die dag had meegemaakt '

Inmiddels gaat het langzaam minder met u. De goede dagen wisselen zich steeds vaker af met wat "slechte" dagen. U valt af en u heeft het met regelmaat benauwd. Het eten smaakt u niet. U bent zich er heel bewust van dat het einde nadert. We hebben het er openlijk over. "Bent u ook bang?" vraag ik u op een gegeven moment. " Oh, nee hoor, mijn tijd is gewoon gekomen, ik heb een lang leven gehad, het is goed zo." zegt u rustig.

Vanmorgen is de laatste schildersochtend en uw portret is bijna klaar. " Waar heb ik dit toch aan te danken?" vraagt u verbaast, net als vorige week. Ik leg weer rustig uit dat het een cadeau is van ons allemaal omdat u honderd wordt. En u reageert elke keer weer verrast en blij. En zie ik uw mooie ontwapende lach.
Het is een portret geworden van een actieve, zorgzame en lieve vrouw. Een sterke dame. Die als jonge meid midden in het leven stond, vooruitstrevend was en geen blad voor de mond nam. Nog steeds zie ik die kracht in uw uitstraling, ondanks de beperkingen van het ouder worden.

Ik zie het ook terug in uw dochter. Dezelfde betrokkenheid en liefde voor de ander. Ik ga er natuurlijk vanuit dat u honderd wordt. Maar mocht u dat niet gegeven zijn is negenennegentig óók nog een zeer respectabele leeftijd. En eigenlijk vind u dat ook.
Ik heb het erg naar de zin gehad bij u, u was lief en zorgzaam en u bent een inspiratie geweest. Ik hoop dat u nog lang mag genieten van de dagen die u gegeven zijn. Het portret zal een aandenken worden aan een bijzonder mooie vrouw. Ik ga nog vaak aan u terug denken tijdens het Verhalen Schilderen. 

My huis in Afrika


Mei 2019

Al een aantal keer heb ik u eerder op de afdeling gezien. Terwijl ik voor andere cliënten aan het schilderen was. U was dan in uw verblijfsrolstoel op de afdeling aan het rijden. U bent een knappe lange man met een volle bos grijs haar.

Af en toe kwam u dan de huiskamer binnen trippelen. En achter mij zitten. In stilte volgde u dan de penseelstreken en luisterde u naar de gesprekken die ik had met de cliënten aan tafel.

"Ramdreromderam." Hoorde ik dan regelmatig. U maakt repeterende geluiden. De klemtoon ligt op de "ram" waarbij u een mooie rollende r maakt. Het praten gaat niet meer zoals eerder. Een korte ja of nee lukt nog en korte zinnetjes ook. U bent daarnaast in u eigen innerlijke wereld verzonken waarbij u af en toe nog uit komt door een liefdevolle aanraking of vraag.

Als ik vanmorgen de huiskamer in kom, zit u in uw rolstoel naar de televisie te kijken. Ik loop naar u toe en pak een stoel erbij om naast u te gaan zitten. U bent geconcentreerd aan het kijken naar een programma met een dierenarts op Discovery. Ik maak contact door even uw arm aan te raken. U kijkt mij aan en ik krijg een voorzichtige tandeloze glimlach. "Interessant he? Hoe die man dat kalf helpt geboren te worden."

Ik krijg geen reactie. U kijkt verder. Ik besluit naar uw kamer te gaan om te kijken of daar fotomateriaal is. Als ik een rood fotoboek onder een stapel bladen en boeken vind, sla ik het open.

Inmiddels heb ik van uw zoon heel veel informatie gekregen over uw lange en gevulde leven. De foto's corresponderen met wat ik van u weet. Als ik met het boek weer terug loop naar de huiskamer ga ik weer naast u zitten. U bent nog steeds geïnteresseerd aan het kijken

" Rompetromerampredam." U bent in zichzelf aan het mompelen. Als ik u een foto van uzelf laat zien en vertel wat ik inmiddels weet, kijkt u op en wijst naar de foto waarop u met een paard staat. U staat naast het mooie dier, pal in de zon.

" U lijkt hier wel een filmster, zó uit een western gelopen, knap bent u hoor! " U glimlacht en u kijkt weer op, naar de televisie.

Ik krijg het idee dat van deze foto een schilderij van gemaakt moet worden.

De week daarna staat de schets op doek. Ik loop de huiskamer binnen en ik zie u nergens zitten. De collega verteld dat u wat onrustig bent en aan het rondrijden bent op de afdeling. Inmiddels weet ik dat we u dan uw gang moeten laten gaan. Ik besluit bij de andere bewoners aan tafel te gaan zitten.

Ik zet mijn spulletjes op tafel en begin te schilderen. Uw zoon heeft verteld dat u in 1936 in 't Zand bent geboren. Een dorpje dicht bij Groningen. U was de oudste van een de twee kinderen in het gezin. Uw zus was gehandicapt en leed aan epilepsie. Later is ze opgenomen in Wagenborg, een toenmalige instelling voor gehandicapten. Uw zus is inmiddels overleden. U bent opgegroeid op een boerderij en het was toen eigenlijk heel normaal dat uw vader de boerderij over zou nemen van zijn vader en dat u het weer van hem zou overnemen. Maar dat is niet gebeurd. Uw vader werd o.a. landarbeider en heeft bij de steenfabriek in ten Post gewerkt.

U was op school altijd de beste van de klas, u haalde alleen maar negens en tienen. Jammer genoeg mocht u niet naar de HBS van uw ouders. Zij vonden het beter dat u naar de lagere landbouwschool ging. Uiteindelijk heeft u ook de middelbare landbouwschool afgemaakt en was u al vanaf uw dertiende jaar veel aan het werk. Op de boerderij en als slootgraver.

Toen u achttien jaar werd volgde de militaire dienst. U werd wachtmeester bij de landmacht, afdeling artillerie. In die periode besloot u om te emigreren naar Zuid Afrika. Daar heeft u 2 jaar gewerkt als bedrijfsleider op een vee boerderij.

Ineens hoor ik in de verte "Romberpdrompedrom " U bent in de buurt. En als u op de gang mij bezig ziet in de huiskamer zie ik dat het u toch een beetje nieuwsgierig maakt. U stuurt uw rolstoel de huiskamer binnen en komt achter mij staan. Ik geef u de foto die ik op A4 heb uitvergroot. Weer zie ik uw tandeloze glimlach.

" U reed zeker heel veel op een paard in Afrika?" U kijkt mij verbaasd aan. Alsof u denkt :" Hoe weet zij dat nou weer?" Ik vertel u verder over wat ik weet over uw leven. Uw reis naar Afrika en uw leven daar.

Na twee jaar kwam u toch weer terug naar Nederland om uw militaire dienstplicht af te maken. Daarna ontmoette u uw vrouw en kreeg u vier kinderen. Drie meisjes en een jongen.

Na verloop van tijd begon het toch te kriebelen en u wilde toch weer naar het buitenland. Toen bent u gaan werken voor de SNV (Stichting Nederlandse Vrijwilligers) en werd uitgezonden naar Kameroen, gelegen in West Afrika.

In die tijd zijn twee kinderen geboren waaronder o.a. uw zoon. U gaf leiding aan een groot landbouw en veeteelt project en school waar de lokale bevolking onderwijs kregen in landbouw. Na Kameroen volgde uitzending naar Indonesië. U ging werken voor het ministerie van Buitenlandse zaken, ook in de functie van ontwikkelingswerk. Hier werkte u vooral in de tuinbouw.

Als ik u vertel over die tijd en over hoe knap ik het vind dat u dat avontuur heeft aangedurfd kijkt u heel rustig en zelfverzekerd. Alsof het toen heel gewoon en vanzelfsprekend was. Ik krijg het gevoel dat het uw roeping was. Een passie om mensen te helpen.

Even zitten we in stilte en terwijl ik verder schilder hoor ik u wat mompelen en ik zie uit een ooghoek dat u de rolstoel draait en van mij weg rijd. De gang weer in. Ik besluit te stoppen. Ik ruim mijn schilder spullen op en neem afscheid van de dames aan tafel. Op de gang kom ik u nog even tegen. Ik geef u een hand en ik krijg een stevige handdruk terug. " Tot volgende week!" "Rampredrompertamre" Hoor ik terwijl ik de gang uitloop.

Als ik naar het station loop denk ik nog even over leven na. En wat uw zoon mij heeft geschreven. Vanuit Indonesië verhuisde u met uw gezin naar Kenia, gelegen in Oost Afrika. U gaf daar leiding aan een groot irrigatie project met honderden boeren verenigd in een coöperatie. Later heeft u ook nog een periode gewerkt in de pootaardappelteelt. Ook weer een groot project. U was helemaal in uw element. Eindelijk de uitdaging en de verantwoordelijkheden die u aan kon en waar u gelukkig van werd.

Omdat de kinderen ondertussen naar Nederland moesten om te studeren bent u met het gezin weer terug gegaan naar Nederland. In de jaren hierna heeft u nog vele jaren gewerkt voor de ontwikkelingshulp en werd u uitgezonden naar diverse landen in Afrika, maar ook Oost Europa. U ging daar alleen heen en kwam dan af en toe thuis.

Als ik de trein instap realiseer ik wat u allemaal heeft gedaan en wat een vol en avontuurlijk leven u heeft gehad.

De week daarna staat u in de eerste laag acryl geschilderd op doek. U zit dit keer rustig in de huiskamer. Ik pak een stoel en ga naast u zitten. " Goedemiddag, hoe gaat het met u?" U kijkt mij aan en ik krijg weer die mooie tandeloze lach. Ik besluit meteen alles klaar te zetten. En als het doek op de ezel wil zetten grist u het u mijn handen. Uw knokige vingers raken het doek voorzichtig aan. "drompedtrom mooi peerd."

"Mooi paard hé ? Heel mooi hoofd heeft ze." zeg ik. " Zeker rampedrampedram." Hoor ik u zacht zeggen.

Het doek zet u voorzichtig weer op de ezel. Ik mag er verder aan werken. U blijft geïnteresseerd kijken en af en toe hoor ik "prachtig."

U zoon schrijft verder. Toen u 58 jaar was bleek u blaaskanker te hebben en bent u hieraan geopereerd. Het gevolg van de ziekte en operatie was dat u werd afgekeurd en in de WAO belande. Dat vond u vreselijk. U kon niet meer ondernemen en werken zoals u het gewend was. U heeft tot uw 70e jaar nog wel kortere projecten gedaan in de ontwikkelingshulp, maar niet meer op het niveau van de jaren daarvoor.

Aanvankelijk woonde u in Eelde Paterswolde en later verhuisde u met uw gezin naar Loppersum. Daar heeft u het huis van uw dromen gekocht, villa Zwaaihorn. Later heeft u dat huis verkocht. En bent u naar Uithuizen verhuisd. Door de voortschrijdende dementie was het gezin genoodzaakt het huis te verkopen en bent met uw vrouw en dochter naar Steenwijk verhuisd. En uiteindelijk moest u opgenomen worden.

Tijdens het schilderen pakt u met regelmaat even de foto van het paard en van uzelf. Ik krijg het gevoel dat u het wel fijn vind al weet ik niet of u zich die tijd nog kan herinneren. Het schilderij van uw beeltenis maakt in ieder geval wat bij u los. En ik hoop dan ook dat het u later ook fijne momenten zal geven. Dat het een aanleiding zal zijn om even terug te gaan naar die mooie tijd van dat gevulde en actieve leven op de verschillende continenten.

Ik heb in ieder geval genoten van onze momenten in stilte en puur contact. En ik ben blij u te hebben ontmoet tijdens het Verhalen Schilderen. 

Prima Ballerina

Maart 2019

Als ik voor ons kennismakingsgesprek de lift uitloop naar uw kamer, is er een ploeg mensen bezig om de deuren te voorzien van plakplastic. Iedere deur krijgt zijn eigen persoonlijke uitstraling en kleur. Het geeft de afdeling een frisse en knusse uitstraling. Het is net of je in een straatje loopt langs rijtjeshuizen. 

Aan een van de collega's vraag ik waar u woont en zij wijst mij vriendelijk de weg.
Eenmaal aangekomen bij uw mooie blauwe voordeur zie ik dat het op een kiertje staat. Ik klop zachtjes aan. En kijk om de deur om te zien of u er bent.
Ik zie een kleine ranke dame aan de tafel zitten. De tafel staat met een kant tegen de muur en u zit aan de zijkant, ook met de rug tegen de muur. U bent iets aan het doen op uw schoot. Ik zie de rits van een roze toilettasje. Het grijze, bijna witte haar, netjes gekamd. En achter uw ogen en bij uw neus een doorzichtige plastic slang. En dan hoor ik het geluid ook wat daar bij hoort. U krijgt zuurstof.

" Goedemorgen, mag ik even bij u binnen komen?" zeg ik zacht. Om u niet te laten schrikken.
U veert toch een beetje geschrokken op. U kijkt mijn kant op en zegt: " Ja, natuurlijk! Kom maar verder."
Ik loop naar u toe en stel mij met een handdruk voor. En u doet hetzelfde. Als ik u aankijk zie ik twee heel bijzonder gekleurde ogen. Hazelnootbruin met een blauwachtige rand om de iris. " wat heeft u mooie ogen zeg!" " Ja, hé? Bruin en een beetje blauw." zegt u zelfverzekerd.

Ik vertel wat ik kom doen en u bent meteen geïnteresseerd en nieuwsgierig. U vraagt hoeveel dat moet kosten en ik kan u gelukkig geruststellen.
Het kiezen van een onderwerp is eigenlijk niet moeilijk. Het komt op zo'n mooie natuurlijke manier ter sprake en we zijn eigenlijk allebei meteen erover uit dat zij het moet worden.
U verteld namelijk dat u vroeger ballerina bent geweest. En dat u met hart en ziel heeft gedanst bij Beatrix Malinovska. Ze gaf U balletles. Als ik haar naar naam Google zie ik een foto van toen. Een prachtige elegante dame. In balletjurk en op balletschoenen. "Demi- pointes of Spitsen genoemd." zegt u heel zeker van u zelf. Ik word ter plekke even gecorrigeerd.
"Zal ik die foto dan maar schilderen? " Dat was goed. Mooi voor op de kamer. U woont namelijk nog niet heel lang in dit verpleeghuis.

Met uw dochter heb ik al snel contact en ze schrijft mij veel informatie over uw verleden. U heeft een vol en actief leven achter de rug.
U komt uit een gezin van vijf kinderen. Drie meiden en twee jongens. U bent geboren en getogen in Hengelo. En uw ouders hadden een eigen bedrijf. Een Singer naaimachine winkel in de stad. Als jong meisje hield u al van muziek en dans en het was dan ook niet vreemd dat u op balletdans les ging. Samen met uw vriendin leerde u de kneepjes van het vak en heeft u zelfs gedanst voor studio 22! .
Op een gegeven moment werd u een prima ballerina en danste u de sterren uit de hemel. En dat bleef niet onopgemerkt. U had regelmatig stille aanbidders en kreeg kaartjes en bloemen.
" En ik weet tot op de dag van vandaag nog niet aan wie ik ze kreeg." zegt u verbaasd met een vleugje trots.
Als ik de volgende week met de schets op doek en mijn schildersspulletjes aan uw blauwe deur kom staan, is het dit keer dicht. Ik zet mijn ezel op de grond en klop op uw deur.

" Jou hoe!" Klinkt er uit uw kamer. Ik denk dat ik er wel vanuit mag gaan dat ik binnen mag komen. Als ik door loop hoor ik vrolijke Hollandse liedjes uit de radio komen. En u zit net als de vorige keer aan het kleine tafeltje tegen de muur. U lijkt mij in eerste instantie niet te herkennen maar als ik vertel wat ik kom doen, zie ik een blik van herkenning.
" Mag ik bij u aan tafel komen schilderen?" Dat was goed, u schuift samen met mij wat spulletjes aan de kant en ik installeer mij aan tafel. Meteen hebben we het over de tijd toen u prima ballerina was en hoe fijn u het vond om naar muziek te luisteren en te dansen.
En dat u naar heel veel feestjes en bruiloften ging. Uw dochter vertelt dat u dan een van de laatste was die naar huis ging. " Mijn moeder was een echte party animal!"
Op uw zesentwintigste bent u getrouwd met de liefde van een leven. Een grote, lange en stoere marinier. U bent toen met hem van Hengelo naar Enschede en later naar Meppel verhuisd. U kreeg samen drie kinderen. Twee jongens en een meisje.
Als de eerste laag acryl erop zit laat ik u de onderschildering zien. U krijgt tranen in de ogen. U pakt het schilderij uit mijn handen en verwonderd kijkt u mij aan en zegt: " Het is haar echt! "

De weken daarna vordert het schilderij en leer ik u wat beter kennen. En krijg ik krijg de indruk dat u zich niet zomaar bij uw lot neerlegt. U bent een sterkte vrouw. En daarnaast ook heel positief. U heeft het wel over de beperkingen van het ouder worden en ik merk aan u dat u er van baalt. Het lichaam beperkt u in het shoppen en leuke dingen doen. Want winkelen in de stad, dat vind u geweldig! Leuke schoenen kopen in de uitverkoop. Sjieke blouses, broeken, vestjes en natuurlijk make-up scoren. Volgens u moet geld niet te lang op een rekening staan. Geld is er om van leven te genieten!
" Hakken, daar loop ik het liefst op, je gaat daar ook anders van staan hé?" En met dat u dat zegt gaat u wat rechtop zitten met uw kin vooruit. " Er lopen veel te veel meisjes en vrouwen voorover met het gezicht naar de grond, dat is zo zonde! Ze moeten trots zijn! En zichzelf verwennen met leuke kleren, hakken en make-up!"

Ik kan niet anders dan het met u eens zijn. En ik schuif mijn lompe schoenen voorzichtig onder de tafel tijdens uw betoog.
" Zit mijn haar wel goed? Wil je even kijken?" Ik leg mijn penseel neer en kijk naar de plek op uw hoofd waar u naar wijst. " Die plek kan wel een kam gebruiken." zeg ik. U geeft mij de kam en ik begin uw haar te kammen.
"Nu je toch bezig bent , wil je mij mijn armbanden en oorbellen ook even om en in doen?"
Gewillig help ik u met uw sieraden en ik zie dat het u goed doet, alsof het u compleet maakt. U begint te stralen. " Eigenlijk mist er nog een lippenstift." zeg ik.
U pakt het roze toilettasje erbij en u pakt vier kleuren lippenstift eruit. U kiest de meest roze. Het staat u geweldig!
De prima ballerina is bijna klaar. En bij elke schilderssessie wordt het doek uit mijn handen gegrist en krijgt u tranen in de ogen. " Ik zie haar zo staan, prachtig hé?" Ik kan ook dit alleen maar bevestigen. Het is een prachtig plaatje.
Eigenlijk vind ik het jammer dat vandaag alweer de laatste ochtend is. Uw zin in het leven, uw zelfverzekerde uitstraling, uw trots en geëmancipeerde kijk werkt aanstekelijk. Ik hoop dat het schilderij u vaker laat terug gaan naar die mooie tijd waar u gezond en gelukkig was. Ik hoop dat de herinneringen u goed doen. En dat u nog gaat genieten van wat komen gaat. Ik kijk vol plezier en geïnspireerd terug op onze tijd samen. Ik ben blij u te hebben ontmoet tijdens het Verhalen Schilderen.

Ontworteld uit uw thuisland


Februari 2019

Regelmatig kom ik u op de afdeling tegen. U bent een bijzondere verschijning. Niet alleen door uw uiterlijk, maar ook door de manier waarop u praat. U heeft altijd een groen gehaakt mutsje op uw hoofd. Met een klein balletje op de kruin. U loopt een beetje krom en langzaam, in een heerlijk ruime joggingbroek. Met daarboven een blouse en trui. U mompelt regelmatig Turkse woorden en af en toe wat in het Nederlands.

Als ik deze morgen de huiskamer binnenloop richting de bank bij het raam waar u altijd zit, krijg ik een vriendelijke glimlach. Twee kleine, guitige, bruine ogen kijken mij onderzoekend aan.

Ik reik u mijn hand en knik tegelijk. U pakt mijn hand met beide handen en knikt respectvol.

"Goedemiddag meneer, mag ik u wat vragen?" vraag ik. U antwoordt in wat gebrekkig Nederlands: "Goedemiddag." En daarna: "Iyi öğlenler." Ik ga ervan uit dat het Turks is voor goedemiddag.

Net als ik tegenover u wil gaan zitten, komen uw vrouw en een dochter op bezoek. Ik vertel van mijn plannen en uw dochter vindt het prima. Bescheiden buigen ze allebei het hoofd als een vriendelijke reactie op mijn vraag of ik een schilderij voor hen mag maken. Maar het moet wel eerst ook de goedkeuring krijgen van de jongste dochter...

Ik merk dat uw vrouw de Nederlandse taal niet helemaal machtig is en dat uw dochter voor haar spreekt. Ze nemen u mee naar beneden naar de zaal voor een kopje thee. Ik besluit afscheid te nemen om op zoek te gaan naar fotomateriaal voor het schilderij.

En als ik naar uw kamer loop, zie ik bij uw kamerdeur een foto. Daarop zit u op een bank met een raam achter u. In uw handen houdt u een mooi bewerkt fotolijstje vast met daarin een foto van een jonge, serieus kijkende, knappe man.

Meteen krijg ik het gevoel dat daar een schilderij van gemaakt moet worden. Het portret van de jonge man in het lijstje lijkt belangrijk voor u.

Intussen krijg ik een mail van uw jongste dochter. Ze vindt het idee van een schilderij voor haar vader erg leuk. Ze vertelt ook dat u en uw vrouw in 1958 getrouwd zijn in Turkije. Zes jaar na het huwelijk moest u noodgedwongen naar Nederland op zoek naar werk. U was een van de eerste gastarbeiders. U heeft eerst gewerkt in Enschede en daarna in Hengelo. Maar omdat het vinden van een geschikte woning erg lastig was, ging u naar Steenwijk. U heeft toen gelukkig werk kunnen krijgen bij de Betab, de toenmalige tapijtenpafriek. Toen u genoeg gespaard had en een geschikte woning kon betrekken, kwamen uw vrouw en vijf kinderen over uit Turkije. Het leven zonder hen knaagde aan u. U miste hen intens. Niet dat u daar veel over vertelde, maar als ik hoor hoeveel u van elkaar houdt, kan ik mij daar alles bij voorstellen.

Samen heeft u in Turkije vier dochters en een zoon gekregen. Toen uw vrouw eindelijk naar Nederland kon komen, ging ook zij bij de Betab werken. En een paar jaar later werd uw jongste dochter geboren. U heeft altijd van een groot gezin gedroomd en die wens kwam gelukkig ook uit.

U houdt erg van uw vrouw, en ook nu zie ik dat terug. Als ik de week daarop kom schilderen zit ze naast u en u kijkt liefdevol naar haar. Ondanks de verwarring en de vergeetachtigheid voel ik een soort thuiskomen als u naar haar kijkt. U voelt zich veilig bij haar. Uw vrouw is en blijft ook zorgzaam en geduldig. In stilte zit ze bij u. Ze heeft een traditionele lange jurk aan en een mooie hoofddoek om haar prachtig doorleefde gezicht, met diepe rimpels en groeven.

Van uw dochter weet ik inmiddels dat uw vrouw flink is, een harde werkster. En dat ze het uiten van emoties lastig vindt. Maar ik voel en zie dat ze het moeilijk heeft gehad en nog heeft. Ze is haar man kwijt terwijl hij er eigenlijk nog is. En ze heeft nu ook de zorg uit handen moeten geven.

En een schuine mond verraadt waarschijnlijk een doorgemaakte TIA. Ineens zie ik haar wat uit haar lange jurk halen en u zegt zoiets als 'çikolata ister misin'. Ze geeft u een chocolaatje. Ook ik krijg er een aangeboden.

Terwijl ik aan het schilderen ben, hoor ik u samen in het Turks tegen elkaar praten. "Kar yağdı!" zegt uw vrouw om een gesprekje te beginnen. U reageert niet en blijft naar buiten kijken. Naar de sneeuw op straat en op de bomen. Ik zie uw vrouw een beetje teleurgesteld naar de grond staren. Ik besluit haar wat te vragen. "Woont u al lang in Nederland?" Ze kijkt mij verbaasd aan en knijpt met haar ogen. "Ne diyorsun?"

Ik probeer duidelijker te praten en vraag hoelang u al samen in Nederland bent. Ik krijg het gevoel dat uw vrouw ineens weet wat ik bedoel. En met handen en voeten vertelt ze over de tijd dat u naar Nederland kwam en de jaren daarna. "Hollanda'da çalışmak", hoor ik tussen de korte Nederlandse woorden. Trots vertelt ze over uw 'çocuklar' en de'torunlar'. U heeft zelfs achterkleinkinderen. Ze probeert u te betrekken bij het gesprek, maar u blijft naar buiten kijken.

Er valt een stilte. En ineens hoor ik een snik. Ik kijk op en zie dat uw vrouw zachtjes zit te huilen terwijl ze weg probeert te kijken. Ik raak haar arm aan om haar te troosten. We kijken elkaar aan. Ik zie haar tranen. Ze veegt ze weg met een gekreukte zakdoek. Het blijkt toch erg moeilijk te zijn voor haar en vermoeiend. U spreekt onsamenhangend en ook uw vrouw begrijpt niet altijd wat u bedoelt. Er valt een stilte. Dan veegt ze ineens en resoluut haar tranen weg en besluit naar huis te gaan.

"Teşekkür ederim ve yakında görüşürüz," zegt ze en ik groet haar terug.

Het schilderij vordert gestaag en elke week als ik kom schilderen zit u naast mij en volgt u elke penseelstreek. U pakt regelmatig de portretfoto en wijst dan naar de Moskee op het doek. En dan naar de foto die u stevig vast heeft. Het blijkt een portret van u, toen u nog jong was.

Uw Turkse achtergrond heb ik geprobeerd te vangen in het schilderij. U bent als gastarbeider noodgedwongen ontworteld en ver van uw thuisland. Maar ik merk aan u en uw vrouw en kinderen dat u de traditionele gastvrijheid, de verbondenheid en het respect voor elkaar heeft meegenomen uit Turkije. Het was voor mij erg bijzonder om met u en uw gezin kennis te maken en ik hoop dat het schilderij u recht doet. En dat het u af en toe laat terugdenken aan het land waar u geboren en getogen bent. Ik zal de bijzondere tijd samen, tijdens het 'Verhalen Schilderen', niet snel vergeten.


De appel valt niet ver van de boom


April 2019

U viel mij de eerste keer ook al op. Een kleine oudere man, zittend aan het hoofd van de tafel. Stoel naar achteren geschoven en leunend met uw kin op tafel. Als ik met een schilderij bezig was voor uw buurvrouw, zag ik u af en toe even mee kijken. Maar u zei dan niets. Uw ogen volgden de penseelstreken op doek.
Vanmiddag zit u in een sta-op-stoel in de andere hoek van de huiskamer. Bij de televisie. U bent naar André Rieux aan het luisteren en kijken. Ook nu zit u wat voorover gebogen en u kijkt een beetje gespannen. Ik loop rustig naar u toe en stel mezelf voor. Ik krijg een stevige handdruk terug en u stelt zich voor met uw voornaam." Mag ik u wat vragen?" U knikt. " Ik zou het erg leuk vinden om een schilderij voor u te maken, voor op uw kamer."

" Dat liekt mie wel wat." zegt u enthousiast met plat Drents accent. U kijkt mij ineens met heldere ogen aan. Uw reactie verrast mij. Uw uitdrukking was namelijk eerder nog een beetje verdrietig en somber. Het onderwerp kiezen blijkt best wel lastig. Ik weet nog weinig van uw leven en u bent nog niet zo spraakzaam.
Dan vertelt een collega, die het gesprek volgt, dat u vroeger als kleine jongen van Koekange naar Ruinen bent verhuisd en dat u daar, als kind naar jonge man, een mooie tijd geeft gehad. U hield van het buitenleven, de bossen rond Ruinen en de schapen op de hei.

"Is dat een idee? Zal ik een foto opzoeken van Ruinen?" Ik zie dat u het idee goed vindt. Er ontstaat een grote glimlach op uw gezicht. En spontaan begint u te vertellen over die tijd. Een waterval van ervaringen en anekdotes volgen. De lange fietstochten naar school in Meppel, de streken die u onderweg uithaalde en de tijd aan de Benderse bij de Schaapskooi.
U vertelt verder over uw leven in Ruinen. Dat uw vader oorspronkelijk een opgeleid en kundig timmerman was. Maar omdat hij last had van zijn rug moest hij zich laten omscholen. De keuze viel toen op het kappersvak. " 

Most ie toch mog lange stoan, kreg ie ok last van zien rogge." zegt u een beetje sarcastisch. In die tijd waren er nog aparte kappers voor dames en heren. Heren lieten zich naast het knippen ook vaak nog even scheren. En dat kon dan bij uw vader.
U vertelt dat hij een man van twaalf ambachten en dertien ongelukken was.
U zegt het een beetje met een grijns op uw gezicht, maar ook met trots. "Hij had dus best veel talenten?" vraag ik . "Da was ok so, hij speelde de piano en accordeon en ie makte ok foto's, kon timmern, was monteur en was kapr. "

U vertelt dat uw vader in de oorlog stiekem, op zolder, pasfoto's maakte voor onderduikers en dat u ze dan naar een fotozaak in Meppel moest brengen. U ging daar toch naar school. Voor u was uw jeugd een groot avontuur. Zoals u er over vertelt lijkt het wel een verhaal uit een jongensboek.
Inmiddels staat het tafereel van Ruinen op doek geschetst en kom ik weer op de afdeling met mijn schilderspullen. U zit dit keer weer aan tafel. U zit in de houding die ik inmiddels van u ken. Uw stoel staat een eindje van de tafel geschoven, voorover gebogen met de kin op tafel. Ik stel mij voor en u veert op. Netjes geeft u mij een hand en ik vraag of ik mijn schilderspulletjes op tafel mag zetten. 

Dat was goed. Ik zet het doek met de schets op de ezel en u herkent meteen Ruinen. U wijst naar de kerk en vertelt dat u daar altijd achter gewoond heeft.
Als ik begin te schilderen gaat u op de praatstoel zitten. U vertelt over uw veelzijdige en muzikale vader, over uw schooltijd en weer over de fietstochten naar Meppel. Dat u naar de Ambachtsschool ging om techniek te leren. " Van Mien va moch ik nie autotechniek lern, en wet eignliek niet waromme."

En dat uw vader dat liever niet wilde; u weet tot op de dag van vandaag nog niet waarom. Later kwam u toch te werken bij een garage in Ruinen. Het bloed kroop waar het niet gaan kon. U vertelt over de nachtelijke ritten, dat u mensen moest ophalen en brengen. " Dan belde de boas mie ût bedde, en dar gong ik." Als een soort taxichauffeur.
U reed ook wel eens te hard. En dan kreeg u de politie achter u aan. En dan doofde u de lichten van de auto tijdens de dollemansrit tussen Meppel en Ruinen. U wist toch wel waar u was en hoe u moest rijden, het was voor u bekend terrein. Maar voor de politiemannen vaak niet. En dan was u ze zo kwijt. Het is alsof u midden in de herinnering zit en het vertelt alsof het gisteren is gebeurd.
" Het skiet al op zèg, je hebt er mar geduld voar." zegt u als u mij bezig ziet. Als ik de lucht voor mijn gevoel wat te donker maak en ik u vertel dat ik het lichter ga maken, krijg ik meteen te horen dat u het juist zo mooi vindt. U geeft duidelijk en helder aan dat het zo moet blijven.

Ik moet er inwendig wat om lachen, u heeft ook een pittige kant die ik nog niet van u had gezien.
U bent nog steeds niet van de praatstoel af en u vertelt over de tijd dat u in een band zat. U toerde door heel Drenthe en Overijssel. U maakte samen traditionele muziek uit Hawaï. U speelde gitaar en u vertelt dat u dat zichzelf had aangeleerd. Als u muziek hoorde, kon u het gewoon zo naspelen.
Vanmiddag is de laatste middag dat ik kom schilderen aan uw geliefde Ruinen, waar u als jongen een goed leven heeft gehad. " Mien va was en fijne man, niet streng, mien moe ok." Waar u op ontdekking ging, streken uithaalde met uw vrienden, ging werken en uw muzikaliteit ontdekte en besloot daar wat mee te doen. " Et vediende gin rode cent, mar et was gewoan mooi om te doen."

 spreekt met trots over uw vader. Het lijkt erop dat het uw voorbeeld was. Op vele vlakken. En als ik naar uw levensverhaal luister, valt de appel niet ver van de boom. Zo vader, zo zoon. Muzikaal, handig, getalenteerd en avontuurlijk. Het was een genot om naar u te luisteren. U heeft een vol en avontuurlijk leven geleid, waar u regelmatig de grens van wat wel en niet kon opzocht.
Ineens zegt u serieus : " Et blef niet altied alent bie ondeugent, soms gin ek ok wel es wat te ver. Mar dar hebn we net euver."
Dat respecteer ik, met een knipoog van verstandhouding. U knipoogt terug. Het ga u goed en ik hoop dat het schilderij van Ruinen u nog eens naar de fijne herinneringen brengt. Ik heb van onze middagen samen genoten, tijdens het Verhalen Schilderen.

 In Memoriam

Miriam in memoriam.

Die verwilderde blik in uw ogen, ik zie die vaak in mijn herinnering. Het weinige haar dat u had sprietig op uw hoofd. Even oogcontact en daarna weer lopen. Alleen maar lopen. U liet mij af en toe meelopen. Dan luisterde ik naar uw gemompel. Reagerend uit gevoel. 

Niet goed wetend wat u wilde zeggen. Dan wilde ik gewoon aanwezig zijn. Hopende dat u dat voelde. Spulletjes vergaren, ook op de kamers van de anderen, denkende dat ze van u waren. Een leven vol ellende achter de rug, hoorde ik later. Vertrouwen in mensen al vroeg geschaad.

Niemand toelaten in uw innerlijke wereld. Een dikke muur gebouwd, waarachter u dacht veilig te kunnen schuilen. De dementie zorgde voor nog meer verwarring en onrust.

Niemand, maar dan ook niemand liet u toe. Vorige week bent u overleden. Op uw sterfbed was de angst verdwenen, de onrust weg. En de ontspanning terug. De dood was uw verlossing.

 Een schilderij voor u maken, daar ben ik niet aan toegekomen. Ik had het heel graag voor u gedaan. 

Rust zacht Miriam, u heeft het verdiend.