Verhalen Schilderen 

Verhalen zijn met toestemming van familie geplaatst.


Opa bus


augustus 2019

Als ik bij u aanklop, hoor ik een zacht maar opgewekt: "Kom maar binnen!" Ik doe de deur open en u komt net uit de slaapkamer, met gebogen rug, en ook plots een trek van pijn op uw gezicht. "Mijn rug doet me zo'n zeer."
"Ik zie het aan u, kan ik wat voor u doen?" vraag ik ongerust.
"Nee hoor, gewoon stijf, het gaat wel weer over."
U ziet er verder keurig uit. Vrolijk T-shirt met print en een sportief- klassieke katoenen pantalon. Uw haar zit keurig met het en der wat natte lokken
. "Goedemorgen, mag ik u wat vragen?"

"Wilt u niet eerst een kopje koffie?" zegt u vriendelijk, uitnodigend. "Oh, dat sla ik niet af, gezellig!" Terwijl u langs loopt geeft u mij een hand en stelt u zich voor.
"Volgens mij kennen we elkaar, u komt mij erg bekend voor," zeg ik enthousiast.
"Dat kan héél goed, ik ben hier eerder vrijwilliger geweest."
Nu gaat er bij mij ook een lampje branden. Toen ik nog werkte als activiteitenbegeleider moet ik vaak met u hebben samengewerkt.

De koffie is inmiddels klaar en u komt tegenover mij zitten. Al snel merk ik dat u een spraakwaterval bent en dat u het heerlijk vindt om te vertellen. U bent even buiten Oldebroek geboren in een gezin met vader en moeder, een broer en een zus. Al jong heeft u in Oldebroek een jongen leren kennen. Hij kwam uit een groot gezin met een vader en moeder en zes kinderen. Ze woonden in de buurt.
"Zijn vader had losse handjes, en sloeg mijn vriend regelmatig. Hij kwam heel graag en vaak bij ons thuis, omdat het er zo lekker rustig was. Weet je wanneer ik mijn eerste dode persoon heb gezien?" zegt u ineens met grote ogen. " Dat was bij mijn man thuis, zijn broertje was overleden aan TB en van zijn vader moesten wij afscheid nemen."

" Dat heeft vast en zeker heel veel indruk gemaakt," zeg ik. Dat was zo, u kan de aanblik van het dode kind nog zó voor ogen halen.
U bent in Oldebroek naar de lagere school geweest en daarna bent u, net als zoveel meisjes van toen, naar de huishoudschool gegaan. U heeft ook nog een opleiding tot coupeuse gevolgd, omdat u erg creatief was en heel goed met de naaimachine overweg kon.
Na de huishoudschool bent u in betrekking geweest, zoals dat vroeger genoemd werd. Bij mensen die woonden op het landgoed IJsselvliedt bij Wezep. U fietste op en neer van Oldebroek naar Wezep. U heeft het daar erg naar uw zin gehad, ondanks het harde werken.

Ondertussen heeft u het verhaal van het dode kind en de ontmoeting met uw man een aantal keer verteld en elke keer luister ik aandachtig alsof het de eerste keer is. Dan zie ik vanuit mijn ooghoek een foto op het kastje staan, en vraag: "Wie is die knappe man daar op het kastje?"
U kijkt naar de foto en ik u rode wangen krijgen en tranen biggelen over uw wangen. " Dat is mijn overleden man."
"Och, gecondoleerd." zeg ik troostend. "Wat een lieve uitstraling heeft hij. Was hij uw grote liefde?"
" Ja, gelukkig heeft hij niet geleden."

U vertelt dat uw man een kort ziekbed heeft gehad en dat hij in bijzijn van u en de kinderen is overleden. Ik zie aan u dat het nog steeds erg veel verdriet doet. Hij was uw steun en toeverlaat. Vooral omdat hij degene was die u later opving, toen het wegvallen van het korte-termijn geheugen u parten ging spelen.
"Zal ik van uw man een schilderij maken?" U kijkt mij vragend aan en het lijkt even alsof u mij niet snapt. "Een portret van uw man, als eerbetoon." U knikt en u moet weer huilen. "Mag ik vragen welk beroep uw man had?"
"Zijn beroep was zijn leven!" zegt u bijna corrigerend. U vertelt dat hij altijd buschauffeur was, met hart en ziel. 

Hij heeft vroeger bij de DABO gewerkt en later heeft hij ook nog op touringcars gereden. U bent zelfs samen nog een keer naar Amerika geweest.
"Is het een goed idee als ik uw man schilder met de bus achter hem?" "Kan dat dan?" vraagt u verbaasd.
Ik verzeker u dat ik mijn 'stinkende' best ga doen, en even zie ik u lachen. We nemen afscheid en de week daarna staat de schets van uw man met bus op doek.
U bent helemaal verbaasd en ook nu emotioneert het u. "Weet je wel dat mijn man altijd 'Opa bus' werd genoemd ?" Ik glimlach en stiekem weet ik nu ook een titel voor het verhaal. Ik zet mijn spulletjes klaar op tafel en u zet een kopje koffie. Tijdens het schilderen vertelt u over uw man. Over de tijd dat hij werd uitgenodigd om naar Amerika te gaan. Door Amerikanen met wie hij samen jaren door Europa heeft gereisd. En dat u ook mee mocht. Maar dat was net in dezelfde periode dat uw zus erg ziek was en eigenlijk al op haar sterfbed lag.
"Ik mag het eigenlijk niet zeggen, maar gelukkig is ze twee weken van te voren, vóór ons vertrek naar Amerika, overleden. Anders was ik niet gegaan hoor! Dan had mijn man alleen moeten reizen."

U vertelt dat u in Amerika nog wel heel veel moest denken aan uw zus. Ze liet namelijk - naast haar man - ook vier nog jonge kinderen achter. Het heeft u veel verdriet gedaan. Maar de reis door Amerika gaf veel afleiding. Het weidse landschap, de vriendelijke mensen en de mooie natuur maakten een onuitwisbare indruk.

Het schilderij is inmiddels bijna klaar. Hier en daar krijg ik van u wat tips over hoe uw man eruit moet zien, en af en toe kijkt u verbaasd naar hoe zijn portret ontstaat. En soms hoor ik u in stilte snikken. Het verdriet is nog vers. Ook al probeert u flink te zijn.
"Nou, hè, huil ik alweer, pfff." hoor ik u achter mij tegen uzelf zeggen. Als ik mij omdraai, veegt u de tranen weg met een zakdoekje. Ik krijg het idee dat u altijd flink bent geweest. Er is nog steeds geen tijd voor uw verdriet, de ander is belangrijk. Voor je gast moet gezorgd worden. De tranen zijn nog niet weg geveegd of u vraagt aan mij: "Wilt u nog een kopje koffie?" En ik zie u meteen in de benen komen.
En opnieuw bij het opruimen van de schilderspullen: " Wilt u echt niets meer drinken?"

We staan samen op en opeens loopt u gedecideerd op mij af. U begint wat haren van mijn schouder af te vegen. En terwijl u dat doet verzucht u een beetje in uzelf: "Wat was het gezellig vanmorgen." Dat beaam ik. We glimlachen naar elkaar.
En zo heeft het ontstaan van het portret van uw man u hopelijk de mogelijkheid gegeven goede herinneringen op te halen. We hebben het samen over de mooie tijden gehad. Maar ook over het verdriet van het verlies. Het wegvallen van uw steun en toeverlaat, uw wederhelft en uw grote liefde.
Het schilderij is een ode geworden aan die man en uw leven. Een herinnering aan die mooie tijd samen. Fijn dat ik daar getuige van mocht zijn tijdens het 'Verhalen Schilderen'

Als een baron

Juli 2019

Als wij elkaar de eerste keer ontmoeten, zit u in een verblijfsrolstoel aan de gezellige tafel in de huiskamer. 

U bent een slanke heer met kort geknipt grijzend haar. U heeft een net overhemd aan met kleurige blokken van beige en blauw. Door uw houding en nette kleren heeft u de uitstraling van een baron, althans iemand van adel. Van uw mentor hoor ik dat u - ook vroeger - altijd netjes gekleed bent, en dat u daar veel waarde aan hecht.

Om uw corduroy broek zit een dunne leren riem. En ik zie u druk trekken aan het uiteinde van de riem. U probeert de gesp los te krijgen. Inmiddels ben ik naast u gaan zitten, maar dat krijgt u pas in de gaten als u de riem los heeft gemaakt. U kijkt op als ik u begroet met een: "Goedemiddag." Ik zie twee heldere blauwe ogen in een vermoeid gezicht, nog wat gefrustreerd door de ruzie met die weerbarstige riem.

Ik geef u een glimlach en ik krijg er één terug. Het contact is gemaakt. "Mag ik u wat vragen?" U fronst even en haalt snel uw schouders op. "Zullen we samen even naar uw kamer gaan? Dan kan ik u rustig uitleggen wat de bedoeling is."
U mompelt wat en ik krijg het idee dat u dat wel goed vindt. Ik trek de rolstoel langzaam bij de tafel weg en rij u naar de gang. We slaan links af en samen gaan we naar uw kamer. Als ik de deur open, rij ik uw rolstoel door en plaats u bij het bed. Mijn blik gaat naar de vensterbank en ik zie ik een foto van een oudere dame, vriendelijk in de lens kijkend. In de kast staan ingelijste foto's van vroeger. Zwart- wit. Ik vermoed van uw ouders en grootouders.

De kamer is verder sober ingericht. Alleen het hoognodige is aanwezig.
Ik pak een krukje van de gang en ga naast u zitten. We kijken elkaar op ooghoogte aan. "Ik zou graag een schilderij voor u willen maken." U kijkt mij serieus aan en ik zie u glimlachen. Ik kan u nu wat beter bekijken en zie een leven afgetekend in de trekken van uw gezicht
"Zal ik uw portret schilderen?" vraag ik u enthousiast. U lacht een beetje verlegen en ik hoor u zachtjes en binnensmonds in keurig Nederlands zeggen: "Nou, dat lijkt mij wel wat."

Vanaf dat moment praat ik over het weer, de foto's op de vensterbank en het nieuws in het Dagblad van het Noorden. U reageert weinig, maar u bent wel alert. En ondertussen maak ik verschillende portretfoto's.

Als u reageert, hoor ik u af en toe wat stotteren. Ook merk ik dat u de woorden niet kan vinden die passen bij dat wat u wilt vertellen. Ik probeer zo weinig mogelijk te vragen en maak meer opmerkingen waarbij u de vrijheid en ruimte heeft om op te reageren. En dat doet u vrijelijk.
Als we afscheid nemen, heb ik al een mooie portretfoto gemaakt.
De week daarna staat uw portret op het doek geschetst. Ik loop met mijn schildertas de afdeling op en naar uw kamer. Er klinkt een enthousiaste damesstem door de kier van de deur.

"Er komt vanmiddag iemand schilderen. Het heet 'Verhalen Schilderen'. En die schilderes heeft al voor meer cliënten een schilderij gemaakt."
Ik klop, en als ik de deur voorzichtig openduw, zie ik een collega in gesprek met een mevrouw. U zit in uw rolstoel met de rug naar mij toe.
" Mag ik binnen komen?" vraag ik. "Stoor ik niet?"
" Nee, hóór! Kom maar verder," zegt de collega. En ze stelt mij voor aan de mevrouw die bij u staat. Het blijkt dat ze vaker bij u komt en dat het een gezelschapsdame is. Uw mentor heeft dat voor u georganiseerd, zo heeft u tenminste één keer in de week gezelschap.

De collega gaat weg en wij blijven bij u.
"Vind je het goed dat ik vanmiddag blijf om de eerste laag acryl erop te zetten?" vraag ik. Ze vindt het prima en we houden u deze middag samen gezelschap.
We zien aan u dat u het wel gezellig vindt. U kijkt op en lijkt het gesprek te volgen. Af en toe zien we u glimlachen en wat mompelen. We hebben het over elkaars bedrijf en betrekken u zoveel mogelijk bij het gesprek. U blijft alert en af en toe zie ik uw ogen stralen.

Van de dame krijg ik iets meer te weten over uw leven. U bent een heer met een lichte beperking uit het autistisch spectrum. Zekerheid kreeg u uit een vaste routine, met duidelijkheid en regelmaat. Soms was u ook wat star en kwam u onbewogen over.
U komt uit Zwolle en daar bent u geboren en getogen. Om precies te zijn in Assendorp. Een echte blauwvinger dus! U bent getrouwd geweest, maar u heeft geen kinderen. U was van beroep letterzetter bij een drukkerij. Daar was u altijd erg trots op. En u ging samen met uw vrouw regelmatig op vakantie naar Zwitserland en Oostenrijk.

Inmiddels staat het portret op doek, en stiekem zie ik u verlegen glunderen als we zeggen dat u vereeuwigd wordt en dat u een heel markante uitstraling heeft. Bij het afscheid vertel ik dat ik de volgende week op een andere middag zal komen, zodat u meerdere dagen in de week gezelschap heeft.
De dagen daarna vordert het portret en elke keer als ik bij u zit, zie ik u af en toe opkijken naar het schilderij. En dan is er weer even die glimlach. We hebben het tijdens het schilderen in de huiskamer over koetjes en kalfjes, maar ook over uw beroep als letterzetter. En dat het tegenwoordig allemaal met de computer gaat. U lijkt de gesprekken actief te volgen en ik zie dat het u ontspant.

En dan is er de middag dat ik voor de laatste keer kom schilderen. "U lijkt wel op een baron, een man van adel!" merk ik op. En als dat door de dames aan tafel bevestigd wordt, zie ik u weer wat verlegen lachen. We hadden contact tijdens het schilderen van uw portret, en dat zorgde voor ontspanning. Wellicht is het schilderij een aanknopingspunt dat leidt tot nieuwe gesprekjes. Ik vond het fijn met u kennis te maken en deelgenoot te mogen zijn van uw leven. Onze middagen samen tijdens het 'Verhalen Schilderen' waren - ook voor mij- gezellig en ontspannen.

Mijn Maluku 


Juli 2019


U woont nog niet zo lang in dit verpleeghuis. Aan uw naam te lezen vermoedt ik dat u niet oorspronkelijk uit Nederland komt. Maar goed, ik heb het wel eens eerder mis gehad, ik hou een slag om de arm. Als ik naar de huiskamer loop vraag ik aan de collega's waar ik u kan vinden. Ze geven aan dat u nog even op de kamer bent en dat ik daar wel naar toe mag lopen. 

Als ik uw foto met uw naam bij de ingang zie, kijken twee prachtige bruine ogen mij aan.
" Inderdaad niet uit Nederland." zeg ik tegen mezelf.

Ik klop zachtjes op de deur en ik hoor een "Jaja!" Ik doe de deur open en ik zie u op de bedrand zitten. Met een gekromde rug bent een blouse aan het opvouwen.
"Mag ik binnenkomen? Ik wil u graag wat vragen."
U knikt vriendelijk. Het mag maar ik merk dat u wat terughoudend bent. Ik ben natuurlijk een vreemde voor u met óók nog een vraag. Ik pak een stoel en ga tegenover u zitten.

U bent een prachtig heerschap. Een mooie donkere huid met intens bruine ogen met een blauwe rand om de irissen. En als u lacht zie ik hagelwitte tanden en uw ogen gaan stralen.
Ik vertel u wat ik kom doen en dat ik héél graag voor u een schilderij wil maken. U reageert nog steeds een beetje afhoudend. Ondanks mijn enthousiasme.
Ik zie u denken: " Wat moet dat dan wel niet kosten, waarom, hoezo, wat moet ze toch van mij?"
Ik besluit een ander onderwerp aan te snijden. En vraag u naar uw herkomst. "Mag ik u nog wat vragen? Komt u uit Indonesië?"

U kijkt mij aan en als blikken konden doden, lag ik ter plekke naast de stoel. " Nee, ik kom van de Molukken! " zegt u een beetje geïrriteerd met een stotter.
Ik bied meteen mijn excuses aan.
" Sorry, dat wist ik niet." Gelukkig wordt mijn excuses geaccepteerd vooral als ik u vraag naar de Molukken. En ik u vertel dat het een prachtige eilandengroep is. En dat ik er graag een keer heen zou willen.
Ondertussen vraag ik tussen neus en lippen naar een onderwerp voor een schilderij maar steeds als ik erover begin wimpelt u het af.

Ik besluit wat portretfoto's van u te maken tijdens het gesprek. En het doel van mijn bezoek stel ik bij. Ik wil graag een luisterend oor zijn. En alleen als u er behoefte aan heeft. Een gesprekspartner. Zodat u kan vertellen over o.a. uw geliefde Maluku.
Inmiddels heb ik contact gekregen met uw schoonzoon. Hij vind het een heel mooi idee dat ik een portret van u ga maken en hij vertelt ook meteen meer over uw leven.

En dat u al vroeg naar Nederland kwam met mooie beloftes. Maar u bent daarin erg teleurgesteld. En dat heeft nog steeds littekens achter gelaten. Gevoelsmatig.
Ik moet u bekennen dat ik weinig weet over de geschiedenis en de situatie van toen en ik besluit het op te zoeken.
"Nederland had de Molukkers zelfbeschikking beloofd, maar toen Nederland internationaal geen steun kreeg om de kolonie te behouden, konden ze die belofte aan de Molukkers niet houden. Toen de Molukse republiek (RMS) in 1950 werd uitgeroepen, zag Nederland dat als rebellenopstand. Omdat de positie van de Molukkers in Indonesië verslechterde, werden 4000 Molukse KNIL-militairen met hun gezinnen naar Nederland gehaald."
"Bij aankomst werd de militairen verteld dat ze uit militaire dienst waren ontslagen, iets dat veel van hen zagen als vernedering. 

De eerste jaren woonden de Molukkers in centrale woonoorden, zoals het voormalig concentratiekamp Westerbork. En vaak onder barre omstandigheden. De Molukkers werden buiten de samenleving gehouden en mochten niet werken. Zij gingen immers weer terug naar Indonesië. Al snel werd duidelijk dat Nederland ze niet terug kon sturen."

"Een aantal Molukkers kwam in opstand en er kwamen kapingsacties zoals de treinkaping bij de Punt en een school gijzeling. Door de gijzelingsacties werden de Molukkers in een kwaad daglicht gesteld. Veel jonge Molukkers studeerden in die tijd en maakten dus veel gebruik van het openbaar vervoer. Na de treinkapingen werden zij echter enorm gediscrimineerd. Soms ging het zelfs zo ver dat Indonesiërs en Molukkers uit treinen werden verwijderd."

Die heftige tijd is voor u niet makkelijk geweest maar u heeft uw best gedaan om zo goed en kwaad mogelijk te integreren. Uw schoonzoon vertelt dat u uit een gezin komt met negen kinderen. En dat u heel veel steun heeft gehad aan uw grote familie.
U kreeg een baan bij Philips waar u tot uw pensioen met plezier en trots heeft gewerkt.
U bent twee keer getrouwd geweest en heeft twee zonen en een dochter gekregen bij uw eerste vrouw. U heeft zelfs al twee kleinkinderen. U was maatschappelijk betrokken, fotografeerde en filmde als liefhebberij en u was vrijwilliger bij VV Steenwijk.
Ik neem afscheid en de week daarna ben ik er weer met het portret geschetst op doek.

U herkent mij meteen als ik de huiskamer in kom lopen. Maar u schut uw hoofd heen en weer. Het is duidelijk. U wilt geen aandacht en zeker niet in mijn aanwezigheid kijken naar een schilderij in wording. Omdat het op dat moment in de huiskamer druk is met andere activiteiten ga ik naar de gang. En als ik daar rustig zit te schilderen voel ik dat u achter mij komt staan. Inmiddels weet ik dat u van een sigaretje houdt en dat u regelmatig van de huiskamer even naar het balkon loopt om er één te roken.
U blijft even een momentje staan en loopt dan zonder wat te zeggen door naar het balkon. Ik schilder lekker door en regelmatig heb ik contact met medebewoners die even een praatje komen maken. Als u weer terug loopt naar de huiskamer krijg ik een voorzichtige glimlach.

Inmiddels ben ik toe aan de laatste schilder middag. U bent nog steeds een beetje voorzichtig maar ik zie dat u gewend bent aan mijn aanwezigheid op de afdeling. U loopt langs om te gaan roken en ziet mij aan het werk. De plattegrond van de Molukken staat nu ook achter uw portret en dat wekt toch uw nieuwsgierigheid.
U besluit bij mij te gaan zitten en de
'tekening' wordt nader bestudeert. We hebben het even over schilderen en dat het beroep leuk is maar toch lastig om je boterham ermee te verdienen. En dan zegt u enthousiast " U moet langs de huizen met uw werk, dan verkoopt u vast heel veel!"
"Dat lijkt mij een goed idee, daar ga ik eens over nadenken, bedankt voor de tip!" zeg ik al even enthousiast.

U blijft nog even gezellig zitten en dan loopt u naar het balkon om even te gaan roken.
Het schilderij is bijna af. Het is een portret geworden van een trotse maar ook bijzonder lieve man. Een man met roots in een ver en exotisch land. Gedwongen ontworteld maar u heeft er toch het beste van kunnen maken. Uw gezicht vertelt uw bewogen verhaal, vol van plezier en geluk maar ook van pijn en verdriet. Het was bijzonder u te leren kennen en meer van uw voorgeschiedenis te weten. Tijdens de korte maar waardevolle momenten waarin er contact was tijdens het Verhalen Schilderen.

Dies diem docet. 


Juli 2019
Vanmiddag besloot ik zelf naar het verpleeghuis te gaan op zoek naar een bewoner die misschien wel behoefte zou kunnen hebben aan wat persoonlijke aandacht. Als ik het atrium doorloop en de trap naar boven, stap ik de gang in op de eerste verdieping. Aan het eind van de gang is de huiskamer.


"Goedemorgen" zeg ik ter begroeting. Ik zie hoofden draaien en nieuwsgierig kijken waar de groet weg komt en van wie. " Oh, ben jij het, goedemorgen!" zegt een cliënt aan het hoofd van de grote tafel. " Met wie ga je nu schilderen?" Ik leg uit dat ik nog op zoek ben naar een persoon.
Dan zie ik u mij ineens aankijken. U bent een vollere dame met lang grijs sluik haar in een paardenstaartje. U heeft een fleurig shirt aan op een donker blauwe pantalon. Zoals bij iedereen aan tafel staat er een geurig kopje koffie voor u op tafel. " Mag ik mezelf een kopje koffie inschenken?" 


"Natuurlijk! Daar staat de pot en op het aanrecht staan nog kopjes". Als ik mezelf een kopje inschenk, ga ik naast u zitten." Mag ik u wat vragen?" Ik begin uit te leggen wat de bedoeling is en waarom ik er ben.
"U reageert een beetje terughoudend. Het is natuurlijk ook wel wat. Een schilderij, welk onderwerp, hoe groot, kost het ook wat, wanneer dan, hoe dan?
U zegt niets maar ik zie u denken. " Is het een idee om na de koffie naar uw kamer te lopen? Dan leg ik het u daar uit."


U vind dat een goed idee. En we kletsen gezellig verder over het weer, een collega die een kindje heeft gekregen, het schilderij voor de buurman.
Als u de koffie op heeft, loop ik naar de gang en haal uw rollator. Samen lopen we naar de lift. Het valt op dat het lopen moeizaam gaat, u heeft een wat ronde rug waardoor u voorover buigt tijdens het lopen. Als ik naar uw rollator kijk zie ik dat er een sticker op is geplakt.
"Op de tweede etage uitstappen" 


Dan doen we dan ook. Zodra we de lift uitstappen zegt u opgelucht. " Dat bord daar met de foto's van de zusters, daar herken ik mijn afdeling aan."
We lopen rustig de gang op en als we bij uw kamer aangekomen zijn doet u de deur van het slot. We lopen naar binnen. U heeft de kamer gezellig ingericht. Met sfeervolle schilderijen aan de muur, ik zie overal beeldjes en afbeeldingen van pauwen en een kleurrijke vloerkleed onder moderne meubelen. U nodigt mij uit om te gaan zitten en u gaat in een mooie sta op stoel zitten. 


Als ik u vraag waar u geboren bent begint u te vertellen. Dat u in Meppel geboren bent. En dat het ouderlijk huis bij het Wilhelmina park stond, dicht bij het Willen Smeenge monument. U heeft een zorgeloze jeugd gehad met uw ouders en een oudere zus en een tweeling die later kwam. Het park was uw achtertuin. U was er veel in te vinden. Uw vader was leerkracht aan de school naast Ogterop en u zat op de Zuiderschool.
Uw moeder was huisvrouw en bleef thuis voor het gezin zorgen. Ze had heel vaak last van de rug en als kind kan u zich nog herinneren dat zij veel op de sofa lag. 


Toen u veertien werd verdween het zorgeloze leventje. Uw vader overleed plotseling. Van de conciërge hoorde u later dat uw vader hem nog de opdracht gaf het schoolbord te repareren. Het ging zo zwaar omhoog en naar beneden. Met het bord was natuurlijk niets aan de hand. Het was een voorbode van iets ernstigs. Op weg naar huis zwaaide u nog naar uw vader toen hij ook naar huis fietste. Maar hij zag u niet. Thuis heeft hij een hartinfarct gekregen.
Later in de ambulance is hij overleden en was u ineens uw geliefde vader kwijt. En u heeft geen afscheid kunnen nemen. Het gemis was dan ook bijna niet te bevatten voor een veertien jarig meisje.
U verteld dat het leven voor het overlijden van uw vader nooit meer is terug gekomen. In één klap was u alleen en alles kwijt. En dat voelde toen ook zo.
Onbezorgd kind en puber zijn was er niet meer bij. U voelde zich te verantwoordelijk voor uw kwetsbare moeder en het reilen zeilen in het gezin. U moest daardoor versneld volwassen worden. 


Voor uw verdriet was geen aandacht, geen tijd. Uw moeder hertrouwde later met een man van een bevriend stel waarvan de vrouw ook plotseling was overleden. Het gezin werd gedeeltelijk geheeld. En kwamen stiefzusjes en broertjes bij. Het voelde goed, het nam een beetje de last weg maar het verdriet over het verlies van uw vader en verloren jeugd was ver weg gestopt. U durfde het niet meer toe te laten. Ook later in uw volwassen leven niet. " Heeft u ook een foto van uw vader? vraag ik. " Ja, er staat een foto van hem in de slaapkamer." 


Ik vraag of ik de foto mag pakken. Ik weet intuïtief welke foto het is en ik laat het aan u zien. U pakt het lijstje vast, gaat met uw wijsvinger voorzichtig over zijn gezicht. U kijkt vertederd naar de lachende man in overhemd en pak. 


" Zal ik van je vader een schilderij maken?" Ineens krijg ik het gevoel dat ik wel "je" mag zeggen. " Vind je het goed dat ik je bij je voornaam noem? "Natuurlijk! " zeg je verbaasd. Alsof ik dat al veel eerder had kunnen doen. Je kijkt mij aan en ik zie je nadenken over mijn voorstel.
" Het is misschien wel een mooi aandenken aan je vader." Je knikt en vind het ook een goed idee. Je geeft de foto aan mij en ik haal het uit het lijstje. Ik mag de foto van je meenemen. En als we op staan om weer terug te lopen naar de huiskamer, geven we elkaar spontaan een kus en een knuffel. Gevolgd door een glimlach. " Ik loop met je mee naar de huiskamer, is dat goed?" Je knikt. 


We nemen afscheid en de week daarna ben ik er met de schets op doek. Op je kamer zet ik mijn ezel op de tafel en jij gaat achter mij zitten. De schets herken je meteen. De foto van je vader staat weer op de plank naast je bed. Je verteld dat de foto een uitvergroting is. Oorspronkelijk staat je vader tussen leerlingen op een schoolfoto. " Vandaar natuurlijk ook het nette pak!" zeg ik enthousiast. 


Ik zie je glimlachen. Tijdens het schilderen zie ik in je kamer overal symbolen en beeldjes van pauwen. Je ziet mij kijken en je begint te vertellen. De pauwen staan symbool voor het familiewapen. Je vader stamt uit een hele oude hugenoten familie uit Zeeland. Op een bordje bij de slaap kamer deur hangt: Dies diem docet.
"Wat betekend dat?" vraag ik belangstellend. "De eene dag leert den anderen "zegt u trots. "
Dat is mooi zeg. Een mooie spreuk."
Het schilderij vordert en inmiddels weet ik dat je vroeger o.a. als kleuterjuf hebt gewerkt en dat je pas later bent getrouwd. Je was toen zevenenveertig. Als je dat verteld zie ik dat het je ook zeer doet. De liefde van je leven is overleden. Ik probeer je af te leiden en dat laat je gelukkig toe. 


We hebben het daarna over de huiskamer en de contacten die je daar hebt met de medebewoners. Dat je niet altijd een goed gesprek kan voeren en dat je dat mist. Je geeft aan wel tevreden te zijn en dat je heel bewust bent van het feit dat thuis en zelfstandig wonen niet meer gaat.
Het schilderij is bijna klaar. Het is een portret geworden van een man die eigenlijk te vroeg uit je leven gerukt is. Van een man die zijn gezin heeft achter moeten laten. Terwijl ze hem nog zo nodig hadden. Het heeft je een litteken gegeven die nog steeds niet is geheeld.
Hopelijk heeft de tijd die we samen hebben doorgebracht gezorgd voor fijne herinneringen. 

En je het gevoel gegeven dat je vader niet weg is maar voor altijd in je hart blijft. Ik vond het bijzonder met je kennis te maken, te praten en naar je te luisteren tijdens het Verhalen Schilderen.  

Fereale in de dûnen 


Juni 2019

Als ik voor het eerst met u kennis maak zie ik dat u in een verblijfsrolstoel zit. Een stoel die je ook kan kantelen zodat de persoon die er gebruik van maakt ook kan liggen.
U zit met de rug naar de deur en het gezicht naar het raam. Op uw schoot zit een stoffen Joyk pop. Ze krijgt een aai over de bol en ik zie haar heen en weer bewegen op uw schoot. Zachtjes hoor ik op hoge toon een zingend geluid maken; "Jeeej, jeeejnefejejeeehjeeh."
Ik geef de collega's door dat ik er ben en dat ik u ga uitnodigen om even naar uw kamer te gaan. Ze vinden het prima.
Als ik naar u toe loop zie ik dat u een oudere dame bent. Met zilvergrijs haar en netjes gekleed in blouse en pantalon. En aan uw voeten blauwe verbandsloffen.
Ik pak een krukje en ga naast u zitten. U heeft het eerst niet in de gaten. Uw popje krijgt weer een aai over de bol en ik hoor u in u zelf mompelen. Voorzichtig leg ik mijn hand op uw knie om uw aandacht te trekken. Het werkt. U kijkt naar links en onze ogen ontmoetten. Ik geef u een glimlach maar u kijkt eerst alleen maar. Naar mijn haar, mijn ogen, mijn neus en mijn mond. Eerst indringend en heel langzaam zie ik uw mimiek wat ontspannen.
" Wat in leaf bern." En ik wijs naar de pop op uw schoot. Ik weet inmiddels dat u in Friesland bent geboren en dat we daardoor een connectie hebben. De Friese taal is niet meer mijn sterkte punt. Het komt er wat gebrekkig uit. Maar ik merk dat ik meteen contact krijg. U kijkt mij aan en ik krijg een glimlach. Ook het kind op uw schoot krijgt een lieve lach.
" Zullen we even naar uw kamer gaan? Ik wil u graag wat vragen." U blijft ontspannen en dat is voor mij een teken dat u het goed vind.
Als ik met u de kamer in rij zie ik aan mijn rechterhand een boekenkast met foto's in mooie lijstjes. Foto's van grote groepen mensen. Jong en oud. Ik ga er vanuit dat het familiefoto's zijn.
Ik zet de rolstoel bij de kast neer en ik ga naast u zitten. Ik probeer uw aandacht te vangen door uw knie weer aan te raken en het werkt weer. U kijkt mij weer indringend aan. Ik leg uit waarom ik bij u op visite ben maar ik krijg niet de indruk dat u begrijpt wat ik bedoel. U reageert met korte woorden en de zinnen zijn onsamenhangend en repeterend.
" Mei ik in fotoboek pakken?" Ik zie namelijk een hele stapel in de kast liggen. Ik hoop dat ik daar iets kan vinden wat ik voor kan gaan schilderen. U reageert weer met een wat zingende "Jeeej, jeeejnefejejeeehjeeh." Maar dan trekt de pop op uw schoot weer uw aandacht en u gaat druk aan het shirtje trekken en vouwen. Ik laat u begaan.
Ik pak een oud rood gekaft fotoboek en sla het open. Op de eerste bladzijde zie ik drie vergeelde foto's van een verliefd stel. Ik zie dat het fotoboek gemaakt is ter ere van een huwelijk jubileum.
Ik denk dat ik er wel vanuit mag gaan dat de foto's van u en uw man zijn in uw verlovingstijd. Als ik u een van de foto's laat zien waarin u elkaar innig omarmd, zie ik u heel alert kijken. Wenkbrauwen omhoog en een glimlach. " Is dit jo man?"
U kijkt mij aan en ik zie en voel dat het zo is. De foto van u beiden op het strand met de zee op de achtergrond is zo romantisch en symbolisch voor uw liefde voor elkaar dat ik besluit een schilderij ervan te maken.
De week daarna kom ik met mijn schilderkoffer de huiskamer inlopen.
U bent in een diep rust verzonken. De rest van de dames zitten aan een kopje thee en een plak cake. Versiert met jam en slagroom.
Ik laat u rusten en ik zet mijn spulletjes klaar op rafel. Ik begin rustig te schilderen aan het romantische tafereel op doek.
U wordt op een gegeven moment wat onrustig wakker. En ineens horen wij u heel luid schreeuwen;
"Jeeej, jeeejnefejejeeehjeeh!" We schrikken er allemaal een beetje van. U kijkt verwilderd om u heen.
Het popje op schoot lijkt vanmiddag niet te helpen. Ik probeer nog wat afleiding te geven door naast u te gaan zitten maar de onrust blijft en ik besluit naar huis te gaan. De prikkels zijn waarschijnlijk teveel.
De weken daarna vordert het schilderij, u bent er de ene keer in zich zelf gekeerd en de andere keer alert en wakker. Dan hebben we contact maar meer ook niet. Op gevoel. Het is genoeg voor u.
Vanmiddag is de laatste schilder middag. Als ik de huiskamer inloop zegt de collega dat u in bed ligt. U heeft een insult gehad.
Ze loopt met mij mee en als ze mij voor gaat hoor ik zachte muziek en zie ik een golvende zee op het plafond geprojecteerd. U ligt lekker onder de dekens in bed. Er hangt een heerlijke ontspannen sfeer in uw kamer. Ik vraag of ik niet stoor als ik er óók nog bij ga zitten. Maar de collega geeft aan dat u dat niet erg zal vinden. Mijn aanwezigheid zal u alleen maar geruststellen. Ook al bent u in diepe rust verzonken.
Ik zet mijn spulletjes klaar en begin met de laatste details van het romantische tafereel. In de veronderstelling dat u slaapt kijk ik even om. En ik zie twee prachtige wakkere blauwe ogen. Als u mij ziet glimlacht u. En begint u wat onverstaanbaar te mompelen.
Het schilderij maak ik vanmiddag voor u af. Het is wat mij betreft een symbool geworden van uw jeugd en de liefde die een ieder van ons kent of heeft gekend.
Ook nu u oud en ziek geworden bent leeft die jonge verliefde meid in de duinen nog steeds in uw hart, voelt u nog steeds de vreugde, troost en steun van uw lief, maar ook het verdriet van het verlies. De dementie heeft er voor gezorgd dat u de huidige wereld ervaart alsof u door melkglas kijkt. Troebel en onduidelijk. Hopelijk heeft het tafereel momenten voor helderheid gezorgd. En dat u even naar die mooie tijd terug kon gaan en kon voelen hoe gelukkig u toen was. Ik vond het bijzonder om even deelgenoot te zijn van uw leven tijdens het Verhalen Schilderen  

Mijn lieve jongen

Juni 2019

U woont helemaal aan het eind van de gang op de derde verdieping. Ik stap de lift uit en loop naar uw kamer. Van de collega's weet ik dat u een actieve dame bent, die drie keer in de week naar een dagbesteding gaat. Vanmiddag is de enige middag die u nog vrij heeft. En vanmiddag ben ik ingepland in uw volle agenda.

Als ik naar uw kamer loop, zie ik dat de deur op een kier staat. Ik klop aan en hoor een rustige stem zeggen: "Kom er maar in."
Binnen ruik en zie ik een zweem van sigarettenrook. Uw kamer is sober ingericht met her en der beeldjes en wat gezellige decoraties. In de vensterbank staan enkele potten met kunstplanten.
U bent een slanke dame met een vlot golvend grijs kapsel, modern gekleed, met een fris gekleurd T-shirt en hippe broek.
Ik stel mij aan u voor. Als ik met "u" begin, wimpelt u dat beslist af. "Zeg maar gewoon jij, anders voel ik mij zo oud!"

Vanaf dat moment tutoyeren wij elkaar en is het ijs gebroken. Ik vraag of ik naast u, eh ...je, op de bank mag gaan zitten. Dat mag. Ik kijk de kamer rond en zie een blankhouten kast met glazen raampjes tegen de wand. In de kast een mooi servies met oude, Engelse kopjes en wat foto's in lijstjes. Ook staat er een ingelijste zwart-wit foto, een portret van een knappe jongeman. Hij valt mij op. Ik weet niet waarom. De manier waarop hij kijkt misschien.
Als ik vraag waar je vandaan komt, begin je meteen geanimeerd te vertellen. Dat je in De Krim bent geboren. Een klein dorp tussen Slagharen en Coevorden. Je ouders waren hard werkende mensen. Je had twee broers en een jonger zusje. En je vader was eigenlijk tuinder, maar omdat destijds het werk schaars was, werkte hij bij de boeren in de omgeving. 

Je was best een beetje ondeugend vroeger. Toen je zestien was, ging je vaak op zondag in Slagharen uit dansen. Je fietste daar met vriendinnen naar toe en dan moest je natuurlijk van je ouders op een bepaalde tijd weer thuis zijn. Je kwam regelmatig te laat, en om een straf te ontlopen liet je een keer, een kilometer van huis, lucht uit de fietsband lopen. Om je ouders te zeggen dat je niet op tijd thuis had kunnen komen, omdat je een lekke band had...

Dat ging één keer goed, ze trapten er in. Maar wat bleek de tweede zondag? Je vader stond buiten te wachten. En hij zag je in de verte in het licht van een lantaarnpaal het ventiel losdraaien. Je hebt toen zes weken huisarrest gekregen. En een wijze les geleerd.
"Heb je zin in koffie?" vraag je vriendelijk. "Heerlijk, fijn, dank je wel." Als we zo samen gezellig bij elkaar zitten, vertel ik wat ik kom doen, en ik vraag of ik een schilderij voor je mag maken.

Je kijkt mij aan, en zonder een antwoord te geven sta je op, pak je de rollator en loop je naar de buffetkast met glazen raampjes. Ik zie dat je het fotolijstje pakt met daarin de foto van de jonge man. "Je mag hém wel schilderen," zeg je rustig en ook heel resoluut.
" Wat een mooie vent, zeg. Is hij familie van je?" vraag ik enthousiast.
Als ik opkijk, zie ik de tranen in je ogen opwellen. Ik schrik ervan. Bang dat ik wat verkeerd heb gezegd. Je loopt terug naar de bank. Als je weer bij mij komt zitten, leg ik mijn hand op je knie. "Och, waarom doet de foto je verdriet?"
" Hij liep achter mij langs in de tuin en ik heb niets gemerkt," zeg je met een snik in je stem. " Wat is er gebeurd, of, als je er liever niet over wil praten...?" vraag ik bezorgd. Nog steeds heb ik mijn hand op je knie. "Dat wil ik wel. Ja, mijn zoon heeft zichzelf van het leven beroofd. Deze foto is een maand daarvoor genomen."

Er valt een stilte tussen ons.
Ik weet ik niet wat ik moet zeggen. In gedachten zie ik je in de zon zitten. In je tuin. Kopje koffie en de Privé op een tafeltje naast je. Sigaret in je hand. En ik zie je zoon. Je prachtige jongen. Hij loopt achter je langs, raakt je misschien even op je schouder aan en loopt naar de schuur. Om wat te pakken, denk je.
Na een kwartier denk je bij jezelf: "Wat duurt het toch lang." Je roept iets. Geen antwoord. Je loopt naar de schuur om te kijken of je hem kan helpen. Je opent de deur van de schuur en...

Ik zie dat je de foto van je eerste kind op schoot hebt liggen en nog steeds huil je zachtjes. Ik leun wat tegen je aan om je te troosten. Maar ik voel dat er een verdriet is dat nooit weg zal gaan. "Zou je dat willen doen, wil je van hem een schilderij maken?" hoor ik je snikkend zeggen. "Natuurlijk, dat doen we." Het is een poging je te troosten.
Bij het afscheid ben ik nog steeds ontdaan. Maar ik besef dat ik er iets heel moois van moet maken. Voor jou. En de week daarna staat de schets op doek.
Als ik die week daarna de kamer binnenkom, word ik hartelijk verwelkomd. Je weet nog heel goed wat ik kom doen. Ik installeer mijn schildersmateriaal op de salontafel. Je bent meteen geïnteresseerd. Je wilt meekijken en mee beleven hoe je eerste kind op doek tot stand komt.
In de tussentijd vertel je meer over je leven. In De Krim ging je naar de lagere school en later naar de huishoudschool in Slagharen. "Bij de nonnen," zeg je met een ondeugende glimlach. "Het was een geweldig mooie tijd. Ik moest veel nablijven en strafregels schrijven op het bord. 'Ik mag niet te laat komen, ik mag niet te laat komen, ik mag niet te laat komen', en dat dan honderd keer," zucht je guitig en met wat binnenpret. Alsof je weer dat meisje van toen bent.
Je vertelt dat er een vriendengroep was van jongens en meiden. En dat jullie veel met elkaar optrokken, gingen dansen en kattenkwaad uithaalden.

Een ervaring op de nonnenschool is je tot de dag van vandaag bijgebleven. Regelmatig waren er nonnen 'overspannen' en die gingen dan een tijdje naar een sanatorium. Na een paar maanden kwamen ze dan weer terug met een 'vondeling'. Uiteindelijk kwam je erachter dat ze een baby hadden gekregen. Maar omdat dat natuurlijk schande was, werd de kinderen wat op de mouw gespeld. Terwijl iedereen later wel wist hoe de vork in de steel zat.
Inmiddels vordert het portret van je zoon. Het zorgt voor tranen, maar toch ook soms voor een lach. "Ik neem je knappe zoon weer mee naar huis, hoor," zeg ik elke middag, als ik opruim. We moeten er dan samen om lachen.
Vanmiddag is de laatste schildersmiddag, het portret is bijna klaar. "In het atelier ga ik nog wat kleine dingetjes aanpassen en dan neem ik het afgelakt weer mee. Volgende week ben ik weer!"
" Is het nog niet klaar dan? Wat moet er nog gebeuren?" zeg je wat ongerust. Ik vermoed andere woorden. Zoiets als "Laat hem maar mooi hier."
Als ik je volgende week het schilderij ga brengen, hoop ik dat je het gevoel hebt dat hij weer een beetje bij je is. Ondanks de steun van je beide dochters is het verdriet om zijn verlies soms nog zo scherp aanwezig. "Je hoort als ouders je kind niet te verliezen, en helemaal niet op deze manier."

Het gemis blijft een wond die nooit zal helen. Door je zoon te schilderen heb je hem misschien weer even toe kunnen laten, kon je in ieder geval over hem praten en kon je je verdriet delen. Je hebt herinneringen opgehaald en hem aan mij voorgesteld. Het schilderij is een eerbetoon geworden. Aan je kind, je zoon, die veel te vroeg van je weg ging.
Het was goed deelgenoot te mogen zijn van je leven tijdens het 'Verhalen Schilderen'.

Bijna Honderd


Mei 2019

U bent een kwieke dame. Haar netjes gekapt en altijd keurig in de kleren. Op de huiskamer zie ik u genieten van de gezelligheid met de andere dames. U komt daar regelmatig een kopje koffie drinken waarbij u nog met de rollator van en naar uw kamer loopt. Als ik het appartement nader voor een kennismaking gesprek, zie ik dat de deur open is. U zit in een mooie comfortabele stoel bij het raam. Ik klop aan en u gebaart dat ik binnen mag komen. 

Als ik naar u toe loop vallen mij de mooie notenhouten meubelen op. De decoraties aan de wand zijn met zorg gekozen en opgehangen. In uw kamer hangt een heerlijke huiselijke sfeer.
Ik geef u een hand en ik stel mij voor. En u doet hetzelfde. " Mag ik even bij u gaan zitten?" Alsof de vraag totaal overbodig is zegt u "Och, natuurlijk, ga lekker zitten!"
Ik vertel u waarvoor ik bij u op visite kom. En het idee van een schilderij vind u wel leuk. Gezellig kletsen we verder en u vertelt over uw jeugd en waar u geboren bent.

Net buiten Koekange. Aan de Meester H. Smeengeweg. U groeide op in een gezin met vader en moeder en zeven kinderen. Uw jeugd was onbezorgd en vreugdevol. U vertelt dat u in Koekange naar de lagere school ging en dat u daarna 'uit werken' ging. U kreeg een baantje bij de slager Koetsier in Meppel.
" Moest u dan op de fiets van Koekange naar Meppel?" vraag ik oprecht verbaasd. "Dat is toch best wel een eind fietsen, toch?" Met een wat krakende stem en met een glimlach vertelt u dat u elke dag van Koekange naar Meppel fietste en andersom. In weer en wind. Bij de zomerdag en in de winter. " Dat was ik gewend." zegt u nuchter.
" Soms mocht ik met de trein mee omdat het regelmatig laat werd. Ik was pas vrij na sluitingstijd van de winkel. Dan stopte de trein speciaal voor mij midden in het Koekangerveld en trok de machinist mij zo de trein in met mijn fiets."
"Vond u dat niet spannend?" zeg ik een beetje ongerust. "Nee hoor, meestal was het mijn vader, die werkte op de trein, ik nam altijd een worst voor hem mee, dan was hij weer blij en tevreden." zegt u met een grote ondeugende lach op uw gezicht.

Ik zie het tafereel helemaal voor mij. Zo'n jonge meid van 16 jaar die samen met haar fiets de trein in geholpen wordt en bij Koekange er weer uit springt en zich omdraait en nog even zwaait naar haar vader die verder rijdt naar Leeuwarden.
Als ik u vraag naar een onderwerp voor uw schilderij is het toch best wel lastig een onderwerp te bedenken. In eerste instantie zitten we te denken aan het geboortehuis aan de van Smeengeweg. Maar als u ineens vertelt dat u al bijna honderd jaar wordt komende augustus stel ik u voor uw portret te schilderen. " Is dat niet een leuk idee, dat is misschien ook wel mooi voor uw kinderen!"

U lacht een beetje verlegen en uiteindelijk zie ik dat u het toch een goed idee vind. Ik maak wat portretfoto's en samen kiezen we er een uit. U staat er breed lachend op met uw heldere bruine ogen.
De week daarna ben ik er weer en dan staat de schets op doek en u herkent zichzelf meteen al. " Oei, ik heb toch best wel veel rimpeltjes." zegt u een beetje ongerust." "Dat is ook wel een beetje zo maar u bent ook al bijna honderd jaar, toch? En ondanks de leeftijd vind ik u nog een prachtige vrouw."

Ik zie dat u door het compliment weer wat verlegen wordt. Zachtjes zegt u " Dat is ook wel een beetje zo." Als ik ga schilderen, vertelt u verder over uw tijd bij slager Koetsier in Meppel. En dat u daar de liefde van uw leven heeft ontmoet. Hij werkte daar ook en uiteindelijk bent u getrouwd en heeft u drie prachtige kinderen gekregen. Twee meisjes en een jongen.
De weken daarna is uw dochter er ook bij. En samen zien we het schilderij vorderen en hebben we het over vroeger, over de kinderen, uw positieve instelling en dat u uw dochter een hele fijne jeugd heeft gegeven. In haar mail staat. 'Mijn moeder was er altijd voor ons, als we uit school kwamen zat ze klaar met een pot thee een kaakje en dan kon ik heerlijk vertellen over wat ik die dag had meegemaakt '

Inmiddels gaat het langzaam minder met u. De goede dagen wisselen zich steeds vaker af met wat "slechte" dagen. U valt af en u heeft het met regelmaat benauwd. Het eten smaakt u niet. U bent zich er heel bewust van dat het einde nadert. We hebben het er openlijk over. "Bent u ook bang?" vraag ik u op een gegeven moment. " Oh, nee hoor, mijn tijd is gewoon gekomen, ik heb een lang leven gehad, het is goed zo." zegt u rustig.

Vanmorgen is de laatste schildersochtend en uw portret is bijna klaar. " Waar heb ik dit toch aan te danken?" vraagt u verbaast, net als vorige week. Ik leg weer rustig uit dat het een cadeau is van ons allemaal omdat u honderd wordt. En u reageert elke keer weer verrast en blij. En zie ik uw mooie ontwapende lach.
Het is een portret geworden van een actieve, zorgzame en lieve vrouw. Een sterke dame. Die als jonge meid midden in het leven stond, vooruitstrevend was en geen blad voor de mond nam. Nog steeds zie ik die kracht in uw uitstraling, ondanks de beperkingen van het ouder worden.

Ik zie het ook terug in uw dochter. Dezelfde betrokkenheid en liefde voor de ander. Ik ga er natuurlijk vanuit dat u honderd wordt. Maar mocht u dat niet gegeven zijn is negenennegentig óók nog een zeer respectabele leeftijd. En eigenlijk vind u dat ook.
Ik heb het erg naar de zin gehad bij u, u was lief en zorgzaam en u bent een inspiratie geweest. Ik hoop dat u nog lang mag genieten van de dagen die u gegeven zijn. Het portret zal een aandenken worden aan een bijzonder mooie vrouw. Ik ga nog vaak aan u terug denken tijdens het Verhalen Schilderen. 

My huis in Afrika


Mei 2019

Al een aantal keer heb ik u eerder op de afdeling gezien. Terwijl ik voor andere cliënten aan het schilderen was. U was dan in uw verblijfsrolstoel op de afdeling aan het rijden. U bent een knappe lange man met een volle bos grijs haar.

Af en toe kwam u dan de huiskamer binnen trippelen. En achter mij zitten. In stilte volgde u dan de penseelstreken en luisterde u naar de gesprekken die ik had met de cliënten aan tafel.

"Ramdreromderam." Hoorde ik dan regelmatig. U maakt repeterende geluiden. De klemtoon ligt op de "ram" waarbij u een mooie rollende r maakt. Het praten gaat niet meer zoals eerder. Een korte ja of nee lukt nog en korte zinnetjes ook. U bent daarnaast in u eigen innerlijke wereld verzonken waarbij u af en toe nog uit komt door een liefdevolle aanraking of vraag.

Als ik vanmorgen de huiskamer in kom, zit u in uw rolstoel naar de televisie te kijken. Ik loop naar u toe en pak een stoel erbij om naast u te gaan zitten. U bent geconcentreerd aan het kijken naar een programma met een dierenarts op Discovery. Ik maak contact door even uw arm aan te raken. U kijkt mij aan en ik krijg een voorzichtige tandeloze glimlach. "Interessant he? Hoe die man dat kalf helpt geboren te worden."

Ik krijg geen reactie. U kijkt verder. Ik besluit naar uw kamer te gaan om te kijken of daar fotomateriaal is. Als ik een rood fotoboek onder een stapel bladen en boeken vind, sla ik het open.

Inmiddels heb ik van uw zoon heel veel informatie gekregen over uw lange en gevulde leven. De foto's corresponderen met wat ik van u weet. Als ik met het boek weer terug loop naar de huiskamer ga ik weer naast u zitten. U bent nog steeds geïnteresseerd aan het kijken

" Rompetromerampredam." U bent in zichzelf aan het mompelen. Als ik u een foto van uzelf laat zien en vertel wat ik inmiddels weet, kijkt u op en wijst naar de foto waarop u met een paard staat. U staat naast het mooie dier, pal in de zon.

" U lijkt hier wel een filmster, zó uit een western gelopen, knap bent u hoor! " U glimlacht en u kijkt weer op, naar de televisie.

Ik krijg het idee dat van deze foto een schilderij van gemaakt moet worden.

De week daarna staat de schets op doek. Ik loop de huiskamer binnen en ik zie u nergens zitten. De collega verteld dat u wat onrustig bent en aan het rondrijden bent op de afdeling. Inmiddels weet ik dat we u dan uw gang moeten laten gaan. Ik besluit bij de andere bewoners aan tafel te gaan zitten.

Ik zet mijn spulletjes op tafel en begin te schilderen. Uw zoon heeft verteld dat u in 1936 in 't Zand bent geboren. Een dorpje dicht bij Groningen. U was de oudste van een de twee kinderen in het gezin. Uw zus was gehandicapt en leed aan epilepsie. Later is ze opgenomen in Wagenborg, een toenmalige instelling voor gehandicapten. Uw zus is inmiddels overleden. U bent opgegroeid op een boerderij en het was toen eigenlijk heel normaal dat uw vader de boerderij over zou nemen van zijn vader en dat u het weer van hem zou overnemen. Maar dat is niet gebeurd. Uw vader werd o.a. landarbeider en heeft bij de steenfabriek in ten Post gewerkt.

U was op school altijd de beste van de klas, u haalde alleen maar negens en tienen. Jammer genoeg mocht u niet naar de HBS van uw ouders. Zij vonden het beter dat u naar de lagere landbouwschool ging. Uiteindelijk heeft u ook de middelbare landbouwschool afgemaakt en was u al vanaf uw dertiende jaar veel aan het werk. Op de boerderij en als slootgraver.

Toen u achttien jaar werd volgde de militaire dienst. U werd wachtmeester bij de landmacht, afdeling artillerie. In die periode besloot u om te emigreren naar Zuid Afrika. Daar heeft u 2 jaar gewerkt als bedrijfsleider op een vee boerderij.

Ineens hoor ik in de verte "Romberpdrompedrom " U bent in de buurt. En als u op de gang mij bezig ziet in de huiskamer zie ik dat het u toch een beetje nieuwsgierig maakt. U stuurt uw rolstoel de huiskamer binnen en komt achter mij staan. Ik geef u de foto die ik op A4 heb uitvergroot. Weer zie ik uw tandeloze glimlach.

" U reed zeker heel veel op een paard in Afrika?" U kijkt mij verbaasd aan. Alsof u denkt :" Hoe weet zij dat nou weer?" Ik vertel u verder over wat ik weet over uw leven. Uw reis naar Afrika en uw leven daar.

Na twee jaar kwam u toch weer terug naar Nederland om uw militaire dienstplicht af te maken. Daarna ontmoette u uw vrouw en kreeg u vier kinderen. Drie meisjes en een jongen.

Na verloop van tijd begon het toch te kriebelen en u wilde toch weer naar het buitenland. Toen bent u gaan werken voor de SNV (Stichting Nederlandse Vrijwilligers) en werd uitgezonden naar Kameroen, gelegen in West Afrika.

In die tijd zijn twee kinderen geboren waaronder o.a. uw zoon. U gaf leiding aan een groot landbouw en veeteelt project en school waar de lokale bevolking onderwijs kregen in landbouw. Na Kameroen volgde uitzending naar Indonesië. U ging werken voor het ministerie van Buitenlandse zaken, ook in de functie van ontwikkelingswerk. Hier werkte u vooral in de tuinbouw.

Als ik u vertel over die tijd en over hoe knap ik het vind dat u dat avontuur heeft aangedurfd kijkt u heel rustig en zelfverzekerd. Alsof het toen heel gewoon en vanzelfsprekend was. Ik krijg het gevoel dat het uw roeping was. Een passie om mensen te helpen.

Even zitten we in stilte en terwijl ik verder schilder hoor ik u wat mompelen en ik zie uit een ooghoek dat u de rolstoel draait en van mij weg rijd. De gang weer in. Ik besluit te stoppen. Ik ruim mijn schilder spullen op en neem afscheid van de dames aan tafel. Op de gang kom ik u nog even tegen. Ik geef u een hand en ik krijg een stevige handdruk terug. " Tot volgende week!" "Rampredrompertamre" Hoor ik terwijl ik de gang uitloop.

Als ik naar het station loop denk ik nog even over leven na. En wat uw zoon mij heeft geschreven. Vanuit Indonesië verhuisde u met uw gezin naar Kenia, gelegen in Oost Afrika. U gaf daar leiding aan een groot irrigatie project met honderden boeren verenigd in een coöperatie. Later heeft u ook nog een periode gewerkt in de pootaardappelteelt. Ook weer een groot project. U was helemaal in uw element. Eindelijk de uitdaging en de verantwoordelijkheden die u aan kon en waar u gelukkig van werd.

Omdat de kinderen ondertussen naar Nederland moesten om te studeren bent u met het gezin weer terug gegaan naar Nederland. In de jaren hierna heeft u nog vele jaren gewerkt voor de ontwikkelingshulp en werd u uitgezonden naar diverse landen in Afrika, maar ook Oost Europa. U ging daar alleen heen en kwam dan af en toe thuis.

Als ik de trein instap realiseer ik wat u allemaal heeft gedaan en wat een vol en avontuurlijk leven u heeft gehad.

De week daarna staat u in de eerste laag acryl geschilderd op doek. U zit dit keer rustig in de huiskamer. Ik pak een stoel en ga naast u zitten. " Goedemiddag, hoe gaat het met u?" U kijkt mij aan en ik krijg weer die mooie tandeloze lach. Ik besluit meteen alles klaar te zetten. En als het doek op de ezel wil zetten grist u het u mijn handen. Uw knokige vingers raken het doek voorzichtig aan. "drompedtrom mooi peerd."

"Mooi paard hé ? Heel mooi hoofd heeft ze." zeg ik. " Zeker rampedrampedram." Hoor ik u zacht zeggen.

Het doek zet u voorzichtig weer op de ezel. Ik mag er verder aan werken. U blijft geïnteresseerd kijken en af en toe hoor ik "prachtig."

U zoon schrijft verder. Toen u 58 jaar was bleek u blaaskanker te hebben en bent u hieraan geopereerd. Het gevolg van de ziekte en operatie was dat u werd afgekeurd en in de WAO belande. Dat vond u vreselijk. U kon niet meer ondernemen en werken zoals u het gewend was. U heeft tot uw 70e jaar nog wel kortere projecten gedaan in de ontwikkelingshulp, maar niet meer op het niveau van de jaren daarvoor.

Aanvankelijk woonde u in Eelde Paterswolde en later verhuisde u met uw gezin naar Loppersum. Daar heeft u het huis van uw dromen gekocht, villa Zwaaihorn. Later heeft u dat huis verkocht. En bent u naar Uithuizen verhuisd. Door de voortschrijdende dementie was het gezin genoodzaakt het huis te verkopen en bent met uw vrouw en dochter naar Steenwijk verhuisd. En uiteindelijk moest u opgenomen worden.

Tijdens het schilderen pakt u met regelmaat even de foto van het paard en van uzelf. Ik krijg het gevoel dat u het wel fijn vind al weet ik niet of u zich die tijd nog kan herinneren. Het schilderij van uw beeltenis maakt in ieder geval wat bij u los. En ik hoop dan ook dat het u later ook fijne momenten zal geven. Dat het een aanleiding zal zijn om even terug te gaan naar die mooie tijd van dat gevulde en actieve leven op de verschillende continenten.

Ik heb in ieder geval genoten van onze momenten in stilte en puur contact. En ik ben blij u te hebben ontmoet tijdens het Verhalen Schilderen. 

Prima Ballerina

Maart 2019

Als ik voor ons kennismakingsgesprek de lift uitloop naar uw kamer, is er een ploeg mensen bezig om de deuren te voorzien van plakplastic. Iedere deur krijgt zijn eigen persoonlijke uitstraling en kleur. Het geeft de afdeling een frisse en knusse uitstraling. Het is net of je in een straatje loopt langs rijtjeshuizen. 

Aan een van de collega's vraag ik waar u woont en zij wijst mij vriendelijk de weg.
Eenmaal aangekomen bij uw mooie blauwe voordeur zie ik dat het op een kiertje staat. Ik klop zachtjes aan. En kijk om de deur om te zien of u er bent.
Ik zie een kleine ranke dame aan de tafel zitten. De tafel staat met een kant tegen de muur en u zit aan de zijkant, ook met de rug tegen de muur. U bent iets aan het doen op uw schoot. Ik zie de rits van een roze toilettasje. Het grijze, bijna witte haar, netjes gekamd. En achter uw ogen en bij uw neus een doorzichtige plastic slang. En dan hoor ik het geluid ook wat daar bij hoort. U krijgt zuurstof.

" Goedemorgen, mag ik even bij u binnen komen?" zeg ik zacht. Om u niet te laten schrikken.
U veert toch een beetje geschrokken op. U kijkt mijn kant op en zegt: " Ja, natuurlijk! Kom maar verder."
Ik loop naar u toe en stel mij met een handdruk voor. En u doet hetzelfde. Als ik u aankijk zie ik twee heel bijzonder gekleurde ogen. Hazelnootbruin met een blauwachtige rand om de iris. " wat heeft u mooie ogen zeg!" " Ja, hé? Bruin en een beetje blauw." zegt u zelfverzekerd.

Ik vertel wat ik kom doen en u bent meteen geïnteresseerd en nieuwsgierig. U vraagt hoeveel dat moet kosten en ik kan u gelukkig geruststellen.
Het kiezen van een onderwerp is eigenlijk niet moeilijk. Het komt op zo'n mooie natuurlijke manier ter sprake en we zijn eigenlijk allebei meteen erover uit dat zij het moet worden.
U verteld namelijk dat u vroeger ballerina bent geweest. En dat u met hart en ziel heeft gedanst bij Beatrix Malinovska. Ze gaf U balletles. Als ik haar naar naam Google zie ik een foto van toen. Een prachtige elegante dame. In balletjurk en op balletschoenen. "Demi- pointes of Spitsen genoemd." zegt u heel zeker van u zelf. Ik word ter plekke even gecorrigeerd.
"Zal ik die foto dan maar schilderen? " Dat was goed. Mooi voor op de kamer. U woont namelijk nog niet heel lang in dit verpleeghuis.

Met uw dochter heb ik al snel contact en ze schrijft mij veel informatie over uw verleden. U heeft een vol en actief leven achter de rug.
U komt uit een gezin van vijf kinderen. Drie meiden en twee jongens. U bent geboren en getogen in Hengelo. En uw ouders hadden een eigen bedrijf. Een Singer naaimachine winkel in de stad. Als jong meisje hield u al van muziek en dans en het was dan ook niet vreemd dat u op balletdans les ging. Samen met uw vriendin leerde u de kneepjes van het vak en heeft u zelfs gedanst voor studio 22! .
Op een gegeven moment werd u een prima ballerina en danste u de sterren uit de hemel. En dat bleef niet onopgemerkt. U had regelmatig stille aanbidders en kreeg kaartjes en bloemen.
" En ik weet tot op de dag van vandaag nog niet aan wie ik ze kreeg." zegt u verbaasd met een vleugje trots.
Als ik de volgende week met de schets op doek en mijn schildersspulletjes aan uw blauwe deur kom staan, is het dit keer dicht. Ik zet mijn ezel op de grond en klop op uw deur.

" Jou hoe!" Klinkt er uit uw kamer. Ik denk dat ik er wel vanuit mag gaan dat ik binnen mag komen. Als ik door loop hoor ik vrolijke Hollandse liedjes uit de radio komen. En u zit net als de vorige keer aan het kleine tafeltje tegen de muur. U lijkt mij in eerste instantie niet te herkennen maar als ik vertel wat ik kom doen, zie ik een blik van herkenning.
" Mag ik bij u aan tafel komen schilderen?" Dat was goed, u schuift samen met mij wat spulletjes aan de kant en ik installeer mij aan tafel. Meteen hebben we het over de tijd toen u prima ballerina was en hoe fijn u het vond om naar muziek te luisteren en te dansen.
En dat u naar heel veel feestjes en bruiloften ging. Uw dochter vertelt dat u dan een van de laatste was die naar huis ging. " Mijn moeder was een echte party animal!"
Op uw zesentwintigste bent u getrouwd met de liefde van een leven. Een grote, lange en stoere marinier. U bent toen met hem van Hengelo naar Enschede en later naar Meppel verhuisd. U kreeg samen drie kinderen. Twee jongens en een meisje.
Als de eerste laag acryl erop zit laat ik u de onderschildering zien. U krijgt tranen in de ogen. U pakt het schilderij uit mijn handen en verwonderd kijkt u mij aan en zegt: " Het is haar echt! "

De weken daarna vordert het schilderij en leer ik u wat beter kennen. En krijg ik krijg de indruk dat u zich niet zomaar bij uw lot neerlegt. U bent een sterkte vrouw. En daarnaast ook heel positief. U heeft het wel over de beperkingen van het ouder worden en ik merk aan u dat u er van baalt. Het lichaam beperkt u in het shoppen en leuke dingen doen. Want winkelen in de stad, dat vind u geweldig! Leuke schoenen kopen in de uitverkoop. Sjieke blouses, broeken, vestjes en natuurlijk make-up scoren. Volgens u moet geld niet te lang op een rekening staan. Geld is er om van leven te genieten!
" Hakken, daar loop ik het liefst op, je gaat daar ook anders van staan hé?" En met dat u dat zegt gaat u wat rechtop zitten met uw kin vooruit. " Er lopen veel te veel meisjes en vrouwen voorover met het gezicht naar de grond, dat is zo zonde! Ze moeten trots zijn! En zichzelf verwennen met leuke kleren, hakken en make-up!"

Ik kan niet anders dan het met u eens zijn. En ik schuif mijn lompe schoenen voorzichtig onder de tafel tijdens uw betoog.
" Zit mijn haar wel goed? Wil je even kijken?" Ik leg mijn penseel neer en kijk naar de plek op uw hoofd waar u naar wijst. " Die plek kan wel een kam gebruiken." zeg ik. U geeft mij de kam en ik begin uw haar te kammen.
"Nu je toch bezig bent , wil je mij mijn armbanden en oorbellen ook even om en in doen?"
Gewillig help ik u met uw sieraden en ik zie dat het u goed doet, alsof het u compleet maakt. U begint te stralen. " Eigenlijk mist er nog een lippenstift." zeg ik.
U pakt het roze toilettasje erbij en u pakt vier kleuren lippenstift eruit. U kiest de meest roze. Het staat u geweldig!
De prima ballerina is bijna klaar. En bij elke schilderssessie wordt het doek uit mijn handen gegrist en krijgt u tranen in de ogen. " Ik zie haar zo staan, prachtig hé?" Ik kan ook dit alleen maar bevestigen. Het is een prachtig plaatje.
Eigenlijk vind ik het jammer dat vandaag alweer de laatste ochtend is. Uw zin in het leven, uw zelfverzekerde uitstraling, uw trots en geëmancipeerde kijk werkt aanstekelijk. Ik hoop dat het schilderij u vaker laat terug gaan naar die mooie tijd waar u gezond en gelukkig was. Ik hoop dat de herinneringen u goed doen. En dat u nog gaat genieten van wat komen gaat. Ik kijk vol plezier en geïnspireerd terug op onze tijd samen. Ik ben blij u te hebben ontmoet tijdens het Verhalen Schilderen.

Ontworteld uit uw thuisland


Februari 2019

Regelmatig kom ik u op de afdeling tegen. U bent een bijzondere verschijning. Niet alleen door uw uiterlijk maar ook door de manier u praat. U heeft eigenlijk altijd een groen gehaakt mutsje op uw hoofd. Met een klein balletje op de kruin. U loopt een beetje krom en langzaam, in een heerlijke ruime joggingbroek. Met daarboven een blouse en trui. U mompelt regelmatig Turkse woorden en af en toe wat in het Nederlands.
Als ik vanmorgen de huiskamer binnen loop naar de bank bij het raam, waar u altijd zit, krijg ik een vriendelijke glimlach. Twee kleine guitige bruine ogen kijken mij onderzoekend aan.
Ik rijk u mijn hand en knik gelijk. U pakt mijn hand met beide handen en knikt respectvol. " Goedemiddag, meneer, mag ik u wat vragen?" U antwoord in wat gebrekkig Nederlands;
"Goedemiddag." En daarna "Iyi öğlenler." Ik ga ervan uit dat het Turks is voor Goedemiddag.
Met dat ik tegenover u wil gaan zitten komen uw vrouw en een dochter op bezoek. Ik vertel van mijn plannen en uw dochter vind het prima. Als ik het maar met de jongste dochter heb overlegd, dan was het goed.
Ik merk dat uw vrouw de Nederlandse taal nog niet helemaal machtig is en dat uw dochter voor haar spreekt. Bescheiden buigen ze allebei het hoofd als een vriendelijke reactie op mijn vraag of ik een schilderij voor hen mag maken.
Ze nemen u mee naar beneden naar de zaal voor een kopje thee. Ik besluit afscheid te nemen en op zoek te gaan naar foto materiaal voor het schilderij.
En als ik naar uw kamer loop zie ik een foto van u bij uw kamerdeur. Op de foto zit u op een bank met een raam achter u. In uw handen houdt u een mooi bewerkt fotolijstje vast met daarin een foto van een jonge, serieus kijkende, knappe man.
Meteen krijgt ik het gevoel dat daar een schilderij van gemaakt moet worden. Het portret van de jonge man in het lijstje lijkt belangrijk voor u.
Intussen krijg ik een mail van uw jongste dochter. Ze geeft aan dat ze het idee van een schilderij voor haar vader erg leuk vind.
Ze verteld dat u en uw vrouw in 1958 getrouwd zijn in Turkije. Zes jaar na het huwelijk moest u noodgedwongen naar Nederland op zoek naar werk. U was een van eerste gastarbeiders. U heeft eerst gewerkt in Enschede en daarna in Hengelo. Maar omdat het vinden van een geschikte woning erg lastig was ging u naar Steenwijk. U heeft toen gelukkig werk kunnen krijgen bij de Betab. De toenmalige tapijten fafriek. Toen u genoeg gespaard had en een geschikte woning kon betrekken, kwamen uw vrouw en vijf kinderen over uit Turkije. Het leven zonder hen knaagde aan u. U heeft ze toen erg gemist. Niet dat u daar veel over vertelde maar als ik hoor hoeveel u van elkaar houd kan ik mij daar alles bij voorstellen.
Samen heeft u in Turkije vier dochters en een zoon gekregen. Toen uw vrouw eindelijk naar Nederland kon komen ging ze ook bij de Betab werken. En een paar jaar later werd uw jongste dochter geboren. U heeft altijd van een groot gezin gedroomd en die wens kwam gelukkig ook uit.
U heeft erg van uw vrouw gehouden en ook nu zie ik dat terug. Als ik de volgende week kom schilderen zit ze naast u. En u kijkt liefdevol naar haar. Ondanks de verwarring en de vergeetachtigheid voel ik een soort thuiskomen als u naar haar kijkt. U voelt zich veilig bij haar.
Uw vrouw is en blijft ook zorgzaam en geduldig.
In stilte zit ze bij u. Ze heeft een traditionele lange jurk aan en een mooie hoofddoek. Om een prachtig geleefd gezicht met diepe rimpels en groeven.
Van uw dochter weet ik inmiddels dat uw vrouw flink is, een harde werkster. En het uitten van emoties lastig vind. Maar ik voel en zie dat ze het moeilijk heeft gehad en nog heeft. Ze is haar man kwijt terwijl hij er eigenlijk nog is. En ze heeft de zorg uit handen moeten geven.
En een schuine mond verraad waarschijnlijk een doorgemaakte TIA. Ineens zie ik haar wat uit haar lange jurk halen en u zegt: "çikolata ister misin?" Ze geeft u een chocolaatje. Ook ik krijg er een aangeboden.
Terwijl ik aan het schilderen ben hoor ik u samen in het Turks tegen elkaar praten. "Kar yağdı!" Zegt uw vrouw. Om een gesprekje te beginnen. U reageert niet en blijft naar buiten kijken. Naar de sneeuw op straat en op de bomen. Ik zie uw vrouw een beetje teleurgesteld naar de grond staren. Ik besluit haar wat te vragen. " Woont u al lang in Nederland?" Ze kijkt mij verbaasd aan en knijpt met haar ogen. "ne diyorsun?"
Ik probeer duidelijker te praten en vraag hoelang u samen al in Nederland bent. Ik krijg het gevoel dat uw vrouw ineens weet wat ik bedoel. En met handen en voeten verteld ze over de tijd dat u naar Nederland kwam en daarna. "Hollanda'da çalışmak" hoor ik tussen de korte Nederlandse woorden. Trots verteld ze over uw çocuklar en de torunlar. U heeft zelfs achterkleinkinderen. Ze probeert u te betrekken bij het gesprek maar u blijft naar buiten kijken.
Er valt een stilte. En ik hoor ineens een snik. Ik kijk op en uw vrouw zit zachtjes te huilen terwijl ze weg probeert te kijken. Ik raak haar arm aan om haar te troosten. En we kijken elkaar aan. Ik zie haar tranen. Ze veegt ze weg met een kreukelige zakdoek. Het blijkt toch erg moeilijk te zijn voor haar en vermoeiend. U spreekt onsamenhangend en ook uw vrouw begrijpt niet altijd wat u bedoeld. Er valt een stilte en ze veegt ineens haar tranen resoluut weg en besluit naar huis te gaan.
"Teşekkür ederim ve yakında görüşürüz" zegt ze en ik groet haar terug.
Het schilderij vordert gestaag en elke week als ik kom schilderen zit u naast mij en volgt u elke penseelstreek. U pakt regelmatig de portretfoto en wijst dan naar de Moskee op het doek. En dan naar de foto die u stevig vast heeft. Het blijkt een portret foto van u, toen u nog jong was.
Uw Turkse achtergrond heb ik geprobeerd te vangen in het schilderij. Omdat u als gastarbeider noodgedwongen ontworteld bent uit uw thuisland. Maar ik merk aan u en uw vrouw en kinderen dat u de traditionele gastvrijheid, de verbondenheid en het respect voor elkaar heeft meegenomen uit Turkije. Het was voor mij erg bijzonder om met u en uw gezin kennis te maken en ik hoop dat het schilderij u recht doet. En dat u het momenten laat terug denken aan dat verre land waar u geboren en getogen bent. Ik zal de bijzondere tijd samen niet snel vergeten. Tijdens het Verhalen Schilderen.

Een halt


Februari 2019

Voorzichtig klop ik op de half open staande deur om je niet te laten schrikken. Ik steek mijn hoofd om het hoekje en ik zie je wat natte blauwe ogen nieuwsgierig kijken van achter je moderne bril.
Ik zie een grote lange man zitten. Een beetje kalend met een stoere snor. In een dikke sweater op een joggingbroek zit je in een verblijfsrolstoel. Je rechter lichaamshelft is aangedaan, zoals dat officieel heet. Het blijkt een flinke beperking. Lopen gaat niet meer zelfstandig en zelfs rechtop zitten is lastig.

"Mag ik verder komen? Ik wil u graag wat vragen." Even is het stil en dan na een tijdje reageer je.
" U? Ik ben geen u maar een jij." zeg je gekscherend.
Inmiddels weet ik van je vrouw dat je net in het verpleeghuis bent komen wonen. Vorig jaar heb je een C.V.A. doorstaan en kwam er een halt. Een halt aan het fijne actieve leven wat je had met de liefde van je leven.
Samen hadden jullie het erg naar de zin in jullie nieuwe appartement. Met de honden en je hobby schilderen. Je was veel aan het schilderen. In de stijl van Bob Ross. Op je kamer staan dan ook de vele schilderijen die je hebt gemaakt. Ik zie ze in een rijtje achter een kastje staan. Ze hangen nog niet aan de muur. Dat moet allemaal nog gebeuren.

Jullie hebben geen kinderen gekregen. Dat heeft jullie niet weerhouden om er samen wat van de maken. De honden speelden een grote rol. Samen wandelen en fietsen.
Als ik naast je ga zitten geef ik je mijn hand ter begroeting. Je pakt mijn hand aan. En ik merk dat je linkerkant aangedaan is door de C.V.A.
" Ik wil je wat vragen, is dat goed?" Het antwoord laat weer even op zich wachten.
"Je wilt dat ik weer ga schilderen!" zeg je met een ondeugende toon.
Je vertelt dat je vrouw je al had verteld over mijn komst en mijn plannen " Nou, lijkt het je wat? " zeg ik.
Het lijkt je erg leuk om weer wat te schilderen en samen gaan we overleggen wat er op doek moet komen. Al snel begin je te vertellen over Anton Pieck. Dat je de pittoreske straatjes in de stadsgezichten die hij schilderde zo leuk vond. En dat je dat wel weer eens wil proberen. Maar dan van de oude Boazstraat in Meppel.

" Dat is wel mogelijk, dan ga ik op zoek naar een foto van de oude Boazstraat rond 1950, is dat goed?" Dat vind je een prima idee.
" Hoe zou je het vinden als ik je portret ga schilderen terwijl jij aan je stadsgezicht bezig bent?" Je kijkt mij aan en er valt weer een stilte. Ik merk dat je er even over moet nadenken.
" Misschien is het wel mooi voor je vrouw." Zeg ik.
Ik zie je geëmotioneerd kijken en je knikt. In de tussen tijd maak ik wat portretfoto's en kletsen we verder over je leven. Ik merk dat je moe wordt. Je gaat steeds meer naar links hangen in je stoel. We besluiten samen naar de huiskamer te gaan.
De volgende week staat je portret geschetst op doek en ook de oude Boazstraat staat op een klein doekje met potlood getekend. Ik zet alles klaar op de tafel en vol enthousiasme begin je te schilderen. Ik merk dat je al snel weer moe wordt. Je hand met de penseel gaan naar boven met de grijze verf en langzaam zakt je arm willoos naar beneden.

Ik krijg het gevoel dat je het niet in de gaten hebt. Ook niet als je schildert waar de verf eigenlijk niet hoort. Ik laat je gaan.
Je hebt het idee dat je lekker bezig bent en Ik wil dat gevoel niet verstoren. Na een tijdje vraag ik;
"Heb je zin in een kopje koffie? " Na een paar seconden reageer je met een ja. Ik moet de koffie in een speciale hoge plastic beker doen, porselein is te zwaar en onhandig. In de welkome pauze praten we samen over de bekende Meppeler kunstenaars. O.a. 

Klaas Smink en Jentinus Ponne. En de prachtige schilderijen van deze mannen. En natuurlijk de Meppeler Muiters waarin je met veel plezier zong.
Ik krijg wel in de gaten dat je vol in het leven stond. Dat je creatief en kunstliefhebber was en nu nog bent. Je vrouw vertelde dat jullie ook regelmatig vakantie vierde op Texel. Daar kon je ook erg van genieten. Lekker met de honden lange strandwandelingen maken. Het buitenleven, daar was je gek op.
Als de koffie op is, geef ik je de penseel weer in de hand en probeer je weer wat te schilderen. Ook nu merk ik dat de handelingen dodelijk vermoeiend is. En ik zie dat je op een gegeven moment alleen nog maar wat met je penseel in de verf roert.
"Zullen we maar stoppen, ik denk dat het tijd is om er een punt achter te zetten voor vanmorgen, ik zie dat het je vermoeid."
Je kijkt mij aan en je hoeft niets te zeggen. Ik zie aan je bleke gelaat en teleurgestelde blik in je ogen dat je dat een goed idee vindt.
Net als de anders breng ik je aan het eind van de ochtend weer naar de huiskamer waar je overdag verblijft. Ik geef je een hand en zeg dat ik volgende week er weer ben.

Inmiddels is je portret bijna klaar. Het stadsgezicht nog niet. De laatste twee ochtenden heb je niet geschilderd. Het was toch te vermoeiend. En was zelfs het praten over vroeger, over kunst en over ditjes en datjes al een uitputtingsslag.
In je portret heb ik je persoonlijkheid geprobeerd te vangen. Van toen en nu. Aan de ene kant het gezicht van een sterke, grote en actieve man. Met een beetje ondeugd. En aan de andere kant, die zelfde man geveld door een C.V.A.

Een C.V.A. die je gevangen genomen heeft. Gevangen genomen in je eigen lichaam. Het heeft voor een halt gezorgd. Een halt aan het leven samen met je grote liefde. Je portret staat, wat mij betreft, symbool voor wie je nu bent. Een sterke en positieve man. Met mooie, ontroerende en bijzondere herinneringen om op terug te kijken. En her te beleven met de mensen die van je houden. Het ga je goed. Je kracht en je positieve instelling zijn voor mij een inspiratie. Bedankt voor onze tijd samen tijdens het Verhalen Schilderen.

Zorgzame vader


Februari 2019

De gangen in het verpleeghuis worden verlicht door een waterig zonnetje. Ik ben op zoek naar u. Uw naam heb ik door gekregen van mijn contactpersoon. Maar ik ken u niet. Het enige wat ik weet is dat u een heer bent. Als ik de huiskamer inloop vraag ik aan de collega waar ik u kan vinden. " Meneer woont aan de andere kant, u moet even die kant oplopen." En ze wijst naar rechts.

Ik bedank haar en ik loop de gang weer in. In de deuropening van de andere huiskamer staat een kleinere tengere man met wat langer grijs dun haar. In een zijscheiding gekamt. De lok valt bijna op de wenkbrauw.
" Bent u de meneer die ik zoek?" U kijkt mij aan met twee vragende blauwe ogen achter een dikke bril.
"Ja, ja." zegt u vriendelijk. Ik krijg het gevoel dat u niet goed begrijpt wat ik bedoel.
" Ik loop even door, ik kom zo weer bij u." Als de gang verder inloop zie ik ineens uw foto bij de naam die ik zoek. Ik had u toch net ontmoet.

Ik loop terug. En u staat nog steeds in de deuropening van de huiskamer. Ik vraag u of ik even met u mee mag lopen naar uw kamer. En dat ik u wat wil vragen. " Ja, ja " zegt u weer vriendelijk.
Inmiddels heb ik uw dochter gesproken en heeft ze mij wat vertelt over uw tumultueuze leven.

U bent geboren in een gezin met 6 kinderen. Op een boerderij in het plaatste Dalen. U was de jongste. Toen u tien jaar oud was is uw moeder aan een verwaarloosde blindedarm ontsteking overleden. Dat had een grote impact in het gezin. Uw opvoeding is toen overgenomen door uw oudere zussen.
Na de lagere school bent u naar de ambachtsschool gegaan en heeft u voor timmerman geleerd en later zelfs voor bouwkundig tekenaar.
U bent toen naar Wormerveer verhuisd om te gaan werken. Door de woningnood heeft u samen met uw vrouw een tijdje bij een oudere dame ingewoond. Dat was in Coevorden. Later kon u samen een flatje betrekken in Groningen. Dat was heerlijk maar ook een grote stap. Omdat u wat verder van uw familie woonde.

Als ik samen met u naar uw kamer loop krijg ik in de gaten dat het praten niet vanzelf gaat. U kijkt mij aan met uw grote bkauwe ogen en ik weet niet of u mij wel begrijpt als ik u vraag of ik een schilderij voor u mag maken. Maar ik krijg ook niet het idee dat u het niet leuk vind.
Een onderwerp is lastig te bepalen. U bent een man van weinig woorden. En ook uw kamer is sober ingericht. Ik kijk u aan en ineens zie ik een wat melancholische uitdrukking in uw geleefde gezicht.

"Hoe zou u het vinden als ik uw portret schilder? Misschien is dat wel mooi voor uw dochter!"
Zeg ik enthousiast. Ik zie aan u dat mijn vraag binnenkomt. Uw grote ogen worden nat. Er valt net geen traan. Ik leg mijn hand op uw onderarm. " Zullen we dat maar doen dan?" U kijkt mij aan en ik hoor zachtjes:
"Ja, ja."
Terwijl ik met u verder praat over het weer, Steenwijk, uw dochter, de boerderij waar u bent geboren, maak ik wat portretfoto's.
Na een tijdje neem ik afscheid en vertel dat ik er volgende week weer zal zijn. " Ja,ja." zegt u vriendelijk.

Als ik in de trein naar huis ga denk ik na over uw leven. Dat uw vrouw heel ziek werd. En dat de doktoren er niet achter konden komen wat ze had. Ze heeft heel veel in het ziekenhuis gelegen in Groningen. U ging dan elke woensdag en zondag naar haar toe. U deed toen het huishouden naast uw baan. En dat was in de tijd nog helemaal niet zo vanzelfsprekend. Het zegt mij veel over u als mens en over uw band met uw vrouw en dochter. Een echte familieman.

De volgende schilder middag zit u in de huiskamer. Samen met andere cliënten achter een lekker kopje koffie. Een aantal dames hebben de krulspelden ingekregen, er zit een mevrouw te breien terwijl ze gezellig met de buurvrouw zit te praten. En ik zie u van het tafereel genieten. Ik loop naar u toe en ik geef u mijn koude hand. Ik zie uw wenkbrauwen in afschuw omhoog gaan. " Koud!" zegt u. " Klopt! Het is heel koud buiten, ik heb de winter meegenomen!" zeg ik een beetje gekscherend.

"Ja, ja.", hoor ik rustig zeggen. Mag ik bij u aan tafel komen zitten? Dat mag en ook de collega vind het wel gezellig. Ik zet mijn ezel op de tafel en daarop uw portret. Het begint al op u te lijken. Ik begin te schilderen en vertel u over wat ik weet over uw leven. Dat u op de kleinkinderen heeft gepast en dat u heel creatief was. Dat u veel aan houtbewerking heeft gedaan. Na de verbazing zie ik u glunderen.

Het portret begint te vorderen met uw melancholieke uitstraling. U kijkt wat in de verte en het geeft u een wat kwetsbare uitstraling. Ik merk dat het wat met mij doet.
En als ik het verhaal lees wat uw dochter mij heeft toegestuurd, vind ik dat eigenlijk ook niet vreemd. Het leven heeft u getekend. Het verdriet en de wanhoop wat u moet hebben gevoeld als kind toen u het zonder een moeder moest doen. En later sterk moest zijn voor uw vrouw en uw gezin. Het is allemaal in uw uitdrukking te lezen.
En onder de melancholie schuilt ook een kracht, een doorzettingsvermogen. Ik hoop dat u dat ook kan zien in uw portret.
Door het schilderen samen met u heb ik u beter leren kennen. Ook al was het de meeste tijd in stilte. Hopelijk heeft u van mijn aanwezigheid kunnen genieten. Tijdens het Verhalen Schilderen.

De appel valt niet ver van de boom


April 2019

U viel mij de eerste keer ook al op. Een kleine oudere man, zittend aan het hoofd van de tafel. Stoel naar achteren geschoven en leunend met uw kin op tafel. Als ik met een schilderij bezig was voor uw buurvrouw, zag ik u af en toe even mee kijken. Maar u zei dan niets. Uw ogen volgden de penseelstreken op doek.
Vanmiddag zit u in een sta-op-stoel in de andere hoek van de huiskamer. Bij de televisie. U bent naar André Rieux aan het luisteren en kijken. Ook nu zit u wat voorover gebogen en u kijkt een beetje gespannen. Ik loop rustig naar u toe en stel mezelf voor. Ik krijg een stevige handdruk terug en u stelt zich voor met uw voornaam." Mag ik u wat vragen?" U knikt. " Ik zou het erg leuk vinden om een schilderij voor u te maken, voor op uw kamer."
" Dat liekt mie wel wat." zegt u enthousiast met plat Drents accent. U kijkt mij ineens met heldere ogen aan. Uw reactie verrast mij. Uw uitdrukking was namelijk eerder nog een beetje verdrietig en somber. Het onderwerp kiezen blijkt best wel lastig. Ik weet nog weinig van uw leven en u bent nog niet zo spraakzaam.
Dan vertelt een collega, die het gesprek volgt, dat u vroeger als kleine jongen van Koekange naar Ruinen bent verhuisd en dat u daar, als kind naar jonge man, een mooie tijd geeft gehad. U hield van het buitenleven, de bossen rond Ruinen en de schapen op de hei.
"Is dat een idee? Zal ik een foto opzoeken van Ruinen?" Ik zie dat u het idee goed vindt. Er ontstaat een grote glimlach op uw gezicht. En spontaan begint u te vertellen over die tijd. Een waterval van ervaringen en anekdotes volgen. De lange fietstochten naar school in Meppel, de streken die u onderweg uithaalde en de tijd aan de Benderse bij de Schaapskooi.
U vertelt verder over uw leven in Ruinen. Dat uw vader oorspronkelijk een opgeleid en kundig timmerman was. Maar omdat hij last had van zijn rug moest hij zich laten omscholen. De keuze viel toen op het kappersvak. " Most ie toch mog lange stoan, kreg ie ok last van zien rogge." zegt u een beetje sarcastisch. In die tijd waren er nog aparte kappers voor dames en heren. Heren lieten zich naast het knippen ook vaak nog even scheren. En dat kon dan bij uw vader.
U vertelt dat hij een man van twaalf ambachten en dertien ongelukken was.
U zegt het een beetje met een grijns op uw gezicht, maar ook met trots. "Hij had dus best veel talenten?" vraag ik . "Da was ok so, hij speelde de piano en accordeon en ie makte ok foto's, kon timmern, was monteur en was kapr. "
U vertelt dat uw vader in de oorlog stiekem, op zolder, pasfoto's maakte voor onderduikers en dat u ze dan naar een fotozaak in Meppel moest brengen. U ging daar toch naar school. Voor u was uw jeugd een groot avontuur. Zoals u er over vertelt lijkt het wel een verhaal uit een jongensboek.
Inmiddels staat het tafereel van Ruinen op doek geschetst en kom ik weer op de afdeling met mijn schilderspullen. U zit dit keer weer aan tafel. U zit in de houding die ik inmiddels van u ken. Uw stoel staat een eindje van de tafel geschoven, voorover gebogen met de kin op tafel. Ik stel mij voor en u veert op. Netjes geeft u mij een hand en ik vraag of ik mijn schilderspulletjes op tafel mag zetten. Dat was goed. Ik zet het doek met de schets op de ezel en u herkent meteen Ruinen. U wijst naar de kerk en vertelt dat u daar altijd achter gewoond heeft.
Als ik begin te schilderen gaat u op de praatstoel zitten. U vertelt over uw veelzijdige en muzikale vader, over uw schooltijd en weer over de fietstochten naar Meppel. Dat u naar de Ambachtsschool ging om techniek te leren. " Van Mien va moch ik nie autotechniek lern, en wet eignliek niet waromme."
En dat uw vader dat liever niet wilde; u weet tot op de dag van vandaag nog niet waarom. Later kwam u toch te werken bij een garage in Ruinen. Het bloed kroop waar het niet gaan kon. U vertelt over de nachtelijke ritten, dat u mensen moest ophalen en brengen. " Dan belde de boas mie ût bedde, en dar gong ik." Als een soort taxichauffeur.
U reed ook wel eens te hard. En dan kreeg u de politie achter u aan. En dan doofde u de lichten van de auto tijdens de dollemansrit tussen Meppel en Ruinen. U wist toch wel waar u was en hoe u moest rijden, het was voor u bekend terrein. Maar voor de politiemannen vaak niet. En dan was u ze zo kwijt. Het is alsof u midden in de herinnering zit en het vertelt alsof het gisteren is gebeurd.
" Het skiet al op zèg, je hebt er mar geduld voar." zegt u als u mij bezig ziet. Als ik de lucht voor mijn gevoel wat te donker maak en ik u vertel dat ik het lichter ga maken, krijg ik meteen te horen dat u het juist zo mooi vindt. U geeft duidelijk en helder aan dat het zo moet blijven.
Ik moet er inwendig wat om lachen, u heeft ook een pittige kant die ik nog niet van u had gezien.
U bent nog steeds niet van de praatstoel af en u vertelt over de tijd dat u in een band zat. U toerde door heel Drenthe en Overijssel. U maakte samen traditionele muziek uit Hawaï. U speelde gitaar en u vertelt dat u dat zichzelf had aangeleerd. Als u muziek hoorde, kon u het gewoon zo naspelen.
Vanmiddag is de laatste middag dat ik kom schilderen aan uw geliefde Ruinen, waar u als jongen een goed leven heeft gehad. " Mien va was en fijne man, niet streng, mien moe ok." Waar u op ontdekking ging, streken uithaalde met uw vrienden, ging werken en uw muzikaliteit ontdekte en besloot daar wat mee te doen. " Et vediende gin rode cent, mar et was gewoan mooi om te doen."
U spreekt met trots over uw vader. Het lijkt erop dat het uw voorbeeld was. Op vele vlakken. En als ik naar uw levensverhaal luister, valt de appel niet ver van de boom. Zo vader, zo zoon. Muzikaal, handig, getalenteerd en avontuurlijk. Het was een genot om naar u te luisteren. U heeft een vol en avontuurlijk leven geleid, waar u regelmatig de grens van wat wel en niet kon opzocht.
Ineens zegt u serieus : " Et blef niet altied alent bie ondeugent, soms gin ek ok wel es wat te ver. Mar dar hebn we net euver."
Dat respecteer ik, met een knipoog van verstandhouding. U knipoogt terug. Het ga u goed en ik hoop dat het schilderij van Ruinen u nog eens naar de fijne herinneringen brengt. Ik heb van onze middagen samen genoten, tijdens het Verhalen Schilderen.

Mien knappe breur


Januari 2019

Vanmorgen zitten we gezellig aan de tafel in de huiskamer. U bent een vlotte alerte dame. Mooi wit golvend haar met hoog rode blossen op de wangen. En makkelijk te benaderen.
Door het schilderen met de buurvrouw kende ik u al wat langer. En het idee dat u nu aan de beurt bent maakt u erg blij.
Vorige week besloten dat het een portret moest worden.

"Dat is leuk voor mien zoon." zegt u stellig in Steenwijks accent. Op uw kamer maak ik wat portret foto's en samen kiezen we er een uit.
We lopen naar de huiskamer en daar zitten de beide buurvrouwen al op ons te wachten. We drinken samen nog een kop koffie.

De week daarna staat de schets al doek en u herkent zichzelf meteen. En terwijl ik schilder, vertelt u over uw gezin, dat u met zeven broers en zussen in een klein huisje bent geboren in Steenwijk. Het was een armoedige tijd. En u moest al heel snel als vijftien jarig meisje werken. U kwam in een naaiatelier terrecht waar u het heel erg naar de zin heeft gehad. " Et was hard werkn mar met mien vriendinnen was et nooit saai!" vertelt u enthousiast.

Ineens begint u te vertellen over uw oudste broer. Dat hij bij de marine was.
"As ie de stad in most voor een boodskappie of gewoon iets ánders, dan wilde we altied mee! We warn zó trots op em en ie was so knap in zien uniform."
Terwijl u enthousiast verteld zie ik u glunderen.
U vertelt verder over uw broer, dat hij de oefeningen op de onderzeeër niet zo leuk vond. En dat u dat heel goed kon begrijpen.
"Mut er niet an denkn ien zo'n krappe rûmte." En ik bevestig dat, moet er zelf ook niet aan denken.
De eerste laag zit erop en u ziet zich zelf ontstaan op het canvas. " Jémig, wat eb ik wit hóar, zeg!"
"Prachtig!" zeg ik.
"Ik hoop dat ik later ook zo mooi grijs wordt, net als u."
Ik zie u een beetje verlegen weg kijken.

Dan komt er een meneer binnen en u reageert meteen een beetje gekscherend op het repeterende geluid wat hij maakt.
Mopperend zegt u " Die is altied an et mompelen, it is nooit stille!"
"Ik denk dat hij dat nodig heeft, dat hij rustig wordt van geluidjes maken." zeg ik. " Zou dat het niet zijn?"
U kijkt mij aan en meteen slaat de bui om.
"Dat is ok zo, kan ik mie ok wel en bietsje vorsteln."
De meneer gaat weer de gang in en we hebben het over uw getrouwde leven en dat u later zo genoot van de kleinkinderen. U was een oppas oma. " U heeft ze vast en zeker erg verwend?" " Vast en zeker!"
Zegt u stellig. En we schieten aan tafel
allemaal in de lach.

Als u naar uw portret kijkt hoor ik u tevreden zuchten. "Het is net mien moe." Ineens kijkt u bedrukt en zegt "Mien moe is nooit mer ûtzelfde worden na Mien zus. Mien zus is overledn an hersenvliesontsteking."
Ik kijk u aan en ik zie het verdriet nu nog.
"Dat kan ik mij goed voorstellen, je kind verliezen lijkt mij verschrikkelijk."

U vertelt dat uw moeder tot aan haar dood alleen maar zwart heeft gedragen en dat het overlijden van uw zus een grote sombere tijd binnen het gezin meebracht. Donkere wolken pakte zich samen. De sfeer was om te snijden. Het werken in het naaiatelier was voor u een fijne uitvlucht. Een lichtpuntje om naar uit te kijken.

Het portret is bijna klaar. Van een spontane en open dame. U bent nog steeds goedlachs en gaat lichtvoetig door het leven. Ondanks het geheugenverlies en de lichamelijke beperkingen. Bij tijden bent u nog steeds lekker direct. Het schilderij heeft ervoor gezorgd dat u bij de fijne en de wat minder leuke herinneringen kon komen. Het portret als symbool voor uw gelukkige en actieve leven. Dank u wel dat ik daar deel genoot van mocht zijn. Tijdens het Verhalen Schilderen

 In Memoriam

Miriam in memoriam.

Die verwilderde blik in uw ogen, ik zie die vaak in mijn herinnering. Het weinige haar dat u had sprietig op uw hoofd. Even oogcontact en daarna weer lopen. Alleen maar lopen. U liet mij af en toe meelopen. Dan luisterde ik naar uw gemompel. Reagerend uit gevoel. 

Niet goed wetend wat u wilde zeggen. Dan wilde ik gewoon aanwezig zijn. Hopende dat u dat voelde. Spulletjes vergaren, ook op de kamers van de anderen, denkende dat ze van u waren. Een leven vol ellende achter de rug, hoorde ik later. Vertrouwen in mensen al vroeg geschaad.

Niemand toelaten in uw innerlijke wereld. Een dikke muur gebouwd, waarachter u dacht veilig te kunnen schuilen. De dementie zorgde voor nog meer verwarring en onrust.

Niemand, maar dan ook niemand liet u toe. Vorige week bent u overleden. Op uw sterfbed was de angst verdwenen, de onrust weg. En de ontspanning terug. De dood was uw verlossing.

 Een schilderij voor u maken, daar ben ik niet aan toegekomen. Ik had het heel graag voor u gedaan. 

Rust zacht Miriam, u heeft het verdiend.