Verhalen Schilderen 

Verhalen zijn met toestemming van familie geplaatst.


Ons contact zonder woorden


oktober 2019

Voorzichtig loop ik de gang van de afdeling op. Door de klapdeuren naar binnen, de stilte in. Ik weet nog niet waar uw kamer is. En ik besluit door te lopen en zie aan mijn rechter hand een ruimte waar ik ineens een graslandschap voorbij zie schieten. Alsof je in de trein zit en naar buiten kijkt. Ik besluit even wat beter te kijken en stop met lopen.
En ik zie inderdaad dat er een treincoupé is nagemaakt. Met op het scherm het gras landschap rond Steenwijk en een industrieterrein, wat voorbij raast. Ik ga even op het bankje zitten in de namaak coupe. Het is net echt.

Als ik wil opstaan om door te lopen, zie ik een mevr. op de gang voorbij rijden in een rolstoel. Ze is fijn gebouwd met ingevallen ogen en wangen. Ze heeft natte ogen en een verdrietige blik in de ogen. Haar half lange grijze haar tot op de schouders, is een zijscheiding gekamd. Ik krijg de indruk dat ze niet in de gaten heeft dat ik in de namaak coupe zit.

Ze is te druk met wat er in haar gedachte gaande is. Ik groet voorzichtig met een "Goedemiddag." Ze kijkt even op en zonder wat te zeggen rijdt ze met haar rolstoel de gang verder in. Ik besluit door te lopen naar de huiskamer en als ik een collega tegen kom vraag ik naar u.
"Je bent haar net tegen gekomen, denk ik," zegt ze. "Ze rijd in de rolstoel op de gang, daar." En ze wijst naar de gang waar ik net uitkom.
Ik loop weer terug en ik zie u in de verte de rolstoel naarstig voortbewegen. Alsof u ergens te laat bent en hoopt op tijd te komen. Ik loop met snelle pas achter u aan en als ik bij u kom probeer ik contact te maken door uw arm even voorzichtig aan te raken. U kijkt op en ik glimlach naar u. U reageert niet maar pakt mijn hand en laat niet meer los.

Ik loop naast u, hand in hand, en samen bewegen we de rolstoel verder de gang op. Tijdens de wandeling vertel ik u over het weer en mijn wandeling van het treinstation naar het verpleeghuis waar u woont. En midden in een zin maakt u een geluid en begint u te praten. Op uw manier. Woorden en korte zinnen met Gronings accent. U maakt daarbij af en toe oogcontact door naar mij op te kijken

Tijdens de wandeling komen we een zitje tegen met een ronde tafel en een paar stoelen. Ik besluit even te gaan zitten. U blijft ook stilstaan. En u laat mijn hand los. De zon schijnt op uw mooie kwetsbare gezicht. Uw ogen zijn nog steeds nat en de kringen onder uw ogen roze. U heeft een wat melancholische blik. U kijkt mij aan en ik ben stil. U ook. Ik kijk in uw ogen en ik zie uw geleefde gezicht.
De rimpels bij uw ogen zijn bijna groeven. En uw huid is dun en kwetsbaar. We zitten nog even zo samen en dan besluit u weer te gaan. Zonder wat te zeggen kijkt u naar het eind van de gang en begint u aan de wielen te draaien. En rijdt u de gang weer op. Ik laat u gaan.

De week daarna hoor ik van de collega's dat er weinig bekend is over uw leven. Dat u in Boertange bent geboren en dat het vertrouwen in mensen al vroeg in uw leven geschaad is.
Op een of andere manier schrik ik niet van die informatie. Ik denk dat ik het in onze vorige ontmoeting gevoeld heb. De week daarna staat de schets van uw portret op doek. Uw mooie kwetsbare, engelachtige gezicht wil ik vastleggen. En niet alleen het verdriet van toen en verwardheid van nu. Maar ook uw kracht. Want u bent een pittige dame. Met een eigen wil. Tenminste dat hoor ik van de collega's. U laat niets toe wat u zelf niet wil.

U zit vanmiddag aan tafel en voor u staat een kopje koffie. Ik ga tegenover u zitten om u niet te overprikkelen met mijn aanwezigheid. Maar wel zo dat ik oogcontact kan maken. En dat hebben we meteen. Ik krijg zelfs een voorzichtige glimlach. Ik glimlacht terug. Ik zet mijn ezel op de krant en pak mijn verfspulletjes. Ik zet het canvas op de ezel en pak de foto's met uw portret. U kijkt geïnteresseerd mee en ik besluit u de foto te laten zien.
U pakt het aan met uw lange knokige vingers en ik zie u kijken. Ik krijg niet het idee dat u zichzelf herkent. Dan wrijft u over de foto, draait het om, maakt een prop en stopt een puntje van het papier in uw mond. Ik zie u vies kijken. En daarna glimlachen. Waarna u het rustig naast uw kopje koffie neer legt. U kijkt mij aan en krijg weer die lieve glimlach. En ik glimlach terug. Ik pak de zwart wit foto en begin aan de onderschildering van uw portret.

De hele middag zegt u weinig of niets. We hebben oogcontact en af en toe hoor ik u wat mompelen. In Gronings accent. Ik boots af en toe het geluid na en probeer intuïtief op uw manier van communiceren te reageren. En zo hebben we af en toe contact.
De weken daarna vordert uw portret. De ene week zit u rustig aan tafel koffie te drinken en de andere week bent u in uw rolstoel op de gang. Onrustig op zoek.

Het portret is bijna klaar. U heeft indruk op mij gemaakt. Ik weet eigenlijk niet waarom. Ik wist weinig van uw leven maar uw persoon heeft mij geraakt. Ik hoop dat het portret u recht doet. Een kwetsbaar mens met een soort oerkracht van binnen. En ik hoop dat het laat zien wie u was en nu bent. En dat uw familie het zal zien als een aandenken. Mijn tijd met u was speciaal en ook intens. Veel gepraat hebben we niet maar dat was ook niet nodig. Ons contact was er óók zonder woorden , tijdens het Verhalen Schilderen . 

De liefde van mijn leven


december 2019

Inmiddels hadden we al kennis gemaakt. Je bent een echte 'Meppeler mug'. Geboren en getogen aan de Thorbeckelaan, samen met je moeder, vader, twee broers en een zusje.
Als ik deze middag op de deur van je kamer klop, op de verpleegafdeling, blijft het stil aan de andere kant. Ik klop nog een keer en probeer de deur te openen. Hij zit op slot. "Je zal wel een sigaretje zijn gaan roken," denk ik hardop. Ik zet mijn schildertas tegen de muur en zet de ezel ernaast, en doe mijn jas uit. Het is broeierig warm op de gang.

En als ik mij omdraai om mijn jas over de reling te leggen, zie ik je in de verte aankomen. Je rolstoel draait met een vaart de lift uit. Je bent een lange, slanke jonge man. Je draagt een moderne bril en bent sportief gekleed. Een zuurstofslangetje helpt je ademhalen. En je maakt gebruik van een verblijfsrolstoel die je zelf kan bewegen en besturen. Dat gaat je goed af, want je komt met flinke snelheid mijn kant op rijden.

"Lekker even gerookt ?" vraag ik, terwijl je bijstuurt om de sleutel in het slot van je deur te steken.
" Ja, was weer effe nodig," zeg je een beetje gekscherend, ondertussen de deur een duw gevend.
Je rijdt naar binnen en ik pak mijn spullen op en loop achter je aan.
" Heb je een goede week gehad?" vraag ik, terwijl ik naar de tafel loop, de plek waar ik al een paar keer eerder heb geschilderd. "Gaat wel, ik ben verkouden en het ademhalen gaat niet gemakkelijk," zeg je met een wat verstopte stem. Dat kan ik mij heel goed voorstellen, en een verkoudheid erboven op kan je er eigenlijk niet bij hebben, als je maar één long hebt.

"Komt het wel uit dat ik er ben?" vraag ik nog even voor de zekerheid. " Zeker!" zeg je resoluut. "Dan zet ik alles klaar en je meisje gaat op de ezel," grap ik wat gekscherend terwijl ik je aan kijk. Ik zie je glimlachen. Ik ken je inmiddels wel zo goed dat ik weet dat ook een dosis humor je op de been houdt.
Als alles klaar staat en als het doek op de ezel staat, hoor ik je zuchten. "Het wordt toch wel wat, hè?" vraag ik. "Zeker," zeg je een beetje buiten adem.

Als ik op de achtergrond de eerste penseelstreek van deze morgen zet, vraag ik je naar je jeugd. Je vertelt dat je de lagere school maar niets vond en dat je op zijn minst wat je noemt 'erg ondeugend' bent geweest. Leren was niets voor je. Je was toen ook al een jongen van de praktijk. Met de handen werken vond je geweldig. Maar stil zitten en leren, nee , dat was niets voor je.
Je vader heeft toen een baan voor je kunnen regelen bij Reestmond in Meppel. Eerst inpakwerk en later werd je stoffeerder. Het valt even stil, het enige wat ik hoor is het pompende geluid van de zuurstoffles. Je kijkt nu ontspannen mee naar het doek.

De achtergrond krijgt wat meer blauw en ik vraag of je het een goede kleur vindt. " Mm,mm, ja hoor, prima."
" Je meisje had prachtig rood haar, of niet?" zeg ik, terwijl ik probeer die kleur te mengen. Je bevestigt mijn vraag en mijmert hardop dat ze ook zo'n mooie blanke huid had, en van die blauwe ogen, en dat ze klein van stuk was.
Ze was wel twee koppen kleiner dan ik," zeg je trots. "Ik zie het op de trouwfoto, inderdaad," zeg ik terwijl ik mijn penseel even uitspoel. De prachtige frêle dame op het schilderij wordt het portret van je vrouw. Ze was de liefde van je leven.

"We hebben elkaar iets meer dan twaalf en half jaar gekend," zeg je een beetje verdrietig. Ik weet inmiddels dat je vrouw overleden is. "Na een 'griepje' van een half jaar is ze in de ambulance naar het ziekenhuis overleden, ik heb niet eens afscheid kunnen nemen," hoor ik je binnensmonds zeggen.
"Wat heftig zeg, zijn ze er nog achter gekomen wat ze mankeerde?" vraag ik mijn penseel even neerleggend. "Ze had een gesprongen ader," zeg je rustig. Het is even stil.

En dan vertel je verder dat het liefde op het eerste gezicht was. Je was toen ook al lichamelijk beperkt door een kijkoperatie in je knie die mis was gegaan. Je kreeg daardoor spierdystrofie. Je meisje was lichamelijk ook kwetsbaar. Jullie vulden elkaar aan en begrepen elkaar. "We hebben bewust geen kinderen gekregen," zeg je, terwijl je met je hand aan je neus kriebelt. En je legt uit dat jullie je beperkingen niet door wilden geven.

Het schilderij heeft inmiddels kleur gekregen en steeds meer gaat het portret op je vrouw lijken. Af en toe kijk ik om en zie ik dat het je emotioneert. De herinnering aan haar is nog steeds levend en soms voelbaar aanwezig.
De middag is alweer voorbij, en ik beloof er de volgende week weer te zijn. Ik pak mijn tas in, doe mijn jas aan en net als vorige week rij je met mij mee naar de uitgang en zwaait mij uit.
Deze morgen is het de laatste keer dat ik kom schilderen. Het portret is bijna af. Als we samen weer praten over de verleden tijd, terwijl ik de puntjes op de i zet, voel ik dat het overlijden van je meisje je leven veranderd heeft. Je vertelt dat het daarna lichamelijk bergafwaarts ging. Je bent nog wel een tijdje een soort B.N.'er geweest toen je werd gevraagd de orthopedische beugels te promoten voor het bedrijf waar ze geproduceerd werden. Je vond dat je dat moest doen voor andere mensen, die ook gehandicapt waren.

"En toen viel ik op een gegeven moment in mijn appartement en mijn rolstoel viel bovenop mij. Daar hield ik een klaplong aan over," zeg je achter adem. En je legt uit dat na meerdere complicaties een opname onvermijdelijk was. Weg zelfstandigheid.
Er valt een stilte. Ik merk dat ik onder de indruk ben van je verhaal. Wat heb je veel tegenslag gehad! Af en toe zie jij dat ook zo, maar ik merk dat je ook kan kijken naar de mooie dingen die je hebt mee gemaakt. Vooral de tijd met je grote liefde was een gelukkige tijd. En de herinneringen daaraan blijven. Ik hoor het aan de manier waarop je over haar vertelt. Ik hoop dat het schilderij je troost en hoop geeft en vaker doet terug denken aan die mooie tijd. Ik ben in ieder geval heel blij je te hebben ontmoet tijdens het 'Verhalen Schilderen'. Het ga je goed.

Norge, mitt Norge


november 2019


Al snel kreeg ik een mail van uw dochter met een uitgebreid levensverhaal. En wat voor een verhaal. U heeft héél veel gedaan en meegemaakt. En alles met een soort oerdrift en liefde voor mensen, cultuur en natuur. U hield van het leven.
We hebben dan ook snel een afspraak gemaakt waarbij ik u ga ontmoeten. Uw dochter zal daar ook bij zijn. Vanmorgen loop ik gehaast de afdeling op. De bus had vertraging en ik weet dat ik te laat kom voor mijn afspraak. Als ik de gang inloop zie ik een jonge dame naar haar mobiel kijken. In een flits denk ik dat het misschien uw dochter wel is die de tijd van onze afspraak aan het checken is. 

En als ik door wil lopen, hoor ik achter mij: "Bent u Saskia?"
Ik draai mij om. Ik verontschuldig mij en gelukkig is er begrip. We lopen samen naar de huiskamer en ik herken u eigenlijk meteen. U zit aan tafel. Een beetje ingedut, het nog weinige grijs witte haar netjes gekamd. U heeft een geblokt overhemd aan met daar overheen een paarse spencer. U ziet er keurig uit. Van uw dochter krijgt u een dikke knuffel en een kus. U schrikt een beetje en begint wat zenuwachtig te lachen. Als uw dochter naast u gaat zitten, pak ik de stoel aan de andere kant. Ik krijg eigenlijk ook meteen een grote glimlach, maar u kijkt me ook wat onderzoekend aan.

Er valt even een stilte. "Je had eigenlijk een half haar geleden moeten komen," zegt uw dochter met een wat verdrietige ondertoon. Ze kijkt u aan en u haar. Ik zie aan u dat u het niet begrijpt. Ze wijst naar de ansichtkaart die ze meegebracht heeft. Die was ter ere van uw tachtigste verjaardag. Met daarop foto's van u, als kleine jongen, volwassen man en oudere heer. En dan ineens begint ze zachtjes te zingen. En ze wijst gelijk naar het open vuur in de haard op een foto waar u met zijn vieren op staat. Samen met uw vrouw en uw beide dochters. En bij de tweede regel begint u mee te zingen. En ik zie dat het u wat doet. De zacht gezongen melodie raakt u en roept een onbestemde herinnering op. Ik krijg een brok in mijn keel, maar ik laat het niet merken.

"Zie pap, dat ben ik, kleine muis." U kijkt haar aan met vragende ogen. "Je noemde mij altijd kleine muis," zegt uw dochter in de hoop dat u het zich nog herinnert. U lacht weer een beetje nerveus. De herinnering is verdwenen in de dikke mist van de dementie.
Al snel is het onderwerp voor het schilderij duidelijk. Het moet een portret worden.

Ik vraag of ik ter plekke wat portretfoto's mag maken en dat is goed. U krijgt van uw dochter nog een Noors vest aan om het plaatje compleet te maken. U bent namelijk verknocht aan dat land. Uw dochter citeert een Noors gedicht dat u tot voor kort nog zo kon opzeggen. Het begint met 'Norge, mitt Norge', Noorwegen, mijn Noorwegen. U kijkt haar aan en u citeert samen met haar die ene zin. 'Norge, mitt Norge'. Die ene zin weet u nog en die ene zin zegt veel.
De week daarop loop ik direct naar uw huiskamer. Als ik aanklop en naar binnen mag, bent u net met de collega's naar het winkeltje geweest. U zet de boodschappen uit de tas met wieltjes op het aanrecht. Ik stel mij voor aan de collega en vraag of ik met u naar uw kamer mag. Dan zitten we wat rustiger. Dat is goed en ze loopt de gang op om alvast uw kamerdeur van het slot te doen. Ze vraagt daarna of u mee wilt gaan, maar ik krijg het idee dat u de vraag niet goed begrijpt. U glimlacht wat onzeker. Maar op een gegeven moment loopt u toch mee. Hand in hand met de collega naar uw kamer.

Als ik de schilderspullen klaar zet op uw onopgemaakte bed zet ik er een stoel bij en ik probeer u uit te leggen wat ik ga doen. U kijkt mij vragend aan en zegt vragend "ja?" wanneer dat eigenlijk niet de bedoeling is. Ik besluit de vragen gesloten te houden en hardop in mezelf te praten. Alsof ik het tegen mezelf heb, waarbij ik u aankijk. Het werkt. U knikt af en toe en observeert. En dan loopt u stilzwijgend naar het grote raam met de handen ineen geslagen op de rug.

Van uw dochter weet ik inmiddels ook dat u van klassieke muziek houdt. Ik zoek op Spotify het Requiem van Mozart. Bij de eerste tonen kijkt u op en langzaam zie ik u ontspannen. U draait zich om en ik zie een andere glimlach. Ik zie de ogen van de man die u ooit was, door de flarden mist van de dementie heen. Ik glimlach terug. U draait zich om en kijkt uit het raam.
Uw dochter vertelde eerder over uw leven in de mail. Dat u bent geboren in 1934 in Kudelstaart bij Aalsmeer, in een groot en zeer gelovig Katholiek gezin. U wilde graag boer worden, maar er was geen veestapel om over te nemen, dus werd u bloemenkweker.
Toen u twintig was, vertrok u naar Noorwegen. Daar werkte u bij kwekers en in de bosbouw om de kneepjes van het vak te leren. U heeft daar negen jaar gewoond, en u raakte helemaal verknocht aan de prachtige natuur en de vriendelijke bevolking. Ik besluit het landschap van Noorwegen achter uw portret te schilderen. Dat past bij u.

Uw dochter vertelde verder. Het is een indrukwekkende en belangrijke tijd van uw leven geweest. En u sprak, tot voor kort, nog vloeiend Noors. U heeft dan ook nog altijd goede kennissen in Noorwegen. Ze proberen nog steeds contact te houden, ook al gaat dat nu moeizamer.
Toen u weer naar Nederland terugkeerde, begon u een bloemenkwekerij in Aalsmeer. Inmiddels had u uw vrouw ontmoet en samen met haar werkte u hard om er een succes van te maken. En dat werd het ook! Uw kleine kwekerij, waar u pioenrozen kweekte, was een bloeiend bedrijf. U mocht nieuwe soorten kweken en won prijzen met uw bloemen. De Red Charme was uw favoriete bloem.
Uw dochter vertelt met gepaste trots dat u goed kon schaatsen en dat u heel sportief was. U zat vaak op de racefiets. U heeft zelfs vijftien keer de Elfstedentocht gefietst: en één keer geschaatst in Friesland en meerdere malen de alternatieve Elfstedentocht in Oostenrijk, en u reed de Ronde van Vlaanderen en meer van die klassiekers.

Als de onderschildering erop zit, besluit ik te stoppen. Ik vertel hardop wat ik aan het doen ben en u volgt het met uw ogen. Ik laat mijn schilderspullen ingepakt staan en vraag of u mee wilt gaan naar de huiskamer. U kijkt mij aan met een vragende blik. "Ja?" hoor ik u vragen. "Loop maar met mij mee, dan breng ik u." U staat op, pakt mijn uitgestoken hand en we lopen samen naar de huiskamer. Daar nemen we afscheid en ik vertel u dat ik er de volgende week weer zal zijn.
Op weg naar de bus moet ik aan uw levensverhaal denken. En aan de mooie pioenrozen die u heeft gekweekt. En ook aan de schaatstochten en de Ronde van Vlaanderen die u heeft gefietst. En aan de woorden van uw dochter: "Wie had dat nou gedacht, zo'n actieve man, vol in het leven en nu dit. Dementie. Dit past gewoon niet bij hem."

De week daarop ben ik er weer en ook nu heeft u boodschappen gedaan met één van de collega's. Hand in hand zie ik beiden op de gang lopen terwijl ik mijn jas in de garderobe hang.
Als ik u uitnodig om mee te gaan, doet u dat zonder weerstand. Alsof het de normaalste zaak van de wereld is, loopt u gewillig met mij mee naar uw kamer. Daar zet ik mijn schilderspullen weer klaar en ook nu loopt u stilzwijgend naar het raam met uw armen op de rug en de handen ineen geslagen en u kijkt naar buiten. Uw dochter vertelde over uw bezoeken aan het Concertgebouw in Amsterdam. Uw vader was dirigent en u heeft net als uw dochters veel naar klassieke muziek geluisterd. Ik zoek het klarinetconcert van Mozart op en zet het aan. En ook nu weer, als de eerste noten te horen zijn, zie ik u ontspannen. U loopt naar uw stoel en gaat zitten. "Mooi hè?" vraag ik. U kijkt mij met tranen in de ogen aan. "Mmmm?" hoor ik u binnensmonds zeggen.
Samen genieten we van de muziek, de rust en elkaars aanwezigheid. Het portret krijgt meer kleur en ook het Noorse landschap begint vorm te krijgen.
Nog één keer schilderen en het portret is af. Uw Noorse vest moet nog wat meer detail krijgen en ook de wolkenlucht boven het fjord heeft nog wat aandacht nodig.

De dementie heeft er voor gezorgd dat u langzaam afscheid heeft moeten nemen van uw herinneringen en van de man die u ooit was. De beelden zijn er niet meer, maar het gevoel zit diep in u. Ik merk het aan u als u naar muziek luistert of als u naar een foto kijkt van toen uw dochters nog jong waren.

Ik hoop dat de schilderochtenden u wat rust hebben gegeven en voor wat ontspanning hebben gezorgd. Misschien kon u even teruggaan naar een tijd waarin u zo gelukkig was. Hopelijk wordt het portret voor uw mooie dochters en uw kleinkinderen een aandenken.
Voor de laatste keer ruim ik mijn schilderspullen op en neem ik afscheid. Ik krijg een stevige handdruk, een vriendelijke lach en een knik.

En als ik mijn jas aan doe en naar de bus loop, moet ik denken aan de laatste woorden in de mail van uw dochter: "Er zijn veel mensen die om mijn vader geven. Hij was iemand die gemakkelijk een praatje maakte. Hij toonde interesse. Was een goede raadgever. Hij hielp wanneer iemand dit nodig had, bij een klusje of in de tuin. Hij was een geweldig leuke oom bij wie je als kind altijd wel wat kon beleven. Wat is hij geliefd. Dat merk ik aan iedereen die hem kent."
Ik kan mij er alles bij voorstellen, ik heb het aan u gezien en bij u gevoeld tijdens het 'Verhalen Schilderen'. 

Storm op de Beulakerwiede


september 2019

"Bent u op zoek naar iemand, kan ik u helpen?" Als ik de huiskamer binnenloop, word ik door een collega hartelijk begroet. Ik vertel haar dat ik op zoek ben naar u. En ze zegt dat u op dit moment geholpen wordt bij het douchen. Ik mag zolang in de huiskamer wachten. Aan tafel raak ik al snel in gesprek met de andere bewoners, die zijn al uit bed en hebben het ontbijt al op. Er is een meneer die graag wil opstaan uit zijn rolstoel.

Maar het lukt hem niet omdat hij een beschermende riem om heeft. Ik ga ervan uit dat die er is omdat hij anders te snel zal vallen, terwijl hij dat zelf niet in de gaten heeft. Het enige wat hij nu wil is opstaan en hij begrijpt niet dat die riem niet los kan. Als ik uitleg dat ik er geen sleutel van heb, draait hij boos zijn stoel om en rijdt in zijn rolstoel richting de gang.

Inmiddels komt u arm in arm met de collega die u gedoucht heeft de huiskamer binnen. U bent een oudere dame met opvallend jeugdige uitstraling. Maar nu is er een diepe frons die niet past bij de lachrimpeltjes. Ik zie u een beetje geïrriteerd kijken. De wenkbrauwen gefronst. Blijkbaar heeft het douchen u geen goed gedaan. Uw haar in een bob geknipt , is wit-grijs en hangt nat om uw hoofd en in uw nek. Ik zie u schudden met uw hoofd. Blijkbaar irriteert het u allemaal.

De collega nodigt u uit om aan tafel te gaan zitten. U schuift zelf de stoel naar achteren. Er wordt een broodje voor u gesmeerd en een kopje thee ingeschonken. "Goedemorgen, mag ik wel naast u komen zitten met mijn kopje koffie?" vraag ik.
U kijkt mij onderzoekend aan. Van top tot teen word ik bekeken. En ik voel nog steeds een beetje de irritatie van de douche-partij. Maar dan breekt er een glimlach door.
"Natuurlijk, dat mag, jij wel," zegt u met een licht sarcastische ondertoon.
"Vond u het niet fijn om gedoucht te worden?" vraag ik, terwijl ik naast u ga zitten. "Nee, bah, het is koud en nat," zegt u weer wat bozig. En u schudt uw hoofd heen en weer, waardoor uw natte haar heen en weer beweegt.

Dat kan ik mij goed voorstellen, bah. Douchen is niet fijn. Het douchen zelf is wel lekker, maar daarna, hè? Afdrogen terwijl je het koud krijgt en plakkerige kleding aan, jasses."
U kijkt mij verbaasd aan. Volgens mij heb ik verteld wat u dacht.
"Precies," zegt u duidelijk en iets minder boos.
U neemt een slokje van uw thee en ik van mijn koffie. Er valt een stilte. Ik merk aan u dat u mijn aanwezigheid toch een beetje spannend vindt. Wie is die mevrouw? Ik schuif een beetje opzij. En ik pak een boek dat op tafel ligt.
'Giethoorn' staat er op de kaft. Ik sla het open en als ik begin te vertellen over mijn fietstochten naar Giethoorn en langs de Beulakerwiede, zie ik u ontspannen.
"Daar ben ik geboren!" zegt u enthousiast.
"Dat is ook toevallig, zeg. Wat een mooi dorp he? Ik zou er wel willen wonen."

En vanuit het niets zegt u: "Niet doen, er is véél te veel geroddel."
"Dat is dan misschien geen goed idee." "Ik raad het af," zegt u rustig, met een adviserende ondertoon.
Maar het ijs is wel gebroken. We praten wat verder over uw geboorteplaats. Over de zandweggetjes, de armoede en het harde werken voor weinig geld. En over het zwemmen dat u van uw vader leerde en het schaatsen in de winter. U schudt af en toe met uw nog natte haren, die koud en nat in uw nek hangen. En dan kijkt u mij aan en weer uit het niets zegt u: "Dat was een ramp op de Beulaker." Ik kijk u aan en zie de ernst van de zaak in uw ogen.
"Was het een zware storm?" Er stond mij namelijk wel wat van bij. U knikt heftig. "Een zware storm, de wind loeide oorverdovend!" U vertelt het alsof het gisteren is gebeurd en alsof u het zelf heeft meegemaakt. Ik zie de angst nog in uw ogen.

En weer uit het niets pakt u het boek over Giethoorn en hebben we het over de hoge, zwarte bruggetjes van het Binnenpad.
"Zal ik voor u een schilderij maken van Giethoorn?" U kijkt mij verbaasd aan en ik zie dat mijn vraag u een beetje onzeker maakt. U kijkt weg en dan weer naar mij en dan weer naar uw kopje thee. Maar na een tijdje praten over een schilderij van Giethoorn lijkt het u toch wel wat. "Dat wordt vast wel mooi," zegt u bemoedigend.
We nemen afscheid en de week daarna staat de schets van het Binnenpad met de bruggetjes op doek. Thuis moet ik steeds aan de storm denken. En vooral aan de manier waarop u het vertelde. De angst was van uw gezicht af te lezen.

Van uw familie weet ik inmiddels dat Giethoorn en Dwarsgracht geteisterd werden door die zware storm. Dat was rond 1953. Toen ook in Zeeland de watersnoodramp was. U was toen 7 jaar. Het heeft op u veel indruk gemaakt. Toen, en nu nog steeds.
De week daarna staat de schets op doek en loop ik met mijn schildertas de huiskamer binnen. U zit met de rug naar mij toe. Ik zet eerst mijn tas en ezel weg en loop met een ruime boog om u heen, zodat u mij eerst even héél lang in u op kan nemen. En het lijkt u gerust te stellen. Helemaal als ik u begroet en begin te praten over de mooie zwarte bruggetjes van Giethoorn, het Binnenpad en de punters.

"Mijn zus zat wel eens vast met haar hakken tussen de planken van de brug," glimlacht u en u kijkt mij een beetje ondeugend aan. "Dat wil ik wel geloven, met gewone platte schoenen is het al glad op de bruggetjes. Laat staan met hakken!" Er is meteen een verstandhouding. U knikt.
Ik krijg het gevoel dat ik nu wel naast u mag zitten. En u vindt het inderdaad prima. En helemaal als ik het schilderij van het Binnenpad in Giethoorn op de ezel zet. U wijst naar een van de bruggetjes op het schilderij. En wéér vertelt u over uw zus. Dat ze regelmatig vast zat tussen de planken, met haar hakken.

En ik reageer alsof het de eerste keer is dat u het vertelt. En elke keer moeten we er samen om lachen en zien we het voor ons. Op een gegeven moment voel ik uw schouder tegen mij aanleunen. En zo genieten we van elkaars gezelschap en ik geniet van uw vertellingen over uw geliefde Giethoorn. Het drama van de storm op de Beulakerwiede komt regelmatig voorbij tijdens uw vertellingen. Ik luister aandachtig.

En zo is het schilderij aanleiding geweest om terug te gaan naar een tijd waarin u onbekommerd jong was in het mooiste dorp van Nederland. En u heeft uw hart kunnen luchten over de storm op de Beulakerwiede. Ons contact moest groeien. U had daarvoor tijd nodig. En er kwam gelukkig steeds meer vertrouwen. Uiteindelijk heeft u hopelijk, net als ik, genoten van onze tijd samen tijdens het 'Verhalen Schilderen'.

Fereale in de dûnen 


Juni 2019

Als ik voor het eerst met u kennis maak zie ik dat u in een verblijfsrolstoel zit. Een stoel die je ook kan kantelen zodat de persoon die er gebruik van maakt ook kan liggen.
U zit met de rug naar de deur en het gezicht naar het raam. Op uw schoot zit een stoffen Joyk pop. Ze krijgt een aai over de bol en ik zie haar heen en weer bewegen op uw schoot. Zachtjes hoor ik op hoge toon een zingend geluid maken; "Jeeej, jeeejnefejejeeehjeeh."
Ik geef de collega's door dat ik er ben en dat ik u ga uitnodigen om even naar uw kamer te gaan. Ze vinden het prima.
Als ik naar u toe loop zie ik dat u een oudere dame bent. Met zilvergrijs haar en netjes gekleed in blouse en pantalon. En aan uw voeten blauwe verbandsloffen.
Ik pak een krukje en ga naast u zitten. U heeft het eerst niet in de gaten. Uw popje krijgt weer een aai over de bol en ik hoor u in u zelf mompelen. Voorzichtig leg ik mijn hand op uw knie om uw aandacht te trekken. Het werkt. U kijkt naar links en onze ogen ontmoetten. Ik geef u een glimlach maar u kijkt eerst alleen maar. Naar mijn haar, mijn ogen, mijn neus en mijn mond. Eerst indringend en heel langzaam zie ik uw mimiek wat ontspannen.
" Wat in leaf bern." En ik wijs naar de pop op uw schoot. Ik weet inmiddels dat u in Friesland bent geboren en dat we daardoor een connectie hebben. De Friese taal is niet meer mijn sterkte punt. Het komt er wat gebrekkig uit. Maar ik merk dat ik meteen contact krijg. U kijkt mij aan en ik krijg een glimlach. Ook het kind op uw schoot krijgt een lieve lach.
" Zullen we even naar uw kamer gaan? Ik wil u graag wat vragen." U blijft ontspannen en dat is voor mij een teken dat u het goed vind.
Als ik met u de kamer in rij zie ik aan mijn rechterhand een boekenkast met foto's in mooie lijstjes. Foto's van grote groepen mensen. Jong en oud. Ik ga er vanuit dat het familiefoto's zijn.
Ik zet de rolstoel bij de kast neer en ik ga naast u zitten. Ik probeer uw aandacht te vangen door uw knie weer aan te raken en het werkt weer. U kijkt mij weer indringend aan. Ik leg uit waarom ik bij u op visite ben maar ik krijg niet de indruk dat u begrijpt wat ik bedoel. U reageert met korte woorden en de zinnen zijn onsamenhangend en repeterend.
" Mei ik in fotoboek pakken?" Ik zie namelijk een hele stapel in de kast liggen. Ik hoop dat ik daar iets kan vinden wat ik voor kan gaan schilderen. U reageert weer met een wat zingende "Jeeej, jeeejnefejejeeehjeeh." Maar dan trekt de pop op uw schoot weer uw aandacht en u gaat druk aan het shirtje trekken en vouwen. Ik laat u begaan.
Ik pak een oud rood gekaft fotoboek en sla het open. Op de eerste bladzijde zie ik drie vergeelde foto's van een verliefd stel. Ik zie dat het fotoboek gemaakt is ter ere van een huwelijk jubileum.
Ik denk dat ik er wel vanuit mag gaan dat de foto's van u en uw man zijn in uw verlovingstijd. Als ik u een van de foto's laat zien waarin u elkaar innig omarmd, zie ik u heel alert kijken. Wenkbrauwen omhoog en een glimlach. " Is dit jo man?"
U kijkt mij aan en ik zie en voel dat het zo is. De foto van u beiden op het strand met de zee op de achtergrond is zo romantisch en symbolisch voor uw liefde voor elkaar dat ik besluit een schilderij ervan te maken.
De week daarna kom ik met mijn schilderkoffer de huiskamer inlopen.
U bent in een diep rust verzonken. De rest van de dames zitten aan een kopje thee en een plak cake. Versiert met jam en slagroom.
Ik laat u rusten en ik zet mijn spulletjes klaar op rafel. Ik begin rustig te schilderen aan het romantische tafereel op doek.
U wordt op een gegeven moment wat onrustig wakker. En ineens horen wij u heel luid schreeuwen;
"Jeeej, jeeejnefejejeeehjeeh!" We schrikken er allemaal een beetje van. U kijkt verwilderd om u heen.
Het popje op schoot lijkt vanmiddag niet te helpen. Ik probeer nog wat afleiding te geven door naast u te gaan zitten maar de onrust blijft en ik besluit naar huis te gaan. De prikkels zijn waarschijnlijk teveel.
De weken daarna vordert het schilderij, u bent er de ene keer in zich zelf gekeerd en de andere keer alert en wakker. Dan hebben we contact maar meer ook niet. Op gevoel. Het is genoeg voor u.
Vanmiddag is de laatste schilder middag. Als ik de huiskamer inloop zegt de collega dat u in bed ligt. U heeft een insult gehad.
Ze loopt met mij mee en als ze mij voor gaat hoor ik zachte muziek en zie ik een golvende zee op het plafond geprojecteerd. U ligt lekker onder de dekens in bed. Er hangt een heerlijke ontspannen sfeer in uw kamer. Ik vraag of ik niet stoor als ik er óók nog bij ga zitten. Maar de collega geeft aan dat u dat niet erg zal vinden. Mijn aanwezigheid zal u alleen maar geruststellen. Ook al bent u in diepe rust verzonken.
Ik zet mijn spulletjes klaar en begin met de laatste details van het romantische tafereel. In de veronderstelling dat u slaapt kijk ik even om. En ik zie twee prachtige wakkere blauwe ogen. Als u mij ziet glimlacht u. En begint u wat onverstaanbaar te mompelen.
Het schilderij maak ik vanmiddag voor u af. Het is wat mij betreft een symbool geworden van uw jeugd en de liefde die een ieder van ons kent of heeft gekend.
Ook nu u oud en ziek geworden bent leeft die jonge verliefde meid in de duinen nog steeds in uw hart, voelt u nog steeds de vreugde, troost en steun van uw lief, maar ook het verdriet van het verlies. De dementie heeft er voor gezorgd dat u de huidige wereld ervaart alsof u door melkglas kijkt. Troebel en onduidelijk. Hopelijk heeft het tafereel momenten voor helderheid gezorgd. En dat u even naar die mooie tijd terug kon gaan en kon voelen hoe gelukkig u toen was. Ik vond het bijzonder om even deelgenoot te zijn van uw leven tijdens het Verhalen Schilderen  

Mijn lieve jongen

Juni 2019

U woont helemaal aan het eind van de gang op de derde verdieping. Ik stap de lift uit en loop naar uw kamer. Van de collega's weet ik dat u een actieve dame bent, die drie keer in de week naar een dagbesteding gaat. Vanmiddag is de enige middag die u nog vrij heeft. En vanmiddag ben ik ingepland in uw volle agenda.

Als ik naar uw kamer loop, zie ik dat de deur op een kier staat. Ik klop aan en hoor een rustige stem zeggen: "Kom er maar in."
Binnen ruik en zie ik een zweem van sigarettenrook. Uw kamer is sober ingericht met her en der beeldjes en wat gezellige decoraties. In de vensterbank staan enkele potten met kunstplanten.
U bent een slanke dame met een vlot golvend grijs kapsel, modern gekleed, met een fris gekleurd T-shirt en hippe broek.
Ik stel mij aan u voor. Als ik met "u" begin, wimpelt u dat beslist af. "Zeg maar gewoon jij, anders voel ik mij zo oud!"

Vanaf dat moment tutoyeren wij elkaar en is het ijs gebroken. Ik vraag of ik naast u, eh ...je, op de bank mag gaan zitten. Dat mag. Ik kijk de kamer rond en zie een blankhouten kast met glazen raampjes tegen de wand. In de kast een mooi servies met oude, Engelse kopjes en wat foto's in lijstjes. Ook staat er een ingelijste zwart-wit foto, een portret van een knappe jongeman. Hij valt mij op. Ik weet niet waarom. De manier waarop hij kijkt misschien.
Als ik vraag waar je vandaan komt, begin je meteen geanimeerd te vertellen. Dat je in De Krim bent geboren. Een klein dorp tussen Slagharen en Coevorden. Je ouders waren hard werkende mensen. Je had twee broers en een jonger zusje. En je vader was eigenlijk tuinder, maar omdat destijds het werk schaars was, werkte hij bij de boeren in de omgeving. 

Je was best een beetje ondeugend vroeger. Toen je zestien was, ging je vaak op zondag in Slagharen uit dansen. Je fietste daar met vriendinnen naar toe en dan moest je natuurlijk van je ouders op een bepaalde tijd weer thuis zijn. Je kwam regelmatig te laat, en om een straf te ontlopen liet je een keer, een kilometer van huis, lucht uit de fietsband lopen. Om je ouders te zeggen dat je niet op tijd thuis had kunnen komen, omdat je een lekke band had...

Dat ging één keer goed, ze trapten er in. Maar wat bleek de tweede zondag? Je vader stond buiten te wachten. En hij zag je in de verte in het licht van een lantaarnpaal het ventiel losdraaien. Je hebt toen zes weken huisarrest gekregen. En een wijze les geleerd.
"Heb je zin in koffie?" vraag je vriendelijk. "Heerlijk, fijn, dank je wel." Als we zo samen gezellig bij elkaar zitten, vertel ik wat ik kom doen, en ik vraag of ik een schilderij voor je mag maken.

Je kijkt mij aan, en zonder een antwoord te geven sta je op, pak je de rollator en loop je naar de buffetkast met glazen raampjes. Ik zie dat je het fotolijstje pakt met daarin de foto van de jonge man. "Je mag hém wel schilderen," zeg je rustig en ook heel resoluut.
" Wat een mooie vent, zeg. Is hij familie van je?" vraag ik enthousiast.
Als ik opkijk, zie ik de tranen in je ogen opwellen. Ik schrik ervan. Bang dat ik wat verkeerd heb gezegd. Je loopt terug naar de bank. Als je weer bij mij komt zitten, leg ik mijn hand op je knie. "Och, waarom doet de foto je verdriet?"
" Hij liep achter mij langs in de tuin en ik heb niets gemerkt," zeg je met een snik in je stem. " Wat is er gebeurd, of, als je er liever niet over wil praten...?" vraag ik bezorgd. Nog steeds heb ik mijn hand op je knie. "Dat wil ik wel. Ja, mijn zoon heeft zichzelf van het leven beroofd. Deze foto is een maand daarvoor genomen."

Er valt een stilte tussen ons.
Ik weet ik niet wat ik moet zeggen. In gedachten zie ik je in de zon zitten. In je tuin. Kopje koffie en de Privé op een tafeltje naast je. Sigaret in je hand. En ik zie je zoon. Je prachtige jongen. Hij loopt achter je langs, raakt je misschien even op je schouder aan en loopt naar de schuur. Om wat te pakken, denk je.
Na een kwartier denk je bij jezelf: "Wat duurt het toch lang." Je roept iets. Geen antwoord. Je loopt naar de schuur om te kijken of je hem kan helpen. Je opent de deur van de schuur en...

Ik zie dat je de foto van je eerste kind op schoot hebt liggen en nog steeds huil je zachtjes. Ik leun wat tegen je aan om je te troosten. Maar ik voel dat er een verdriet is dat nooit weg zal gaan. "Zou je dat willen doen, wil je van hem een schilderij maken?" hoor ik je snikkend zeggen. "Natuurlijk, dat doen we." Het is een poging je te troosten.
Bij het afscheid ben ik nog steeds ontdaan. Maar ik besef dat ik er iets heel moois van moet maken. Voor jou. En de week daarna staat de schets op doek.
Als ik die week daarna de kamer binnenkom, word ik hartelijk verwelkomd. Je weet nog heel goed wat ik kom doen. Ik installeer mijn schildersmateriaal op de salontafel. Je bent meteen geïnteresseerd. Je wilt meekijken en mee beleven hoe je eerste kind op doek tot stand komt.
In de tussentijd vertel je meer over je leven. In De Krim ging je naar de lagere school en later naar de huishoudschool in Slagharen. "Bij de nonnen," zeg je met een ondeugende glimlach. "Het was een geweldig mooie tijd. Ik moest veel nablijven en strafregels schrijven op het bord. 'Ik mag niet te laat komen, ik mag niet te laat komen, ik mag niet te laat komen', en dat dan honderd keer," zucht je guitig en met wat binnenpret. Alsof je weer dat meisje van toen bent.
Je vertelt dat er een vriendengroep was van jongens en meiden. En dat jullie veel met elkaar optrokken, gingen dansen en kattenkwaad uithaalden.

Een ervaring op de nonnenschool is je tot de dag van vandaag bijgebleven. Regelmatig waren er nonnen 'overspannen' en die gingen dan een tijdje naar een sanatorium. Na een paar maanden kwamen ze dan weer terug met een 'vondeling'. Uiteindelijk kwam je erachter dat ze een baby hadden gekregen. Maar omdat dat natuurlijk schande was, werd de kinderen wat op de mouw gespeld. Terwijl iedereen later wel wist hoe de vork in de steel zat.
Inmiddels vordert het portret van je zoon. Het zorgt voor tranen, maar toch ook soms voor een lach. "Ik neem je knappe zoon weer mee naar huis, hoor," zeg ik elke middag, als ik opruim. We moeten er dan samen om lachen.
Vanmiddag is de laatste schildersmiddag, het portret is bijna klaar. "In het atelier ga ik nog wat kleine dingetjes aanpassen en dan neem ik het afgelakt weer mee. Volgende week ben ik weer!"
" Is het nog niet klaar dan? Wat moet er nog gebeuren?" zeg je wat ongerust. Ik vermoed andere woorden. Zoiets als "Laat hem maar mooi hier."
Als ik je volgende week het schilderij ga brengen, hoop ik dat je het gevoel hebt dat hij weer een beetje bij je is. Ondanks de steun van je beide dochters is het verdriet om zijn verlies soms nog zo scherp aanwezig. "Je hoort als ouders je kind niet te verliezen, en helemaal niet op deze manier."

Het gemis blijft een wond die nooit zal helen. Door je zoon te schilderen heb je hem misschien weer even toe kunnen laten, kon je in ieder geval over hem praten en kon je je verdriet delen. Je hebt herinneringen opgehaald en hem aan mij voorgesteld. Het schilderij is een eerbetoon geworden. Aan je kind, je zoon, die veel te vroeg van je weg ging.
Het was goed deelgenoot te mogen zijn van je leven tijdens het 'Verhalen Schilderen'.

Prima Ballerina

Maart 2019

Als ik voor ons kennismakingsgesprek de lift uitloop naar uw kamer, is er een ploeg mensen bezig om de deuren te voorzien van plakplastic. Iedere deur krijgt zijn eigen persoonlijke uitstraling en kleur. Het geeft de afdeling een frisse en knusse uitstraling. Het is net of je in een straatje loopt langs rijtjeshuizen. 

Aan een van de collega's vraag ik waar u woont en zij wijst mij vriendelijk de weg.
Eenmaal aangekomen bij uw mooie blauwe voordeur zie ik dat het op een kiertje staat. Ik klop zachtjes aan. En kijk om de deur om te zien of u er bent.
Ik zie een kleine ranke dame aan de tafel zitten. De tafel staat met een kant tegen de muur en u zit aan de zijkant, ook met de rug tegen de muur. U bent iets aan het doen op uw schoot. Ik zie de rits van een roze toilettasje. Het grijze, bijna witte haar, netjes gekamd. En achter uw ogen en bij uw neus een doorzichtige plastic slang. En dan hoor ik het geluid ook wat daar bij hoort. U krijgt zuurstof.

" Goedemorgen, mag ik even bij u binnen komen?" zeg ik zacht. Om u niet te laten schrikken.
U veert toch een beetje geschrokken op. U kijkt mijn kant op en zegt: " Ja, natuurlijk! Kom maar verder."
Ik loop naar u toe en stel mij met een handdruk voor. En u doet hetzelfde. Als ik u aankijk zie ik twee heel bijzonder gekleurde ogen. Hazelnootbruin met een blauwachtige rand om de iris. " wat heeft u mooie ogen zeg!" " Ja, hé? Bruin en een beetje blauw." zegt u zelfverzekerd.

Ik vertel wat ik kom doen en u bent meteen geïnteresseerd en nieuwsgierig. U vraagt hoeveel dat moet kosten en ik kan u gelukkig geruststellen.
Het kiezen van een onderwerp is eigenlijk niet moeilijk. Het komt op zo'n mooie natuurlijke manier ter sprake en we zijn eigenlijk allebei meteen erover uit dat zij het moet worden.
U verteld namelijk dat u vroeger ballerina bent geweest. En dat u met hart en ziel heeft gedanst bij Beatrix Malinovska. Ze gaf U balletles. Als ik haar naar naam Google zie ik een foto van toen. Een prachtige elegante dame. In balletjurk en op balletschoenen. "Demi- pointes of Spitsen genoemd." zegt u heel zeker van u zelf. Ik word ter plekke even gecorrigeerd.
"Zal ik die foto dan maar schilderen? " Dat was goed. Mooi voor op de kamer. U woont namelijk nog niet heel lang in dit verpleeghuis.

Met uw dochter heb ik al snel contact en ze schrijft mij veel informatie over uw verleden. U heeft een vol en actief leven achter de rug.
U komt uit een gezin van vijf kinderen. Drie meiden en twee jongens. U bent geboren en getogen in Hengelo. En uw ouders hadden een eigen bedrijf. Een Singer naaimachine winkel in de stad. Als jong meisje hield u al van muziek en dans en het was dan ook niet vreemd dat u op balletdans les ging. Samen met uw vriendin leerde u de kneepjes van het vak en heeft u zelfs gedanst voor studio 22! .
Op een gegeven moment werd u een prima ballerina en danste u de sterren uit de hemel. En dat bleef niet onopgemerkt. U had regelmatig stille aanbidders en kreeg kaartjes en bloemen.
" En ik weet tot op de dag van vandaag nog niet aan wie ik ze kreeg." zegt u verbaasd met een vleugje trots.
Als ik de volgende week met de schets op doek en mijn schildersspulletjes aan uw blauwe deur kom staan, is het dit keer dicht. Ik zet mijn ezel op de grond en klop op uw deur.

" Jou hoe!" Klinkt er uit uw kamer. Ik denk dat ik er wel vanuit mag gaan dat ik binnen mag komen. Als ik door loop hoor ik vrolijke Hollandse liedjes uit de radio komen. En u zit net als de vorige keer aan het kleine tafeltje tegen de muur. U lijkt mij in eerste instantie niet te herkennen maar als ik vertel wat ik kom doen, zie ik een blik van herkenning.
" Mag ik bij u aan tafel komen schilderen?" Dat was goed, u schuift samen met mij wat spulletjes aan de kant en ik installeer mij aan tafel. Meteen hebben we het over de tijd toen u prima ballerina was en hoe fijn u het vond om naar muziek te luisteren en te dansen.
En dat u naar heel veel feestjes en bruiloften ging. Uw dochter vertelt dat u dan een van de laatste was die naar huis ging. " Mijn moeder was een echte party animal!"
Op uw zesentwintigste bent u getrouwd met de liefde van een leven. Een grote, lange en stoere marinier. U bent toen met hem van Hengelo naar Enschede en later naar Meppel verhuisd. U kreeg samen drie kinderen. Twee jongens en een meisje.
Als de eerste laag acryl erop zit laat ik u de onderschildering zien. U krijgt tranen in de ogen. U pakt het schilderij uit mijn handen en verwonderd kijkt u mij aan en zegt: " Het is haar echt! "

De weken daarna vordert het schilderij en leer ik u wat beter kennen. En krijg ik krijg de indruk dat u zich niet zomaar bij uw lot neerlegt. U bent een sterkte vrouw. En daarnaast ook heel positief. U heeft het wel over de beperkingen van het ouder worden en ik merk aan u dat u er van baalt. Het lichaam beperkt u in het shoppen en leuke dingen doen. Want winkelen in de stad, dat vind u geweldig! Leuke schoenen kopen in de uitverkoop. Sjieke blouses, broeken, vestjes en natuurlijk make-up scoren. Volgens u moet geld niet te lang op een rekening staan. Geld is er om van leven te genieten!
" Hakken, daar loop ik het liefst op, je gaat daar ook anders van staan hé?" En met dat u dat zegt gaat u wat rechtop zitten met uw kin vooruit. " Er lopen veel te veel meisjes en vrouwen voorover met het gezicht naar de grond, dat is zo zonde! Ze moeten trots zijn! En zichzelf verwennen met leuke kleren, hakken en make-up!"

Ik kan niet anders dan het met u eens zijn. En ik schuif mijn lompe schoenen voorzichtig onder de tafel tijdens uw betoog.
" Zit mijn haar wel goed? Wil je even kijken?" Ik leg mijn penseel neer en kijk naar de plek op uw hoofd waar u naar wijst. " Die plek kan wel een kam gebruiken." zeg ik. U geeft mij de kam en ik begin uw haar te kammen.
"Nu je toch bezig bent , wil je mij mijn armbanden en oorbellen ook even om en in doen?"
Gewillig help ik u met uw sieraden en ik zie dat het u goed doet, alsof het u compleet maakt. U begint te stralen. " Eigenlijk mist er nog een lippenstift." zeg ik.
U pakt het roze toilettasje erbij en u pakt vier kleuren lippenstift eruit. U kiest de meest roze. Het staat u geweldig!
De prima ballerina is bijna klaar. En bij elke schilderssessie wordt het doek uit mijn handen gegrist en krijgt u tranen in de ogen. " Ik zie haar zo staan, prachtig hé?" Ik kan ook dit alleen maar bevestigen. Het is een prachtig plaatje.
Eigenlijk vind ik het jammer dat vandaag alweer de laatste ochtend is. Uw zin in het leven, uw zelfverzekerde uitstraling, uw trots en geëmancipeerde kijk werkt aanstekelijk. Ik hoop dat het schilderij u vaker laat terug gaan naar die mooie tijd waar u gezond en gelukkig was. Ik hoop dat de herinneringen u goed doen. En dat u nog gaat genieten van wat komen gaat. Ik kijk vol plezier en geïnspireerd terug op onze tijd samen. Ik ben blij u te hebben ontmoet tijdens het Verhalen Schilderen.

 In Memoriam

Miriam in memoriam.

Die verwilderde blik in uw ogen, ik zie die vaak in mijn herinnering. Het weinige haar dat u had sprietig op uw hoofd. Even oogcontact en daarna weer lopen. Alleen maar lopen. U liet mij af en toe meelopen. Dan luisterde ik naar uw gemompel. Reagerend uit gevoel. 

Niet goed wetend wat u wilde zeggen. Dan wilde ik gewoon aanwezig zijn. Hopende dat u dat voelde. Spulletjes vergaren, ook op de kamers van de anderen, denkende dat ze van u waren. Een leven vol ellende achter de rug, hoorde ik later. Vertrouwen in mensen al vroeg geschaad.

Niemand toelaten in uw innerlijke wereld. Een dikke muur gebouwd, waarachter u dacht veilig te kunnen schuilen. De dementie zorgde voor nog meer verwarring en onrust.

Niemand, maar dan ook niemand liet u toe. Vorige week bent u overleden. Op uw sterfbed was de angst verdwenen, de onrust weg. En de ontspanning terug. De dood was uw verlossing.

 Een schilderij voor u maken, daar ben ik niet aan toegekomen. Ik had het heel graag voor u gedaan. 

Rust zacht Miriam, u heeft het verdiend.