Verhalen Schilderen 

Verhalen zijn met toestemming van familie geplaatst.


Ons contact zonder woorden


oktober 2019

Voorzichtig loop ik de gang van de afdeling op. Door de klapdeuren naar binnen, de stilte in. Ik weet nog niet waar uw kamer is. En ik besluit door te lopen en zie aan mijn rechter hand een ruimte waar ik ineens een graslandschap voorbij zie schieten. Alsof je in de trein zit en naar buiten kijkt. Ik besluit even wat beter te kijken en stop met lopen.
En ik zie inderdaad dat er een treincoupé is nagemaakt. Met op het scherm het gras landschap rond Steenwijk en een industrieterrein, wat voorbij raast. Ik ga even op het bankje zitten in de namaak coupe. Het is net echt.

Als ik wil opstaan om door te lopen, zie ik een mevr. op de gang voorbij rijden in een rolstoel. Ze is fijn gebouwd met ingevallen ogen en wangen. Ze heeft natte ogen en een verdrietige blik in de ogen. Haar half lange grijze haar tot op de schouders, is een zijscheiding gekamd. Ik krijg de indruk dat ze niet in de gaten heeft dat ik in de namaak coupe zit.

Ze is te druk met wat er in haar gedachte gaande is. Ik groet voorzichtig met een "Goedemiddag." Ze kijkt even op en zonder wat te zeggen rijdt ze met haar rolstoel de gang verder in. Ik besluit door te lopen naar de huiskamer en als ik een collega tegen kom vraag ik naar u.
"Je bent haar net tegen gekomen, denk ik," zegt ze. "Ze rijd in de rolstoel op de gang, daar." En ze wijst naar de gang waar ik net uitkom.
Ik loop weer terug en ik zie u in de verte de rolstoel naarstig voortbewegen. Alsof u ergens te laat bent en hoopt op tijd te komen. Ik loop met snelle pas achter u aan en als ik bij u kom probeer ik contact te maken door uw arm even voorzichtig aan te raken. U kijkt op en ik glimlach naar u. U reageert niet maar pakt mijn hand en laat niet meer los.

Ik loop naast u, hand in hand, en samen bewegen we de rolstoel verder de gang op. Tijdens de wandeling vertel ik u over het weer en mijn wandeling van het treinstation naar het verpleeghuis waar u woont. En midden in een zin maakt u een geluid en begint u te praten. Op uw manier. Woorden en korte zinnen met Gronings accent. U maakt daarbij af en toe oogcontact door naar mij op te kijken

Tijdens de wandeling komen we een zitje tegen met een ronde tafel en een paar stoelen. Ik besluit even te gaan zitten. U blijft ook stilstaan. En u laat mijn hand los. De zon schijnt op uw mooie kwetsbare gezicht. Uw ogen zijn nog steeds nat en de kringen onder uw ogen roze. U heeft een wat melancholische blik. U kijkt mij aan en ik ben stil. U ook. Ik kijk in uw ogen en ik zie uw geleefde gezicht.
De rimpels bij uw ogen zijn bijna groeven. En uw huid is dun en kwetsbaar. We zitten nog even zo samen en dan besluit u weer te gaan. Zonder wat te zeggen kijkt u naar het eind van de gang en begint u aan de wielen te draaien. En rijdt u de gang weer op. Ik laat u gaan.

De week daarna hoor ik van de collega's dat er weinig bekend is over uw leven. Dat u in Boertange bent geboren en dat het vertrouwen in mensen al vroeg in uw leven geschaad is.
Op een of andere manier schrik ik niet van die informatie. Ik denk dat ik het in onze vorige ontmoeting gevoeld heb. De week daarna staat de schets van uw portret op doek. Uw mooie kwetsbare, engelachtige gezicht wil ik vastleggen. En niet alleen het verdriet van toen en verwardheid van nu. Maar ook uw kracht. Want u bent een pittige dame. Met een eigen wil. Tenminste dat hoor ik van de collega's. U laat niets toe wat u zelf niet wil.

U zit vanmiddag aan tafel en voor u staat een kopje koffie. Ik ga tegenover u zitten om u niet te overprikkelen met mijn aanwezigheid. Maar wel zo dat ik oogcontact kan maken. En dat hebben we meteen. Ik krijg zelfs een voorzichtige glimlach. Ik glimlacht terug. Ik zet mijn ezel op de krant en pak mijn verfspulletjes. Ik zet het canvas op de ezel en pak de foto's met uw portret. U kijkt geïnteresseerd mee en ik besluit u de foto te laten zien.
U pakt het aan met uw lange knokige vingers en ik zie u kijken. Ik krijg niet het idee dat u zichzelf herkent. Dan wrijft u over de foto, draait het om, maakt een prop en stopt een puntje van het papier in uw mond. Ik zie u vies kijken. En daarna glimlachen. Waarna u het rustig naast uw kopje koffie neer legt. U kijkt mij aan en krijg weer die lieve glimlach. En ik glimlach terug. Ik pak de zwart wit foto en begin aan de onderschildering van uw portret.

De hele middag zegt u weinig of niets. We hebben oogcontact en af en toe hoor ik u wat mompelen. In Gronings accent. Ik boots af en toe het geluid na en probeer intuïtief op uw manier van communiceren te reageren. En zo hebben we af en toe contact.
De weken daarna vordert uw portret. De ene week zit u rustig aan tafel koffie te drinken en de andere week bent u in uw rolstoel op de gang. Onrustig op zoek.

Het portret is bijna klaar. U heeft indruk op mij gemaakt. Ik weet eigenlijk niet waarom. Ik wist weinig van uw leven maar uw persoon heeft mij geraakt. Ik hoop dat het portret u recht doet. Een kwetsbaar mens met een soort oerkracht van binnen. En ik hoop dat het laat zien wie u was en nu bent. En dat uw familie het zal zien als een aandenken. Mijn tijd met u was speciaal en ook intens. Veel gepraat hebben we niet maar dat was ook niet nodig. Ons contact was er óók zonder woorden , tijdens het Verhalen Schilderen . 

Een heer uit Limburg


februari 2020

Onze eerste ontmoeting was spannend. Ik wist niet in welke gemoedstoestand ik u zou aantreffen. Toen ik naar de afdeling liep, zag ik op de deur een A4 met het verzoek aan te bellen.
Ik drukte op de deurbel en zag door het glas in de deur een collega. Bezoekers mogen niet meteen naar binnen. Of waren ze bezorgd: u zou toch nog even snel door de deur naar buiten glippen.
"Je komt voor meneer, veronderstel ik?" vroeg de collega vriendelijk, terwijl ze voor mij uit liep, de huiskamer in.
"Klopt. Voor een kennismakingsgesprek," bevestigde ik.
"Meneer zit daar." Ze wees naar een kleine heer met wit grijs haar in een grote stoel. U zat wat ineengedoken met een kopje koffie in de hand.
"Dank je wel," zei ik zacht en ik liep naar u toe.
Van de collega's had ik al gehoord dat u regelmatig geïrriteerd bent over de gang van zaken op de afdeling. Vooral als u het plan heeft weg te willen en u niet weg kan. U vindt dan dat niemand u wil helpen. En het slechte gehoor dat u parten speelt, bevordert ook de communicatie niet echt. Het knettert daarom nog wel eens in de huiskamer; u kan flink boos reageren.
En nu is er onze eerste ontmoeting: ik zie een klein, maar pittig heerschap, met de nadruk op heer. U heeft een bijzondere uitstraling. En u dwingt daarmee meteen respect af. De manier waarop u zich beweegt en gekleed bent geven de indruk van iemand met een bewogen leven, met veel verantwoordelijkheden.
Ik probeer oogcontact te maken door me naar u te bukken. Het lukt. U kijkt nieuwsgierig naar mij en we glimlachen naar elkaar.
"Mag ik wel even bij u komen zitten?" vraag ik vriendelijk.
"Dat mag gerust hoor," zegt u met een Limburgse, zachte g. Ik pak een stoel en zet die naast u neer. Ik geef u mijn hand en u pakt die stevig
"Ik ben Saskia," zeg ik. "Ik zou u graag een voorstel doen, maar, eh...zullen we samen even naar uw kamer gaan? Daar is het was rustiger."
U buigt uw hoofd wat verder naar mij toe en brengt uw hand naar uw rechteroor.
"Wat zegt u?"
Ik herhaal mijn vraag waarbij ik wat langzamer praat en duidelijker articuleer. U verstaat mij dit keer wel en eigenlijk wilt u meteen overeind springen. Maar dat gaat niet zo snel meer en u valt terug in de stoel.
"Wacht, ik pak uw rollator even," zeg ik, terwijl ik u een bemoedigend schouderklopje geef. Het opstaan gaat nu beter. U heeft wat houvast. En zo lopen we rustig naar uw kamer. U doet de deur voor mij open en we gaan naar binnen. In uw kamer staat het bed tegen de muur en daar tegenover staan twee rookstoelen met ertussen een klein tafeltje met wat bladen, zakdoekjes en andere spulletjes. In de vensterbank staan fotolijstjes met foto's van jongere en oudere mensen.
Als u gaat zitten, zet ik de rollator even weg en ik ga naast u zitten door de tweede rookstoel even naar u toe te schuiven. Ik vertel wat de bedoeling is en wat de mogelijkheden zijn voor op het doek.
Een portret lijkt u wel wat. Vooral als ik zeg dat het misschien ook mooi zou zijn voor uw dochter. Ik maak wat portretfoto's van u, terwijl wij aan het praten zijn. U vertelt op een gegeven moment over uw werkzame leven bij de N.S. en dat u dat met heel veel plezier gedaan heeft. Vooral het gratis reizen vond u geweldig. Samen met uw vrouw ging u er dan ook regelmatig op uit. Tijdens het vertellen struikelt u over de woorden en ik krijg het idee dat u de juiste woorden niet goed kunt vinden. En dat ergert u, merk ik.
"Hè, ik bedoel dit en op die manier maakt het lastig te vertellen," zegt u met een geïrriteerde ondertoon.
"Dat begrijp ik, heel vervelend als u er niet uit komt. Maar tot nu toe heb ik u heel goed begrepen en snap ik wat u wilt vertellen," zeg ik bemoedigend. Ik zie u voorzichtig glimlachen.
Zo bent u een dik uur aan het vertellen over uw vrouw, uw dochter, de N.S., treinen, kleinkinderen. Niet in volmaakte zinnen, maar op zo'n mooie manier dat ik voel hoe belangrijk dit voor u was en nog is. Maar ik merk ook dat het u vermoeit. Ik besluit mijn bezoek af te breken.
"Zullen we weer naar de huiskamer gaan, ik zie dat het u moe wordt," zeg ik, terwijl ik u de rollator weer geef. U knikt. Als ik mij omdraai en mijn jas wil pakken, loopt u meteen haastig naar het bed en pakt mijn sjaal. En zoals een echte heer betaamt, geeft u mij de sjaal aan en houdt u de jas op.
"Och, dank u wel. Wat fijn," zeg ik terwijl ik mijn jas aantrek. Ik zie u tevreden glimlachen.
Samen lopen we naar de deur. Ik doe de deur voor u open en sluit die na u. Ik mag mijn hand even op uw rug plaatsen als vriendelijke ondersteuning. Zo lopen we samen weer rustig terug naar de huiskamer. We geven elkaar de hand en we nemen afscheid.
De week daarna ben ik er weer met mijn fel gekleurde schildertas en tafelezel. U heeft niet meteen in de gaten wat ik kom doen.
"Goedemorgen, ik kom aan uw portret schilderen, zullen we samen naar uw kamer gaan?" begroet ik u.
Oh ja, u weet het weer, en u loopt achter de rollator met mij mee naar uw kamer. U doet hoffelijk de deur voor mij open en wacht totdat ik binnen ben. Dan komt u achter mij aan lopen naar uw stoel bij het raam. U ploft neer, moe van de inspanning.
"Mag ik dat tafeltje, daar, wel gebruiken?" Ik wijs naar een schooltafel die tegen de muur staat. En net als ik mij wil omdraaien komt u overeind en loopt u voor mij uit naar het tafeltje. U schuift de kranten en de tissues eraf, de radio wordt netjes op de grond gezet, en u tilt de tafel zo naar het midden van uw kamer. Ik ben helemaal verbaasd, verbaasd over uw hoffelijkheid, maar ook over uw kracht!
"Bedankt, fijn," zeg ik nog een beetje overrompeld.
"Geen moeite," zegt u rustig en zelfverzekerd met die zachte g. En u gaat weer rustig in uw stoel zitten.
Ik zet mijn spulletjes klaar en u bent meteen al verbaasd over de treffende schets. En over de trein erachter. U probeert meteen te vertellen over de soort en u ziet meteen dat het een model van vlak na de oorlog is. En u mompelt iets van 'Bolkop' en 'als dat de 252 niet is...'
Terwijl ik bezig ben, bent u alert en nieuwsgierig naar wat ik ga doen. De onderschildering in bruintinten volgt u geïnteresseerd en u lijkt het ook interessant te vinden als ik u uitleg waarom ik dat op deze manier doe. "Heeft u een opleiding genoten," vraagt u belangstellend. Ik vertel u dat ik inderdaad de kunstacademie heb gevolgd, maar dat ik eigenlijk het meeste heb geleerd door het doen.
Ik krijg een knik en een 'mmm.' Er is verstandhouding. Als ik zo in stilte aan het schilderen ben, hoor ik uw ademhaling veranderen. Ik stop even en kijk om. U bent rustig in slaap gesukkeld. Ik laat het zo, blijkbaar heeft u deze 'pauze' even nodig. Het blijft lang stil Tot, plotseling....
"Mijn vrouw, waar is mijn vrouw," hoor ik u ineens verschrikt vragen. Ik schrik ook van uw reactie.
"Dat weet ik niet, is ze ... eh, misschien even weggegaan?" vraag ik in een poging u wat gerust te stellen. Er valt een stilte. Ik zie u nadenken. En dan...
"Ik weet het alweer. Ze is overleden," zegt u verdrietig.
"Och, echt? Wat vreselijk voor u." Ik stop met schilderen en leg mijn hand op uw knie. U laat het toe. " Twee weken geleden. Ze is plotseling overleden," zegt u, terwijl u verdrietig voor u uit staart. Het is even stil, ik weet eigenlijk niet wat ik moet zeggen. En zo zitten we bij elkaar en is er verdriet. Op het kastje staat een foto van u en uw vrouw. Ik geef hem u in de hand.
" Is dit uw vrouw?" vraag ik voorzichtig.
"Ja, dat is ze," zegt u liefdevol.
"Wat een lieve en zorgzame uitstraling heeft ze," zeg ik terwijl ik weer ga zitten. U knikt. Zo zit u nog even met de foto in de hand. En ik laat u begaan. Ik zie dat het u wat ontspant. Met de foto op schoot sukkelt u wat in. Voorzichtig zet ik de foto terug op de kast
Pas als de ochtend bijna voorbij is, schrikt u opnieuw wakker. Gelukkig vindt u de onderschildering al erg geslaagd. En als ik mijn schilderspullen opruim en in mijn tas doe, zie ik vanuit een ooghoek dat u overeind komt en de tafel weer terug wilt zetten.
"Zullen we dat samen even doen?" stel ik voor. Dat is gelukkig goed en zo gaat de tafel, met u aan een kant en ik aan de andere kant, weer terug op zijn plek.
Ik geef u de rollator en samen lopen we voetje voor voetje naar de huiskamer. Met een toch stevige handdruk nemen we afscheid.
Het schilderij vordert en inmiddels heb ik ook al met uw dochter kennis gemaakt. Weliswaar via de mail, maar ik proef tussen de regels door dat u een erg betrokken dochter heeft. We willen elkaar graag ontmoeten, maar door drukke bezigheden lukt dat niet en zo blijft ons contact beperkt tot het uitwisselen van mail. De weken daarna merk ik dat u steeds vaker vermoeid bent en dat u steeds in slaap valt tijdens het schilderen. Af en toe probeer ik wat uit te leggen en u op die manier wat wakker te houden, maar u bent dan toch echt te moe. En dat laat ik zo. U heeft de rust blijkbaar nodig.
Het schilderij met uw lachende portret is nu bijna klaar. Hopelijk heb ik uw persoonlijkheid kunnen treffen, mede door het beeld van de trein die zo belangrijk was in uw werkzame leven. Ik vond het fijn met u samen te zijn. U bent nog een heer van de oude stempel, die de deur open houdt voor een dame. Het vertelt mij veel over uw zorgzaamheid en uw betrokkenheid bij de mensen om u heen. Het gaat u goed. Bedankt dat ik een stukje met u mee mocht lopen in uw bewogen leven. 

Mooi Sumatra


februari 2020
Op de afdeling bent u een exotische verschijning. Een prachtige, okerbruine huidskleur en diepbruine ogen. Lippen gestift in een mooie rood-roze kleur en uw witte haar verzorgd geknipt in een kort sportief kapsel. Contact maken blijkt een uitdaging. U heeft zo uw voorkeuren. De één wordt vriendelijk toegelachen en de ander moet alle moeite doen om contact te krijgen. Als ik in de huiskamer voor een andere bewoner schilder, kijkt u af en toe mee en ik krijg gelukkig regelmatig een glimlach. En ik glimlach terug.

Vandaag zie ik u niet aan tafel. U zit op de kamer. Niemand hoeft het mij te vertellen. We horen het allemaal. U bent hartverscheurend aan het gillen en roepen. Contact maken is onmogelijk. U hebt zich in uw eigen wereld terug getrokken om uw demonen te verjagen. Dat vertelde uw broer, toen hij en zijn vrouw een bezoek brachten na mijn uitnodiging voor een kennismakingsgesprek. We zaten bij elkaar in de huiskamer. U zat toen aan het hoofd van de tafel, in gedachten verzonken.

Uw broer vertelde over uw leven en zei het begrijpelijk te vinden dat u af en toe in uw dementie teruggaat naar het verleden en dan weer doorleeft wat u toen heeft meegemaakt, maar wat u ook weg moest stoppen. Het moet voor u een tijd van overleven zijn geweest.
U bent in 1934 in Padang, in Midden Sumatra geboren. U had drie broers en werd door hen op handen gedragen. Uw familie was bekend op Sumatra en in heel Indonesië. Uw overgrootvader ontwierp de mooiste batikpatronen. Hij had een fabriek waar hij de stoffen liet bedrukken, onder meer voor sarongs. Door de unieke patronen gebaseerd op Nederlandse sprookjes werd hij bekend.
En toen werd in 1941 het toenmalige Nederlands- Indië bezet door Japan.

Uw vader werd opgepakt en meteen onthoofd. U moest met uw moeder en broers vluchten voor de bezetters. Doordat uw moeder de echtgenote was van een ambtenaar kon u met een vliegtuig naar Jogja op Midden-Java. Van daaruit bent u geïnterneerd. Dat betekende dat u zogenaamd voor uw eigen veiligheid werd vastgezet in een kamp. Buiten het kamp verbleven de halfbloed Indonesiërs en binnen het kamp de volbloed Indonesiërs.
U was toen twaalf jaar. En dat was voor een meisje, al bijna vrouw, een gevaarlijke leeftijd.

Japanners selecteerden namelijk regelmatig mooie meisjes uit het kamp. En men kan wel raden waarvoor. U werd door uw moeder zo aangekleed dat alles wat vrouwelijk was, bedekt was of strakgetrokken werd.
Als uw broer aan het vertellen is lopen de koude rillingen over mijn rug. Wat hebben u en uw familie vreselijke ervaringen mee moeten maken. Afschuwelijk. Maar hij vindt het belangrijk dat ik het weet, zodat ik u beter kan begrijpen en kan invoelen wat u bezig houdt.
U heeft samen met uw moeder twee jaar in dat afschuwelijke kamp gezeten. Toen onder de Indonesiërs, dat werd Bersiap genoemd. Van 1945 tot aan 1947. Ondanks de voorzorgsmaatregelen van uw moeder heeft uw broer zijn vermoedens dat u niet aan de klauwen van de Japanners bent ontkomen. Het heeft ervoor gezorgd dat u later een muur om uzelf heeft opgetrokken. U liet niemand toe en u was in de ogen van uw familie hard voor uzelf en daarmee ook voor de ander. Afstand houden was voor u de manier om u veilig te voelen.

Op een gegeven moment kreeg uw moeder een diepe ontsteking boven op haar been. De omstandigheden in het kamp waren zo belabberd dat de weerstand van iedereen laag was. Er was geen gezond eten en het water was vies. Besmettingen en ontstekingen lagen op de loer. De grote ontsteking heeft uw moeder eigenhandig proberen te behandelen. Het hielp maar even. Gelukkig was er een bevriende dokter die uw moeder geopereerd heeft en hij heeft haar het leven gered.
Japan capituleerde in 1945 en toen kon u met de trein naar Jakarta en daarna door naar Bandung. Daar heeft u vanaf 1945 tot aan 1950 in enige rust en geluk kunnen wonen en leven.
U bent daarna met het hele gezin naar Nederland gegaan. De omstandigheden waren in Nederland beter en om de kinderen een toekomst te bieden besloot uw moeder de overtocht te wagen. De reis over zee duurde een maand. En gelukkig kon u zich goed redden met de taal. U kreeg namelijk in Indonesië op een Nederlandse school les.

U werd opgevangen in Nederland en reisde met de trein door naar Norg. Daar heeft u een half jaar bij een mevrouw in een pension gewoond, Uw moeder kreeg een woning toegewezen en toen verhuisde u naar Meppel. Dat was wennen. U was een van de eerste 'getinte' inwoners. Maar de inburgering verliep vlot en Meppel was al snel gewend aan zijn exotische stadsgenoten. U bent op een gegeven moment naar Den Haag verhuisd en kreeg werk bij de PTT. Uw jongste broer woonde toen bij u in. En toen werd u verliefd op een stoere Indische marinier. U bent uiteindelijk met hem naar Amerika geëmigreerd.
Als ik even omkijk en in uw richting zie ik aan uw ogen en uw voorzichtige glimlach dat u ons gesprek volgt. Het lijkt u niet te deren.

Uw broer vertelt verder. U heeft in Amerika een baan gekregen bij The Bank of America. Daar heeft u het erg naar uw zin gehad. Het huwelijk bleef kinderloos. Uiteindelijk bent u gescheiden van uw man. Als alleenstaande vrouw was het in Amerika niet gemakkelijk. En u kreeg heimwee naar uw familie en Nederland. Toen u met pensioen ging, besloot u terug te keren. Uw moeder leefde toen nog. U heeft haar gelukkig ook nog gezien voordat zij overleed.
Via DNA-onderzoek heeft u ook uw vader teruggevonden. U bent met uw broer naar zijn graf gegaan in Indonesië. En u heeft als blijk van een symbolische hereniging zand van het graf meegenomen en uitgestrooid op het graf van uw moeder in Nederland.
Uw broer vertelt dat u eigenlijk altijd jonge mensen heeft gesteund. Financieel, maar u heeft ze ook gemotiveerd en geholpen op welk vlak dan ook. Er ging geld naar een jongenshuis in Indonesië waar wezen werden opgevangen. Eén van de jongens heeft door u een koksopleiding kunnen volgen en met hem gaat het heel goed.
Het laat zien hoe u was en hoe u nog bent: een sterke vrouw met een groot hart. Maar u heeft ook een andere kant. Soms op het botte af, en eigenwijs. Vooral naar uw familie. En gevoelens delen of erover praten was en is uit den boze. Uw broer geeft aan het te accepteren en hij begrijpt dat u uw eigen leven heeft geleid. En dat het van u is en van niemand anders.

Aan het eind van dit indrukwekkende gesprek besluiten we samen dat Indonesië het onderwerp moet worden van het schilderij: de rijstvelden op Sumatra en iets met batik.
We nemen afscheid met een handdruk, ik geef u ook een hand en vertel u dat ik er de volgende week weer zal zijn. En weer krijg ik die prachtige lach. Met een steen in mijn maag loop ik naar huis. In mijn gedachten zie ik u in Indonesië, in het kamp, en in Amerika. Ik ben onder de indruk van uw veelbewogen leven.
Thuis ga ik aan de slag en er staat al snel wat op doek. De week daarna kom ik weer bij u en ik zie u vanuit de lift op uw kamer zitten. De deur staat open. Ik loop voorzichtig naar binnen zie dat u naar mij kijkt. Ik krijg gelukkig ook nu weer een glimlach.
"Mag ik bij u komen zitten?" vraag ik, terwijl ik mijn tas neerzet.
Ik hoor een vriendelijk "Mm, mm."

Ik ga ervan uit dat het mag en ik zet alles bij u klaar. In stilte zit u mee te kijken met wat ik doe. En af en toe hoor ik weer "mmmm" en zelfs "moooiii."
Tussendoor vertel ik wat ik aan het doen ben en wat ik zie. De middag vliegt voorbij. En als we afscheid nemen krijg ik een zachte handdruk. En weer die mooie lach. De weken daarna vordert het schilderij met de rijstvelden en op de voorgrond de Indonesische schone. Daar liggen uw wortels, het is een beeld van uw verleden. Een verleden waaraan u fijne, maar ook zwarte herinneringen moet hebben. Hopelijk leidt de afbeelding u af, of troost u als u het moeilijk heeft en als uw demonen u weer achtervolgen. Het was een indrukwekkende tijd voor mij. Bedankt dat ik met u en uw familie mocht kennis maken en u mocht leren kennen. Het gaat u goed.

De kerktoren van Blokzijl


maart 2020

U kwam met een ondeugende lach op uw gezicht naar mij toe, met uitgestoken hand. Ik had u al eens eerder gezien in uw rolstoel, die u voortbeweegt met uw benen. U rijdt namelijk regelmatig rond op de afdeling. Van uw kamer naar de lift en naar beneden, om te roken, of om gewoon even een praatje te maken met collega's en medebewoners. U bent al wat op leeftijd en ik weet inmiddels dat u volgende week 70 jaar wordt.
En wat mij het eerst opviel, was de sportieve pet op uw kalende hoofd. Verder gaat u meestal gekleed in een spijkerbroek en een hippe trui.

Onze eerste, echte ontmoeting verliep wat ongebruikelijk. Het was op de kamer van één van de andere bewoners voor wie ik op dat moment aan het schilderen was. U wilde met mij kennis maken en de mevrouw, voor wie ik schilderde, en haar zoon, vonden het prima dat u er even bijkwam. We gaven elkaar de hand.
"Goedemiddag meneer, u wilt even kijken wat ik aan het doen ben?" vroeg ik nieuwsgierig.
"Ja, ik ben gevr..r...aagd, of ik...ook een schilde..r..rij wil....hebben," zei u met die hapering in uw stem. Naast de beving leek het net of u sprak met een slokje water in de mond. Het zorgde ervoor dat ik geconcentreerd moest luisteren om op te vangen wat u probeerde te zeggen.

Toen u het schilderij zag waar ik aan bezig was, werd u voorzichtig enthousiast. Maar toch, een portret moest het niet worden, nee, absoluut niet! "Oh nee, gggheen... portrrrret," zei u stellig.
"Weet u wat, ik kom volgende week op visite en dan hebben we het er nog eens over," stelde ik uitnodigend voor. Dat stelde gerust en meteen draaide u uw rolstoel om en weg was u.
Zoals afgesproken ging ik de week daarna bij u op visite. En toen ik naar uw kamer liep, hoorde ik ook een vrouwenstem. Ik klopte voorzichtig op de openstaande deur.
"Mag ik binnenkomen, komt het nu wel gelegen?" vroeg ik voorzichtig.

"Oh, maar natuurlijk." De dame liep naar mij toe en we stelden ons aan elkaar voor. Ze bleek uw zus te zijn. Mijn contactpersoon had al contact met haar opgenomen en haar ingeseind over mijn bezoek. Uw zus was heel enthousiast en bleek op de hoogte te zijn van wat ik doe met 'Verhalen Schilderen'. En dat was onze tweede ontmoeting...
"Het lijkt mij zo mooi en bijzonder dat u voor mijn broer een schilderij maakt," zei uw zus een beetje verlegen.
"Dat doe ik heel graag voor hem en natuurlijk ook voor u," reageerde ik terwijl ik mijn tas neerzette.
"Heeft u samen al gesproken over een onderwerp? Uw broer gaf aan liever geen portret te willen," vroeg ik.
"Nou, dat gaat wel gebeuren, graag met Blokzijl op de achtergrond," zei uw zus duidelijk, maar ook weer met een wat verlegen ondertoon. Ik had het vermoeden dat ze bang was te veel te vragen.

Op dat moment draaide u zich met de rolstoel naar ons toe. U was wat aan het opruimen in een kastje. Ik keek u aan en zag uw heldere blauwe ogen net onder de pet doorkijken. En weer was daar die ondeugende brede lach op uw gezicht.
"Zal ik dat dan toch maar doen? Uiteindelijk is het misschien wel mooi voor uw zus en moeder," vroeg ik rustig. "Ik hoorde van een collega dat u ook nog een moeder heeft."
"Dat is misschien...toch wel...mooi," zei u met die trilling in uw stem. En meteen draaide u aan de wielen van de rolstoel en wees naar een plek op de muur.


"Daarrr, moet het....hangen." U keek al wijzend naar ons. En dan blijft u vertellen op uw eigen wijze over die plek en Blokzijl waar u met héél veel plezier heeft gewoond. En ik merk dat u moeite heeft het verhaal af te ronden. Uw zus blijkt het van u te kennen. Zij onderbreekt u liefdevol en probeert u uit te leggen hoe het verder gaat. U lijkt het niet op te vangen.
U bent bezig met waar het schilderij moet hangen, dat u straks wil gaan fietsen op de duo-fiets, dat u vaker de stad in wil en naar muziek wil luisteren.
Samen met uw zus spreken we af dat het een portret wordt en ik vraag aan u of ik wat foto's van u mag maken. U vindt het prima en u gaat er ook gewoon voor zitten. Met een blij gezicht poseert u rustig. Het lukt al heel snel een geschikte foto te maken.
We nemen afscheid en ik beloof uw zus op de hoogte houden van de vorderingen. Ze kan er de volgende keer niet bij zijn in verband met haar drukke vrijwilligerswerk.
"Vindt u het niet erg dan, als ik er niet bij ben," vraagt ze bezorgd. Ik stel haar gerust, en verzeker haar dat wij ons prima gaan vermaken.
En dat blijkt een week later. U wacht mij al op en verwelkomt mij hartelijk.


"Mag ik mijn schilder spullen op deze tafel zetten?" vraag ik, terwijl ik mijn zware schildertas op een stoel zet.
"Ja natuurlijk...doe dat maarrrr...," zegt u wat onduidelijk.
Als u de schets ziet, reageert u verbaasd met: "Ochgggg, wat mooi, wat mooi."
U kijkt mij aan en u lacht breeduit. En weer draait u de rolstoel naar de plek waar het schilderij moet hangen. En weer vertelt u dat dát de beste plek is en niet boven het bed. En ik reageer net zo enthousiast als de vorige keer.
Als ik begin te schilderen merk ik dat ik u wat kan afleiden. Ik voel u achter mij mee kijken. En na een lange stilte hoor ik weer: "Ogh, wat mooi, wat mooi."
Uit het niets draait u de rolstoel weer en beweegt u zich weg van mij en gaat u een liedje spelen op het elektronische orgel dat op uw kamer staat. Het liedje is een improvisatie. Maar ik hoor ook af en toe een bekende melodie. En als u stopt met spelen hoor ik u lachen van blijdschap.


"Wat leuk, wat kan u goed spelen, zeg. Dat klinkt mooi!" zeg ik aanmoedigend. U kijkt mij glunderend aan, draait zich om en speelt verder.
Zo zitten we samen bij elkaar. Ik luister naar uw geïmproviseerde muziek en werk ondertussen door aan de onderschildering. En u speelt die middag de ene keer op het orgel, komt af en toe kijken en dan rommelt u verder wat op uw kamer in de laatjes. We spreken niet veel met elkaar, maar dat blijkt helemaal niet nodig. Er is contact.
"Als u even wilt roken, voelt u zich niet verplicht om te blijven, hoor," zeg ik op een gegeven moment.
"Vindt u...dat niet errrrg," zegt u bijna verlegen. "Nee, hoor, gewoon lekker doen. Ik zit hier goed. Ik heb koffie en ik geef ondertussen de kerktoren van Blokzijl een likje verf," zeg ik lachend, terwijl ik een slokje koffie neem. Inmiddels weet ik ook dat u een grapje wel kan waarderen. U rijdt achter mij langs en ik voel een bemoedigend klopje op mijn schouder. U draait de rolstoel de gang op en vertrekt naar de lift.


De week daarna schilder ik kleur in uw portret en de kerktoren van Blokzijl krijgt steeds meer vorm. En regelmatig hoor ik achter mij: "Wat mooi, wat mooi..." En dan volgt een diepe zucht. Deze morgen heeft u een cd met André Rieu opgezet. Samen genieten we van de koffie en de muziek. En ook nu vertelt u waar het schilderij moet hangen en rommelt u in de laatjes en haalt u wat dozen leeg.
Het schilderij vordert en is nu bijna klaar. U bent steeds opnieuw verbaasd over het resultaat, en blijdschap overheerst. Ik heb u leren kennen als een lieve, zorgzame man. U heeft een mooie, maar ook heftige tijd achter de rug. Met flinke ups en downs, waardoor u uiteindelijk opgenomen moest worden in dit verpleeghuis. Ik ben blij u te hebben ontmoet. Het schilderij laat u hopelijk terugdenken aan uw tijd in het mooie historische stadje Blokzijl. Daar bent u intens gelukkig geweest. Bedankt, en het gaat u goed.

Storm op de Beulakerwiede


september 2019

"Bent u op zoek naar iemand, kan ik u helpen?" Als ik de huiskamer binnenloop, word ik door een collega hartelijk begroet. Ik vertel haar dat ik op zoek ben naar u. En ze zegt dat u op dit moment geholpen wordt bij het douchen. Ik mag zolang in de huiskamer wachten. Aan tafel raak ik al snel in gesprek met de andere bewoners, die zijn al uit bed en hebben het ontbijt al op. Er is een meneer die graag wil opstaan uit zijn rolstoel.

Maar het lukt hem niet omdat hij een beschermende riem om heeft. Ik ga ervan uit dat die er is omdat hij anders te snel zal vallen, terwijl hij dat zelf niet in de gaten heeft. Het enige wat hij nu wil is opstaan en hij begrijpt niet dat die riem niet los kan. Als ik uitleg dat ik er geen sleutel van heb, draait hij boos zijn stoel om en rijdt in zijn rolstoel richting de gang.

Inmiddels komt u arm in arm met de collega die u gedoucht heeft de huiskamer binnen. U bent een oudere dame met opvallend jeugdige uitstraling. Maar nu is er een diepe frons die niet past bij de lachrimpeltjes. Ik zie u een beetje geïrriteerd kijken. De wenkbrauwen gefronst. Blijkbaar heeft het douchen u geen goed gedaan. Uw haar in een bob geknipt , is wit-grijs en hangt nat om uw hoofd en in uw nek. Ik zie u schudden met uw hoofd. Blijkbaar irriteert het u allemaal.

De collega nodigt u uit om aan tafel te gaan zitten. U schuift zelf de stoel naar achteren. Er wordt een broodje voor u gesmeerd en een kopje thee ingeschonken. "Goedemorgen, mag ik wel naast u komen zitten met mijn kopje koffie?" vraag ik.
U kijkt mij onderzoekend aan. Van top tot teen word ik bekeken. En ik voel nog steeds een beetje de irritatie van de douche-partij. Maar dan breekt er een glimlach door.
"Natuurlijk, dat mag, jij wel," zegt u met een licht sarcastische ondertoon.
"Vond u het niet fijn om gedoucht te worden?" vraag ik, terwijl ik naast u ga zitten. "Nee, bah, het is koud en nat," zegt u weer wat bozig. En u schudt uw hoofd heen en weer, waardoor uw natte haar heen en weer beweegt.

Dat kan ik mij goed voorstellen, bah. Douchen is niet fijn. Het douchen zelf is wel lekker, maar daarna, hè? Afdrogen terwijl je het koud krijgt en plakkerige kleding aan, jasses."
U kijkt mij verbaasd aan. Volgens mij heb ik verteld wat u dacht.
"Precies," zegt u duidelijk en iets minder boos.
U neemt een slokje van uw thee en ik van mijn koffie. Er valt een stilte. Ik merk aan u dat u mijn aanwezigheid toch een beetje spannend vindt. Wie is die mevrouw? Ik schuif een beetje opzij. En ik pak een boek dat op tafel ligt.
'Giethoorn' staat er op de kaft. Ik sla het open en als ik begin te vertellen over mijn fietstochten naar Giethoorn en langs de Beulakerwiede, zie ik u ontspannen.
"Daar ben ik geboren!" zegt u enthousiast.
"Dat is ook toevallig, zeg. Wat een mooi dorp he? Ik zou er wel willen wonen."

En vanuit het niets zegt u: "Niet doen, er is véél te veel geroddel."
"Dat is dan misschien geen goed idee." "Ik raad het af," zegt u rustig, met een adviserende ondertoon.
Maar het ijs is wel gebroken. We praten wat verder over uw geboorteplaats. Over de zandweggetjes, de armoede en het harde werken voor weinig geld. En over het zwemmen dat u van uw vader leerde en het schaatsen in de winter. U schudt af en toe met uw nog natte haren, die koud en nat in uw nek hangen. En dan kijkt u mij aan en weer uit het niets zegt u: "Dat was een ramp op de Beulaker." Ik kijk u aan en zie de ernst van de zaak in uw ogen.
"Was het een zware storm?" Er stond mij namelijk wel wat van bij. U knikt heftig. "Een zware storm, de wind loeide oorverdovend!" U vertelt het alsof het gisteren is gebeurd en alsof u het zelf heeft meegemaakt. Ik zie de angst nog in uw ogen.

En weer uit het niets pakt u het boek over Giethoorn en hebben we het over de hoge, zwarte bruggetjes van het Binnenpad.
"Zal ik voor u een schilderij maken van Giethoorn?" U kijkt mij verbaasd aan en ik zie dat mijn vraag u een beetje onzeker maakt. U kijkt weg en dan weer naar mij en dan weer naar uw kopje thee. Maar na een tijdje praten over een schilderij van Giethoorn lijkt het u toch wel wat. "Dat wordt vast wel mooi," zegt u bemoedigend.
We nemen afscheid en de week daarna staat de schets van het Binnenpad met de bruggetjes op doek. Thuis moet ik steeds aan de storm denken. En vooral aan de manier waarop u het vertelde. De angst was van uw gezicht af te lezen.

Van uw familie weet ik inmiddels dat Giethoorn en Dwarsgracht geteisterd werden door die zware storm. Dat was rond 1953. Toen ook in Zeeland de watersnoodramp was. U was toen 7 jaar. Het heeft op u veel indruk gemaakt. Toen, en nu nog steeds.
De week daarna staat de schets op doek en loop ik met mijn schildertas de huiskamer binnen. U zit met de rug naar mij toe. Ik zet eerst mijn tas en ezel weg en loop met een ruime boog om u heen, zodat u mij eerst even héél lang in u op kan nemen. En het lijkt u gerust te stellen. Helemaal als ik u begroet en begin te praten over de mooie zwarte bruggetjes van Giethoorn, het Binnenpad en de punters.

"Mijn zus zat wel eens vast met haar hakken tussen de planken van de brug," glimlacht u en u kijkt mij een beetje ondeugend aan. "Dat wil ik wel geloven, met gewone platte schoenen is het al glad op de bruggetjes. Laat staan met hakken!" Er is meteen een verstandhouding. U knikt.
Ik krijg het gevoel dat ik nu wel naast u mag zitten. En u vindt het inderdaad prima. En helemaal als ik het schilderij van het Binnenpad in Giethoorn op de ezel zet. U wijst naar een van de bruggetjes op het schilderij. En wéér vertelt u over uw zus. Dat ze regelmatig vast zat tussen de planken, met haar hakken.

En ik reageer alsof het de eerste keer is dat u het vertelt. En elke keer moeten we er samen om lachen en zien we het voor ons. Op een gegeven moment voel ik uw schouder tegen mij aanleunen. En zo genieten we van elkaars gezelschap en ik geniet van uw vertellingen over uw geliefde Giethoorn. Het drama van de storm op de Beulakerwiede komt regelmatig voorbij tijdens uw vertellingen. Ik luister aandachtig.

En zo is het schilderij aanleiding geweest om terug te gaan naar een tijd waarin u onbekommerd jong was in het mooiste dorp van Nederland. En u heeft uw hart kunnen luchten over de storm op de Beulakerwiede. Ons contact moest groeien. U had daarvoor tijd nodig. En er kwam gelukkig steeds meer vertrouwen. Uiteindelijk heeft u hopelijk, net als ik, genoten van onze tijd samen tijdens het 'Verhalen Schilderen'.

Fijn contact zonder woorden

januari 2020

'Wat kan een herseninfarct een mens beschadigen,' realiseer ik me opnieuw, als ik de huiskamer inloop waar ik mijn collega achter haar laptop zie zitten om wat administratie te verwerken. U zit naast haar. In een verblijfsrolstoel. De week daarvoor had ik al met u kennis gemaakt. En toen zat u daar ook: een oudere dame met spierwit krullend haar. 

U maakte geluiden met af en toe een verstaanbaar woord. Het hoofd buigt u een beetje naar achter als u probeert te praten. Toen ik een handdruk wilde geven, bracht u heel moeizaam uw hand nauwelijks naar voren. U keek mij aan en lachte vriendelijk. Ik raakte uw bovenarm even aan als begroeting. Toen keerde ik mij naar de collega. 'Mag ik je even storen? Zou jij nog iemand weten die het leuk zou vinden als ik kwam schilderen?' had ik gevraagd. Ze keek mij aan en meteen zocht ze oogcontact met de dame naast wie ik nu weer sta. Ik kijk om en ik zie weer die hartelijke lach. 'Zou u dat leuk vinden?' vroeg m'n collega toen enthousiast. 

U keek een beetje verbaasd. Eerst naar een en dan naar ander. 'Zullen we even naar uw kamer gaan? Dan kan ik u uitleggen wat de bedoeling is, had ik voorgesteld. U knikte. Nu lopen we opnieuw samen naar uw kamer en de collega doet de deur open met een loper. Ik rijd u naar binnen en plaats u bij het bed, dat midden in de kamer staat. Ik pak een stoel erbij en leg nogmaals uit wat de bedoeling is. Ik merk aan u dat het praten nauwelijks meer gaat. 

U kan de woorden niet vinden, noch uitspreken. En in plaats van woorden maakt u monotone geluiden, met flarden onafgemaakte woorden. Ik besef dat het herseninfarct bij u flinke schade heeft aangebracht en u daardoor te kampen heeft met lichamelijke beperkingen. Ik ga aan de 'goede' kant zitten, in uw gezichtsveld, en ik leg uit waarom ik er ben. 'Zou u het leuk vinden als ik een portret van u maak, als verrassing voor uw dochter?' 

Ik weet van de collega dat u één dochter heeft en dat u erg trots op haar bent. Het is even stil en het lijkt alsof u een beetje emotioneel wordt van het idee. 'Ja', zegt u zacht. U vindt het een goed idee. 'Dan moeten we het wel proberen geheim voor haar te houden. Dan zitten we gewoon samen in een complot, goed? 'U moet erom lachen. Ik maak een aantal portretfoto's en we kiezen samen een foto uit. De week daarna staat de schets op doek en ik heb inmiddels ook contact gehad met uw dochter. Ze schrijft in haar mail dat ze inderdaad uw enige dochter is. En dat u in Meppel bent geboren. U bent opgegroeid met vier zussen en een broer. 

En juist uw broer, met wie u een speciale band had, is overleden. En om dat gemis bent u nog vaak verdrietig, ook al is het al meer dan 25 jaar geleden. Na de lagere school bent u begonnen als dienstmeisje. U bent daarna verhuisd naar Amsterdam. Daar heeft u werk gekregen als conductrice op de tram. En later kreeg u promotie en kon u op de meldkamer gaan werken. U was toen al een ondernemende dame. Sterk en zelfstandig. 

Uiteindelijk bent u uw eigen onderneming begonnen waarin u de dienstregeling voor de bussen uit typte en tevens voor de verspreiding zorgde. Er was in die tijd ook een leuke jonge man die een oogje op u had, maar uw dochter vertelde dat hij heel erg zijn best moest doen om uw aandacht te krijgen. Het was nu eens geen liefde op het eerste gezicht. In ieder geval niet vanuit uw kant. Hij werkte bij het Gemeentelijk Vervoersbedrijf in. Amsterdam. 

Uiteindelijk was u om. U bent nog een tijdje verloofd geweest, zoals dat in die tijd gebruikelijk was, en daarna bent u getrouwd. De week daarna staat de schets op doek en loop ik met mijn schilder tas de afdeling op. Ik laat bij de collega merken dat ik er ben en ze doet de deur van uw kamer voor mij open. Ik hoor u geluiden maken vanuit uw kamer. Ik klop nog even op de deur om u niet te laten schrikken. U zit in de rolstoel, vriendelijk glimlachend. 'Hier is de schilderes weer, ik kom aan uw portret werken,' zeg ik enthousiast. Ik krijg een nog grotere lach ter begroeting. Ik zet mij spulletjes klaar en ga naast u zitten, zodat u mee kan kijken. Eerst komt de onderschildering en ik merk dat u het in stilte geïnteresseerd volgt.

 De geluiden die u zonet onafgebroken maakte, zijn er niet meer. Als ik met de achtergrond bezig ben, vraag ik hoe het met u gaat, terwijl ik het penseel even neerleg. Uit uw mimiek kan ik opmaken dat het redelijk gaat, ondanks de beperkende omstandigheden. En we hebben het een moment over het herseninfarct dat u overkomen is, over de impact ervan op uw leven. U kan niet in volzinnen uitleggen wat het u doet maar ik voel het wel. Wat moet het zwaar zijn. Vooral de afhankelijkheid, het verlies van uw zelfstandigheid, maken u af en toe erg verdrietig. 

Zo zitten we samen een tijdje te 'praten'. Ik zoek de woorden voor wat ik denk dat u bezig houdt en u beaamt het door te knikken en door uw mimiek. Ik leg mijn hand even op uw arm en u kijkt mij aan met uw grote blauwe ogen. Ik zie verdriet. 'Zal ik maar weer verder schilderen?' zeg ik om van onderwerp te veranderen. U knikt moeizaam. Als we aan het eind van de middag komen, neem ik afscheid en beloof ik er de week daarop weer te zijn. U zit die woensdag daarop weer op uw kamer. Ik hoor u roepen, in onsamenhangende woorden en geluiden. De collega opent de deur en als ik naar binnen loop, krijg ik weer die prachtige glimlach van herkenning. 'Goedemiddag, heeft u vanmiddag tijd voor de schilderes?' zeg ik een beetje gekscherend. U knikt en ik zie u lachen. Ik ga naast u zitten en zet mijn schilder spullen klaar zodat u weer mee kan kijken. En ik leg uit dat ik nu kleur in uw portret ga schilderen .

U reageert oprecht benieuwd, en nieuwsgierig buigt u wat voorover. Als ik ga schilderen is het stil en ik merk dat u geconcentreerd meekijkt bij wat ik aan het doen ben. De trui krijgt een mooie warme roze tint en uw haar wordt helder wit, met mooie krullen. 'Hoe gaat het met uw dochter?' vraag ik terwijl ik mijn penseel uitspoel. 'Goed,' hoor ik u duidelijk zeggen. ' Wat fijn, gelukkig maar. Ik hoorde dat ze ook een fijne partner heeft ontmoet? U knikt en glundert. 'Fijn hè, dat je weet dat je kind niet meer alleen is en gelukkig is,' zeg ik terwijl ik mij naar u toe draai om oogcontact te maken. U zegt niets maar ik zie in uw ogen dat die gedachte u gerust stelt en blij maakt. 

We glimlachen naar elkaar met een soort verstandhouding. Helemaal als ik u vertel dat wij ook één dochter hebben en ik u dus heel goed kan begrijpen. Het portret vordert en u raakt steeds meer verwonderd over de gelijkenis. 'Foto, foto,' hoor ik u regelmatig verbaasd zeggen en ik denk dat u bedoelt dat het lijkt als een foto. Het schilderij met uw beeltenis is nu bijna klaar. Ik heb er met veel plezier aan gewerkt. We hadden een fijn contact, ook zonder woorden en ik hoop dat ik u met mijn aanwezigheid u afleiding en een luisterend oor heb kunnen bieden. Uw dochter zal vast en zeker blij verrast zijn met het portret van haar moeder. Dat hebben we samen maar mooi geheim kunnen houden. Fijn om met u in dat complot te zitten. Heel hartelijk bedankt dat u mij toeliet in uw leven en het gaat u goed. 

Een dame aan zee


Maart 2020

In het verpleeghuis waar u woont, zit u vaak in de huiskamer, vlakbij de ingang van de afdeling. Samen met de andere dames drinkt u een kopje koffie en kijkt u naar ' Koffietijd ' op de televisie. Mijn contactpersoon heeft al aan u uitgelegd wat ik kom doen en wat de bedoeling is. Ik weet weinig over uw leven. Hopelijk gaan we door de gesprekken tijdens het schilderen elkaar wat beter leren kennen.
Als ik de lift uitloop en mijn jas op de kapstok hang, zie ik u inderdaad in de huiskamer zitten, samen met mijn contactpersoon. U bent een dame met mooi bruin geverfd haar. Uw kapsel is pittig kort geknipt. U draagt een moderne bril die u meteen 'karakter' geeft. De verblijfsrolstoel kunt u zelf besturen en laten bewegen.
Als u mij ziet, krijg ik een voorzichtige glimlach. De collega kent mij nog en zegt enthousiast goedemorgen! Dat ze zo enthousiast is, maakt dat ik u zie ontspannen. Blijkbaar ben ik een bekende en dat geeft u een veilig gevoel.


Met een 'Goedemorgen, mag ik even bij jullie zitten' , begroet ik u.
"Ja, natuurlijk mag dat, toch, ze mag er wel bij komen, hè?" vraagt de collega terwijl ze u aankijkt. U knikt toch nog wat voorzichtig. Ik loop achter u langs en pak er een stoel bij en geef u een hand.
"Is het misschien beter om even naar de kamer te gaan? Daar zitten we wat rustiger," zegt de collega tegen u. U knikt weer. Uw kamer is helemaal aan het eind van de gang. Als we bij uw kamer aankomen doet de collega de deur voor ons open en rijdt u naar binnen.
Het valt mij op dat de ruime kamer gezellig is ingericht. Met foto's, zelfgemaakte kunstwerkjes, leuke kussens en kleedjes. In de vensterbank zie ik wat foto's van jonge mensen. 

Ook in een rolstoel. U blijft in het midden van de kamer geparkeerd staan met het gezicht naar het raam. En wij gaan bij u te zitten. Dan vertel ik u wat ik kom doen. Blijkbaar had de collega u ook al wat verteld. U reageert heel rustig en als ik u vertel dat een portret ook een mogelijkheid is, reageert u helder en duidelijk.
" Dat wil...ik wel," zegt u rustig met iets haperende stem.
"Vindt u het goed dat ik dan wat portretfoto's van u maak tijdens ons gesprek?" U kijkt naar de collega alsof u even wat steun zoekt.
De collega zegt: "Dat lijkt mij een goed idee, dan hoef je ook niet te poseren." We glimlachen naar elkaar.


"Klopt, dan maak ik foto's van u terwijl ik met u praat en dan zoeken we er straks een mooie uit," zeg ik, terwijl ik mijn mobiel alvast uit mijn tas pak. Inmiddels mag ik ook al 'je' zeggen in plaats van 'u'.
Als we zo praten en u wat vragen over uw leven, merk ik dat het praten niet vanzelf gaat. Het lijkt alsof u de woorden niet kan vinden en tijdens het spreken vallen er wat stiltes. En ik zie dat uw ogen ongecontroleerd heen en weer bewegen.
Ik weet inmiddels dat u een hersenbloeding heeft moeten doorstaan. Ook weet ik inmiddels dat er een bewindvoerder is die uw belangen behartigt. En wat ik ook weet is dat u geboren bent in het westen van het land. De zee en de duinen waren plekken waar u veel naar toe ging als kind. U heeft daar ook fijne herinneringen aan. U bent getrouwd geweest en u heeft in ieder geval één dochter. Zij is gehandicapt en woont in een beschermde woonvorm. Als we over haar praten zie ik de trots in uw ogen. En dan kijkt u liefdevol naar de foto's van uw kind in de vensterbank.


Als ik wat portretfoto's heb gemaakt, laat ik u die zien. En samen komen we tot dezelfde conclusie. Die ene moet het worden. We nemen afscheid en ik beloof er de volgende week weer te zijn met de schets.
Een week is snel voorbij en het moment is alweer gekomen dat ik naar u toe ga om dit keer echt te gaan schilderen. Als ik de lift uitkom, zie ik u weer in de huiskamer. En dit keer krijg ik een duidelijk enthousiastere groet.
"Goedemorgen!" zegt u. Ik geef u een hand. Uw rechterhand blijft rusten op het rolstoelrafeltje en met uw linker pakt u mijn uitgestoken hand aan.


De collega is er nog niet en ik besluit toch maar naast u te gaan zitten. Ik krijg het gevoel dat het ijs vorige week al gebroken is.
Ik zet mijn spulletjes klaar en ik zie u uit mijn ooghoek alleen maar glunderen. Als het doek met de schets op de ezel komt te staan hoor ik naast mij: "Oooh, oooh, dat ben ik al!"
"Gelukkig dat u zichzelf nu al herkent! Ik ben helemaal opgelucht," zeg ik terwijl ik wat bruine acryl meng voor de onderschildering. U kijkt met mij mee en ook de andere dames aan tafel lijken het allemaal erg interessant te vinden. Ik leg u wat uit en u luistert aandachtig. En af en toe hoor ik een tevreden 'mmmm, mooi'.
Dan zien we samen de collega die er vorige week ook bij was uit de lift komen. Ze loopt enthousiast naar u toe en vraagt hoe het met u gaat. U reageert blij en opgewekt, zonder woorden.
"Ooh, dat schiet al op zeg, zegt ze verrast," en ze pakt er een stoel bij om naast u te kunnen gaan zitten.


De onderschildering vordert en u blijft blij kijken. En als ik wil stoppen bent u al tevreden, en dat terwijl er nog kleur op uw portret moet komen.
De week daarna schilder ik op uw kamer. Ik zet mijn ezeltje klaar op tafel en als ik met kleur bezig ben, reageert u net als de vorige keer. Verbaasd en blij. Zo zitten we samen in stilte te genieten van elkaars gezelschap, totdat er een collega binnen komt. Ze blijkt uw persoonlijk begeleider te zijn.
"Oh, dat begint al echt goed te lijken zeg, maar weet je wat ik eigenlijk mis?" zegt ze terwijl ze u aankijkt. " Nou, wat... mis....je," zegt u wat onzeker, met een hapering.


"Je prachtige oorbellen en je ketting!" Ik zie u meteen van oor tot oor glimlachen en stralen. En ik weet vanaf dat moment genoeg. Er moeten nog oorbellen en een ketting uitgezocht worden. De collega gaat samen met u aan de slag en ze zoeken de sieraden uit die op het schilderij mee geschilderd gaan worden. Ik werk verder en hoor jullie ondertussen achter mij overleggen.
"Wat zou u ervan vinden als we achter het portret een achtergrond gaan schilderen, de duinen of de zee. U ging toch ook wel naar de Waddeneilanden op vakantie?" stelt ze voor.
Ik hoor u achter mij niet reageren, maar de collega wel. "Goed idee, hè? We gaan het Sarah gewoon vragen."
Ik doe net of ik niets mee gekregen heb. Ik hoor de rolstoel bewegen en u komt weer naast mij zitten. Ik zoek oogcontact en zie de prachtige oorbellen die u nu aan heeft en de ketting om uw hals.
"Oh, dat hoort gewoon bij u, prachtig! Vindt u het goed dat ik er even een foto van maak?" zeg ik bewonderend.


Dat mag en die middag schilder ik met zorg de oorbellen en de ketting erbij. Ook komt er een zeegezicht bij, met een prachtige, zomerse lucht. Ik weet inmiddels ook dat u van de zomer houdt.
In de weken daarna vordert het schilderij. U bent steeds weer onder de indruk omdat u zichzelf ziet ontstaan op doek. Soms lijkt het u bijna te veel te zijn. En dan zie ik u aangedaan kijken, met tranen in de ogen. Het schilderij is bijna klaar. In het zand zijn uw voetstappen en de poot afdrukken van uw geliefde kat erbij geschilderd. Een herinnering aan de tijd dat het lopen nog wel ging. Ook al weet ik weinig van uw leven, ik heb het idee gekregen dat een bewogen leven is geweest, waarbij u zichzelf heeft weggecijferd voor de ander. Aandacht en tijd voor uzelf was er weinig.
De hersenbloeding zorgde ervoor dat u niet meer zelfstandig kon wonen en dat u nu zelf hulp en zorg nodig had en nog heeft. De aandacht, zorg en de liefde die u nu ontvangt van de collega's vindt u af en toe nog ingewikkeld, maar ik zie ook dat u dit nu kan accepteren en dat u van de aandacht geniet. Hopelijk gaat het schilderij ervoor zorgen dat u nog meer gaat genieten van de herinneringen en de dingen die u nog wél kan. En vooral van de liefdevolle aandacht van de mensen om u heen. Bedankt dat ik dit voor u mocht doen en bedankt voor uw vertrouwen tijdens het' Verhalen Schilderen'. 

Giethoorn in de mist


februari 2020

U bent gedurende de ochtend regelmatig te vinden op de dagbesteding. U geniet van de momenten van contact en de regelmaat die het geeft aan uw dag. Als ik 's morgens voor uw buurvrouw aan het schilderen ben, kies ik graag voor de gezellige zithoek op de gang. U loopt dan voorbij aan de arm bij een collega. En elke keer kijkt u naar mij met een blik van herkenning.
"Ze gaat ook voor mij schilderen!" hoor ik u zachtjes tegen de collega zeggen.
"Oh, echt?" zegt de collega. En u blijft elke keer weer even staan kijken, en dan vertel ik waar ik mee bezig ben. Want daar kan u op dat moment niet opkomen. En als ik het vertel, glimlacht u tevreden met een 'oh, ja,' en u loopt samen verder de gang in, op weg naar de dagbesteding.
Onze eerste uitgebreidere ontmoeting is die middag, onder het genot van een kopje thee, op uw kamer.
"Ik zou het heel leuk vinden om voor u een schilderij te maken, hoe zou u dat vinden?" zeg ik na de kennismaking.
U kijkt mij verbaasd aan en ook wel een beetje verlegen.
"Misschien vinden de kinderen dat wel mooi," zeg ik, terwijl ik mijn kopje thee pak. Ik zie dat het u emotioneert.
"Olde lipperd," zegt u een beetje boos op zichzelf.
"Wat bedoelt u daarmee? Met olde lipperd, bedoel ik," vraag ik nieuwsgierig als ik mijn hand even troostend op uw knie leg.
"Ach, ik huil de laatste tijd zo veel, er komen dan zomaar tranen." zegt u aangedaan, met een Drents accent.
"Ik kan mij voorstellen dat het niet leuk is, maar u kunt het beter eruit gooien dan opkroppen, toch?"
Ik krijg een vriendelijke glimlach ter bevestiging.
Ik geef u het kopje thee aan dat voor u staat en u neemt voorzichtig een slokje.
"Mag ik u vragen waar u geboren bent?"
U kijkt mij aan en vol trots: "Giethoorn!"
"Oh, prachtig! U bent dus in het mooiste dorp van Nederland geboren en een echte Gieterse!" zeg ik enthousiast.
U reageert door te vertellen dat u ook erg blij bent dat u daar geboren bent, en opgegroeid bent samen met uw twee zussen en twee broers. Uw jeugd was een onbezorgde tijd. Uw vader had een belangrijke functie. Hij was uitvoerder in de polder en werkte hard voor het gezin, en uw moeder verzorgde de huishouding en zorgde voor de kinderen.
"Ik ging vaak met mijn nichtje naar Hendrik Broer. Die woonde in de buurt en die schilderde ook, net als u ," valt u plotseling in.
Ik reageer verrast en vraag u meer over die tijd. U vertelt dat u daar dan ook mocht tekenen. Hendrik Broer en zijn vrouw hadden geen kinderen en ze vonden het altijd zo gezellig als de buurtkinderen kwamen spelen.
"Is het een goed idee als ik Giethoorn achter uw portret schilder? U bent er toch ook opgegroeid. Is dat een idee?"
U vindt het prima en we nemen, na het nemen van de portretfoto's en een tijdje gezellig praten, afscheid.
De week daarop kom ik weer bij u en u zit al klaar in uw kamer. Ik klop nog wel even voorzichtig op de deur, want ik zie u wat zitten knikkebollen in uw stoel. U kijkt op en ik zeg ter begroeting: "Goedemiddag, komt het uit dat ik vanmiddag een begin maak met uw schilderij?"
Ik zie u eerst even verbaasd kijken en als ik de deur verder open doe en naar binnen kom, zie ik een blik van herkenning.
"Natuurlijk, komt u maar verder!" hoor ik u blij verrast zeggen.
Ik zet mijn schildertas neer en de tafelezel komt op tafel.
"Hoe gaat het met u?" vraag ik geïnteresseerd.
"Wel goed, het gaat eigenlijk wel." "Wat fijn om te horen." zeg ik terwijl ik de kwastenpot vul met water.
Tijdens het schilderen vertelt u over bakkerij Schreurs en dat u daar vaak te vinden was. En ook over uw broer, die geboren was met een hazenlip. En dat hij daar heel vaak mee gepest werd door andere kinderen.
"Er was eens een keer dat één van de oudere meisjes op school tegen mij zei, dat ze onze broer weer had gepest en toen heb ik haar een enorme oplawaai gegeven. En daar heb ik tot op de dag van vandaag nog steeds geen spijt van." zegt u met heimelijke, maar gepaste trots. Daarna vertelt u dat uw broer later is gaan varen op de grote vaart. Hij is op 21- jarige leeftijd overboord geslagen en verdronken. Hij is nooit weer gevonden. Er valt een stilte. Het grijpt u weer aan en u huilt stilletjes.
"Olde lipperd," mompelt u weer tegen u zelf. Ik ben onder de indruk van uw verhaal en realiseer mij hoe heftig die ervaring moet zijn geweest voor u en uw gezin. En vooral voor uw moeder. En als ik dat zo zeg, knikt u.
"Wat was het voor mijn moeder een verdrietige tijd. Ze kon geen afscheid van hem nemen, hij is nooit weer teruggevonden. Mijn vader ging gewoon weer aan het werk en hij sprak er nooit over. Als wij ondeugend waren, werd hij niet boos, maar zweeg hij. Dan kon hij dagen niets zeggen en ons stilzwijgend aankijken. Dat deed hij ook bij onze moeder en zij was juist altijd zo lief."
De tranen biggelen over uw wangen. Ik stop met schilderen en ga wat dichter bij u zitten en leg mijn hand op uw knie.
"Dat moet verschrikkelijk zijn geweest voor u."
U knikt. "Ik weet nog dat ik dan voor hem op de knieën ging zitten en smeekte dat hij weer ging praten, en dan zei hij 'wat doe ik dan, mien kind', alsof hij niet wist wat ik bedoelde."
U vertelt het met een boosheid die al vertellende bij u opkomt.
Even is het stil en dan kijkt u op en wijst naar het zwarte bruggetje op het schilderij. En ineens vertelt u over uw moeder. Dat ze u over het bruggetje hielp toen u klein was en dat u daarna zelf naar de bakkerij mocht lopen. Ze zwaaide u uit en u zwaaide terug. Trots dat u vanaf dat punt alleen mocht gaan.
Ik schuif mijn stoel bij u weg en ga weer schilderen. Inmiddels is er een kopje thee gebracht en we praten ondertussen gezellig wat. Als het al gaat schemeren neem ik afscheid en ik beloof u er de volgende week weer te zijn.
De weken daarna vordert het schilderij en steeds vertelt u over uw jeugd in Giethoorn, het werken in de bakkerij, de ontmoeting met uw man en over de kinderen.
"Mijn man had een schoenenwinkel en ik ging natuurlijk helpen." En dan op samenzweerderige toon: "Maar ik vond het maar niets."
U vertelt dat u op een gegeven moment een klant in de winkel had die geen keuze kon maken. Na verloop van tijd had hij wel meer dan tien paar schoenen, ja, tien paar, voor zich staan en toen zei hij met de neus in de lucht:
"U heeft maar weinig keus, ik denk dat ik maar ergens anders ga kijken."
"En zo stond hij op en liep de winkel uit, stel je voor!"
Ik kijk u aan en er is een gedeelde verontwaardiging.
"Wat een akelige man zeg! Ik kan mij voorstellen dat u dat niet leuk vond, schoenen verkopen, lijkt mij trouwens ook niet het fijnste werk," reageer ik meelevend.
U heeft het werk toch best lang volgehouden en na 40 jaar heeft u samen besloten de winkel te verkopen. Het schilderij is nu bijna klaar. Uw portret toont u, in gedachten verzonken, met iets van mijmering. Als achtergrond Giethoorn in de mist, de plek waar u opgegroeid bent en een fijne jeugd heeft doorgebracht. Ik vond het heerlijk bij u, gezellig en ontspannen. Herinneringen ophalen deed u goed en ik was blij met u mee te mogen lopen. Het gaat u goed.

Prima Ballerina

Maart 2019

Als ik voor ons kennismakingsgesprek de lift uitloop naar uw kamer, is er een ploeg mensen bezig om de deuren te voorzien van plakplastic. Iedere deur krijgt zijn eigen persoonlijke uitstraling en kleur. Het geeft de afdeling een frisse en knusse uitstraling. Het is net of je in een straatje loopt langs rijtjeshuizen. 

Aan een van de collega's vraag ik waar u woont en zij wijst mij vriendelijk de weg.
Eenmaal aangekomen bij uw mooie blauwe voordeur zie ik dat het op een kiertje staat. Ik klop zachtjes aan. En kijk om de deur om te zien of u er bent.
Ik zie een kleine ranke dame aan de tafel zitten. De tafel staat met een kant tegen de muur en u zit aan de zijkant, ook met de rug tegen de muur. U bent iets aan het doen op uw schoot. Ik zie de rits van een roze toilettasje. Het grijze, bijna witte haar, netjes gekamd. En achter uw ogen en bij uw neus een doorzichtige plastic slang. En dan hoor ik het geluid ook wat daar bij hoort. U krijgt zuurstof.

" Goedemorgen, mag ik even bij u binnen komen?" zeg ik zacht. Om u niet te laten schrikken.
U veert toch een beetje geschrokken op. U kijkt mijn kant op en zegt: " Ja, natuurlijk! Kom maar verder."
Ik loop naar u toe en stel mij met een handdruk voor. En u doet hetzelfde. Als ik u aankijk zie ik twee heel bijzonder gekleurde ogen. Hazelnootbruin met een blauwachtige rand om de iris. " wat heeft u mooie ogen zeg!" " Ja, hé? Bruin en een beetje blauw." zegt u zelfverzekerd.

Ik vertel wat ik kom doen en u bent meteen geïnteresseerd en nieuwsgierig. U vraagt hoeveel dat moet kosten en ik kan u gelukkig geruststellen.
Het kiezen van een onderwerp is eigenlijk niet moeilijk. Het komt op zo'n mooie natuurlijke manier ter sprake en we zijn eigenlijk allebei meteen erover uit dat zij het moet worden.
U verteld namelijk dat u vroeger ballerina bent geweest. En dat u met hart en ziel heeft gedanst bij Beatrix Malinovska. Ze gaf U balletles. Als ik haar naar naam Google zie ik een foto van toen. Een prachtige elegante dame. In balletjurk en op balletschoenen. "Demi- pointes of Spitsen genoemd." zegt u heel zeker van u zelf. Ik word ter plekke even gecorrigeerd.
"Zal ik die foto dan maar schilderen? " Dat was goed. Mooi voor op de kamer. U woont namelijk nog niet heel lang in dit verpleeghuis.

Met uw dochter heb ik al snel contact en ze schrijft mij veel informatie over uw verleden. U heeft een vol en actief leven achter de rug.
U komt uit een gezin van vijf kinderen. Drie meiden en twee jongens. U bent geboren en getogen in Hengelo. En uw ouders hadden een eigen bedrijf. Een Singer naaimachine winkel in de stad. Als jong meisje hield u al van muziek en dans en het was dan ook niet vreemd dat u op balletdans les ging. Samen met uw vriendin leerde u de kneepjes van het vak en heeft u zelfs gedanst voor studio 22! .
Op een gegeven moment werd u een prima ballerina en danste u de sterren uit de hemel. En dat bleef niet onopgemerkt. U had regelmatig stille aanbidders en kreeg kaartjes en bloemen.
" En ik weet tot op de dag van vandaag nog niet aan wie ik ze kreeg." zegt u verbaasd met een vleugje trots.
Als ik de volgende week met de schets op doek en mijn schildersspulletjes aan uw blauwe deur kom staan, is het dit keer dicht. Ik zet mijn ezel op de grond en klop op uw deur.

" Jou hoe!" Klinkt er uit uw kamer. Ik denk dat ik er wel vanuit mag gaan dat ik binnen mag komen. Als ik door loop hoor ik vrolijke Hollandse liedjes uit de radio komen. En u zit net als de vorige keer aan het kleine tafeltje tegen de muur. U lijkt mij in eerste instantie niet te herkennen maar als ik vertel wat ik kom doen, zie ik een blik van herkenning.
" Mag ik bij u aan tafel komen schilderen?" Dat was goed, u schuift samen met mij wat spulletjes aan de kant en ik installeer mij aan tafel. Meteen hebben we het over de tijd toen u prima ballerina was en hoe fijn u het vond om naar muziek te luisteren en te dansen.
En dat u naar heel veel feestjes en bruiloften ging. Uw dochter vertelt dat u dan een van de laatste was die naar huis ging. " Mijn moeder was een echte party animal!"
Op uw zesentwintigste bent u getrouwd met de liefde van een leven. Een grote, lange en stoere marinier. U bent toen met hem van Hengelo naar Enschede en later naar Meppel verhuisd. U kreeg samen drie kinderen. Twee jongens en een meisje.
Als de eerste laag acryl erop zit laat ik u de onderschildering zien. U krijgt tranen in de ogen. U pakt het schilderij uit mijn handen en verwonderd kijkt u mij aan en zegt: " Het is haar echt! "

De weken daarna vordert het schilderij en leer ik u wat beter kennen. En krijg ik krijg de indruk dat u zich niet zomaar bij uw lot neerlegt. U bent een sterkte vrouw. En daarnaast ook heel positief. U heeft het wel over de beperkingen van het ouder worden en ik merk aan u dat u er van baalt. Het lichaam beperkt u in het shoppen en leuke dingen doen. Want winkelen in de stad, dat vind u geweldig! Leuke schoenen kopen in de uitverkoop. Sjieke blouses, broeken, vestjes en natuurlijk make-up scoren. Volgens u moet geld niet te lang op een rekening staan. Geld is er om van leven te genieten!
" Hakken, daar loop ik het liefst op, je gaat daar ook anders van staan hé?" En met dat u dat zegt gaat u wat rechtop zitten met uw kin vooruit. " Er lopen veel te veel meisjes en vrouwen voorover met het gezicht naar de grond, dat is zo zonde! Ze moeten trots zijn! En zichzelf verwennen met leuke kleren, hakken en make-up!"

Ik kan niet anders dan het met u eens zijn. En ik schuif mijn lompe schoenen voorzichtig onder de tafel tijdens uw betoog.
" Zit mijn haar wel goed? Wil je even kijken?" Ik leg mijn penseel neer en kijk naar de plek op uw hoofd waar u naar wijst. " Die plek kan wel een kam gebruiken." zeg ik. U geeft mij de kam en ik begin uw haar te kammen.
"Nu je toch bezig bent , wil je mij mijn armbanden en oorbellen ook even om en in doen?"
Gewillig help ik u met uw sieraden en ik zie dat het u goed doet, alsof het u compleet maakt. U begint te stralen. " Eigenlijk mist er nog een lippenstift." zeg ik.
U pakt het roze toilettasje erbij en u pakt vier kleuren lippenstift eruit. U kiest de meest roze. Het staat u geweldig!
De prima ballerina is bijna klaar. En bij elke schilderssessie wordt het doek uit mijn handen gegrist en krijgt u tranen in de ogen. " Ik zie haar zo staan, prachtig hé?" Ik kan ook dit alleen maar bevestigen. Het is een prachtig plaatje.
Eigenlijk vind ik het jammer dat vandaag alweer de laatste ochtend is. Uw zin in het leven, uw zelfverzekerde uitstraling, uw trots en geëmancipeerde kijk werkt aanstekelijk. Ik hoop dat het schilderij u vaker laat terug gaan naar die mooie tijd waar u gezond en gelukkig was. Ik hoop dat de herinneringen u goed doen. En dat u nog gaat genieten van wat komen gaat. Ik kijk vol plezier en geïnspireerd terug op onze tijd samen. Ik ben blij u te hebben ontmoet tijdens het Verhalen Schilderen.

 In Memoriam

Miriam in memoriam.

Die verwilderde blik in uw ogen, ik zie die vaak in mijn herinnering. Het weinige haar dat u had sprietig op uw hoofd. Even oogcontact en daarna weer lopen. Alleen maar lopen. U liet mij af en toe meelopen. Dan luisterde ik naar uw gemompel. Reagerend uit gevoel. 

Niet goed wetend wat u wilde zeggen. Dan wilde ik gewoon aanwezig zijn. Hopende dat u dat voelde. Spulletjes vergaren, ook op de kamers van de anderen, denkende dat ze van u waren. Een leven vol ellende achter de rug, hoorde ik later. Vertrouwen in mensen al vroeg geschaad.

Niemand toelaten in uw innerlijke wereld. Een dikke muur gebouwd, waarachter u dacht veilig te kunnen schuilen. De dementie zorgde voor nog meer verwarring en onrust.

Niemand, maar dan ook niemand liet u toe. Vorige week bent u overleden. Op uw sterfbed was de angst verdwenen, de onrust weg. En de ontspanning terug. De dood was uw verlossing.

 Een schilderij voor u maken, daar ben ik niet aan toegekomen. Ik had het heel graag voor u gedaan. 

Rust zacht Miriam, u heeft het verdiend.