Verhalen Schilderen 

Verhalen zijn met toestemming van familie geplaatst.


Ontworteld uit uw thuisland


Zorggroep Noorderboog, februari 2019


Regelmatig kom ik u op de afdeling tegen. U bent een bijzondere verschijning. Niet alleen door uw uiterlijk maar ook door de manier u praat. U heeft eigenlijk altijd een groen gehaakt mutsje op uw hoofd. Met een klein balletje op de kruin. U loopt een beetje krom en langzaam, in een heerlijke ruime joggingbroek. Met daarboven een blouse en trui. U mompelt regelmatig Turkse woorden en af en toe wat in het Nederlands.
Als ik vanmorgen de huiskamer binnen loop naar de bank bij het raam, waar u altijd zit, krijg ik een vriendelijke glimlach. Twee kleine guitige bruine ogen kijken mij onderzoekend aan.
Ik rijk u mijn hand en knik gelijk. U pakt mijn hand met beide handen en knikt respectvol. " Goedemiddag, meneer, mag ik u wat vragen?" U antwoord in wat gebrekkig Nederlands;
"Goedemiddag." En daarna "Iyi öğlenler." Ik ga ervan uit dat het Turks is voor Goedemiddag.
Met dat ik tegenover u wil gaan zitten komen uw vrouw en een dochter op bezoek. Ik vertel van mijn plannen en uw dochter vind het prima. Als ik het maar met de jongste dochter heb overlegd, dan was het goed.
Ik merk dat uw vrouw de Nederlandse taal nog niet helemaal machtig is en dat uw dochter voor haar spreekt. Bescheiden buigen ze allebei het hoofd als een vriendelijke reactie op mijn vraag of ik een schilderij voor hen mag maken.
Ze nemen u mee naar beneden naar de zaal voor een kopje thee. Ik besluit afscheid te nemen en op zoek te gaan naar foto materiaal voor het schilderij.
En als ik naar uw kamer loop zie ik een foto van u bij uw kamerdeur. Op de foto zit u op een bank met een raam achter u. In uw handen houdt u een mooi bewerkt fotolijstje vast met daarin een foto van een jonge, serieus kijkende, knappe man.
Meteen krijgt ik het gevoel dat daar een schilderij van gemaakt moet worden. Het portret van de jonge man in het lijstje lijkt belangrijk voor u.
Intussen krijg ik een mail van uw jongste dochter. Ze geeft aan dat ze het idee van een schilderij voor haar vader erg leuk vind.
Ze verteld dat u en uw vrouw in 1958 getrouwd zijn in Turkije. Zes jaar na het huwelijk moest u noodgedwongen naar Nederland op zoek naar werk. U was een van eerste gastarbeiders. U heeft eerst gewerkt in Enschede en daarna in Hengelo. Maar omdat het vinden van een geschikte woning erg lastig was ging u naar Steenwijk. U heeft toen gelukkig werk kunnen krijgen bij de Betab. De toenmalige tapijten fafriek. Toen u genoeg gespaard had en een geschikte woning kon betrekken, kwamen uw vrouw en vijf kinderen over uit Turkije. Het leven zonder hen knaagde aan u. U heeft ze toen erg gemist. Niet dat u daar veel over vertelde maar als ik hoor hoeveel u van elkaar houd kan ik mij daar alles bij voorstellen.
Samen heeft u in Turkije vier dochters en een zoon gekregen. Toen uw vrouw eindelijk naar Nederland kon komen ging ze ook bij de Betab werken. En een paar jaar later werd uw jongste dochter geboren. U heeft altijd van een groot gezin gedroomd en die wens kwam gelukkig ook uit.
U heeft erg van uw vrouw gehouden en ook nu zie ik dat terug. Als ik de volgende week kom schilderen zit ze naast u. En u kijkt liefdevol naar haar. Ondanks de verwarring en de vergeetachtigheid voel ik een soort thuiskomen als u naar haar kijkt. U voelt zich veilig bij haar.
Uw vrouw is en blijft ook zorgzaam en geduldig.
In stilte zit ze bij u. Ze heeft een traditionele lange jurk aan en een mooie hoofddoek. Om een prachtig geleefd gezicht met diepe rimpels en groeven.
Van uw dochter weet ik inmiddels dat uw vrouw flink is, een harde werkster. En het uitten van emoties lastig vind. Maar ik voel en zie dat ze het moeilijk heeft gehad en nog heeft. Ze is haar man kwijt terwijl hij er eigenlijk nog is. En ze heeft de zorg uit handen moeten geven.
En een schuine mond verraad waarschijnlijk een doorgemaakte TIA. Ineens zie ik haar wat uit haar lange jurk halen en u zegt: "çikolata ister misin?" Ze geeft u een chocolaatje. Ook ik krijg er een aangeboden.
Terwijl ik aan het schilderen ben hoor ik u samen in het Turks tegen elkaar praten. "Kar yağdı!" Zegt uw vrouw. Om een gesprekje te beginnen. U reageert niet en blijft naar buiten kijken. Naar de sneeuw op straat en op de bomen. Ik zie uw vrouw een beetje teleurgesteld naar de grond staren. Ik besluit haar wat te vragen. " Woont u al lang in Nederland?" Ze kijkt mij verbaasd aan en knijpt met haar ogen. "ne diyorsun?"
Ik probeer duidelijker te praten en vraag hoelang u samen al in Nederland bent. Ik krijg het gevoel dat uw vrouw ineens weet wat ik bedoel. En met handen en voeten verteld ze over de tijd dat u naar Nederland kwam en daarna. "Hollanda'da çalışmak" hoor ik tussen de korte Nederlandse woorden. Trots verteld ze over uw çocuklar en de torunlar. U heeft zelfs achterkleinkinderen. Ze probeert u te betrekken bij het gesprek maar u blijft naar buiten kijken.
Er valt een stilte. En ik hoor ineens een snik. Ik kijk op en uw vrouw zit zachtjes te huilen terwijl ze weg probeert te kijken. Ik raak haar arm aan om haar te troosten. En we kijken elkaar aan. Ik zie haar tranen. Ze veegt ze weg met een kreukelige zakdoek. Het blijkt toch erg moeilijk te zijn voor haar en vermoeiend. U spreekt onsamenhangend en ook uw vrouw begrijpt niet altijd wat u bedoeld. Er valt een stilte en ze veegt ineens haar tranen resoluut weg en besluit naar huis te gaan.
"Teşekkür ederim ve yakında görüşürüz" zegt ze en ik groet haar terug.
Het schilderij vordert gestaag en elke week als ik kom schilderen zit u naast mij en volgt u elke penseelstreek. U pakt regelmatig de portretfoto en wijst dan naar de Moskee op het doek. En dan naar de foto die u stevig vast heeft. Het blijkt een portret foto van u, toen u nog jong was.
Uw Turkse achtergrond heb ik geprobeerd te vangen in het schilderij. Omdat u als gastarbeider noodgedwongen ontworteld bent uit uw thuisland. Maar ik merk aan u en uw vrouw en kinderen dat u de traditionele gastvrijheid, de verbondenheid en het respect voor elkaar heeft meegenomen uit Turkije. Het was voor mij erg bijzonder om met u en uw gezin kennis te maken en ik hoop dat het schilderij u recht doet. En dat u het momenten laat terug denken aan dat verre land waar u geboren en getogen bent. Ik zal de bijzondere tijd samen niet snel vergeten. Tijdens het Verhalen Schilderen.

Déjà vu


Zorggriep Noorderboog, maart 2019


In het verpleeghuis ben ik met regelmaat aan het schilderen in de huiskamer. Als ik de huiskamer binnen loop hangt er ook dit keer weer een heerlijke ontspannen sfeer. Bewoners liggen of zitten allemaal in de stoel en doen een dutje. Op de achtergrond hoor ik zacht, oud Hollandse liedjes uit de radio komen. En door het grote raam schijnt een mager zonnetje.
De enige die met heldere wakkere ogen om zich heen zit te kijken bent u. U reageert ook meteen als ik zachtjes  "Goedemiddag" zeg.
Ik krijg een bescheiden groet terug. U bent een klein en fijn gebouwde dame. Met donker stijl haar waar her en der een grijze haar zichtbaar is.
U heeft heldere blauwe ogen en u bent brildragend. Keurig in een t-shirt met blauw vest op een pantalon. Uw gezicht komt mij erg bekend voor maar ik kan het niet goed plaatsten.
"Mag ik u wat vragen? " U kijkt mij een beetje wantrouwend aan en dan hoor ik u zeggen:
"U bent van het schilderen, toch?"
"Ja, dat klopt!" zeg ik enthousiast.
" Nou, dat hoef je voor mij niet te doen!" zegt u stellig in Nijeveens accent.
Ik moet eerlijk bekennen dat u mij even van mijn stuk brengt.
Ik schakel snel maar het enige wat er in mij op komt om te zeggen is "Echt niet?"
"Echt niet!" zegt u nog stelliger dan de eerste keer.
Er valt een pijnlijke stilte. Het schilderen en het schilderij moet maar even naar de achtergrond verhuizen.
" Mag ik dan wel bij u een kopje thee drinken? " U kijkt mij onderzoekend aan en ik zie u ontspannen. Dat mag wel, gelukkig.
"Is het een idee om even naar uw kamer te gaan? Daar is het vast nog wat rustiger."
Dat vind u een goed idee, en u staat nog kwiek op uit de stoel. Ik bied u mijn arm aan als steun en u haakt in.
We lopen samen de huiskamer uit naar uw kamer. Ondertussen probeer ik een gesprekje aan te knopen met de informatie over u leven van de collega's. Over o.a. de kindeten, de mooie boerderij in Nijeveen, waar u altijd gewoond heeft.
Als we bij uw kamer aangekomen zijn laat u mij beleefd binnen en eenmaal in uw kamer zie ik op de muur boven uw bed een prachtig schilderij van een boerderij. Het voorhuis komt mij bekend voor. Alsof ik het al een keer eerder gezien heb.
" Is dat de boerderij waar u altijd gewoond heeft?" "Ja, dat klopt." zegt u rustig terwijl u voorzichtig gaat zitten.
Ik vertel u dat de boerderij mij erg bekend voorkomt en ik vul maar voor mezelf in dat ik er vast wel eens langs ben gefietst, vorig zomer of zo.
We raken aan de praat over de boerderij en uw man en uw kinderen. En over uw jeugd.
"Ik was enig kind, en ik vond er niets aan!" zegt u weer stellig.
"Waren u ouders wat te beschermend naar u?"
" Ook wel, maar ik had nooit iemand om mee te spelen. En u kijkt mij serieus aan.
" Is dat ook de reden geweest van uw huidige gezin met meerdere kinderen?"
Dat was zo.
"Dat gun je geen enkel kind." zegt u, alsof u op wilt komen voor elk enigst kind.
" Wat fijn dat u dan toch een mooi groot gezin heeft gekregen." Ik zie u knikken en glunderen. De gedachte aan uw kinderen doen u goed.
Als ik onder het praten even in uw kamer rondkijk, zie ik bekende gezichten in de fotolijstjes op uw dressoir.
Ik krijg een soort déjà vu gevoel. Alsof ik al eerder met u gesproken heb, of in ieder geval u een keer ontmoet heb. Heel vreemd.
Ondertussen probeer ik het onderwerp van een schilderij aan te snijden. En ik merk dat u er langzaam wat meer open voor gaat staan. Vooral als ik voorstel een portret van u te schilderen voor de kinderen.
De bescheiden kant van "Doe maar gewoon dan doe je al gek genoeg " brengt u in twijfel. Maar dat we dan iets maken voor uw kinderen trekt u uiteindelijk over de streep. Maar dan wel met duidelijke voorwaarden!
Punt 1: Dat u niet hoeft mee te helpen. Punt 2 : Als er visite komt dat u er niet bij hoeft te zitten en
Punt 3 : Andere afspraken gaan voor en dan verwacht u van mij dat ik naar huis ga!
Ik ga akkoord. Als ik een paar portretfoto's heb gemaakt nemen we afscheid.
Als ik naar de lift loop kijk ik om en ik zie u de deur van uw kamer dichtdoen. U loopt voorzichtig langs de muur terug naar de huiskamer. Ineens weet ik het. Ik herken uw houding en loop tempo.
Daarom komt u en het schilderij en de jonge mensen in de fotolijstjes op uw kamer mij zo bekend voor. Uw dochter!
Tijdens het Verhalen Schilderen voor uw dochter heb ik uw boerderij geschilderd!
En ik realiseer mij meteen het drama wat u en uw gezin is overkomen. Ik krijg kippenvel en ik loop door naar de lift.
De gehele dag loop ik met een onderliggend verdrietig gevoel. Totdat ik er, een dag daarna, even met collega's over spreek. Pas dan kan ik het loslaten.
Inmiddels staat de schets op doek en kom ik naar de huiskamer met mijn schilder tas. U voelt dat ik voor u kom en eigenlijk vind u het maar niets. In de belangstelling staan geeft u een ongemakkelijk gevoel. Ik zet alles klaar op de tafel en gaat tegenover mij zitten.
" Er komt vanmiddag visite, het komt eigenlijk niet goed uit." zegt u een beetje geïrriteerd.
" Zodra de visite er is, ga ik weg. Dat heb ik u beloofd ! " En met dat ik dat zeg, zie ik u een beetje ontspannen.
"U gaat gewoon uw gang, ik heb uw foto en daar heb ik genoeg aan."
Als ik begin te schilderen zie ik u uit een ooghoek toch stiekem meekijken. Ik merk dat als ik even met de buurvrouw praat, u het gesprek volgt en dat ook prima vindt.
De week daarna zit ik weer aan tafel te schilderen en wordt u uitgenodigd om naar de bingo te gaan.
U kijkt mij wat verschrikt aan. "Dat moet u vooral doen, geniet ervan!" Opgelucht loopt u met de vrijwilliger mee.
Inmiddels heb ik wel in de gaten dat u graag de eigen regie wilt houden en dat vind ik prachtig om te ervaren. Fijn dat u nog zo alert en lekker eigenzinnig bent.
Het schilderij kan u niet zoveel schelen, de aandacht, onze korte gesprekken hebben u misschien wel wat afleiding en gezelschap gegeven.
Het portret is hopelijk voor nu en straks een aandenken. Een aandenken aan een bijzonder pittige vrouw, omringt door liefhebbende kinderen. Maar allemaal door het leven getekend. U heeft samen eigenlijk te snel en teveel afscheid moeten nemen.
Ik merk het aan uw " flink zijn". Ik zie het aan de rimpels in uw gezicht. Ik zie het in uw ogen.
Meerdere keren had ik een déjà vu. Dan was ik met u aan het praten en in mijn gedachte was ik ook even bij uw dochter. En als ik in uw ogen keek zág ik uw dochter.
Het ga u goed in de winter van uw leven. Omringt door mensen die van u houden, voor mij was ons contact speciaal en intens. Een bijzonder Déjà vu tijdens het Verhalen Schilderen. 

Een halt


Zorggroep Noorderboog, februari 2019

Voorzichtig klop ik op de half open staande deur om je niet te laten schrikken. Ik steek mijn hoofd om het hoekje en ik zie je wat natte blauwe ogen nieuwsgierig kijken van achter je moderne bril.
Ik zie een grote lange man zitten. Een beetje kalend met een stoere snor. In een dikke sweater op een joggingbroek zit je in een verblijfsrolstoel. Je rechter lichaamshelft is aangedaan, zoals dat officieel heet. Het blijkt een flinke beperking. Lopen gaat niet meer zelfstandig en zelfs rechtop zitten is lastig.
"Mag ik verder komen? Ik wil u graag wat vragen." Even is het stil en dan na een tijdje reageer je.
" U? Ik ben geen u maar een jij." zeg je gekscherend.
Inmiddels weet ik van je vrouw dat je net in het verpleeghuis bent komen wonen. Vorig jaar heb je een C.V.A. doorstaan en kwam er een halt. Een halt aan het fijne actieve leven wat je had met de liefde van je leven.
Samen hadden jullie het erg naar de zin in jullie nieuwe appartement. Met de honden en je hobby schilderen. Je was veel aan het schilderen. In de stijl van Bob Ross. Op je kamer staan dan ook de vele schilderijen die je hebt gemaakt. Ik zie ze in een rijtje achter een kastje staan. Ze hangen nog niet aan de muur. Dat moet allemaal nog gebeuren.
Jullie hebben geen kinderen gekregen. Dat heeft jullie niet weerhouden om er samen wat van de maken. De honden speelden een grote rol. Samen wandelen en fietsen.
Als ik naast je ga zitten geef ik je mijn hand ter begroeting. Je pakt mijn hand aan. En ik merk dat je linkerkant aangedaan is door de C.V.A.
" Ik wil je wat vragen, is dat goed?" Het antwoord laat weer even op zich wachten.
"Je wilt dat ik weer ga schilderen!" zeg je met een ondeugende toon.
Je vertelt dat je vrouw je al had verteld over mijn komst en mijn plannen " Nou, lijkt het je wat? " zeg ik.
Het lijkt je erg leuk om weer wat te schilderen en samen gaan we overleggen wat er op doek moet komen. Al snel begin je te vertellen over Anton Pieck. Dat je de pittoreske straatjes in de stadsgezichten die hij schilderde zo leuk vond. En dat je dat wel weer eens wil proberen. Maar dan van de oude Boazstraat in Meppel.
" Dat is wel mogelijk, dan ga ik op zoek naar een foto van de oude Boazstraat rond 1950, is dat goed?" Dat vind je een prima idee.
" Hoe zou je het vinden als ik je portret ga schilderen terwijl jij aan je stadsgezicht bezig bent?" Je kijkt mij aan en er valt weer een stilte. Ik merk dat je er even over moet nadenken.
" Misschien is het wel mooi voor je vrouw." Zeg ik.
Ik zie je geëmotioneerd kijken en je knikt. In de tussen tijd maak ik wat portretfoto's en kletsen we verder over je leven. Ik merk dat je moe wordt. Je gaat steeds meer naar links hangen in je stoel. We besluiten samen naar de huiskamer te gaan.
De volgende week staat je portret geschetst op doek en ook de oude Boazstraat staat op een klein doekje met potlood getekend. Ik zet alles klaar op de tafel en vol enthousiasme begin je te schilderen. Ik merk dat je al snel weer moe wordt. Je hand met de penseel gaan naar boven met de grijze verf en langzaam zakt je arm willoos naar beneden.
Ik krijg het gevoel dat je het niet in de gaten hebt. Ook niet als je schildert waar de verf eigenlijk niet hoort. Ik laat je gaan.
Je hebt het idee dat je lekker bezig bent en Ik wil dat gevoel niet verstoren. Na een tijdje vraag ik;
"Heb je zin in een kopje koffie? " Na een paar seconden reageer je met een ja. Ik moet de koffie in een speciale hoge plastic beker doen, porselein is te zwaar en onhandig. In de welkome pauze praten we samen over de bekende Meppeler kunstenaars. O.a. Klaas Smink en Jentinus Ponne. En de prachtige schilderijen van deze mannen. En natuurlijk de Meppeler Muiters waarin je met veel plezier zong.
Ik krijg wel in de gaten dat je vol in het leven stond. Dat je creatief en kunstliefhebber was en nu nog bent. Je vrouw vertelde dat jullie ook regelmatig vakantie vierde op Texel. Daar kon je ook erg van genieten. Lekker met de honden lange strandwandelingen maken. Het buitenleven, daar was je gek op.
Als de koffie op is, geef ik je de penseel weer in de hand en probeer je weer wat te schilderen. Ook nu merk ik dat de handelingen dodelijk vermoeiend is. En ik zie dat je op een gegeven moment alleen nog maar wat met je penseel in de verf roert.
"Zullen we maar stoppen, ik denk dat het tijd is om er een punt achter te zetten voor vanmorgen, ik zie dat het je vermoeid."
Je kijkt mij aan en je hoeft niets te zeggen. Ik zie aan je bleke gelaat en teleurgestelde blik in je ogen dat je dat een goed idee vindt.
Net als de anders breng ik je aan het eind van de ochtend weer naar de huiskamer waar je overdag verblijft. Ik geef je een hand en zeg dat ik volgende week er weer ben.
Inmiddels is je portret bijna klaar. Het stadsgezicht nog niet. De laatste twee ochtenden heb je niet geschilderd. Het was toch te vermoeiend. En was zelfs het praten over vroeger, over kunst en over ditjes en datjes al een uitputtingsslag.
In je portret heb ik je persoonlijkheid geprobeerd te vangen. Van toen en nu. Aan de ene kant het gezicht van een sterke, grote en actieve man. Met een beetje ondeugd. En aan de andere kant, die zelfde man geveld door een C.V.A.
Een C.V.A. die je gevangen genomen heeft. Gevangen genomen in je eigen lichaam. Het heeft voor een halt gezorgd. Een halt aan het leven samen met je grote liefde. Je portret staat, wat mij betreft, symbool voor wie je nu bent. Een sterke en positieve man. Met mooie, ontroerende en bijzondere herinneringen om op terug te kijken. En her te beleven met de mensen die van je houden. Het ga je goed. Je kracht en je positieve instelling zijn voor mij een inspiratie. Bedankt voor onze tijd samen tijdens het Verhalen Schilderen.

Zorgzame vader



Zorggroep Noorderboog, Februari 2019

De gangen in het verpleeghuis worden verlicht door een waterig zonnetje. Ik ben op zoek naar u. Uw naam heb ik door gekregen van mijn contactpersoon. Maar ik ken u niet. Het enige wat ik weet is dat u een heer bent. Als ik de huiskamer inloop vraag ik aan de collega waar ik u kan vinden. " Meneer woont aan de andere kant, u moet even die kant oplopen." En ze wijst naar rechts.

Ik bedank haar en ik loop de gang weer in. In de deuropening van de andere huiskamer staat een kleinere tengere man met wat langer grijs dun haar. In een zijscheiding gekamt. De lok valt bijna op de wenkbrauw.
" Bent u de meneer die ik zoek?" U kijkt mij aan met twee vragende blauwe ogen achter een dikke bril.
"Ja, ja." zegt u vriendelijk. Ik krijg het gevoel dat u niet goed begrijpt wat ik bedoel.
" Ik loop even door, ik kom zo weer bij u." Als de gang verder inloop zie ik ineens uw foto bij de naam die ik zoek. Ik had u toch net ontmoet.

Ik loop terug. En u staat nog steeds in de deuropening van de huiskamer. Ik vraag u of ik even met u mee mag lopen naar uw kamer. En dat ik u wat wil vragen. " Ja, ja " zegt u weer vriendelijk.
Inmiddels heb ik uw dochter gesproken en heeft ze mij wat vertelt over uw tumultueuze leven.

U bent geboren in een gezin met 6 kinderen. Op een boerderij in het plaatste Dalen. U was de jongste. Toen u tien jaar oud was is uw moeder aan een verwaarloosde blindedarm ontsteking overleden. Dat had een grote impact in het gezin. Uw opvoeding is toen overgenomen door uw oudere zussen.
Na de lagere school bent u naar de ambachtsschool gegaan en heeft u voor timmerman geleerd en later zelfs voor bouwkundig tekenaar.
U bent toen naar Wormerveer verhuisd om te gaan werken. Door de woningnood heeft u samen met uw vrouw een tijdje bij een oudere dame ingewoond. Dat was in Coevorden. Later kon u samen een flatje betrekken in Groningen. Dat was heerlijk maar ook een grote stap. Omdat u wat verder van uw familie woonde.

Als ik samen met u naar uw kamer loop krijg ik in de gaten dat het praten niet vanzelf gaat. U kijkt mij aan met uw grote bkauwe ogen en ik weet niet of u mij wel begrijpt als ik u vraag of ik een schilderij voor u mag maken. Maar ik krijg ook niet het idee dat u het niet leuk vind.
Een onderwerp is lastig te bepalen. U bent een man van weinig woorden. En ook uw kamer is sober ingericht. Ik kijk u aan en ineens zie ik een wat melancholische uitdrukking in uw geleefde gezicht.

"Hoe zou u het vinden als ik uw portret schilder? Misschien is dat wel mooi voor uw dochter!"
Zeg ik enthousiast. Ik zie aan u dat mijn vraag binnenkomt. Uw grote ogen worden nat. Er valt net geen traan. Ik leg mijn hand op uw onderarm. " Zullen we dat maar doen dan?" U kijkt mij aan en ik hoor zachtjes:
"Ja, ja."
Terwijl ik met u verder praat over het weer, Steenwijk, uw dochter, de boerderij waar u bent geboren, maak ik wat portretfoto's.
Na een tijdje neem ik afscheid en vertel dat ik er volgende week weer zal zijn. " Ja,ja." zegt u vriendelijk.

Als ik in de trein naar huis ga denk ik na over uw leven. Dat uw vrouw heel ziek werd. En dat de doktoren er niet achter konden komen wat ze had. Ze heeft heel veel in het ziekenhuis gelegen in Groningen. U ging dan elke woensdag en zondag naar haar toe. U deed toen het huishouden naast uw baan. En dat was in de tijd nog helemaal niet zo vanzelfsprekend. Het zegt mij veel over u als mens en over uw band met uw vrouw en dochter. Een echte familieman.

De volgende schildermiddag zit u in de huiskamer. Samen met andere cliënten achter een lekker kopje koffie. Een aantal dames hebben de krulspelden ingekregen, er zit een mevrouw te breien terwijl ze gezellig met de buurvrouw zit te praten. En ik zie u van het tafereel genieten. Ik loop naar u toe en ik geef u mijn koude hand. Ik zie uw wenkbrouwen in afschuw omhoog gaan. " Koud!" zegt u. " Klopt! Het is heel koud buiten, ik heb de winter meegenomen!" zeg ik een beetje gekscherend.

"Ja, ja.", hoor ik rustig zeggen. Mag ik bij u aan tafel komen zitten? Dat mag en ook de collega vind het wel gezellig. Ik zet mijn ezel op de tafel en daarop uw portret. Het begint al op u te lijken. Ik begin te schilderen en vertel u over wat ik weet over uw leven. Dat u op de kleinkinderen heeft gepast en dat u heel creatief was. Dat u veel aan houtbewerking heeft gedaan. Na de verbazing zie ik u glunderen.

Het portret begint te vorderen met uw melancholieke uitstraling. U kijkt wat in de verte en het geeft u een wat kwetsbare uitstraling. Ik merk dat het wat met mij doet.
En als ik het verhaal lees wat uw dochter mij heeft toegestuurd, vind ik dat eigenlijk ook niet vreemd. Het leven heeft u getekend. Het verdriet en de wanhoop wat u moet hebben gevoeld als kind toen u het zonder een moeder moest doen. En later sterk moest zijn voor uw vrouw en uw gezin. Het is allemaal in uw uitdrukking te lezen.
En onder de melancholie schuilt ook een kracht, een doorzettingsvermogen. Ik hoop dat u dat ook kan zien in uw portret.
Door het schilderen samen met u heb ik u beter leren kennen. Ook al was het de meeste tijd in stilte. Hopelijk heeft u van mijn aanwezigheid kunnen genieten. Tijdens het Verhalen Schilderen.

Mien knappe breur


Zorggroep Noorderboog, januari 2019

Vanmorgen zitten we gezellig aan de tafel in de huiskamer. U bent een vlotte alerte dame. Mooi wit golvend haar met hoog rode blossen op de wangen. En makkelijk te benaderen.
Door het schilderen met de buurvrouw kende ik u al wat langer. En het idee dat u nu aan de beurt bent maakt u erg blij.
Vorige week besloten dat het een portret moest worden.

"Dat is leuk voor mien zoon." zegt u stellig in Steenwijks accent. Op uw kamer maak ik wat portret foto's en samen kiezen we er een uit.
We lopen naar de huiskamer en daar zitten de beide buurvrouwen al op ons te wachten. We drinken samen nog een kop koffie.

De week daarna staat de schets al doek en u herkent zichzelf meteen. En terwijl ik schilder, vertelt u over uw gezin, dat u met zeven broers en zussen in een klein huisje bent geboren in Steenwijk. Het was een armoedige tijd. En u moest al heel snel als vijftien jarig meisje werken. U kwam in een naaiatelier terrecht waar u het heel erg naar de zin heeft gehad. " Et was hard werkn mar met mien vriendinnen was et nooit saai!" vertelt u enthousiast.

Ineens begint u te vertellen over uw oudste broer. Dat hij bij de marine was.
"As ie de stad in most voor een boodskappie of gewoon iets ánders, dan wilde we altied mee! We warn zó trots op em en ie was so knap in zien uniform."
Terwijl u enthousiast verteld zie ik u glunderen.
U vertelt verder over uw broer, dat hij de oefeningen op de onderzeeër niet zo leuk vond. En dat u dat heel goed kon begrijpen.
"Mut er niet an denkn ien zo'n krappe rûmte." En ik bevestig dat, moet er zelf ook niet aan denken.
De eerste laag zit erop en u ziet zich zelf ontstaan op het canvas. " Jémig, wat eb ik wit hóar, zeg!"
"Prachtig!" zeg ik.
"Ik hoop dat ik later ook zo mooi grijs wordt, net als u."
Ik zie u een beetje verlegen weg kijken.

Dan komt er een meneer binnen en u reageert meteen een beetje gekscherend op het repeterende geluid wat hij maakt.
Mopperend zegt u " Die is altied an et mompelen, it is nooit stille!"
"Ik denk dat hij dat nodig heeft, dat hij rustig wordt van geluidjes maken." zeg ik. " Zou dat het niet zijn?"
U kijkt mij aan en meteen slaat de bui om.
"Dat is ok zo, kan ik mie ok wel en bietsje vorsteln."
De meneer gaat weer de gang in en we hebben het over uw getrouwde leven en dat u later zo genoot van de kleinkinderen. U was een oppas oma. " U heeft ze vast en zeker erg verwend?" " Vast en zeker!"
Zegt u stellig. En we schieten aan tafel
allemaal in de lach.

Als u naar uw portret kijkt hoor ik u tevreden zuchten. "Het is net mien moe." Ineens kijkt u bedrukt en zegt "Mien moe is nooit mer ûtzelfde worden na Mien zus. Mien zus is overledn an hersenvliesontsteking."
Ik kijk u aan en ik zie het verdriet nu nog.
"Dat kan ik mij goed voorstellen, je kind verliezen lijkt mij verschrikkelijk."

U vertelt dat uw moeder tot aan haar dood alleen maar zwart heeft gedragen en dat het overlijden van uw zus een grote sombere tijd binnen het gezin meebracht. Donkere wolken pakte zich samen. De sfeer was om te snijden. Het werken in het naaiatelier was voor u een fijne uitvlucht. Een lichtpuntje om naar uit te kijken.

Het portret is bijna klaar. Van een spontane en open dame. U bent nog steeds goedlachs en gaat lichtvoetig door het leven. Ondanks het geheugenverlies en de lichamelijke beperkingen. Bij tijden bent u nog steeds lekker direct. Het schilderij heeft ervoor gezorgd dat u bij de fijne en de wat minder leuke herinneringen kon komen. Het portret als symbool voor uw gelukkige en actieve leven. Dank u wel dat ik daar deel genoot van mocht zijn. Tijdens het Verhalen Schilderen

Thee met een wolkje melk


w.z.c.Irene, november 2018

De collega's zijn meteen erg enthousiast als ik voor u een schilderij ga maken. " Heb je de foto bij mevrouw op de kamer gezien? Ze zit in klederdracht met stoere zonnebril op een quad! " Dat beeld zegt veel over uw persoon. Vrolijk en lekker eigenwijs.
U bent daarnaast ook nog een bijzondere verschijning op de afdeling. Het mutsje op uw hoofd verraad dat u uit Staphorst komt. Gemaakt van donker blauwe en zwarte stof met gestipte bloemvormen erop. In verschillende kleuren blauw. En natuurlijk wit.
U heeft een mooie blauwe omslagdoek om. Vastgezet met een veiligheidsspeld. En de jurk wat uit verschillende lagen stof bestaat is om u heen gedrapeerd. Met om uw middel kussentjes om de rok op te laten bollen. U loopt op glimmende zwarte sandalen en om uw voeten en onderbenen heeft u heerlijke warme kniekousen over de zwarte steunkousen.
Als ik de huiskamer inloop zit u aan de grote tafel met de rug naar de muur. U bent vierennegentig en een kleine, fijne dame. Het weinige grijze haar komt net onder het zwart gestipte mutsje uit. En u heeft een open nieuwsgierige houding.
Als ik mij voorstel en u vraag of ik een schilderij voor u mag maken en uw accent hoor, moet ik mij concentreren om u goed te verstaan. U spreekt in het Rouveense dialect maar op zo'n leuke en geanimeerde manier dat ik u gelukkig snel begrijp. " Joa, natuurlijk" zegt u blij. En u maakt meteen aanstalten om naar uw kamer te gaan. U pakt uw rollator die naast u staat.
Als ik samen met u naar uw kamer loop, blijft u gezellig door praten. Op een wat monotone manier vertelt u over het weer, uw zus, dode pinken, vliegtuigen in de oorlog, mijn fietstocht naar hier en koetjes en kalfjes.
Op de kamer aangekomen gaat u in de bruine sta- op stoel zitten en ik neem plaats in een rood kuipstoeltje bij het raam. En als ik wil uitleggen wat ik kom doen zegt u "Je goat en schilderie moaken!"
"Dat klopt, lijkt u dat wat? En u reageert enthousiast. Ik zie het aan uw stralende ogen.
Een onderwerp blijkt wat moeilijker te kiezen. We hebben het over uw boerderij in Rouveen, het burgerhuis achter de boerderij, uw man, over uw vier kinderen. Twee dochters en twee zonen. En over uw, in middels, vierentwintig kleinkinderen. Ik hoor aan de manier waarop u praat, dat u erg trots bent op uw kinderen.
Maar een schilderij van de boerderij of uw kinderen hoeft van u niet zo. " Mag ik dan van u een schilderij maken?" Vraag ik voorzichtig.
" Joa ,dat liekt mie wel wat, zeg mar hoe ik moat sitten ".
En u gaat als een volleerd model op het puntje van uw stap -op stoel zitten.
Ik pak mijn mobiel uit mijn tas en terwijl u weer aan het vertellen bent over de pinken van uw zus die door de bliksem dood zijn gegaan, over de oorlog, de sloten waarin u dook als er weer een vliegtuig over vloog, maak ik een aantal portretfoto's van u.
Ik ga naast u zitten en laat ze u zien en samen kiezen we de mooiste uit.
De week daarna staat de schets op het doek. U bent nog op uw kamer en ik klop aan. " Kom mar binnen!" Hoor ik aan de andere kant van de deur.
En als u mij ziet zegt u " Moi ! "
Inmiddels weet ik van de collega's dat u mij al had verwacht. De tafel waaraan ik zit te werken wordt elke week leeg geruimd zodat ik snel mijn ezel kan neerzetten. Voor u ben ik de " fotograaf " .
Ik loop naar binnen en geef u een hand. U zit in uw bruine sta-op stoel bij het raam. "Heeft u zin in een kopje thee? " Dat was wel goed. Ik moet ook een kopje voor mezelf halen.
Inmiddels weet ik dat er een wolkje melk in moet. Laat ik dat zelf nou ook heerlijk vinden. En zo zitten we samen elke week eerst heerlijk van een kopje thee te genieten voordat het schilderen begint.
Als ik het doek deze keer weer op de ezel zet begint u meteen weer te vertellen. Van de ene herinnering naar de ander. Het vergt heel wat geschakel van mijn kant om u te blijven volgen. Maar het lukt.
Uw moeder al vroeg was overleden en u kon gelukkig heel goed met uw vader opschieten. U had al een goede band maar die werd nog steviger na het overlijden van uw moeder.
Dat u ging trouwen was voor uw vader een hard gelag. Hij heeft u het begin heel erg gemist. En u hem.
Uw man is Inmiddels tien jaar geleden overleden. "Het was een goeie man." Zegt u tevreden. "Ik was em altiet kwiet in Zwolle op de markt." Hij hield namelijk van motoren en Tractoren. "Dan was ie inens verdwenen en moest en em zeuken." Ik zie het zo voor mij en we moeten er samen om lachen.
U verteld verder over uw jeugd, over uw gezin. Over uw dochter die naailes geeft en uw zoon die in Italië Hollandse kaas verkoopt. En weer over de dode pinken van uw zus.
Ineens, uit het niets en tussen het vertellen door, pakt u uw rollator en zegt dat u naar het toilet moet. Ik help u even in de benen en ga weer achter mijn ezel zitten. Na een tijdje hoor ik wat vreemde geluiden uit de badkamer komen. Spetterende geluiden. En ik realiseer mij dat het wel wat lang duurt voordat u weer terug komt. Ik besluit even een kijkje te nemen. En ik zie u rustig uw sokken en kousen in de wasbak in een sopje wassen. Omhoog en omlaag en wringen. En dan weer in het sopje en omhoog en omlaag, en weer wringen en dan legt u ze netjes op een wasrekje.
Uw portret is bijna klaar. Ik heb er met veel plezier aan gewerkt. Mijn ontmoetingen met u waren voor mij speciaal. De ouderdom en de dementie hebben er voor gezorgd dat u de zelfstandigheid op moest geven. Ik voelde, tijdens onze gesprekken, dat u dat heel vaak mist.
Maar u bent een positief ingesteld mens, u past zich gemakkelijk aan. " Het is ok net andres, mien kindren makte zich zorgen."
Hopelijk heeft onze tijd samen ervoor gezorgd dat u terug kon gaan naar de tijden van zelfstandigheid. Dat u weer even kon terug gaan naar uw rol als vrouw en moeder. Ik ga in ieder geval onze momenten met ons kopje thee met wolkje melk missen. Het ga u goed, het was een fijne tijd samen tijdens het Verhalen Schilderen. 

Een man met dromen


w.z.c. Irene januari 2019

Elke week als ik het verzorgingshuis binnen loop, zit u in het atrium koffie te drinken. Ik krijg altijd een vriendelijke knik en ik voel u naar mij kijken als ik naar de lift loop en naar boven ga. U bent een net gekleed heerschap, blauwe broek met een geruit overhemd en daaroverheen een mooie rode trui. Uw dunne grijze haar is netjes in een scheiding gekamd en u heeft een klein stoer baardje met snor. En bovenal twee ondeugende blauwe ogen achter een dikke bril.

Terwijl ik in de huiskamer bij uw buurvrouw aan het schilderen ben komt u naar binnen achter uw rollator. U komt naast ons zitten en ik zie u geïnteresseerd mee kijken. Uit de verhalen van de buurvrouw kom ik er achter dat u elkaar kent van eerder. U kwam altijd als postbode bij de boerderij aan de Nijeveense Bovenboer koffie drinken. Zo verteld u over hoe de buurvrouw altijd zo lief en gastvrij was en dat iedereen bij haar welkom was. Voor een luisterend oor, kop koffie en warme voeten bij de kachel. En natuurlijk lekkere verse roddels!

Vorige week kreeg ik een mail van mijn contactpersoon en zei vroeg aan mij of ik voor u ook een schilderij wilde maken. En als ik vanmorgen weer het atrium in loop zit u al lekker aan de koffie. Samen met andere cliënten aan een grote lange tafel. Ik loop naar u toe en stel mij aan u voor. Terwijl ik u mijn hand toereik vertel ik u waar ik voor kom.

U reageert meteen enthousiast en pakt mijn hand stevig vast en ik zie dat u wilt opstaan. Ik weet dat u meerdere C.V.A.'s heeft moeten doorstaan. Waardoor opstaan en lopen moeizaam gaat. "Zullen we hier eerst even samen gaan koffiedrinken?" Met een opgeluchte glimlach gaat u weer zitten en ik trek een stoel erbij. Er wordt al snel voor mij een kop koffie ingeschonken. We zitten gezellig bij elkaar en hebben het over het weer, het drieluik van de Kleine Oever, de komende feestdagen, het eten en andere ditjes en datjes. En als de koffie op is pak ik de rollator voor u en lopen we samen naar de lift. Ik merk dat ik de rollator bij moet sturen omdat u de neiging heeft wat naar rechts te lopen.

Eenmaal aangekomen op uw kamer help ik u in uw sta op stoel en ga ik naast u zitten. Ik vraag naar waar u geboren bent. " Ik ben een echte Meppeler mug." Zegt u met trots." Geboren en getogen!"Inmiddels weet ik dat u postbode bent geweest en dat u dat altijd een geweldig beroep heeft gevonden.

"De vrijheid hé? Het buiten zijn, het contact met de mensen, ik vond het geweldig." "Mijn baas heeft mij heel vaak gevraagd of ik ook een kantoorbaan wou op het postkantoor. Hij zag mij wel in een leidinggevende functie."

Zegt u met voorzichtige trots. U verteld verder dat u er niet zoveel zin in had maar omdat het buitenwerken steeds zwaarder werd, moest u wel. Het leidinggeven ging u goed af. U heeft de uitstraling ook mee. En u durft het wel te zeggen. Lekker direct met een vleugje humor. Tegenover mij zit wel een man met karakter en een sterk persoon. Ondanks de huidige beperkingen zie ik uw veerkracht.

U verteld verder over uw vervroegde pensioen. Dat u met uw vrouw er zo naar uit keek. Samen in de tuin werken, koken, veel fietsen, reizen en met de kinderen en kleinkinderen gezellige dagjes uit. Maar al snel sloeg het noodlot toe. De eerste C.V.A. overviel u samen. Letterlijk en figuurlijk. En daarna nog een C.V.A. en nog een.

Dromen over samen reizen, fietsen en dagjes uit met de kinderen bleven dromen. U had op een gegeven moment veel zorg nodig. U woonde nog thuis. Totdat het niet meer ging. Uw vrouw kon de zorg niet meer bolwerken en noodgedwongen moest u uit elkaar. " Ik maak mij zorgen om mijn vrouw, weet je. En u kijkt mij bedrukt aan. "Ze is heel sterk. Maar het huis is groot en het heeft een grote tuin."

U verteld dat ze ook een dagje ouder wordt en dat het u angstig maakt. Dat ze misschien valt of overwerkt raakt. "Gelukkig komt mijn dochter veel bij haar, ze hebben veel aan elkaar". Het lijkt wel of u zichzelf bemoedigend toespreekt. Bedrukt kijkt u naar de vloer. 

Ik besluit een ander onderwerp aan te snijden. Het onderwerp voor een schilderij. Ik noem wat opties en eigenlijk geeft u meteen aan dat een portret wel wat voor u is. " Voor mijn vrouw en de kinderen." Zegt u ontroerd, met natte ogen. En terwijl we aan het praten zijn maak ik wat portretfoto's van u. We zoeken er samen een uit en de week daarna ben ik weer bij u om er aan te werken. En u vind het geweldig. " U heeft er wel verstand van, ik vertrouw erop dat het wel wat wordt."

Samen zitten we week na week gezellig bij elkaar te praten over uw werkzame leven, over uw vrouw en de kinderen. Totdat het noodlot weer toeslaat. Als ik met mijn schilder tas het atrium inloop zie ik u niet zitten. Het geeft meteen een beklemmend gevoel. Mijn intuïtie klopt. Als ik een collega aanspreek en vraag waar ik u kan vinden, vertelt ze dat u weer een CVA heeft moeten doorstaan. En dat u in het ziekenhuis ligt.

Vanmorgen is de laatste schildersochtend. U bent gelukkig weer uit het ziekenhuis. En als ik de huiskamer inloop, zie ik u nu in een verblijfsrolstoel zitten. U bent afgevallen, uw haar kort geknipt wat piekerig op uw hoofd. U zit wat onderuit gezakt. En dezelfde rode trui als in het portret zit u nu te ruim om uw schouders.

Ik zie aan de blauwe plastic doek waarin u zit, dat u geholpen moet worden met de tillift. Staan gaat dus niet meer. Laat staan lopen. Als ik naast u kom zitten, stel ik mij nogmaals voor en tot mijn verbazing herkent u mij. Ik ben die mevrouw van "de tekening." Het portret van een bijzondere man is bijna klaar en staat voor u op de ezel. "Ben ik dat?" En u kijkt mij verbaasd aan. Ik knik

"Alleen heeft u hier wel wat vollere wangen ." Zeg ik gekscherend. U kan er gelukkig wel om lachen. Dan kijkt u mij aan en zegt u ineens heel serieus

"Dat is ook zo, maar het eten staat mij nu zo tegen."Ik leg mijn hand op uw hand. U laat het toe en zo zitten we samen even in stilte naar uw portret te kijken.U was een man met dromen en grote plannen. Een man met karakter. Een beetje eigenwijs en ongeduldig. Zegt u gekscherend over uzelf. Aan zelfkennis nog steeds geen gebrek. Humor houdt u ook nu nog steeds op de been. Ondanks de frustraties, het verdriet, het verlies en de beperkingen. Het portret is een aandenken geworden aan u. Aan een man met dromen. Hopelijk heeft u kunnen genieten van onze schilder ochtenden samen. Tijdens het Verhalen Schilderen. 

Heimwee


Kaailanden Meppel, juli 2018

Als ik een bladzijde open sla in het grote fotoboek van Nieuw Zeeland, zie ik een landschap met glooiende heuvels en idyllische stroompjes. Rustig sla ik nog een bladzijde om en ik zie u uit mijn ooghoek meegenieten. Dit keer zijn er watervallen en een prachtige berg met sneeuw op de top. Kuddes schapen rustig grazend in een bloeiende weide. 

Zo zitten we samen in de huiskamer. Een dik uur te kijken naar de mooiste foto's van een land hier het vandaan. Ik zit naast een vriendelijk ogend heerschap met af en toe een ondeugende oogopslag. Als ik u naar de plek vraag waar u heeft gewoond maakt uw ondeugende blik plaats voor verdriet. Ik merk aan u dat u zich probeert flink te houden. Maar ik zie de tranen toch komen. Van uw dochter weet ik dat u meer dan 10 jaar in Nieuw Zeeland heeft gewoond. 

Aan de oostkust bij Christchurch in de buurt. U bent daar erg gelukkig geweest. Uw broer en zus zijn u zelfs gevolgd en hebben kinderen gekregen en zijn daar gesetteld. U heeft zich altijd heel erg verantwoordelijk gevoeld voor die tak van de familie omdat u het gevoel had dat u de reden was dat ze daar nu wonen. Ver van de rest van de familie in Nederland. En helemaal toen u op een gegeven moment weer even naar Nederland ging voor familiebezoek en daar uw vrouw ontmoette. 

U wilde heel graag weer terug maar uw vrouw zag dat niet zitten. Ze was te gehecht aan ons koude kikkerlandje. Dus bleef u hier en ging zo vaak als het kon weer terug. Maar dan voor een kort verblijf om uw familie te bezoeken. Als we het over die tijd hebben zie ik aan u dat het veel met u doet. Alsof u in spagaat zit. Met het ene been in Nederland en het andere in Nieuw Zeeland. Niet thuis in het ene en ook niet in het andere land. En met vreselijke heimwee en verlangen naar het ene land als u in het andere bent. 

Het onderwerp voor het schilderij is dan ook snel gevonden. Het moet een landschap worden. En nu niet van een Hollandse boerderij aan de dijk maar van de rotsachtige kust van uw geliefde Nieuw Zeeland. De volgende week heb ik een schets op doek van de Oostkust van Nieuw Zeeland. U herkent het meteen. Het foto voorbeeld wordt ter hand genomen en weer zie ik u emotioneel reageren. De ondergaande zon en de weidsheid van het landschap komen binnen.

"Mooie kleuren, hé?" vraag ik. Een beetje naar de bekende weg. U kijkt mij aan en zonder woorden en met een knik zie ik dat u geniet. Na een tijdje staan de rotsen en de kustlijn op doek. Ik merk dat u de penseel volgt en af en toe hoor ik een ontspannen zucht naast mij. En onderwijl ik aan het schilderen ben spreken we over het landschap, vulkanen en eeuwige sneeuw. 

Over de Maori's, de opnames van The Lord of the Rings maar natuurlijk ook over uw geliefde familie en over uw beide kinderen. En ineens hebben we het over het aantal schapen die op Nieuw Zeeland leven. " Ik heb gelezen dat er meer schapen zijn dan mensen ", zeg ik een beetje plagerig. U kijkt mij serieus aan en zegt heel rustig :" Dat is echt zo ". "Jeetje, maar moet er dan ook een nieuwsgierig schaap op het schilderij? vraag ik eigenlijk meer als grapje. 

Maar u vind dat een goed idee. U moet er zelfs om lachen. Inmiddels zijn er zelfs drie nieuwsgierige schaapjes in het landschap ontstaan. En u vind het geweldig. Emotioneel en met tranen in de ogen door de herkenning en de herinneringen aan die tijd in dat prachtige, bijna sprookjesachtige Nieuw Zeeland. Het schilderij is bijna klaar. Mijn tijd met u was bijzonder voor mij. Door u ben ik ook van dat prachtige land gaan houden. Ik hoop dan ook oprecht dat u straks bij het ontwaken en opstaan meteen zicht op het schilderij heeft. En dat het u dan even een moment laat denken aan uw geliefde tweede thuis in Nieuw Zeeland.

 In Memoriam

Miriam in memoriam.

Kaailanden, Meppel juni 2017

Die verwilderde blik in uw ogen, ik zie het vaak in mijn gedachte. Het weinige haar wat u had sprieterig op uw hoofd. Even oogcontact en daarna weer lopen. Alleen maar lopen. U liet mij af en toe meelopen. Dan luisterde ik naar uw gemompel. Reagerend uit gevoel. Niet goed wetend wat u wilde zeggen. Dan wilde ik gewoon aanwezig zijn. Hopende dat u dat voelde. Spulletjes vergaren, ook op de kamers van de anderen. 

Denkende dat het van u was. Een leven vol ellende achter de rug, hoorde ik later. Vertrouwen in mensen al vroeg geschaad. Niemand toelaten in uw innerlijke wereld. Een dikke muur gebouwd waarachter u dacht veilig te kunnen schuilen. De dementie zorgde voor nog meer verwarring en onrust.

 Niemand maar dan ook niemand liet u toe. Vorige week bent u overleden. Op uw sterfbed was de angst verdwenen, de onrust weg. En de ontspanning terug. De dood was uw verlossing. Een schilderij voor u maken daar ben ik niet aan toegekomen. Ik had het heel graag voor u gedaan. Rust zacht Miriam, u heeft het verdient.

Mijn kleine kereltje


Zonnekamp Steenwijk, oktober 2018 
De deur staat open. Als ik uw kamer inloop schijnt de zon volop naar binnen. De hele kamer krijgt daar door een warme lichte gloed. De collega verteld dat u niet zo'n goede dag heeft. Dat heeft u wel vaker. En dan blijft u heerlijk in bed. De deur lekker open zodat de collega's regelmatig even kunnen binnen lopen. Uw bed staat bij het raam. Ik zie uw kleine fijne gezicht met rode blossen op de wangen. U komt net boven de rand van het dekbed uit. U heeft de ogen dicht en lijkt in diepe rust te zijn. Ik durf u nu eigenlijk niet wakker te maken. Ik besluit even in uw kamer rond te kijken. Hopelijk lukt het mij op die manier een beter beeld van u te krijgen. Er staat een oude eikenhouten boekenkast achter uw bed. Gevuld met foto's van oudere mensen, een oudere heer en van heel veel kinderen. Maar ook oude vergeelde foto's. Op de muur hangt een tafereel van een dorpsgezicht met kerkje. Op het nachtkastje ligt een bijbel en c.d.'s van Johannes de Heer. Waardoor ik de indruk krijg dat u veel steun heeft aan uw geloof. Als de collega binnenkomt vertel ik dat ik u niet durf wakker te maken. "Oh, dat vind ze niet erg hoor!" En met dat ze dat zegt loopt ze met straffe pas naar u toe. En wrijft u zachtjes op uw wang. Uw opent langzaam uw ogen en ik zie de mooiste glimlach zonder tanden. U straalt. "Heeft u zin in een kopje thee?" U glimlacht met een knik. "Wil je ook een kopje thee." vraagt de collega aan mij. "Heerlijk!".Inmiddels zitten we samen aan de thee en leg ik uit wat ik kom doen. Ik krijg het gevoel dat u niet meteen begrijpt wat ik bedoel maar als ik u de foto van een klein guitig jongetje uit de kast pak en het aan u laat zien, licht u helemaal op. U pakt de bruin verkleurde foto liefdevol uit mijn handen en met een stralend gezicht kijkt u naar het kind. Het kereltje zit op een kussen in een gebreid broekje en wit truitje. Hij is niet ouder dan twee jaar. Tenminste dat idee heb ik. Ik zie zwarte lakschoentjes, een speelgoed hondje en bruine klei knikkers. " Is dat uw zoontje?  ; vaag ik enthousiast. Uw ogen gaan glimmen en weer zie ik die prachtige tandeloze lach. Dit moet het tafereel op doek worden, besluit ik. Ik realiseer mij dat het jongetje misschien niet eens uw zoon is.  Maar goed. Misschien kom ik daar later nog achter. Voor nu wordt u in ieder geval blij van aanblik van het kind. En daar gaat het mij om. De week daarna zit u in de huiskamer en kom ik naast u zitten. We drinken eerst gezellig een kopje thee en ik zie aan u dat u nieuwsgierig bent naar de schets. En als ik aan het schilderen bent volgt u elke penseelstreek en af en toe hoor ik u vertederd lachen. Inmiddels weet ik dat u niet spraakzaam bent. En leeft u in uw eigen verscholen wereld. Ook ben ik ook nog niet veel wijzer geworden over uw leven van voordat u hier kwam wonen. Ik weet wel dat u vier kinderen heeft gekregen en dat u een kind bent verloren. En dat u in uw vrije tijd veel hebt gelezen. Tot nu toe heb ik ervaren dat u geniet van het gepraat en de gezelligheid om u heen. Als een collega de koffie op heeft en zegt: " Vooruit met de geit, er moet weer wat gedaan worden!" Dan hoor ik u naast mij in de lach schieten. U pakt ook met regelmaat de voorbeeld foto met het kind. En in stilte kijkt u naar hem. Ook mijn penselen is een prima gereedschap om mee te poetsen en te schermen. U bent ermee aan op de tafel aan het vegen en af en toe steekt u de penseel in de mond. Om mij daarna met een grimas aan te kijken. Alsof u wilt zeggen; " Bah, dat smaakt ook nergens naar." Als ik uw mimiek na doe moeten we samen erg lachen. En zo zitten we schouder aan schouder te genieten van elkaars gezelschap. Het schilderij met het kindje is bijna klaar en als ik vanmorgen de huiskamer in loop kan ik u weer niet vinden. De collega zegt dat u een dagje in bed blijft. En dat u niet aanspreekbaar bent. Ik loop naar uw kamer en klop voorzichtig op de deur. En ik laat mezelf binnen. Ik zie u in bed liggen. Ik loop naar uw bed en als begroeting wrijf ik u zachtjes op uw wang. Uw wimpers bewegen bij mijn aanraking. U bent ver weg. Ik besluit naast u mijn spulletjes klaar te zetten. In de c.d. speler zit een c.d. van Johannes de Heer. Maar dan de moderne versie met een beat. Ik druk op play. De eerste tonen van "Ik wil zingen van mijn heiland" hoor ik zachtjes op de achtergrond. Als ik begin te schilderen voel ik rust. En ik ben verbonden met u , zonder woorden. Mijn aanwezigheid, mijn geneurie op de muziek is voldoende. Volgende week is uw kereltje klaar. Ik hoop dat u in de winter van uw leven nog gaat genieten van de mooie momenten die u gegeven zijn. Mijn tijd met u was er een van samen zijn zonder veel franjes. Het guitige kind op doek als verbinding tussen ons samen. Tijdens het Verhalen Schilderen.