Verhalen Schilderen 

Verhalen zijn met toestemming van betrokkenen geplaatst.


Portret of a lady



Augustus 2021

Nee, niet die beroemde en verfilmde Engelse roman van Henry James, maar u! Een portret van een dame. Dat was het eerste wat me te binnen schoot toen ik uw kamer binnen liep. Ik zag u nieuwsgierig rechtop zitten om te ontwaren, wie er op de deur had geklopt en daar binnenkwam. Ik deed een stapje verder de kamer in en zei vriendelijk: "Goedemiddag mevrouw, is het goed dat ik bij u op visite kom? Ik wil u namelijk wat vragen." U zat daar in een grote ouderwetse stoel met de rug naar het raam. Van de collega's had ik al gehoord dat u slechtziende bent, en vandaar die getinte glazen in uw bril waardoor u toch nog wat van uw omgeving meekrijgt. Aan weerskanten van de kamer zag ik mooie eikenhouten buffetkasten met daarop voorwerpen van tin, fotolijstjes en andere decoraties. 

Naast u stond een klein tafeltje met een bos tulpen. Later zag ik dat ze kunstig van zijde waren gemaakt. Net als de planten in uw vensterbank. "Mag ik naast u komen zitten?" vroeg ik. "Ja hoor, ga maar zitten," hoorde ik u zeggen met een licht Groningse accent. U zette de gekleurde bril even af. En ik zag een prachtige oudere dame met een mooie glimlach en heldere blauwe ogen. Het spierwitte golvende kapsel sierde uw gezicht. Een collega kwam binnen en bood ons koffie en thee aan. En ondertussen begon ik te vertellen over wat ik de komende tijd bij u zou willen gaan doen. En het leek u meteen een heel prachtig idee. Ook het onderwerp dat ik voorstelde, vond u meteen prima: uw portret, met op de achtergrond bijvoorbeeld... Maar zelfverzekerd onderbrak u mij met: "Ja, mooi, dat lijkt mij inderdaad een heel goed idee, en dan liefst zonder achtergrond." Ik schilder namelijk vaak portretten met persoonlijke achtergronden. Een landschap, een huis waar iemand geboren is, kinderen... 

Maar dat hoefde niet. U gaf duidelijk aan dat het eenvoudig moest. Het liefst met uw lievelingskleur rood. Natuurlijk kon dat! "Mag ik dan nu tijdens ons gesprek wat portretfoto's van u maken? Dan hoeft u niet te poseren. Dan komt het veel natuurlijker over," legde ik uit. U vond het prima. En al snel had ik een prachtige foto waarop ik uw mooie glimlach vastgelegd had. Die middag vloog voorbij en we namen na ruim een uur gezellig praten afscheid. De week daarna kreeg ik een mail van uw zoon en schoondochter met daarin wat informatie over uw leven. En de mededeling dat u zelf ook nog heel veel zou kunnen vertellen over uw eigen lange leven. U bent namelijk al ver in de negentig. Thuis schets ik uw portret. En al snel is het weer donderdagmiddag. Als ik uw kamer binnenkom, zie u weer - net als de vorige keer - in uw stoel bij het raam zitten. U heeft de getinte bril op en zit verwachtingsvol naar voren gebogen in uw stoel. "Goedemiddag, hier is de schilderes," zeg ik terwijl ik dichterbij ga staan. "Ah, de schilderes!" antwoordt u een beetje onzeker. "Ik kom aan uw portret schilderen als dat goed is. Heeft u vanmiddag tijd voor mij?" "Oh, ja mijn portret," zegt u opgelucht, en ik merk aan u dat u het bezoek van vorige week weer helder voor de geest heeft.

 Ik zet mijn tas neer bij de kast en ik vertel u dat ik even een tafeltje uit de huiskamer haal waar ik de ezel op kan zetten. Ik loop ermee terug naar uw kamer en zet het tussen ons in. Ik pak mijn schildersspullen uit en zet de tafelezel op het tafeltje met daarop het doek met de schets. "Kunt u de schets zien?" vraag ik, de ezel wat dichterbij schuivend. "Nou, niet zo, maar dat komt vast wel goed," zegt u vriendelijk. "Dan ga ik snel met de onderschildering beginnen, dan ziet u het straks vast wel," zeg ik terwijl ik het schilderij weer terug zet en wat verf op het palet uitsmeer. Terwijl we gezellig naast elkaar zitten, wordt er weer thee en koffie gebracht. We hebben het over uw jeugd. U vertelt dat u Groningen geboren bent. En dat u Groningse bent en blijft, in hart en nieren! Ook al woont u nu al een tijdje in Meppel. U bent opgegroeid in een gezin met vader en moeder en vijf andere broers en zussen. U was de op een na oudste en u vertelt dat u later ook met uw moeder voor uw zusjes en broertjes heeft gezorgd. Dat was vroeger heel normaal. Eerst klusjes doen en meehelpen in het gezin en dan spelen. Uw vader was als arbeider de hele dag in touw, en uw moeder was huisvrouw en zorgde voor het gezinsleven. U ging graag naar school en u liep dan samen met uw broers en zussen daarheen. Die tijd staat u nog helder voor de geest. 

Vooral toen een van uw broers een vriend mee nam. Hij was enig kind en vond het fijn om bij u thuis te komen, een huis met zoveel kinderen. Het was er ook altijd zo gezellig. En... later is hij uw man geworden. "Wat begint met een vriendschap is vaak later een goed begin voor een gezond huwelijk," zegt u rustig en zelfverzekerd. "Bent u verliefd geweest, op uw man, bedoel ik?" vraag ik nieuwsgierig. Ik zie u nadenken. "Dat kwam pas veel later, het was eerst een fijne vriendschap," zegt u terwijl uw het kopje met koffie weer terug zet op tafel. U vertelt dat u nog in de kost heeft gewerkt voordat u ging trouwen. En dat u in uw huwelijk drie kinderen heeft gekregen. Twee jongens en een meisje. " Oh, wat leuk, dus van alles wat," zeg ik met een glimlach. Er valt een stilte. "Dat was toen wel zo, maar nu heb ik drie zonen," reageert u serieus. "En dat is best wel jammer, ik had zo graag een dochter willen hebben . Dat is toch anders dan een zoon, vrouwen voelen elkaar toch beter aan," hoor ik u wat verdrietig zeggen, terwijl u wat voor u uit staart. "Dat kan ik mij voorstellen, vooral om dat u nu op leeftijd bent en meer afhankelijk bent van de zorg en begeleiding van anderen," zeg ik, terwijl ik even mijn penseel terug zet in de pot. "Voelde uw dochter zich meer een jongen?" vraag ik. "Ja, dat is altijd zo geweest, en toen kwam het moment dat ze als jongen verder wou. 

Dat kan tegenwoordig gewoon," zegt u berustend. "Dat klopt inderdaad, het lijkt mij ook niet fijn om te leven in een lichaam waarin je het gevoel hebt er niet in thuis te zijn," antwoord ik. Ik zie u instemmend knikken. "Maar u heeft volgens mij in ieder geval twee lieve bonusdochters in de vorm van schoondochters," zeg ik om van onderwerp te veranderen. Ik merk dat het u toch nog aangrijpt, ondanks uw Gronings-nuchtere kijk op de hele situatie. "Dat is ook zo, ze zijn heel lief en zorgzaam," beaamt u rustig. Het schilderij vordert en de onderschildering heb ik nog die zelfde middag erop staan. Ik laat het u zien en u vindt het meteen al geweldig. U herkent het portret terwijl het nog niet eens in kleur is geschilderd. "Dan ruim ik nu op en dan kom ik volgende week weer, is dat goed? Komt dat u uit?" vraag ik u, terwijl ik opsta om mijn potje water uit te spoelen in de keuken." Ik denk het wel, ik ben binnenkort ook jarig, en mijn zoon haalt mij dan op," zegt u opgewekt. " "Maar kom maar, dat is prima," hoor ik u nog zachtjes zeggen terwijl ik mijn verfspulletjes opruim. We nemen afscheid en ik loop weer naar huis. 

De week daarna bent u jarig. U wordt 98 jaar! Uw zoon mailde mij dat u bij hen op visite zou gaan. En of de schildersessie een weekje op kon schuiven. Twee weken later klop ik opnieuw aan met: "Goedemiddag! Hier is de schilderes weer, mag ik binnen komen?" "Ja natuurlijk, kom maar binnen! " hoor ik u vriendelijk zeggen. U begint meteen te vertellen als ik u vraag naar uw verjaardag. U weet niet meer zo goed wat u gedaan heeft, maar u weet nog wel dat u bij uw zoon bent geweest. En dat u het heel erg gezellig heeft gehad. We hebben het nog even over uw respectabele leeftijd en dat u er nog zo goed uitziet. "Dat komt door mijn familie denk ik, mijn moeder zag er ook nog zo goed uit op latere leeftijd," zegt u trots. Inmiddels staat alles weer klaar en begin ik met kleur te schilderen in uw portret.

 En we praten samen gezellig over vroeger en over de vreemde tijd waarin we leven. "Mijn man en ik hebben niet lang van ons pensioen kunnen genieten, hij is al jong gestorven," zegt u ineens. "Hij is aan een hernia overleden. De dokter vertelde dat een aantal wervels zo versleten waren dat er weinig meer aan te doen was." U kijkt in stilte naar de foto van uw man op het kastje tegenover u. " Wat is dat jammer zeg. Dan bent u al heel lang weduwe. Bent u nooit meer een andere leuke man tegen gekomen?" vraag ik wat te abrupt. "Nee, je gaat dan toch vergelijken, hè? Er was gewoon niemand zoals hij," zegt u stellig. "Dat kan mij goed voorstellen, dan kan je maar beter alleen blijven, inderdaad," geef ik als antwoord.Als er een stilte valt, kijk ik even op, en vallen mij de borduurwerken aan de muur op. "Heeft u die allemaal gemaakt?" vraag ik ze aanwijzend. U kijkt mee en vertelt dat borduren u heel veel ontspanning gaf. U breide ook veel, maar uw grootmoeder was daar echt een kampioen in. Zij breide voor het hele dorp. Ze werd zelfs speciaal gevraagd om voor baby's of kleine kinderen te breien. " Mijn grootmoeder liep altijd mank. Zo was ze geboren," zegt u ineens. "Ze leek er nooit last van te hebben, ze stond er om bekend in de hele buurt, om haar breikunsten en haar manke been," zegt u met een wat ondeugende glimlach. " Jammer dat ik nu niet meer kan handwerken, ik deed het zo graag. 

Maar ik zie het niet meer zo goed," vervolgt u teleurgesteld. " Maar ik vermaak mij eigenlijk wel prima. Ik kijk t.v. en ik krijg regelmatig visite, en ik ga ook vaak met de zusters buiten een wandeling maken." U kijkt ondertussen al vertellend mee met wat ik schilder op doek. Ik leg u uit wat ik doe en ik merk dat u dat fijn vindt. Ook als ik een paar keer het doek even omdraai en het op afstand aan u laat zien. "Wat moet er nu nog aan gebeuren dan? Het is al klaar toch?" vraagt u een beetje ongeduldig aan het eind van de middag. Dan leg ik u uit dat er nog wat details in moeten en dat uw haar nog wat slagen moeten krijgen. En daar bent u het eigenlijk wel mee eens. "Het haar moet goed zitten, ik ga elke twee weken naar de kapper. Dat vind ik belangrijk," zegt u serieus. We nemen weer afscheid met een tot volgende week! "En pas goed op u zelf!" zeg ik nog in de deuropening. Het schilderij is nu bijna klaar en ook het verhaal is bijna rond. Ik heb het heel bijzonder gevonden u te ontmoeten, u bent een prachtige sterke persoonlijkheid, ondanks de beperkingen van Alzheimer. 

Met een open geest, benieuwd naar nieuwe dingen en niet bang om ze aan te gaan. En gezien uw leeftijd vind ik dat erg bijzonder. Hopelijk kan u nog lang genieten van de tijd die u gegeven is en kan u het schilderij zien als een ode aan uw leven. Een portret van een bijzondere dame uit Groningen. Bedankt, het ga u goed.

Rijkswaterstaatman en familieman



In Genemuiden, daar bent u geboren, op 27 januari 1942. Het was toen de koudste dag van de eeuw. Uw vader was slager. Hij slachtte zelf de varkens en koeien. Hij was een harde werker, altijd voor de zaak in touw. Uw vader overleed toen hij 63 jaar was. Uw moeder hielp in het bedrijf. Ze hielp niet alleen in de winkel, ze maakte ook de worsten en naaide zakjes voor de rolpens. In het gezin werden er vijf kinderen geboren.
Op een gegeven moment overleed opoe en toen had uw moeder ook de zorg voor opa. Hij kwam boven de winkel wonen. Uw moeder overleed op 89-jarige leeftijd. U was de middelste in het gezin en de broer die na u kwam wist al heel jong dat hij ook slager wilde worden. 

Dit in tegenstelling tot u. U ging na de lagere school naar de MULO in Kampen met uw vrienden. Tot de dag van vandaag bent u met een aantal van hen nog bevriend. Na het MULO-examen ontmoette u uw grote liefde en sinds die tijd bent u samen.
Vanmiddag ben ik wat eerder op onze afspraak dan uw vrouw. Zo kunnen we wel alvast kennismaken. Mijn eerste indruk? U bent een echte heer. Een sprekend gezicht met een leesbril voor op de neus. U heeft een fraaie rode spencer en een overhemd aan, met daaronder een nette broek. U bent een persoonlijkheid en straalt rust uit. Ik zie u in een verblijfsrolstoel zitten in de huiskamer. Door een wat ronde rug zit u iets voorovergebogen.


U kijkt me met een nieuwsgierige blik aan en ik krijg een vriendelijk lach ter begroeting. Ik doe mijn mondkapje even naar beneden om u mijn hele gezicht te laten zien.
" Goedemiddag, volgens mij hadden we een afspraak," vraag ik naar de bekende weg. Langzaam en na een korte pauze zegt u: "Dat kan... heel goed." Al kort daarna horen we uw vrouw uit de lift aankomen. En na de kennismaking zegt ze serieus: "Zullen we naar de kamer gaan? Dan kunnen we rustig de zaken doorspreken."
Ik loop met haar mee en u wordt door een collega geholpen. Ik mag in een makkelijk stoel zitten, u wordt bij het keukentje gereden en uw vrouw gaat naast u zitten. Ik zie en voel aan u beiden dat u nog steeds na al de jaren heel erg veel van elkaar houdt. Tijdens het praten leunt u naar elkaar en deelt liefdevolle tekens en woorden die u samen alleen lijkt te begrijpen.


"Weet u al wat u op het schilderij wilt hebben?" vraag ik om het gesprek te beginnen. Want ik krijg het idee dat u er al samen over gesproken hebt. Ik zie een stapel fotoboeken en een envelop met briefjes, krantenknipsels en foto's.
Uw vrouw vertelt dat een portret wel erg mooi zou zijn. Met als achtergrond iets uit uw werkzame leven. U heeft namelijk een carrière gehad bij Rijkswaterstaat. Het komt erop neer dat u verantwoordelijk was voor onze veiligheid op de weg hier in het noorden.
Uiteindelijke komen we na een kort beraad uit op een rotonde. Voor mij zit daar een mooie symboliek in. Een cirkel staat voor oneindigheid. En voor de beslotenheid van het gezin en de familie. Voor u beiden is die zo dierbaar. Ik stel voor om op de rotonde vier fietsende mensen te schilderen en een auto met caravan. U fietste namelijk veel en u ging regelmatig op vakantie met de caravan. We kiezen een rotonde bij Zwolle uit. Die is u beiden bekend.


We maken nader kennis en de middag vliegt om. Na een dik uur nemen we afscheid en ik beloof er de volgende week weer te zijn. Uw vrouw mag er dan niet bij zijn. De maatregelen rond het Coronavirus zijn weer aangescherpt: één bezoeker... Ik beloof uw vrouw elke week foto's te sturen van de voortgang, zodat ze op de hoogte blijft.
Thuis schets ik uw portret van foto's die ik tijdens ons gesprek heb gemaakt. En op de achtergrond komt de rotonde. Uw vrouw mailt mij informatie over uw leven.
Tijdens uw schooltijd op de MULO bouwde u met uw vriend Henk een zeilbootje. U maakte daar regelmatig een tocht mee op het Zwarte Water. Wat genoot u van de natuur en de vrijheid die het zeilen geeft.
Na de MULO ging u naar de HBS in Kampen. U fietste zes jaar lang door weer en wind de 30 km naar school. Daar slaagde u met vlag en wimpel voor het examen; daarna ging u naar de HTS in Utrecht om Weg- en Waterbouwkunde te studeren.


U woonde toen in Utrecht bij de dames Langen. Studeren deed u in een klein kamertje met een opklapbed en een klein tafeltje. U had een wastafel en verder niets. Na drie jaar - u mocht een jaar overslaan - legde u het examen af en opnieuw slaagde u met vlag en wimpel. Daarna moest u twee jaar in militaire dienst. En vervolgens ging u op zoek naar een betrekking. Na wat oninteressante baantjes kwam u in Hardenberg bij de dienstkring ter plaatse, bij het detachement Onderhoud en Beheer van de Wegen, vanaf de Duitse grens tot aan Zwolle.
Daarbij behoorde ook het onderhoud en beheer van de rivier de Vecht, ook vanaf de Duitse grens tot aan Zwolle. U was eindelijk in uw element en genoot van de verantwoordelijkheid en de samenwerking met de verschillende afdelingen en collega's. Met uw chef, de opzichters. de kantonniers en de administratie, met iedereen kon u heel goed opschieten. U gaf ze vrijheid en verantwoordelijkheid en dacht met hen mee. U had alle vertrouwen in hun kunnen. En als het nodig was, konden ze bij u aankloppen voor advies en begeleiding. U was een man die kon verbinden doordat u begrip had voor mensen en hen kon motiveren en inspireren. Dat maakte u zeer geliefd bij de collega's.


Na een paar jaar kreeg u het advies van uw baas om de opleiding voor hoofd-Dienstkring te gaan volgen. U ging akkoord en nam de uitdaging aan. Drie drukke jaren volgden. U was ondertussen getrouwd met uw huidige vrouw en ging wonen in Heemse. Heemse is een dorp en een voormalig kerspel in de gemeente Hardenberg. Nu ligt het tussen meerdere woonwijken van de stad Hardenberg. Heemse ligt op de linkeroever van de Overijsselse Vecht. Uw eerste twee zonen zijn daar geboren.
De week daarna kom ik weer naar het verpleeghuis en heb ik de schets op doek staan. Ik loop alvast naar uw kamer en de collega begeleidt u er ook naar toe. Ik haal een klein tafeltje van de gang voor mijn ezeltje. Als de collega weer naar de huiskamer loopt, zie ik dat u wat onrustig bent. U heeft het idee dat u nog van alles moet doen en ergens moet zijn; rode blossen op de wangen en een onrustige houding. Uw blik is gespannen.
"Komt het gelegen dat ik er ben? Kan ik u ergens mee helpen? Iemand bellen of een afspraak verzetten?" vraag ik rustig en serieus. U kijkt naar mij, net boven uw leesbril uit. Ik zie de spanning op uw gezicht.
"Ik kan misschien wel even wat voor u regelen. Een telefoontje is zo gepleegd," zeg ik om u gerust te stellen.


"U zal het eerder wel heel erg druk hebben gehad toen u nog voor Rijkswaterstaat werkte. Met veel verantwoordelijkheid voor de veiligheid op de weg." Ik zie u knikken en langzaam ontspannen.
Ik probeer u wat af te leiden door u te vertellen waarom ik er ben. En het werkt. U kijkt geïnteresseerd naar het doek en wat ik erop heb getekend. Als ik u de rotonde laat zien, zie ik herkenning. "Dat.......ziet er al goed..... uit, zeg," zegt u verbaasd.
Inmiddels besef ik wel dat het spreken niet meer gaat zo als vroeger. U lijkt moeite te hebben om op de woorden te komen en ook het beginnen van een zin gaat moeizaam. U bent zich daar ook bewust van. "Een antwoord... komt wat laat, dat komt....door die Parkinson," zegt u gelaten.
"Lastig lijkt mij dat," zeg ik als ik terugkom uit de badkamer met een gevuld potje water voor de penselen..
U knikt. "Dat is... het ook."


"Heeft u zin in een kopje koffie?" vraag ik terwijl ik bij u ga zitten. Maar dan komt de collega toevallig net binnen met koffie.
" Wat een service, dank je wel," zeg ik voor ons samen. Dan zie ik op het kastje een handgeschreven briefje. Ik pak het op en lees het voor. Uw vrouw heeft nog meer foto's verzameld en chocolade gehaald voor bij de koffie. Ik zie u glimlachen en ik merk aan u dat u dit herkent van uw vrouw, die zorgzaamheid. U vertelt in weinig woorden dat u dat ook zo mooi vindt aan haar.
Ik merk aan u dat u langzaam ontspant, terwijl we het over het schilderij hebben en ook over uw werkzame leven bij Rijkswaterstaat. Inmiddels heb ik meer informatie gekregen van uw vrouw.
Na de opleiding werd u hoofd van de dienstkring in Dieren. U kwam in een mooi en groot huis te wonen. De ene helft was kantoor en het overige deel uw woonhuis. En u had een prachtige, grote tuin!
Uw vrouw vertelt dat het een fijne tijd was. Er was veel contact met personeel en collega's. Maar vooral genoot u van de prachtige natuur in de omgeving. De Dienstkring bestreek namelijk het hele gebied van Velp naar Zutphen en Winterswijk en daartussen. U had toen ook veel met verkeersveiligheid te maken en na vijf jaar werd u gevraagd om inspecteur voor de Verkeersveiligheid (VI) te worden voor Noord-Nederland . 

U verhuisde met vrouw en beide zoons naar Meppel. Elke maandag ging u met de trein naar Den Haag, waar de collega's uit alle provincies vergaderden. Daar werd alles doorgepraat en werd bedacht hoe de veiligheid in het verkeer gewaarborgd en verbeterd kon worden, en dat werd dan weer doorgegeven aan dienstkringen in elke provincie.
Als ik het u vertel, zie ik u glunderen. U heeft het er erg naar uw zin gehad. Het was voor u en uw vrouw een heel mooie tijd.
De onderschildering zit er bijna op en u kijkt tevreden mee. De onrust van in het begin van de middag is verdwenen. "Ik maak nog even wat foto's voor uw vrouw, hoor," zeg ik en ik pak mijn mobiel. U knikt.


We nemen voor die middag afscheid. Op de terugweg denk ik nog hoe raar het leven kan lopen. En dat ziekte en beperkingen iedereen kunnen overkomen. Welke achtergrond, opvoeding, opleiding, of carrière men ook heeft gehad. En ook u is dit niet bespaard gebleven.
Uw vrouw reageert positief op de foto's en heeft nog een suggestie. Of ik de initialen van de kleinkinderen op de borden midden op de rotonde kan zetten. Er moet ook nog een auto met caravan op en vier fietsende mensen. Dit omdat u eerder veel fietstochten maakte met de zus van uw vrouw en uw zwager.


Uw vrouw vertelde nog meer over uw leven via de mail. U bleef contact houden met de Veiligheids-inspecteurs en hun echtgenoten. Ondertussen werd uw derde zoon geboren. U was juist op dat moment in Engeland voor een congres.
Een prachtige tijd volgde. Uw gezin was compleet, de broers gingen goed met elkaar om en ook het contact met de rest van de familie was heel fijn. Uw drie zonen zijn heel belangrijk in jullie leven. Als de jongens gingen sporten ging u graag mee als chauffeur. Na het vwo gingen ze alle drie studeren. De oudste ging in Enschede Werktuigbouwkunde studeren.
De tweede zoon ging in Enschede Technische Bestuurskunde studeren en de jongste ging naar Groningen om Psychologie te studeren later ging hij nog een politie-opleiding. Ze hebben alle drie een lieve vrouw gevonden en nu heeft u vijf prachtige en lieve kleinzonen, die regelmatig een bezoek brengen aan hun opa en oma.


Jullie ondernamen veel met elkaar in vakanties of op daagjes uit en bij verjaardagfeesten. Met familie, maar ook met vrienden die u al had vanaf uw lagere schooltijd. U heeft daar beiden de beste herinneringen aan. En na het drukke en verantwoordelijke werk was er de ontspanning in uw recreatie-bungalow in Drijber.
De weken daarna ben ik stipt op tijd om samen met u te spreken over vroeger, maar vooral ook over het schilderij en hoe het moet worden. We luisteren samen naar klassieke muziek en ook naar Ierse folkmuziek.
Uw portret gaat steeds meer lijken, en de achtergrond krijgt steeds meer persoonlijke aanvullingen. "Dat...heeft zeker mijn...vrouw bedacht." U wijst naar de auto met caravan. Ik bevestig het en geef aan dat ik ook heb voorgesteld om die erbij te schilderen.


Uw vrouw beëindigt haar mail met informatie over uw leven met het verhaal dat er in 1995 een wens in vervulling ging. U mocht als eerste een kavel aan de Oosterboer uitzoeken, een nieuwbouwwijk binnen Meppel. U mocht mee denken met de bouw en het ontwerp. En uw vrouw woont daar nog met veel plezier naast heel fijne buren.
Het schilderij is bijna klaar en u bent deze laatste middag wat vermoeid en afwezig. Een waterige zonnetje schijnt naar binnen. Ik zie u af en toe in slaap dommelen. De klassieke muziek zorgt voor een ontspannen sfeer, rust... En ondertussen bedenk ik hoe Ik even heb mogen meelopen in uw bijzondere leven dat zo rijk, vol en druk geweest is. En ik besef de verantwoordelijkheid die u heeft gehad voor de veiligheid van ons allemaal. U heeft daar met groot plichtbesef aan bijgedragen. Ook nu maakt u zich nog steeds zorgen, als het buiten sneeuwt of regent, of de wegen wel goed begaanbaar zijn.


Hopelijk kunt u het schilderij zien als een ode aan u en aan uw leven met uw gezin en bij Rijkswaterstaat. Maar vooral is het een ode aan u als mens, vader en vriend. En wellicht wordt het later een aandenken voor uw familie. Ik vond het heel fijn om dit voor u allen te doen; uw betrokkenheid en het meedenken heb ik erg gewaardeerd. Bedankt daarvoor. Het ga u goed.

Het eiland gevoel


Bij uw appartement in de lange gang klop ik op de deur en ik zie door het raampje een meneer naar de deur lopen. Hij doet open en begroet mij met een vriendelijk "Goedemorgen". Hij heeft een blauw mondkapje op en trekt dat even naar beneden, gaat even wat door de knieën en steekt stoer zijn elle boog naar mij uit. De elleboogstoot als begroeting in plaats van de handdruk... Een nieuwe gewoonte en we moeten er hartelijk om lachen. "Zo gaat dat toch tegenwoordig, hè? " zegt hij terwijl hij mij voorlaat en de deur achter mij dicht doet. "Nieuwe tijden, nieuw zeden," glimlach ik, terwijl ik doorloop naar de kamer waar ik u - wat voorovergebogen in de rolstoel - zie zitten. 

Het is een verblijfrolstoel, en u zit met uw gezicht naar het raam, met de rug naar mij toe. Ik loop langs u heen en draai mij om. Ik doe even mijn mondkapje naar beneden, zodat u mijn hele gezicht kan zien ter begroeting. Ik zie u knikken. " Goedemorgen," zeg ik erbij en u beantwoordt dit vriendelijk. Op afstand - anderhalve meter - schuif ik een stoel erbij en ga ik zitten. Uw man neemt plaats aan de keukentafel. U bent een fragiele, kleinere dame, zie ik. Kort geknipt grijs haar, strak naar achteren gekamd, en wat opvalt zijn uw prachtige bruine ogen. U straalt een soort stevigheid uit ondanks alle beperkingen. Onderzoekend en ook een beetje nieuwsgierig kijkt u mij aan, nieuwsgierig naar wat komen gaat. Ik zie dat u waarde hecht aan kwaliteit: u bent keurig gekleed met een nachtblauw vest en een gemakkelijke broek. 

 De collega die later binnen komt biedt ons een kopje koffie aan en dat slaan we niet af. "Hoe gaat het met u?" vraag ik om het ijs wat te breken. "Ach, naar omstandigheden eigenlijk wel goed." Ter bevestiging kijkt u even naar uw man. Hij knikt . En hij begint meteen te vertellen over de tijd dat het zo ver kwam dat u hier moest komen wonen. Lichamelijk ging het al een paar jaar niet goed. Uiteindelijk moest u van een rolstoel gebruik maken en ging de zorg thuis niet meer; u moest u opgenomen worden. Uw man woont nog in uw beider voormalige woonhuis. Het wordt even stil. Het is toch wel wat, realiseer ik mij. Zo lang bij elkaar en dan ineens noodgedwongen uit elkaar. Uw man vertelt het alsof het iemand anders betreft, maar dit alles is toch heel ingrijpend voel ik met u mee. Ook al krijg ik het idee dat u beiden heel positief blijft en er wat van wilt maken, ondanks alles. 

Die instelling stelt me wat gerust en ik herpak mezelf. Ik vraag aan u beiden of u al weet waarom ik er ben en wat 'Verhalen Schilderen' inhoudt. Uw man vertelt in grote lijnen wat hij begrepen heeft van mijn contactpersoon. "Eigenlijk is het de bedoeling dat we vanmorgen elkaar wat leren kennen en misschien ook tot een onderwerp komen," zeg ik als aanvulling op wat uw man vertelt. "Daar hebben we al over nagedacht. We hebben meer dan veertig jaar op Vlieland gewoond en we willen in ieder geval de vuurtoren met de duinen. "Om het eilandgevoel te laten herleven," zegt hij bescheiden. Ik zie u bevestigend knikken. " Het mag ook wel de vuurtoren van Ameland zijn, omdat die wat mooier is met zijn strepen," zegt hij terwijl hij een tekening pakt met daarop de vuurtoren van Ameland. " Heeft u die zelf gemaakt? " vraag ik belangstellend. Dat blijkt zo te zijn. We bekijken samen nog de karakteristieke toren en we hebben het over het schilderij dat gemaakt gaat worden. "Is een portret van uw vrouw ook niet leuk om dat voor het landschap te schilderen? " stel ik voor. U kijkt elkaar met een klein lachje aan. 

Alsof u een geheimpje heeft. "Daarom heeft mijn vrouw een blauw vest aan en heeft ze wat lippenstift opgedaan!" Hij staat op, pakt een kam en kamt uw haar wat naar voren. " Ze kammen het haar altijd zo naar achteren, maar ze heeft het altijd in een pony. Zo, dit is veel beter," zegt hij rustig. En hij loopt weer naar zijn stoel aan de keukentafel. "Aha!" U heeft eigenlijk al besloten dat het ook een portret mag worden, " zeg ik enthousiast. " Nou, dat kan hoor, zal ik wat portretfoto's van u maken?" Ik leg u uit dat ik foto's kan maken terwijl we praten. En dat u niet hoeft te poseren. Ik zie u opgelucht kijken naar uw man. U glimlacht naar elkaar als blijk van verstandhouding. We praten verder wat over vroeger en uw tijd op Vlieland. U heeft er veertig jaar gewoond. En hoe u er over vertelt, geeft mij het gevoel dat u het als een heerlijke tijd hebt ervaren. Ook al was u import-eilanders, u heeft zich altijd Vlielanders gevoeld. Uw man werkte bij de gemeente en u was huisvrouw en zorgde voor de vier kinderen. U heeft drie dochters en één zoon gekregen. Hij was de verrassing na een gezin met alleen maar meisjes. Daarnaast was u druk in verschillende verenigingen op Vlieland. 

 Ook heeft u in verscheidene supermarkten gewerkt. Toen de kinderen gingen studeren heeft u besloten het eiland te verlaten. Het kostte namelijk bakken met geld om de kinderen te blijven onderhouden. Ze moesten aan de wal op kamers. En als ze langs wilden langskomen was dat uiteindelijk toch elke keer weer veel gedoe. Ze waren een hele dag of weekend kwijt voor een bezoekje. Met pijn in het hart besloot u samen naar de vaste wal te verhuizen. En u kwam uiteindelijk op advies van een kennis in Steenwijk terecht. De natuur, het water en de bossen rondom de stad deed u toch nog een beetje aan uw mooie eiland denken. De foto's zijn inmiddels gemaakt en u heeft het nauwelijks gemerkt. We nemen voor deze middag afscheid en thuis ga ik aan de schets werken. En ik moet aan de woorden van uw man denken. 

 "U hoeft de vuurtoren van Vlieland er niet op te schilderen hoor, die is zo klein en lijkt zo onbeduidend. De toren van Ameland mag ook wel, het gaat ons om het eilandgevoel." Dit zint me toch niet. En laat ik nu thuis toch nog een hele mooie foto van de vuurtoren van Vlieland hebben, met de duinen en een blauwe lucht. Wat mij betreft een weergave van het ultieme eilandgevoel. Ik trek de stoute schilderschoenen aan en ga tegen uw wensen in toch de vuurtoren van Vlieland op het doek schetsen. Er niet helemaal gerust op ga ik de week daarna weer naar u toe. Dit keer is uw man er niet bij. De collega laat mij binnen nadat we op de deurbel hebben gedrukt. U zit weer net als vorige week met de rug naar ons toe als we binnen komen. " Goedemorgen, " zeggen we in koor en we horen u zacht terug groeten met een rustig goedemorgen. 

 Ik loop even naar het raam om u te laten zien wie ik ben. U glimlacht en ik zie dat u mij herkent. De collega stelt voor om een kopje koffie te halen en loopt weer weg. Ik zet mijn ezel op tafel en vraag even of ik wat spulletjes mag verschuiven. Dat mag. "Vindt u het leuk om mee te kijken? Dan draai ik uw rolstoel even bij als u het goed vindt," vraag ik terwijl ik naar u toe loop. "Dat is goed, hoor," hoor ik u zeggen. Voorzichtig schuif ik de salontafel even aan de kant en draai uw rolstoel een kwartslag zodat u met het gezicht naar de keukentafel zit, daar waar ik mijn schilderspullen heb klaar gezet. Ik laat u de schets zien en gelukkig reageert u heel blij. U herkent de vuurtoren van Vlieland meteen. Ik leg u uit wat ik ga doen en dat ik eerst de onderschildering ga maken. Er wordt aangeklopt. De collega komt met een kopje koffie binnen. U krijgt een kopje thee. En we zijn er allebei blij mee. Heerlijk. 

Mijn eerste kop koffie van de dag. " Houdt u van klassieke muziek?" vraag ik. "Ja, dat vind ik wel fijn om naar te luisteren," zegt u rustig. Ik zoek op Spotify mijn speellijst met licht klassieke muziek op en tik die aan. 'Het Voorjaar' van Vivaldi vult de kamer. We glimlachen naar elkaar. U herkent de muziek. Inmiddels heb ik in de gaten dat u een vrouw bent van weinig woorden, maar ik merk aan uw uitstraling en mimiek dat u het wel interessant vindt als ik u vertel over het schilderij in wording. Als ik de onderschildering van uw portret klaar heb, hoor ik u voorzichtig achter mij zeggen: "Ja, maar is mijn gezicht niet een beetje te groot?" Ik draai mij om en reageer met: "

Dat is meestal zo in het begin hoor, ik moet de achtergrond nog schilderen. Ik denk dat het dan wel mee zal vallen, en als u het dan nog te groot vindt, kunnen we altijd nog overleggen om het kleiner te maken, of alleen Vlieland te schilderen," zeg ik geruststellend, terwijl ik mijn penseel weer even terug zet in de pot. " Zal ik uw man een foto sturen, zodat u straks samen even rustig kunt overleggen?" En dat vindt u een goed idee. Als ik verder schilder, hoor ik uw ademhaling rustiger worden, en als ik even omkijk, zie ik dat u in slaap bent gevallen. Een goed teken wat mij betreft, u bent ontspannen. En als u weer wakker wordt, kijkt u weer geïnteresseerd mee met wat ik aan het doen bent. Ook al vindt u het hoofd nog steeds een beetje te dominant. Die middag zit de onderschildering van Vlieland erop en we nemen voor nu afscheid. Ik stuur foto's van het geheel naar uw man, zoals afgesproken, zodat u samen even kunt overleggen.

En na een paar dagen krijg ik een mail terug. Uw man heeft met de kinderen beraadslaagd en ze vinden allemaal dat ik op de goede weg ben. En dat ik het schilderij zoals het nu is af mag maken. U heeft daar ook zeggenschap over gehad. Uw man heeft u blijkbaar kunnen geruststellen. De week daarna ben ik er weer en ga de tweede laag met kleur aanbrengen. Die ochtend luisteren we weer samen naar licht klassiek en genieten we van elkaars gezelschap. Ik vertel tijdens het schilderen over Ameland, waar ik regelmatig ben. En u vertelt met weinig woorden over uw Vlieland, over uw man en de kinderen. En dat u hele fijne herinneringen heeft aan het eiland. "Vindt u de koffie wel lekker eigenlijk?" vraagt u ineens, nadat we - heel vriendelijk - weer een kopje aangeboden hebben gekregen. Ik draai mij om en ik zie u verbaasd kijken.

 "Nou, om eerlijk te zijn is het altijd wel een hele sterke koffie, ik doe er thuis altijd wat warme melk in, dan is het wat minder bitter," zeg ik terwijl ik een slokje neem. "Ik neem het eigenlijk nooit, ik vind het veel te sterk," zegt u serieus. Ik neem nog een slok " Dat is het inderdaad ook wel een beetje, maar ik vind het wel lekker. "En je wordt er echt wakker van," zeg ik met een kwinkslag. Ik zie u glimlachen. We genieten samen van het luisteren naar een pianosonate van Beethoven. Het schilderij vordert en we hebben het nog even over de grootte van uw gezicht. En u geeft aan dat het nu goed is. Ook omdat uw man en kinderen het mooi vinden. En u zegt het met een glimlach. En ik begrijp wat u eigenlijk wil zeggen. Het hoeft eigenlijk niet voor u. Zo'n portret. Het landschap van Vlieland vindt u veel mooier. Maar u realiseert zich dat het voor uw man en kinderen een bijzonder aandenken kan worden. Het schilderij is bijna klaar. Uw portret is dat van een sterke persoonlijkheid, een vrouw met een rijk leven achter de rug. Met mooie herinneringen aan Vlieland, het gezinsleven en uw werkzame leven daar. 

 Uiteindelijk is het toch die authentieke vuurtoren geworden. Dat voelt voor mij, achteraf, toch wat beter. En gelukkig ook voor u. U heeft op Vlieland toch veertig jaar aan voetstappen achtergelaten. En daar heeft u mooie herinneringen aan. Hopelijk geeft het schilderij voor u straks iets van dat eilandgevoel en is het portret ook een mooi aandenken voor uw man en kinderen. Bedankt voor uw vertrouwen en openheid. Ik vond het heel fijn om dit voor u te doen. Het gaat u goed.  

Kind van de natuur



In Ermelo, aan de Schoolweg, midden in de bossen, daar bent u geboren, in 1932. Het gezin bestond uit vader en moeder, vier zoons en vijf zussen. U was samen met uw broers en zussen kinderen van de natuur. Het bos rondom was uw speeltuin. Uw vader werkte als typograaf bij drukkerij Bolhuis in Ermelo. En uw moeder was thuis om voor het gezin te zorgen. Ze was een gevoelige vrouw, met een groot hart. Heel zorgzaam, altijd stond ze klaar voor de ander. U kan zich herinneren dat u dat destijds - als jongetje - niet altijd even leuk vond.


"De mensen die ze in huis liet, gaven ons luizen," zegt u met een glimlach. "Maar nu begrijp ik het wel beter, ze kon gewoon niet anders. Vooral in de oorlog."
In de hongerwinter van 1944 gingen mensen uit het westen van Nederland op zoek naar voedsel in het oosten van het land. Dan liepen of fietsten ze - tot zelfs uit Rotterdam - en kwamen ze hier over de Harderwijkse weg naar de dorpen in Overijssel. U woonde vlakbij die weg.


Ook waren er vluchtelingen bij. Uw moeder liep vaak naar die weg en zocht er de zwakste vrouwen op - met soms ook nog jonge kinderen - en nodigde ze uit om met haar mee te gaan naar huis om wat bij te komen en aan te sterken.
Soms kwamen die mensen weer langs, omdat ze bij de IJsselbrug moffen tegenkwamen, die het voedsel afpakten. Dan moesten ze terug, armzalig gekleed en zonder eten. Uw moeder kon dat dan niet zomaar voorbij laten gaan. Letterlijk niet en figuurlijk evenmin.
Uw moeder is in die tijd ook nog heel erg ziek geweest. Ze kreeg tuberculose en moest worden opgenomen in een sanatorium. U weet dat nog heel goed; ze werd erg gemist: zij was de spil van het gezin.
U bent in Ermelo naar de lagere school gegaan. Liesje Vis, dat was uw eerste liefde, u kan het zich nog levendig herinneren. Even verschijnt een glimlach onder uw fraaie snor.


Later bent u naar de ambachtsschool in Harderwijk gegaan.
Daarna bent u gaan werken als meubelmaker in het bedrijf van de zwager van uw oom. U vond het er niet zo leuk. U moest meubels maken en daar kon u uw creativiteit niet in kwijt En u moest almaar binnen zitten. U miste het buitenleven. En alles wat u maakte, was steeds hetzelfde, in een dodelijke routine.
Later kwam u bij een meubelhuis in Ermelo te werken, waar u meer uw eigen gang kon gaan. U maakte daar o.a. kinderbedjes naar eigen ontwerp. En dat was een hele vooruitgang.


Het verpleeghuis waar u nu woont is bij mij om de hoek. Ik ga er meestal lopend naar toe. Een heerlijke wandeling langs de Heerengracht in Meppel. Als ik naar binnen ga, moet het mondkapje op. Ik hang mijn jas aan de kapstok in de hal en stap de lift in naar de tweede etage. Daar is de huiskamer waar u overdag meestal verblijft. De collega weet dat ik kom en loopt al naar u toe om u te vertellen dat de schilderes er is.
"Weet je trouwens dat meneer in het programma 'Man bijt hond' is geweest met zijn witte steenmozaïeken in de natuur?" vraagt ze plotseling.


"Nee, wat leuk, vertel!" zeg ik nieuwsgierig.
"Hij gaat dat je zelf zo wel uit de doeken doen. Het is heel bijzonder!"
U kijkt op, benieuwd naar wie er op bezoek komt en wie er zo druk aan het praten zijn.
Ik sta nog in de deuropening en ik doe mijn mondkapje even af om u mijn gezicht te laten zien. U knikt serieus en pakt de rollator aan die de collega voor u neer heeft gezet. Het gaat gebeuren, lijkt u te denken. Met wat hulp staat u moeizaam op en loopt u met de collega mee naar uw kamer. Ik volg uw voorzichtige passen.
"Jullie kunnen hier ongestoord kennis maken, ik breng jullie zo een kopje koffie," zegt ze vriendelijk.


Ik kijk even rond. Uw bed staat parallel aan het raam midden in uw kamer. Uw stoel staat bij het raam en daar gaat u zitten. Zo heeft u een mooi uitzicht op de Herengracht met die fraaie platbodem, die daar afgemeerd ligt.
Tegen de muur staat een oude eikenhouten kast met daarnaast een flat screen t.v. ik vraag aan de collega of ik het zadelkrukje mag lenen uit het kantoor.
Als ik u wat beter in mij op kan nemen zie ik een kleine, gedrongen oudere heer. Grijzend haar, boven de oren hoog opgeschoren en bovenop wat langer en netjes naar achteren gekamd. Het lijkt me de stijl van heren eind jaren '40. Uw ogen staan rustig en zelfverzekerd. En wat het meest opvalt is uw markante snor waarvan de punten een beetje naar boven zijn gekruld. Het geeft u een krachtige en zelfverzekerde uitstraling. 

U bent keurig gekleed, met een geblokt overhemd op een nette grijze pantalon. Ik krijg het gevoel dat ik met een kleurrijk mens te maken heb.
Als ik u vertel wat ik kom doen, bent u gereserveerd enthousiast.
"Ik moest wel even aan het idee wennen, ik dacht dat ik zelf moest gaan schilderen," zegt u wat terughoudend. Ik vertel u dat dat niet de bedoeling is. Het lucht u zichtbaar op. "Mijn dochter kan trouwens heel goed schilderen, ze is getrouwd met iemand die directeur is van een museum in Nunspeet," zegt u trots en u wijst naar een schilderij aan de muur. "Kijk, dat schilderij heeft ze gemaakt."


Ik draai mij om en zie bij de ingang van de kamer een prachtig abstract werk in een dieprode kleur. Her en der is het met forse hand geschilderd, wat het schilderij extra structuur geeft. En achter u zie ik een zelfportret in felle kleuren.
"Uw dochter heeft wel talent, ze heeft een heel eigen signatuur," zeg ik bewonderend.
"Dat heeft ze zeker," zegt u trots.
U vertelt dat u haar veel geholpen heeft. Ze heeft een nomadische aard. Ergens lang blijven past niet bij haar en als ze dan weer ging verhuizen hielp u bij de verbouwing van haar nieuwe onderkomen. En elke keer weer vond u dat geweldig om te doen.


"Dat heb ik van mijn moeder, ik sta graag klaar voor anderen, dat zit in mijn aard," zegt u bedachtzaam. Er valt even een stilte.
"Wat zou u ervan vinden als ik uw portret ga schilderen. Ik vind u namelijk een markante kop hebben met die prachtige snor," stel ik voor. We kijken elkaar aan en ik zie dat mijn compliment u ontroert.
"Tja, dat is wel een idee," zegt u rustig.
"Zal ik er een mooi klassiek portret van maken? Met een donkere achtergrond, zodat uw gezicht mooi uitkomt," vraag ik. En weer raakt mijn vraag een gevoelige snaar. Uw ogen worden vochtig, en ik zie u verlegen glimlachen. En opnieuw besef ik wat aandacht en contact met een mens kan doen. Ik maak wat portretfoto's en we nemen afscheid na een heel gezellige ochtend samen.


Terwijl ik over de Herengracht terug naar huis wandel, blijft uw beeld me door mijn hoofd spelen. U vertelde ook over uw jonge jaren, toen u in militaire dienst moest. U bent toen naar Rotterdam gegaan. Daar kon u logeren bij kennissen van uw oudste zus, terwijl u de diensttijd vervulde. Op een gegeven moment werd u op Texel gelegerd en daar werd u commandant van de Militaire Politie. U bent daarvoor naar de kaderschool gegaan. U wilde in die tijd graag naar 'de West'. Zo noemde men Suriname destijds. Maar dat mocht niet, omdat u daar eigenlijk te slim voor was, werd er gezegd.


Het leven bij M.P.'S vond u zo leuk dat u samen met een kameraad nog een jaar hebt bijgetekend. U heeft van die tijd genoten. Als instructeur leerde u de jongens de kneepjes van het vak.
"Ik had altijd heel snel in de gaten wie er voor in de wieg was gelegd of niet," zei u een keer zelfverzekerd.
En het besef dat u Nederland en zijn inwoners beschermde, dat vond u mooi. Het vervult u nog met trots.


En zo - in gedachten verzonken naar huis lopend - denk ik wat ondeugend aan die opgekrulde snorpuntjes, die zo bij u passen.
Later bent u toch het bedrijfsleven in gegaan en heeft u bij de Nederlandse Bank in Rotterdam gewerkt. En daar kwam uw ervaring als instructeur bij de M.P. en uw verantwoordelijkheidsgevoel van pas. De bank had namelijk een schietkelder. En de politie van Rotterdam kon volgens u - op enkele uitzonderingen na - niet goed schieten. En dat wisten de dienders zelf ook, en ze kwamen maar al te graag gebruik maken van uw expertise op dat vlak.
Thuis begin ik gelijk aan de schets van uw portret.
De week daarop ben ik er weer en dit keer zit u nog op uw kamer. Als ik richting uw deur loop, hoor ik het geluid van een scheerapparaat. Ik klop op de openstaande deur en doe mijn mondkapje even naar beneden als begroeting. Ik zie u weer bij het raam zitten met het scheerapparaat in de hand bij uw kin. Het zoemende geluid wordt steeds sterker als ik dichterbij kom.


"Goedemorgen!" roep ik. Ik zie uw ogen glimlachen ter begroeting. De collega vertelt me dat meneer nog aan zijn ontbijt zit, maar dat ik er wel bij kan gaan zitten. Ik haal mijn zadelkrukje op en een tafeltje waar ik mijn schilderspullen op kan zetten. Als ik er klaar voor zit, gaat het scheerapparaat uit.
"Ik had nog wel even willen blijven liggen hoor," zegt u wat nukkig. "Ik hoef er niet zo nodig vroeg uit, maar de zusters, hè? Die hebben natuurlijk nog meer te doen," voegt u er met wat meer begrip aan toe.
Als ik begin uit te leggen wat ik ga doen luistert u aandachtig. En de gesprekken die daarna ontstaan gaan over uw vroegere jaren, over uw leven in het huis bij de bossen van Ermelo. U speelde veel in het bos en daar is uw liefde ontstaan voor de planten en de dieren. U bent een kind van de natuur.


En weer vertelt u over de plek waar u woonde met uw moeder en vader en uw vele broers en zussen. Die tijd heeft veel indruk op u gemaakt. Maar ik hoor nu ook over de mozaïeken die u maakte op latere leeftijd. "Ik pakte dan een wit steentje op en nog een, en nog een, en er ontstond vanzelf een patroon als een tapijt in het bos."
"Uw dochter heeft haar kunstzinnigheid niet van een vreemde," zeg ik, terwijl ik mijn penseel even uitspoel en naar u opkijk. U kijkt mij aan, u lacht en haalt uw wenkbrauwen op als teken van bevestiging.
"Ik begin er al echt op te lijken zeg," hoor ik u achter mij zeggen.
"En dan is dit nog maar de onderschildering," regeer ik.
Ook deze morgen vliegt voorbij. U vertelt over vroeger en valt wel eens in herhaling, maar dat is helemaal niet erg. Ik luister aandachtig en zie dat u ervan geniet, en daar geniet ik op mijn beurt ook van.
De weken daarna vordert het schilderij, er komt kleur in en ik ben aan het stoeien met het overhemd. Die blokken zijn best ingewikkeld om te schilderen. "Wat mij betreft mag je de blouse wel gewoon blauw maken," zegt u op een gegeven moment als ik wat in mezelf zit te mopperen.
"Nee hoor, ik zie het als een uitdaging en ik vind ook dat uw pen in de borstzak moet, vindt u niet?" vraag ik u.


"Eigenlijk wel, hè? Ik had altijd een pen bij mij, inderdaad," zegt u terwijl uw hand naar uw borstzak gaat, maar er deze keer geen pen vindt.
"Dan moet die er zeker in!" zeg ik, ondertussen behoedzaam een streepje zettend waar de pen moet komen.
Het schilderij is nu bijna klaar. U vond eigenlijk al na drie ochtenden dat het af was en u begrijpt niet wat ik er nog aan moest veranderen. Elke week hoor ik u zeggen: "Laat 't maar hier, af is af."
Maar gelukkig mag ik het elke week nog even meenemen.
Terugdenkend, besef ik, dat ik een hele fijne tijd bij u heb gehad. Het was interessant en leerzaam. Uw mooie verhalen over de bossen rond Ermelo... ik voelde mij met u weer even kind van de natuur. Maar bovenal was het elke week echt gezellig. Ik hoop dat het portret u recht doet. En dat u het wil zien als mijn eerbetoon aan uw rijke leven en aan wat u heeft bereikt. Maar vooral ook als een eerbewijs aan de man die voor zoveel andere mensen iets heeft betekend.
Het gaat uw goed.

Mousy


december 2020

U bent een kind van deze streek. Inmiddels weet ik dat u in Staphorst op 't Schot geboren en getogen bent. Later bent u naar Staphorst verhuisd; u woonde tegenover molen 'de Leijen'. De molen is gebouwd in 1854 in het buurtschap 'de Leijen'. Vandaar de naam. U bent in Staphorst naar de lagere school gegaan en later bent u met het hele gezin naar Rogat verhuisd, een gehucht met amper honderd inwoners.

 Er stond een melkfabriek, en aan zijweggetje staat nog de directeurswoning met aan de andere kant een rij arbeidershuisjes van die fabriek. Het was vanaf 1889 zelfs de eerste coöperatieve stoomzuivelfabriek van Drenthe. Hoewel de buurtschap gedeeltelijk bij Meppel hoort, voelen de inwoners zich vroeger ook meer verbonden met De Wijk. Toen deden de inwoners van dorp Rogat dan ook vooral daar de boodschappen. U woonde bij de brug over de Hoogeveensche Vaart. 

Tijdens de oorlog werden uw ouders gedwongen Duitsers te huisvesten. Dat moet toen een vreemde, spannende tijd geweest zijn. Vooral voor uw ouders. Ook toen u in Rogat woonde, moest u uiteraard naar school. Dat was in De Wijk. daar stond de dichtstbijzijnde lagere school. Het was voor u als kind iedere dag kilometers lopen. Maar u deed dat samen met leeftijdgenootjes en dat maakte het natuurlijk wel leuker en gezelliger. Er werd vast ook wel eens kattenkwaad uitgehaald onderweg. In de winter was de tocht naar school vaak nog zwaarder. 

Er waren zelfs winters dat de hele buurt hielp om een doorgang te maken voor u en de andere kinderen. Er waren opgewaaide sneeuwduinen en met sneeuwscheppen moest er een pad begaanbaar gemaakt worden, zodat jullie naar school konden. Uw vader was stratenmaker en uw moeder was een zorgzame vrouw en werkte thuis. Zij had de zorg voor het huishouden en de kinderen. 

Uw vader kreeg op latere leeftijd Alzheimer. Hij heeft nog dertien jaar in een verpleeghuis gewoond. Als ik deze middag voor een kennismakingsgesprek langs kom, is uw dochter er ook. Dat had ze al via de mail aangegeven. We mogen elkaar geen hand geven en in plaats daarvan stellen we ons op veilige afstand aan elkaar voor. We doen de mondkapjes af en blijven op gepaste afstand. "Heeft u zin in een kopje koffie?" vraagt u vriendelijk. Uw dochter is al bezig in de keuken met kopjes en het Senseo-apparaat. "Daar ben ik al mee bezig, Omi," zegt uw dochter geduldig. "Oh, fijn," zegt u opgelucht. Uw dochter vertelt dat u altijd op haar hondje Mousy heeft gepast. Als zij aan het werk was, bracht ze Mousy bij u en ze haalde haar avonds weer op. 

Dat vond u altijd heerlijk. Het gezelschap van het diertje deed u goed. Uit mijn ooghoek zie ik een foto van een hondje op de kast staan. "Wilt u ook een kopje koffie?" vraagt u weer vriendelijk. "Heel graag, daar wordt volgens mij al aan gewerkt," zeg ik, terwijl ik naar uw dochter kijk. Ik zie haar knikken. Op de foto staat een grappig diertje met guitige ogen, een beetje kaal en hier en daar wat plukjes haar op de oren. "Is dat Mousy?" vraag ik geïnteresseerd. 

Het diertje doet me onweerstaanbaar denken aan Verdell, een vertederend hondje uit de film 'As good as it gets', en de verbindende factor tussen de hoofdrolspelers. Uw dochter kijkt op. "Ja, inderdaad, dat is haar, Mousy," zegt ze met een steels glimlachje. "En ze is niet zo lief als ze eruit ziet," hoor ik haar zeggen terwijl ze inschenkt. "Nee? Hoezo? Vertel eens, ze ziet er zo schattig uit," zeg ik, terwijl ik op de bank bij het raam ga zitten. Uw dochter vertelt dat Mousy een mixje is tussen een Powder Puff en een Jack Russel. En dat ze geen goede start in het leven heeft gehad en daardoor erg wantrouwend is tegenover vreemden. Dan gaat ze grommen. Maar dat ze heel lief is voor haar en Omi. Uw dochter noemt u liefdevol 'Omi', en ik denk dat dat voor uw hele familie uw koosnaam is. " Zou het een goed idee zijn als ik Mousy ga schilderen?" vraag ik mezelf hardop af. Uw dochter komt met een kopje koffie uit de keuken en zet dat voor u neer. "Ah, lekker een kopje koffie, wilt u ook een kopje?" vraagt u vriendelijk. 

U bent inmiddels ook op de andere bank gaan zitten. "Heel graag, daar komt het al aan," zeg ik, en ik neem het andere kopje aan van uw dochter. "Dat is misschien wel een leuk idee, omi !" zegt ze tegen u. "Wat is een goed idee? zegt u verbaasd. "Dat die mevrouw een schilderij van Mousy maakt," zegt uw dochter rustig. "Oh, dat is inderdaad een goed idee," zegt u terwijl u een slokje van de koffie neemt. We spreken af dat uw dochter wat foto's stuurt en ook nog wat meer over uw leven zal vertellen. We nemen na de koffie afscheid en ik beloof er volgende week weer te zijn. Uw dochter stuurt mij de volgende dag de beloofde foto's van Mousy en ook wat meer informatie over uw leven. Ze vertelt dat u, toen u volwassen was en getrouwd, een tijd in De Wijk heeft gewoond en daar zijn uw beide kinderen ook geboren.

 Een meisje en een jongen. Uw eerste man was een bruut. Het liefdeloze huwelijk was voor u en de kinderen geen pretje. Uw man was alcoholist en had een 'kwade dronk', om het eufemistisch uit te drukken. U heeft het toch ongeveer 25 jaar met deze man volgehouden. Maar aan die tijd met al zijn ellende wilt u liever niet herinnerd worden. Uw tweede huwelijk was gelukkig heel fijn. U ontmoette een lieve man en samen met hem heeft u nog een aantal gelukkige en liefdevolle jaren doorgemaakt. U ging samen veel op vakantie of gezellig uit eten. 

U heeft trouwens in die tijd ook altijd hondjes gehad. Toen ook uw tweede man overleden was, ging u niet achter de spreekwoordelijke geraniums zitten. U fietste veel met een dierbare vriendin in de omgeving van de Wijk, de Havixhorst en Dickninge, richting Koekange en Meppel. U fietste soms wel zestig kilometer en genoot dan van de pauzes met koffie en appeltaart. De week daarna loop ik de afdeling op en laat de collega's weten dat ik er ben. Ik mag doorlopen naar uw appartement. Ik klop op de deur. Ik hoor een zacht 'Kom maar!' Ik doe de deur open en zie u nog wat slaperig op de rand van het bed zitten.

 "Heeft u even een middagdutje gehad ?" vraag ik terwijl ik mijn schildertas even van mijn rug af doe en op de grond zet. Ik zie u snel uw pruik op doen en recht schikken. "Ja, heerlijk, ben er van opgeknapt," verzucht u. "En wat kan ik voor u doen?" vraagt u beleefd. Ik vertel u dat ik voor u kom schilderen en dat ik uw hondje ga portretteren. " Oh, ja dat is ook zo, Mousy," weet u weer. "Mag ik mijn spulletjes op uw tafel neerzetten?" vraag ik, "dan zet ik uw rollator hier voor u neer. "Natuurlijk, doe dat maar," zegt u, terwijl u moeizaam probeert in de benen te komen. Ik geef u even wat steun door mijn arm onder uw bovenarm te doen, zodat u even kan leunen. 

 We lopen samen naar uw mooie rode leren bank en net als u wilt gaan zitten, hoor ik de deur open gaan en is er een trippelend geluid op het laminaat. Mousy! Als het hondje mij ziet, deinst het even terug en zet het op een blaffen. "Mousy! Kom maar bij Omi!" hoor ik u ineens blij roepen. Gelijk is het beestje afgeleid, het trippelt gedienstig naar u toe en springt bij u op de bank. U krijgt een likje ter begroeting. Uw dochter komt binnen. En na wat gekeuvel ga ik achter mijn ezel zitten en begin met de onderschildering van Mousy. "Wat leuk dat je haar hebt meegenomen," zeg ik terwijl ik even mijn penseel neerleg. "Ach ja, dan kan je haar ook een keer levensecht zien," zegt uw dochter. "Wil je ook een kopje koffie?" vraagt u vriendelijk. "Omi, ik ben er al mee bezig," roept uw dochter vanuit de keuken. "Kijk, ze gaat Mousy tekenen," zegt u even later enthousiast. Uw dochter draait zich even om en knikt. "Ja, dan heb je straks Mousy aan de muur hangen, leuk toch?" U knikt. 

 "Hebben we wel koffie in huis? Wilt u een kopje?" vraagt u weer vriendelijk. "Volgens mij is uw dochter een kopje koffie aan het zetten," reageer ik rustig. Zo zitten we die middag gezellig bij elkaar. Uw dochter vertelt trots over haar beide kinderen, uw kleinkinderen dus. En dat uw kleinzoon voor bekende rocksterren heeft gewerkt en met hen op tournee is geweest. En dat u altijd een heel ijverige dame bent geweest. U hield van een schoon huis. Het naaien van kleding ging u ook altijd heel goed af en u heeft zelfs lange tijd naailes gegeven. U heeft ook allerlei 'werkhuizen' gehad. En tot uw pensioen heeft u met veel plezier op de landbouwschool gewerkt. Ondertussen vordert de onderschildering en u bent verbaasd over hoe het nu al lijkt op uw kleine liefde. "Wat kan je dat goed, het lijkt nu al op Mousy," zegt u enthousiast. 

De weken daarna is uw dochter er altijd bij, en ook het hondje. Het blaffen wordt de laatste weken minder. Mousy begint kennelijk aan die vreemde dame te wennen. Uw zorgzaamheid blijft. U vraagt regelmatig of ik wel koffie heb gehad. En af en toe vraagt u opeens: "Moet ik hier nu blijven? " En dan legt uw dochter uit dat u vergeetachtig bent en dat alleen wonen in de Wijk niet meer gaat. En elke keer als uw dochter dat uitlegt, voel ik uw teleurstelling, maar ook de berusting, alsof u het eigenlijk ook wel begrijpt. "Hier ben je ook niet meer alleen en je doet allemaal leuke dingen samen," verzekert uw dochter u. Er valt daarna een stilte. Het hondje krijgt een dikke knuffel en mij wordt gevraagd of ik nog een kopje koffie wil. Het schilderij is nu bijna klaar. Ik hoop dat het u gaat troosten als u zich eens alleen voelt. 

En dat u het gevoel heeft dat Mousy toch een beetje bij u is. Bedankt dat ik dit voor u mocht doen en dank voor uw gastvrijheid en uw vriendelijke woorden. De laatste zin in de brief van uw dochter over uw leven zegt mij veel over uw instelling. " Ze stond voor iedereen klaar. We noemden haar gekscherend ook wel de witte tornado. Wat kon ze goed behangen, schilderen, noem maar op..., en nu dus, jammer genoeg, in dit verpleeghuis...." En dat getuigt zonder veel woorden van de hechte band tussen u, Omi, zoals u liefkozend genoemd wordt, en uw dochter en uw familie. Het gaat u goed. 

Alzheimer


Alzheimer

december 2020

U zit al op mij te wachten in uw kamer. De collega's hebben met u gesproken over een schilderes die iets komt maken. Als ik langs uw kamer loop op de gang in het verpleeghuis, zie ik u al in uw rolstoel zitten met uw gezicht naar het raam. De collega's hebben een kop koffie voor u ingeschonken. Als ze mij zien groeten ze vriendelijk en vragen of ik ook zin heb in een kopje. Dat heb ik eigenlijk altijd wel. Koffie vind ik heerlijk.
"Ga maar verder hoor, ik breng je zo wel even een kopje. Zwart hè?" vraagt ze vanuit de keuken.


"Fijn, dank je!" Ik loop door naar uw kamer en klop voor de zekerheid even zachtjes op de openstaande deur. Ik hoop daardoor dat u niet schrikt. Ik zie u in uw rolstoel zitten; u kijkt wat naar buiten. Maar u pakt de wielen van de rolstoel om die om te draaien. Dan kijken we elkaar aan en begroeten elkaar gelijk.
"Goedemorgen!" hoor ik u zeggen. En wat gekscherend er achteraan zegt u zachtjes '
Schilderes' en ik zie u een beetje verlegen lachen.
U bent een slank heerschap met kort geknipt grijs haar. U draagt een net geblokt overhemd in rood en blauw tinten op een grijze pantalon. Wat mij opvalt zijn uw levendige en uitgesproken stralende ogen achter een moderne bril met een zwart metalen montuur, én daarbij uw prachtige lach. Ik hoop eigenlijk stiekem dat ik uw portret mag schilderen.
Ik weet al dat u in Bruchterveld bent geboren.


Dichtbij de grens met Duitsland. Een landelijk dorp gelegen in de Overijsselse gemeente Hardenberg. Het ligt ten oosten van het kanaal Almelo - De Haandrik, ongeveer tussen de buurtschap Hoogenweg en Kloosterhaar. U ging in het dorp naar de lagere school en later heeft u de Mulo gedaan. Waarschijnlijk in Hardenberg.
Ik doe mijn mondkapje even af zodat u mijn gezicht kan zien ter begroeting. "Ik denk dat het niet verstandig is dat ik u een hand geeft onder deze omstandigheden," zeg ik terwijl ik ook mijn sjaal af doe.
"Precies, inderdaad, u bedoelt met die enge ziekte," zegt u begripsvol.
"Ja, juist, het moet maar even op afstand, vindt u niet?"


"Ja hoor, geen probleem " zegt u vriendelijk. "Wilt u koffie. Ik heb nu niet de mogelijkheid om een kopje te zetten," zegt u er verontschuldigend. Ik vertel u dat de zuster het mij al gevraagd heeft en dat ze zo even kopje komt brengen.
"Zo zijn ze hier wel inderdaad. Erg gastvrij, " zegt u terwijl u uw rolstoel wat dichterbij rijdt.
"Mijn vrouw komt ook zo, misschien moeten we daar wel even op wachten."
"Prima, doen we dat," zeg ik, en ik ga bij de tafel zitten.
Ondertussen wordt de koffie gebracht en spreken we met elkaar over koetjes en kalfjes. Ik merk tijdens dat gesprek, dat u het lastig vindt de juiste woorden te vinden voor wat u wilt vertellen. En als het u een paar keer overkomt dat u het verkeerde woord zegt of iets vergeet zie ik u geïrriteerd raken. Dan zie ik u in uzelf mopperen.
"Ik kan mij dat zo goed voorstellen dat u boos wordt, ik zou ook heel gefrustreerd raken," zeg ik. "Maar u kan er niets aan doen, dat is de Alzheimer die dat veroorzaakt," zeg ik om u gerust te stellen.
Ik krijg een glimlach van u. "Dat zeggen mijn vrouw en kinderen ook altijd," zegt u gelaten.


En net als we het over uw vrouw hebben en dat u nog zo gek bent op elkaar, komt ze binnen, klokslag tien uur. U draait uw rolstoel om en ik zie uw blik ophelderen van te neer geslagen naar even glunderen van geluk. U omarmt elkaar en geeft elkaar een dikke kus.
"Zo, dus u was er al," zegt ze om een gesprekje te beginnen.
"Ja, ik was een beetje vroeg, ik hou niet van te laat komen, afspraak is afspraak,"
"Geeft niets hoor. Jullie hebben je vast en zeker wel vermaakt," zegt ze opgewekt.


Ook voor uw vrouw en voor uzelf wordt koffie met wat lekkers gebracht. Uw vrouw gaat bij ons zitten en ik leg u beiden uit wat de bedoeling is. U heeft er wel oren naar. Uw vrouw nog meer, heb ik het idee. En dat u zelf niet hoeft te schilderen, dat lucht u eigenlijk best op.
We besluiten dat het een portret moet worden met het hondje van uw zoon en ik ben daar stiekem heel blij mee! Achter het portret moet de tuin komen. U had eerder, voordat u opgenomen moest worden, een mooi huis met een ruime tuin. U was daar beiden erg actief in het kweken van pompoenen en kalebassen. Het was een heel fijne hobby.
In overleg maak ik wat portretfoto's en uw vrouw laat mij wat foto's zien van u met het hondje en een foto van de tuin, die mag ik meenemen. Ze belooft nog even haar dochter te vragen om wat informatie op de mail te zetten, zodat ik die in het verhaal kan verwerken.
We nemen voor deze middag afscheid met de afspraak dat ik er volgende week weer zal zijn.


In de mail krijg ik wat globale informatie en daarin staat dat u verschillende banen heeft gehad. Vooral als vertegenwoordiger en verkoopleider. Maar wat mij verbaast en met respect vervult is dat u op uw vijftigste nog de lerarenopleiding heeft gevolgd! En dat u als leraar economie heeft gewerkt aan een middelbare school. Ik vind dat zo knap van u! Terwijl er in die tijd ook nog drie kinderen waren bijgekomen in uw huishouden.
In uw vrije tijd heeft u veel vrijwilligerswerk voor FC Meppel gedaan, lees ik, en u ging daar ook één keer in de week klaverjassen. Voetbal was en is nog steeds een passie. Helemaal omdat uw kleinzoon scheidsrechter is bij de KNVB. U ging wekelijks mee naar de wedstrijden en nam dan mandarijntjes mee voor de jongens, voor in de rust. U heeft verschillende zelfgemaakte naslagwerken op uw kamer waarin krantenknipsels en verslagen zitten van de wedstrijden waarin uw kleinzoon moest fluiten.
De week daarna ben ik er weer en staat de schets op doek. Met uw vrouw had ik afgesproken dat ze zich niet verplicht hoefde te voelen om te komen. Het mocht natuurlijk wel.


Vanmiddag loop ik de afdeling weer op en ik zie u door de openstaande deur weer in uw rolstoel naar buiten kijken. Ik loop even door naar de huiskamer om te zeggen dat ik er ben. Meteen wordt mij koffie aangeboden. Ik klop weer zachtjes op uw deur. U draait uw rolstoel bij en glimlacht.
"De schilderes," zegt u stellig. En ik zie die verlegen maar ondeugende blik weer op uw gezicht. Ik vraag of ik mijn spulletjes op de keukentafel mag zetten. En dat vindt u goed. Ik vul mijn potje met water en open mijn etui met penselen. Ik laat u de schets zien en u herkent zichzelf gelukkig. Maar het hondje vindt u eigenlijk veel leuker, heb ik het idee. U wijst dan ook naar de foto op uw dressoir waar u samen bent gefotografeerd. "Dat is 'm toch?' vraagt u.
"Inderdaad, het hondje van uw zoon," zeg ik terwijl ik de eerste streken op doek aanbreng.
Terwijl ik verder bezig ben met de onderschildering komt uw vrouw binnen.


"Dat ziet er nu al heel goed uit, heb je dat vanmiddag al gedaan?" vraagt ze verbaasd.
"Bent u toch gekomen?! Wat gezellig," zeg ik ter begroeting. Terwijl zij haar jas uittrekt, leg ik uit dat de onderschildering vlot moet worden geschilderd. Dat ik dat fijn vind zodat ik weet waar straks het licht en donker moet komen. U luistert allebei aandachtig en geïnteresseerd.
In de tussentijd hebben we het over u, over uw leven van voor de opname en over uw lichamelijke gesteldheid. Dat u al heel wat voor kiezen heeft gehad op dat gebied. En dat u klaarblijkelijk een heel sterk mens bent. Totdat u Alzheimer kreeg. En dat u dat nog het zwaarste valt.
"Zo stom dat ik van alles vergeet en niet goed weet te praten en te vertellen," zegt u geïrriteerd. Maar uw vrouw wil daar niets van weten. Ik hoor haar achter mij u geruststellen. Maar ook wel een beetje liefdevol terecht wijzen. "Je kan daar niets aan doen, Alzheimer is een ziekte," zegt ze vinnig.


"Dat is ook wel zo," hoor ik u verdrietig zeggen.
De onderschildering staat erop en ik laat u beiden het resultaat zien. Uw vrouw vindt het heel mooi en u bent gematigd enthousiast. Nog steeds vindt u het hondje het leukst. En als ik zeg dat u een hele mooie 'kop' heeft om te schilderen maakt dat u alleen maar verlegen.
In de weken die volgen is uw vrouw er steeds bij. Ze vindt het veel te leuk om het schilderproces te volgen. De middagen vliegen voorbij. We hebben het over het leven, over de kinderen en de kleinkinderen. Over oud worden en je oud voelen. Over het leven van voor de opname en de gedwongen scheiding. Uw vrouw woont namelijk nu alleen en komt bijna elke dag op bezoek bij u; en over Alzheimer en over hoe oneerlijk en wreed de ziekte is. Maar ook dat we eigenlijk meer moeten leren kijken naar wat er wel goed gaat en waar we uiteindelijk dankbaar voor mogen zijn.
Het zijn bijzondere middagen, die voorbij vliegen. Het is gezellig maar soms ook intens. Ik krijg het idee dat u daar samen niet voor weg loopt. Het grijpt u aan en u praat erover. Terwijl ik aan het schilderen ben, hoor ik achter mij twee mensen vol liefde en begrip voor elkaar. En dankbaar voor het leven dat ze samen hebben geleefd. En nu nog steeds samen leven en beleven.


Het schilderij is bijna klaar. Het lijkt alsof u in uw tuin staat met kleurrijke bloemen op de schutting achter u. U kijkt lachend en met een ondeugende blik de kijker aan en naast u staat het hondje van uw zoon, waar u zo verknocht aan bent.
Inmiddels hebben we al afgesproken dat uw vrouw het schilderij meeneemt. 'Die kop', daar wilt u niet de hele tijd tegen aan kijken. En zo is het toch alsof uw vrouw u een beetje thuis heeft.
Nogmaals zeg ik u dank dat ik even met u mocht meelopen op uw levenspad. Ik wens u beiden alle goeds toe.

Ons contact zonder woorden


oktober 2019

Voorzichtig loop ik de gang van de afdeling op. Door de klapdeuren naar binnen, de stilte in. Ik weet nog niet waar uw kamer is. En ik besluit door te lopen en zie aan mijn rechter hand een ruimte waar ik ineens een graslandschap voorbij zie schieten. Alsof je in de trein zit en naar buiten kijkt. Ik besluit even wat beter te kijken en stop met lopen.
En ik zie inderdaad dat er een treincoupé is nagemaakt. Met op het scherm het gras landschap rond Steenwijk en een industrieterrein, wat voorbij raast. Ik ga even op het bankje zitten in de namaak coupe. Het is net echt.

Als ik wil opstaan om door te lopen, zie ik een mevr. op de gang voorbij rijden in een rolstoel. Ze is fijn gebouwd met ingevallen ogen en wangen. Ze heeft natte ogen en een verdrietige blik in de ogen. Haar half lange grijze haar tot op de schouders, is een zijscheiding gekamd. Ik krijg de indruk dat ze niet in de gaten heeft dat ik in de namaak coupe zit.

Ze is te druk met wat er in haar gedachte gaande is. Ik groet voorzichtig met een "Goedemiddag." Ze kijkt even op en zonder wat te zeggen rijdt ze met haar rolstoel de gang verder in. Ik besluit door te lopen naar de huiskamer en als ik een collega tegen kom vraag ik naar u.
"Je bent haar net tegen gekomen, denk ik," zegt ze. "Ze rijd in de rolstoel op de gang, daar." En ze wijst naar de gang waar ik net uitkom.
Ik loop weer terug en ik zie u in de verte de rolstoel naarstig voortbewegen. Alsof u ergens te laat bent en hoopt op tijd te komen. Ik loop met snelle pas achter u aan en als ik bij u kom probeer ik contact te maken door uw arm even voorzichtig aan te raken. U kijkt op en ik glimlach naar u. U reageert niet maar pakt mijn hand en laat niet meer los.

Ik loop naast u, hand in hand, en samen bewegen we de rolstoel verder de gang op. Tijdens de wandeling vertel ik u over het weer en mijn wandeling van het treinstation naar het verpleeghuis waar u woont. En midden in een zin maakt u een geluid en begint u te praten. Op uw manier. Woorden en korte zinnen met Gronings accent. U maakt daarbij af en toe oogcontact door naar mij op te kijken

Tijdens de wandeling komen we een zitje tegen met een ronde tafel en een paar stoelen. Ik besluit even te gaan zitten. U blijft ook stilstaan. En u laat mijn hand los. De zon schijnt op uw mooie kwetsbare gezicht. Uw ogen zijn nog steeds nat en de kringen onder uw ogen roze. U heeft een wat melancholische blik. U kijkt mij aan en ik ben stil. U ook. Ik kijk in uw ogen en ik zie uw geleefde gezicht.
De rimpels bij uw ogen zijn bijna groeven. En uw huid is dun en kwetsbaar. We zitten nog even zo samen en dan besluit u weer te gaan. Zonder wat te zeggen kijkt u naar het eind van de gang en begint u aan de wielen te draaien. En rijdt u de gang weer op. Ik laat u gaan.

De week daarna hoor ik van de collega's dat er weinig bekend is over uw leven. Dat u in Boertange bent geboren en dat het vertrouwen in mensen al vroeg in uw leven geschaad is.
Op een of andere manier schrik ik niet van die informatie. Ik denk dat ik het in onze vorige ontmoeting gevoeld heb. De week daarna staat de schets van uw portret op doek. Uw mooie kwetsbare, engelachtige gezicht wil ik vastleggen. En niet alleen het verdriet van toen en verwardheid van nu. Maar ook uw kracht. Want u bent een pittige dame. Met een eigen wil. Tenminste dat hoor ik van de collega's. U laat niets toe wat u zelf niet wil.

U zit vanmiddag aan tafel en voor u staat een kopje koffie. Ik ga tegenover u zitten om u niet te overprikkelen met mijn aanwezigheid. Maar wel zo dat ik oogcontact kan maken. En dat hebben we meteen. Ik krijg zelfs een voorzichtige glimlach. Ik glimlacht terug. Ik zet mijn ezel op de krant en pak mijn verfspulletjes. Ik zet het canvas op de ezel en pak de foto's met uw portret. U kijkt geïnteresseerd mee en ik besluit u de foto te laten zien.
U pakt het aan met uw lange knokige vingers en ik zie u kijken. Ik krijg niet het idee dat u zichzelf herkent. Dan wrijft u over de foto, draait het om, maakt een prop en stopt een puntje van het papier in uw mond. Ik zie u vies kijken. En daarna glimlachen. Waarna u het rustig naast uw kopje koffie neer legt. U kijkt mij aan en krijg weer die lieve glimlach. En ik glimlach terug. Ik pak de zwart wit foto en begin aan de onderschildering van uw portret.

De hele middag zegt u weinig of niets. We hebben oogcontact en af en toe hoor ik u wat mompelen. In Gronings accent. Ik boots af en toe het geluid na en probeer intuïtief op uw manier van communiceren te reageren. En zo hebben we af en toe contact.
De weken daarna vordert uw portret. De ene week zit u rustig aan tafel koffie te drinken en de andere week bent u in uw rolstoel op de gang. Onrustig op zoek.

Het portret is bijna klaar. U heeft indruk op mij gemaakt. Ik weet eigenlijk niet waarom. Ik wist weinig van uw leven maar uw persoon heeft mij geraakt. Ik hoop dat het portret u recht doet. Een kwetsbaar mens met een soort oerkracht van binnen. En ik hoop dat het laat zien wie u was en nu bent. En dat uw familie het zal zien als een aandenken. Mijn tijd met u was speciaal en ook intens. Veel gepraat hebben we niet maar dat was ook niet nodig. Ons contact was er óók zonder woorden , tijdens het Verhalen Schilderen . 

Het leven loslaten


Het is snikheet buiten. De wandeling van het station naar het verpleeghuis waar u verblijft viel mij zwaar dit keer. Ik ben blij dat ik er ben. Ik pak een glas water en ga nog even zitten uitpuffen, voordat ik naar u toe ga voor een kennismakingsgesprek. U woont nog niet zo lang in dit verpleeghuis. Van de collega's weet ik dat uw lichaam kwetsbaar is geworden door verschillende aandoeningen en dat een opname onvermijdelijk was. U bent daarnaast verdrietig en bij tijden zelfs somber. U realiseert zich waarschijnlijk dat een zelfstandig bestaan u langzaam door de vingers glipt. 

 De collega's hadden het idee dat u misschien wel wat afleiding kon hebben aan mijn activiteit. En het meest positieve scenario was dat u er mentaal een beetje van zou opknappen. Het glaasje water is op en ik ga naar u op zoek. Ik weet wel uw kamernummer, maar niet waar uw kamer is. Deze afdeling is namelijk nieuw voor mij. Ik kom gelukkig een bekende collega tegen en zij loopt met mij mee. Bij uw kamer aangekomen klopt zij op de deur. We horen niets en we besluiten de deur te openen en naar binnen te gaan. 

De collega loopt door naar het slaapkamer- gedeelte en ik hoor haar u begroeten met: "Goedemorgen! Er is hier iemand voor." "Vindt u het goed dat ik u even verder help?" zegt ze rustig. Ik hoor geen reactie, maar ik ga ervan uit dat u het begrijpt. Vanwege uw privacy ga ik even naar de gang. Als ik u samen met de collega uw huiskamer zie binnenkomen, besluit ik weer naar binnen te gaan. Ze stelt mij aan u voor en vertelt kort wat ik kom doen. En dan gaat ze weer met een opgewekt: "Er komt zo een kopje koffie", hoor!" Er valt even een stilte. Ik kijk u aan en wat mij opvalt is uw verdrietige uitstraling. U zit wat gebogen met ronde rug in uw rolstoel. U kijkt naar uw schoot. "Mag ik vragen hoe het met u gaat? Heeft u veel last van de warmte?" zeg ik om een gesprek te beginnen. Langzaam gaat uw hoofd omhoog en zie ik uw blauw-grijze ogen. 

U brengt uw hand naar uw gezicht en plaatst uw elleboog op de armleuning van de rolstoel. Het valt mij op dat uw hand gezwollen is en blauw kleurt. Uw hoofd laat u rusten in de palm van uw hand en u zegt: "Het gaat wel, ik kom de laatste tijd weinig meer buiten." "Het is ook wel erg warm hoor, misschien vanavond even, als het wat koeler is," zeg ik terwijl ik wat dichter bij de tafel ga zitten. "Hmm," hoor ik u mompelen. En dan is daar de collega met de koffie. De kopjes worden netjes voor ons gezet en we glimlachen naar elkaar en bedanken de collega. "Heerlijk hè? Het eerste kopje is het lekkerste van de hele dag," zeg ik en ik neem een slokje. U reageert niet en kijkt wat voor u uit. "Zal ik u uitleggen waarvoor ik kom?" U kijkt op. Zou u het leuk vinden als ik een schilderij voor u maak? Voor op uw kamer?" vraag ik u. 

Er valt weer een stilte. Ik zie dat u er over nadenkt. "Het kost u niets, het is een cadeau van de collega's van de afdeling en ze dachten dat u de afleiding wel zou kunnen gebruiken," zeg ik om uw eventuele zorgen over de kosten weg te nemen. Mijn ervaring is namelijk dat de heren voor wie ik schilder meestal meteen aan het zakelijke aspect van 'Verhalen Schilderen' denken. En dat is dus ook bij u het geval. Uw ogen kijken mij verbaasd aan. "Ik hoef niets te betalen?" vraagt u voorzichtig. "Nee, klopt, het is een cadeau," zeg ik. Ik zie u ontspannen. U pakt het kopje koffie en neemt een slokje. Vanaf dat moment is het ijs gebroken. We hebben het eerst over het weer, het wonen in dit verpleeghuis. Uw ritjes op de scootmobiel en de vreemde Coronatijd waarin we leven. 

 Als ik u vraag naar uw vrouw en de kinderen, zie ik uw ogen oplichten. "Mijn vrouw heb ik meer dan 10 jaar verzorgd, de ellende begon toen ze een keer viel. Met het hoofd hard op de grond," zegt u alsof het over iemand anders gaat. "Wat vreselijk, wat zal u geschrokken zijn." Ik probeer oogcontact te krijgen. Er valt een stilte. U kijkt langzaam op, we kijken elkaar aan. Verbaasd zegt u: "Daar heb ik eigenlijk nooit bij stil gestaan, ik zal best wel geschrokken zijn, dat vast wel." "Ik heb daarna voor haar gezorgd totdat het niet meer ging en ze opgenomen werd in dit verpleeghuis." "U bent dus heel lang mantelzorger geweest, zoals dat nu tegenwoordig heet," zeg ik terwijl ik mijn kopje op tafel zet. Ik zie u kijken met een blik van dat-hoort-toch-zo. " Dat doe je gewoon als je met elkaar getrouwd bent. In goede en slechte tijden, toch?" "Dat is ook zo. maar het lijkt mij toch een hele opgaaf en ik heb daar heel veel respect voor. Ik kan mij voorstellen dat het voor u niet altijd even makkelijk is geweest," zeg ik. 

 U kijkt mij aan en vertelt dat het inderdaad soms moeilijk was, maar dat u het gewoon deed omdat u heel veel van uw vrouw hield. U neemt die woorden niet in de mond, maar ik voel het aan de manier waarop u over haar spreekt. "U heeft veel van uw vrouw gehouden," zeg ik voor u. Ik krijg een glimlach en een knik. "Voor mij hoeft het niet meer," zegt u ineens. U kijkt mij wat uitdagend aan. Alsof u verwacht dat ik ga schrikken van uw uitspraak. "Dat kan ik mij heel goed voorstellen," reageer ik rustig. Ik krijg weer een glimlach. "Dus als u vannacht rustig inslaapt, zou u dat niet erg vinden?" " Oh, nee, helemaal niet, het is goed geweest." zegt u rustig. Ik knik en vertel u nogmaals dat ik u heel goed begrijp. "Tja, en dan is het wachten, hè?" zegt u somberend. "Ja, dat is ook zo, we hebben daar geen zeggenschap over. Over geboren worden en sterven bedoel ik," zeg ik. U knikt instemmend. 

"En dan de afhankelijkheid, hè? Van anderen bedoel ik. Ik kan niets meer zelf. Eerst mijn vrouw en dan gebeurt mij dit," zegt u terneergeslagen. U kijkt mij aan en ik voel het verdriet maar ook vooral de frustratie. "Ook dat gevoel kan ik mij zó goed voorstellen, het is ook wel wat om de zorg voor jezelf over te moeten geven aan anderen," zeg ik begripvol. "Ik heb een idee, ik weet niet hoe u dat zou vinden. Zou u het een idee vinden dat ik uw portret ga schilderen voor uw beide zonen?" Ik zie u bedenkelijk kijken. "Ik denk dat ze dat vast en zeker gaan waarderen, mocht het onvermijdelijke gebeuren, bedoel ik. Dan hebben ze een aandenken aan u." "Ja, een goed idee eigenlijk, doe dat maar," zegt u wat terughoudend. We overleggen dat ik tijdens het gesprek een paar portretfoto's van u maak. 

We hebben het nog even over de jongens. U vertelt met weinig woorden dat u blij bent dat ze goed terecht zijn gekomen. "Volgens mij bent u erg trots op uw jongens als ik dat zo hoor," zeg ik bevestigend. U kijkt op en ik zie uw ogen glinsteren. " Eigenlijk wel, heel trots," zegt u zacht. "Een fijn gevoel, hè? Als je ziet en weet dat je de taak als vader goed hebt vervuld en dat je kinderen gelukkig zijn," zeg ik voor u. U knikt. "Zo kunt u misschien het afscheid, mocht dat komen, ook rustiger accepteren." U kijkt mij aan en er valt weer een stilte. En ineens zie ik u anders naar mij kijken. Alsof u het op die manier nog niet had bekeken. "Dat is ook zo," zegt u. " Ze zijn goed terecht gekomen; ze zijn getrouwd, hebben zelf kinderen gekregen en ze hebben allebei een goede betrekking." We praten samen nog wat over uw werkzame leven, uw vrouw, de kinderen, uw zorgen, maar ook over de plezierige zaken zoals over de duiven die u altijd gehouden heeft. 

U heeft zelfs aan wedstrijden mee gedaan. U had een stel prachtige dieren en u ging dan samen met uw vrouw naar het buitenland om ze daar los te laten. En eigenlijk altijd wisten de dieren hun thuis, bij u, weer te vinden. Ik krijg het gevoel dat die mooie tijd samen met uw vrouw heel belangrijk voor u is geweest. U heeft daar goede herinneringen aan. Ik zie het aan uw ogen en de uitdrukking in uw gezicht. En uw hand gaat even onder uw hoofd vandaan. Het is alsof u zich door die mooie herinneringen sterker voelt en uw hoofd even geen steun meer nodig heeft. Ik overweeg achter uw portret twee duiven te schilderen. Als symbool voor die mooie tijd en uw liefde voor uw vrouw en elkaar. Maar ik zeg het niet. Het wordt een verrassing voor volgende week. Ik zie dat het gesprek u vermoeit en ik besluit het af te ronden. 

We zitten dan ook al meer dan een uur te praten. "Lijkt u het wat? Een geschilderd portret van u voor de jongens?" vraag ik nog even als bevestiging. " Ja hoor, maar ik moest u ook even leren kennen en dat heeft tijd nodig, toch?" zegt u vriendelijk. Ik bevestig dat. "Dat is ook zo, maar ik denk dat we het de komende tijd wel met elkaar kunnen vinden," zeg ik, terwijl ik uw lege kopje pak met het mijne en ze naar de keuken breng. Ik hoor u achter mij bevestigend mompelen. We nemen afscheid en ik vertel u dat ik er volgende week weer hoop te zijn. 

 Een paar dagen na ons gesprek ga ik in het atelier met de schets aan de slag. Het schilderij staat op de ezel. Nog onvoltooid. Ik maak er een foto van. De slordige verflappen die eronder liggen contrasteren op de foto vreemd met de twee verliefde duiven naast uw portret. Ik doe mijn best hier geen symboliek in te zien. Terwijl ik aan u denk en mij afvraag of ik u volgende week met het tafereel kan verrassen, krijg ik een mail van mijn contactpersoon. U bent die nacht rustig ingeslapen. De mail moet ik twee keer lezen. Op een vreemde manier schrik ik er niet van, maar ik ben toch wel overrompeld door het bericht. Ik overleg met haar over de vraag of ik het schilderij zal afmaken. Ik denk zelf dat u dat zou willen. Voor uw beide zoons. Zij gaat daarmee akkoord. Het is uiteindelijk een portret geworden van een toegewijd man. Een man met een vol leven. Met momenten van geluk, maar ook een leven van wegcijferen, verdriet en zorgen. Ik heb u maar één keer ontmoet, maar u heeft indruk op mij gemaakt. We hebben openlijk kunnen spreken over ouder worden, de afhankelijkheid die dat met zich meebrengt en over sterven. U heeft kunnen berusten en het einde geaccepteerd. Rust zacht, lieve meneer. 

Een heer uit Limburg


februari 2020

Onze eerste ontmoeting was spannend. Ik wist niet in welke gemoedstoestand ik u zou aantreffen. Toen ik naar de afdeling liep, zag ik op de deur een A4 met het verzoek aan te bellen.
Ik drukte op de deurbel en zag door het glas in de deur een collega. Bezoekers mogen niet meteen naar binnen. Of waren ze bezorgd: u zou toch nog even snel door de deur naar buiten glippen.
"Je komt voor meneer, veronderstel ik?" vroeg de collega vriendelijk, terwijl ze voor mij uit liep, de huiskamer in.
"Klopt. Voor een kennismakingsgesprek," bevestigde ik.
"Meneer zit daar." Ze wees naar een kleine heer met wit grijs haar in een grote stoel. U zat wat ineengedoken met een kopje koffie in de hand.
"Dank je wel," zei ik zacht en ik liep naar u toe.
Van de collega's had ik al gehoord dat u regelmatig geïrriteerd bent over de gang van zaken op de afdeling. Vooral als u het plan heeft weg te willen en u niet weg kan. U vindt dan dat niemand u wil helpen. En het slechte gehoor dat u parten speelt, bevordert ook de communicatie niet echt. Het knettert daarom nog wel eens in de huiskamer; u kan flink boos reageren.
En nu is er onze eerste ontmoeting: ik zie een klein, maar pittig heerschap, met de nadruk op heer. U heeft een bijzondere uitstraling. En u dwingt daarmee meteen respect af. De manier waarop u zich beweegt en gekleed bent geven de indruk van iemand met een bewogen leven, met veel verantwoordelijkheden.
Ik probeer oogcontact te maken door me naar u te bukken. Het lukt. U kijkt nieuwsgierig naar mij en we glimlachen naar elkaar.
"Mag ik wel even bij u komen zitten?" vraag ik vriendelijk.
"Dat mag gerust hoor," zegt u met een Limburgse, zachte g. Ik pak een stoel en zet die naast u neer. Ik geef u mijn hand en u pakt die stevig
"Ik ben Saskia," zeg ik. "Ik zou u graag een voorstel doen, maar, eh...zullen we samen even naar uw kamer gaan? Daar is het was rustiger."
U buigt uw hoofd wat verder naar mij toe en brengt uw hand naar uw rechteroor.
"Wat zegt u?"
Ik herhaal mijn vraag waarbij ik wat langzamer praat en duidelijker articuleer. U verstaat mij dit keer wel en eigenlijk wilt u meteen overeind springen. Maar dat gaat niet zo snel meer en u valt terug in de stoel.
"Wacht, ik pak uw rollator even," zeg ik, terwijl ik u een bemoedigend schouderklopje geef. Het opstaan gaat nu beter. U heeft wat houvast. En zo lopen we rustig naar uw kamer. U doet de deur voor mij open en we gaan naar binnen. In uw kamer staat het bed tegen de muur en daar tegenover staan twee rookstoelen met ertussen een klein tafeltje met wat bladen, zakdoekjes en andere spulletjes. In de vensterbank staan fotolijstjes met foto's van jongere en oudere mensen.
Als u gaat zitten, zet ik de rollator even weg en ik ga naast u zitten door de tweede rookstoel even naar u toe te schuiven. Ik vertel wat de bedoeling is en wat de mogelijkheden zijn voor op het doek.
Een portret lijkt u wel wat. Vooral als ik zeg dat het misschien ook mooi zou zijn voor uw dochter. Ik maak wat portretfoto's van u, terwijl wij aan het praten zijn. U vertelt op een gegeven moment over uw werkzame leven bij de N.S. en dat u dat met heel veel plezier gedaan heeft. Vooral het gratis reizen vond u geweldig. Samen met uw vrouw ging u er dan ook regelmatig op uit. Tijdens het vertellen struikelt u over de woorden en ik krijg het idee dat u de juiste woorden niet goed kunt vinden. En dat ergert u, merk ik.
"Hè, ik bedoel dit en op die manier maakt het lastig te vertellen," zegt u met een geïrriteerde ondertoon.
"Dat begrijp ik, heel vervelend als u er niet uit komt. Maar tot nu toe heb ik u heel goed begrepen en snap ik wat u wilt vertellen," zeg ik bemoedigend. Ik zie u voorzichtig glimlachen.
Zo bent u een dik uur aan het vertellen over uw vrouw, uw dochter, de N.S., treinen, kleinkinderen. Niet in volmaakte zinnen, maar op zo'n mooie manier dat ik voel hoe belangrijk dit voor u was en nog is. Maar ik merk ook dat het u vermoeit. Ik besluit mijn bezoek af te breken.
"Zullen we weer naar de huiskamer gaan, ik zie dat het u moe wordt," zeg ik, terwijl ik u de rollator weer geef. U knikt. Als ik mij omdraai en mijn jas wil pakken, loopt u meteen haastig naar het bed en pakt mijn sjaal. En zoals een echte heer betaamt, geeft u mij de sjaal aan en houdt u de jas op.
"Och, dank u wel. Wat fijn," zeg ik terwijl ik mijn jas aantrek. Ik zie u tevreden glimlachen.
Samen lopen we naar de deur. Ik doe de deur voor u open en sluit die na u. Ik mag mijn hand even op uw rug plaatsen als vriendelijke ondersteuning. Zo lopen we samen weer rustig terug naar de huiskamer. We geven elkaar de hand en we nemen afscheid.
De week daarna ben ik er weer met mijn fel gekleurde schildertas en tafelezel. U heeft niet meteen in de gaten wat ik kom doen.
"Goedemorgen, ik kom aan uw portret schilderen, zullen we samen naar uw kamer gaan?" begroet ik u.
Oh ja, u weet het weer, en u loopt achter de rollator met mij mee naar uw kamer. U doet hoffelijk de deur voor mij open en wacht totdat ik binnen ben. Dan komt u achter mij aan lopen naar uw stoel bij het raam. U ploft neer, moe van de inspanning.
"Mag ik dat tafeltje, daar, wel gebruiken?" Ik wijs naar een schooltafel die tegen de muur staat. En net als ik mij wil omdraaien komt u overeind en loopt u voor mij uit naar het tafeltje. U schuift de kranten en de tissues eraf, de radio wordt netjes op de grond gezet, en u tilt de tafel zo naar het midden van uw kamer. Ik ben helemaal verbaasd, verbaasd over uw hoffelijkheid, maar ook over uw kracht!
"Bedankt, fijn," zeg ik nog een beetje overrompeld.
"Geen moeite," zegt u rustig en zelfverzekerd met die zachte g. En u gaat weer rustig in uw stoel zitten.
Ik zet mijn spulletjes klaar en u bent meteen al verbaasd over de treffende schets. En over de trein erachter. U probeert meteen te vertellen over de soort en u ziet meteen dat het een model van vlak na de oorlog is. En u mompelt iets van 'Bolkop' en 'als dat de 252 niet is...'
Terwijl ik bezig ben, bent u alert en nieuwsgierig naar wat ik ga doen. De onderschildering in bruintinten volgt u geïnteresseerd en u lijkt het ook interessant te vinden als ik u uitleg waarom ik dat op deze manier doe. "Heeft u een opleiding genoten," vraagt u belangstellend. Ik vertel u dat ik inderdaad de kunstacademie heb gevolgd, maar dat ik eigenlijk het meeste heb geleerd door het doen.
Ik krijg een knik en een 'mmm.' Er is verstandhouding. Als ik zo in stilte aan het schilderen ben, hoor ik uw ademhaling veranderen. Ik stop even en kijk om. U bent rustig in slaap gesukkeld. Ik laat het zo, blijkbaar heeft u deze 'pauze' even nodig. Het blijft lang stil Tot, plotseling....
"Mijn vrouw, waar is mijn vrouw," hoor ik u ineens verschrikt vragen. Ik schrik ook van uw reactie.
"Dat weet ik niet, is ze ... eh, misschien even weggegaan?" vraag ik in een poging u wat gerust te stellen. Er valt een stilte. Ik zie u nadenken. En dan...
"Ik weet het alweer. Ze is overleden," zegt u verdrietig.
"Och, echt? Wat vreselijk voor u." Ik stop met schilderen en leg mijn hand op uw knie. U laat het toe. " Twee weken geleden. Ze is plotseling overleden," zegt u, terwijl u verdrietig voor u uit staart. Het is even stil, ik weet eigenlijk niet wat ik moet zeggen. En zo zitten we bij elkaar en is er verdriet. Op het kastje staat een foto van u en uw vrouw. Ik geef hem u in de hand.
" Is dit uw vrouw?" vraag ik voorzichtig.
"Ja, dat is ze," zegt u liefdevol.
"Wat een lieve en zorgzame uitstraling heeft ze," zeg ik terwijl ik weer ga zitten. U knikt. Zo zit u nog even met de foto in de hand. En ik laat u begaan. Ik zie dat het u wat ontspant. Met de foto op schoot sukkelt u wat in. Voorzichtig zet ik de foto terug op de kast
Pas als de ochtend bijna voorbij is, schrikt u opnieuw wakker. Gelukkig vindt u de onderschildering al erg geslaagd. En als ik mijn schilderspullen opruim en in mijn tas doe, zie ik vanuit een ooghoek dat u overeind komt en de tafel weer terug wilt zetten.
"Zullen we dat samen even doen?" stel ik voor. Dat is gelukkig goed en zo gaat de tafel, met u aan een kant en ik aan de andere kant, weer terug op zijn plek.
Ik geef u de rollator en samen lopen we voetje voor voetje naar de huiskamer. Met een toch stevige handdruk nemen we afscheid.
Het schilderij vordert en inmiddels heb ik ook al met uw dochter kennis gemaakt. Weliswaar via de mail, maar ik proef tussen de regels door dat u een erg betrokken dochter heeft. We willen elkaar graag ontmoeten, maar door drukke bezigheden lukt dat niet en zo blijft ons contact beperkt tot het uitwisselen van mail. De weken daarna merk ik dat u steeds vaker vermoeid bent en dat u steeds in slaap valt tijdens het schilderen. Af en toe probeer ik wat uit te leggen en u op die manier wat wakker te houden, maar u bent dan toch echt te moe. En dat laat ik zo. U heeft de rust blijkbaar nodig.
Het schilderij met uw lachende portret is nu bijna klaar. Hopelijk heb ik uw persoonlijkheid kunnen treffen, mede door het beeld van de trein die zo belangrijk was in uw werkzame leven. Ik vond het fijn met u samen te zijn. U bent nog een heer van de oude stempel, die de deur open houdt voor een dame. Het vertelt mij veel over uw zorgzaamheid en uw betrokkenheid bij de mensen om u heen. Het gaat u goed. Bedankt dat ik een stukje met u mee mocht lopen in uw bewogen leven. 

Mooi Sumatra


februari 2020
Op de afdeling bent u een exotische verschijning. Een prachtige, okerbruine huidskleur en diepbruine ogen. Lippen gestift in een mooie rood-roze kleur en uw witte haar verzorgd geknipt in een kort sportief kapsel. Contact maken blijkt een uitdaging. U heeft zo uw voorkeuren. De één wordt vriendelijk toegelachen en de ander moet alle moeite doen om contact te krijgen. Als ik in de huiskamer voor een andere bewoner schilder, kijkt u af en toe mee en ik krijg gelukkig regelmatig een glimlach. En ik glimlach terug.

Vandaag zie ik u niet aan tafel. U zit op de kamer. Niemand hoeft het mij te vertellen. We horen het allemaal. U bent hartverscheurend aan het gillen en roepen. Contact maken is onmogelijk. U hebt zich in uw eigen wereld terug getrokken om uw demonen te verjagen. Dat vertelde uw broer, toen hij en zijn vrouw een bezoek brachten na mijn uitnodiging voor een kennismakingsgesprek. We zaten bij elkaar in de huiskamer. U zat toen aan het hoofd van de tafel, in gedachten verzonken.

Uw broer vertelde over uw leven en zei het begrijpelijk te vinden dat u af en toe in uw dementie teruggaat naar het verleden en dan weer doorleeft wat u toen heeft meegemaakt, maar wat u ook weg moest stoppen. Het moet voor u een tijd van overleven zijn geweest.
U bent in 1934 in Padang, in Midden Sumatra geboren. U had drie broers en werd door hen op handen gedragen. Uw familie was bekend op Sumatra en in heel Indonesië. Uw overgrootvader ontwierp de mooiste batikpatronen. Hij had een fabriek waar hij de stoffen liet bedrukken, onder meer voor sarongs. Door de unieke patronen gebaseerd op Nederlandse sprookjes werd hij bekend.
En toen werd in 1941 het toenmalige Nederlands- Indië bezet door Japan.

Uw vader werd opgepakt en meteen onthoofd. U moest met uw moeder en broers vluchten voor de bezetters. Doordat uw moeder de echtgenote was van een ambtenaar kon u met een vliegtuig naar Jogja op Midden-Java. Van daaruit bent u geïnterneerd. Dat betekende dat u zogenaamd voor uw eigen veiligheid werd vastgezet in een kamp. Buiten het kamp verbleven de halfbloed Indonesiërs en binnen het kamp de volbloed Indonesiërs.
U was toen twaalf jaar. En dat was voor een meisje, al bijna vrouw, een gevaarlijke leeftijd.

Japanners selecteerden namelijk regelmatig mooie meisjes uit het kamp. En men kan wel raden waarvoor. U werd door uw moeder zo aangekleed dat alles wat vrouwelijk was, bedekt was of strakgetrokken werd.
Als uw broer aan het vertellen is lopen de koude rillingen over mijn rug. Wat hebben u en uw familie vreselijke ervaringen mee moeten maken. Afschuwelijk. Maar hij vindt het belangrijk dat ik het weet, zodat ik u beter kan begrijpen en kan invoelen wat u bezig houdt.
U heeft samen met uw moeder twee jaar in dat afschuwelijke kamp gezeten. Toen onder de Indonesiërs, dat werd Bersiap genoemd. Van 1945 tot aan 1947. Ondanks de voorzorgsmaatregelen van uw moeder heeft uw broer zijn vermoedens dat u niet aan de klauwen van de Japanners bent ontkomen. Het heeft ervoor gezorgd dat u later een muur om uzelf heeft opgetrokken. U liet niemand toe en u was in de ogen van uw familie hard voor uzelf en daarmee ook voor de ander. Afstand houden was voor u de manier om u veilig te voelen.

Op een gegeven moment kreeg uw moeder een diepe ontsteking boven op haar been. De omstandigheden in het kamp waren zo belabberd dat de weerstand van iedereen laag was. Er was geen gezond eten en het water was vies. Besmettingen en ontstekingen lagen op de loer. De grote ontsteking heeft uw moeder eigenhandig proberen te behandelen. Het hielp maar even. Gelukkig was er een bevriende dokter die uw moeder geopereerd heeft en hij heeft haar het leven gered.
Japan capituleerde in 1945 en toen kon u met de trein naar Jakarta en daarna door naar Bandung. Daar heeft u vanaf 1945 tot aan 1950 in enige rust en geluk kunnen wonen en leven.
U bent daarna met het hele gezin naar Nederland gegaan. De omstandigheden waren in Nederland beter en om de kinderen een toekomst te bieden besloot uw moeder de overtocht te wagen. De reis over zee duurde een maand. En gelukkig kon u zich goed redden met de taal. U kreeg namelijk in Indonesië op een Nederlandse school les.

U werd opgevangen in Nederland en reisde met de trein door naar Norg. Daar heeft u een half jaar bij een mevrouw in een pension gewoond, Uw moeder kreeg een woning toegewezen en toen verhuisde u naar Meppel. Dat was wennen. U was een van de eerste 'getinte' inwoners. Maar de inburgering verliep vlot en Meppel was al snel gewend aan zijn exotische stadsgenoten. U bent op een gegeven moment naar Den Haag verhuisd en kreeg werk bij de PTT. Uw jongste broer woonde toen bij u in. En toen werd u verliefd op een stoere Indische marinier. U bent uiteindelijk met hem naar Amerika geëmigreerd.
Als ik even omkijk en in uw richting zie ik aan uw ogen en uw voorzichtige glimlach dat u ons gesprek volgt. Het lijkt u niet te deren.

Uw broer vertelt verder. U heeft in Amerika een baan gekregen bij The Bank of America. Daar heeft u het erg naar uw zin gehad. Het huwelijk bleef kinderloos. Uiteindelijk bent u gescheiden van uw man. Als alleenstaande vrouw was het in Amerika niet gemakkelijk. En u kreeg heimwee naar uw familie en Nederland. Toen u met pensioen ging, besloot u terug te keren. Uw moeder leefde toen nog. U heeft haar gelukkig ook nog gezien voordat zij overleed.
Via DNA-onderzoek heeft u ook uw vader teruggevonden. U bent met uw broer naar zijn graf gegaan in Indonesië. En u heeft als blijk van een symbolische hereniging zand van het graf meegenomen en uitgestrooid op het graf van uw moeder in Nederland.
Uw broer vertelt dat u eigenlijk altijd jonge mensen heeft gesteund. Financieel, maar u heeft ze ook gemotiveerd en geholpen op welk vlak dan ook. Er ging geld naar een jongenshuis in Indonesië waar wezen werden opgevangen. Eén van de jongens heeft door u een koksopleiding kunnen volgen en met hem gaat het heel goed.
Het laat zien hoe u was en hoe u nog bent: een sterke vrouw met een groot hart. Maar u heeft ook een andere kant. Soms op het botte af, en eigenwijs. Vooral naar uw familie. En gevoelens delen of erover praten was en is uit den boze. Uw broer geeft aan het te accepteren en hij begrijpt dat u uw eigen leven heeft geleid. En dat het van u is en van niemand anders.

Aan het eind van dit indrukwekkende gesprek besluiten we samen dat Indonesië het onderwerp moet worden van het schilderij: de rijstvelden op Sumatra en iets met batik.
We nemen afscheid met een handdruk, ik geef u ook een hand en vertel u dat ik er de volgende week weer zal zijn. En weer krijg ik die prachtige lach. Met een steen in mijn maag loop ik naar huis. In mijn gedachten zie ik u in Indonesië, in het kamp, en in Amerika. Ik ben onder de indruk van uw veelbewogen leven.
Thuis ga ik aan de slag en er staat al snel wat op doek. De week daarna kom ik weer bij u en ik zie u vanuit de lift op uw kamer zitten. De deur staat open. Ik loop voorzichtig naar binnen zie dat u naar mij kijkt. Ik krijg gelukkig ook nu weer een glimlach.
"Mag ik bij u komen zitten?" vraag ik, terwijl ik mijn tas neerzet.
Ik hoor een vriendelijk "Mm, mm."

Ik ga ervan uit dat het mag en ik zet alles bij u klaar. In stilte zit u mee te kijken met wat ik doe. En af en toe hoor ik weer "mmmm" en zelfs "moooiii."
Tussendoor vertel ik wat ik aan het doen ben en wat ik zie. De middag vliegt voorbij. En als we afscheid nemen krijg ik een zachte handdruk. En weer die mooie lach. De weken daarna vordert het schilderij met de rijstvelden en op de voorgrond de Indonesische schone. Daar liggen uw wortels, het is een beeld van uw verleden. Een verleden waaraan u fijne, maar ook zwarte herinneringen moet hebben. Hopelijk leidt de afbeelding u af, of troost u als u het moeilijk heeft en als uw demonen u weer achtervolgen. Het was een indrukwekkende tijd voor mij. Bedankt dat ik met u en uw familie mocht kennis maken en u mocht leren kennen. Het gaat u goed.

De kerktoren van Blokzijl


maart 2020

U kwam met een ondeugende lach op uw gezicht naar mij toe, met uitgestoken hand. Ik had u al eens eerder gezien in uw rolstoel, die u voortbeweegt met uw benen. U rijdt namelijk regelmatig rond op de afdeling. Van uw kamer naar de lift en naar beneden, om te roken, of om gewoon even een praatje te maken met collega's en medebewoners. U bent al wat op leeftijd en ik weet inmiddels dat u volgende week 70 jaar wordt.
En wat mij het eerst opviel, was de sportieve pet op uw kalende hoofd. Verder gaat u meestal gekleed in een spijkerbroek en een hippe trui.

Onze eerste, echte ontmoeting verliep wat ongebruikelijk. Het was op de kamer van één van de andere bewoners voor wie ik op dat moment aan het schilderen was. U wilde met mij kennis maken en de mevrouw, voor wie ik schilderde, en haar zoon, vonden het prima dat u er even bijkwam. We gaven elkaar de hand.
"Goedemiddag meneer, u wilt even kijken wat ik aan het doen ben?" vroeg ik nieuwsgierig.
"Ja, ik ben gevr..r...aagd, of ik...ook een schilde..r..rij wil....hebben," zei u met die hapering in uw stem. Naast de beving leek het net of u sprak met een slokje water in de mond. Het zorgde ervoor dat ik geconcentreerd moest luisteren om op te vangen wat u probeerde te zeggen.

Toen u het schilderij zag waar ik aan bezig was, werd u voorzichtig enthousiast. Maar toch, een portret moest het niet worden, nee, absoluut niet! "Oh nee, gggheen... portrrrret," zei u stellig.
"Weet u wat, ik kom volgende week op visite en dan hebben we het er nog eens over," stelde ik uitnodigend voor. Dat stelde gerust en meteen draaide u uw rolstoel om en weg was u.
Zoals afgesproken ging ik de week daarna bij u op visite. En toen ik naar uw kamer liep, hoorde ik ook een vrouwenstem. Ik klopte voorzichtig op de openstaande deur.
"Mag ik binnenkomen, komt het nu wel gelegen?" vroeg ik voorzichtig.

"Oh, maar natuurlijk." De dame liep naar mij toe en we stelden ons aan elkaar voor. Ze bleek uw zus te zijn. Mijn contactpersoon had al contact met haar opgenomen en haar ingeseind over mijn bezoek. Uw zus was heel enthousiast en bleek op de hoogte te zijn van wat ik doe met 'Verhalen Schilderen'. En dat was onze tweede ontmoeting...
"Het lijkt mij zo mooi en bijzonder dat u voor mijn broer een schilderij maakt," zei uw zus een beetje verlegen.
"Dat doe ik heel graag voor hem en natuurlijk ook voor u," reageerde ik terwijl ik mijn tas neerzette.
"Heeft u samen al gesproken over een onderwerp? Uw broer gaf aan liever geen portret te willen," vroeg ik.
"Nou, dat gaat wel gebeuren, graag met Blokzijl op de achtergrond," zei uw zus duidelijk, maar ook weer met een wat verlegen ondertoon. Ik had het vermoeden dat ze bang was te veel te vragen.

Op dat moment draaide u zich met de rolstoel naar ons toe. U was wat aan het opruimen in een kastje. Ik keek u aan en zag uw heldere blauwe ogen net onder de pet doorkijken. En weer was daar die ondeugende brede lach op uw gezicht.
"Zal ik dat dan toch maar doen? Uiteindelijk is het misschien wel mooi voor uw zus en moeder," vroeg ik rustig. "Ik hoorde van een collega dat u ook nog een moeder heeft."
"Dat is misschien...toch wel...mooi," zei u met die trilling in uw stem. En meteen draaide u aan de wielen van de rolstoel en wees naar een plek op de muur.


"Daarrr, moet het....hangen." U keek al wijzend naar ons. En dan blijft u vertellen op uw eigen wijze over die plek en Blokzijl waar u met héél veel plezier heeft gewoond. En ik merk dat u moeite heeft het verhaal af te ronden. Uw zus blijkt het van u te kennen. Zij onderbreekt u liefdevol en probeert u uit te leggen hoe het verder gaat. U lijkt het niet op te vangen.
U bent bezig met waar het schilderij moet hangen, dat u straks wil gaan fietsen op de duo-fiets, dat u vaker de stad in wil en naar muziek wil luisteren.
Samen met uw zus spreken we af dat het een portret wordt en ik vraag aan u of ik wat foto's van u mag maken. U vindt het prima en u gaat er ook gewoon voor zitten. Met een blij gezicht poseert u rustig. Het lukt al heel snel een geschikte foto te maken.
We nemen afscheid en ik beloof uw zus op de hoogte houden van de vorderingen. Ze kan er de volgende keer niet bij zijn in verband met haar drukke vrijwilligerswerk.
"Vindt u het niet erg dan, als ik er niet bij ben," vraagt ze bezorgd. Ik stel haar gerust, en verzeker haar dat wij ons prima gaan vermaken.
En dat blijkt een week later. U wacht mij al op en verwelkomt mij hartelijk.


"Mag ik mijn schilder spullen op deze tafel zetten?" vraag ik, terwijl ik mijn zware schildertas op een stoel zet.
"Ja natuurlijk...doe dat maarrrr...," zegt u wat onduidelijk.
Als u de schets ziet, reageert u verbaasd met: "Ochgggg, wat mooi, wat mooi."
U kijkt mij aan en u lacht breeduit. En weer draait u de rolstoel naar de plek waar het schilderij moet hangen. En weer vertelt u dat dát de beste plek is en niet boven het bed. En ik reageer net zo enthousiast als de vorige keer.
Als ik begin te schilderen merk ik dat ik u wat kan afleiden. Ik voel u achter mij mee kijken. En na een lange stilte hoor ik weer: "Ogh, wat mooi, wat mooi."
Uit het niets draait u de rolstoel weer en beweegt u zich weg van mij en gaat u een liedje spelen op het elektronische orgel dat op uw kamer staat. Het liedje is een improvisatie. Maar ik hoor ook af en toe een bekende melodie. En als u stopt met spelen hoor ik u lachen van blijdschap.


"Wat leuk, wat kan u goed spelen, zeg. Dat klinkt mooi!" zeg ik aanmoedigend. U kijkt mij glunderend aan, draait zich om en speelt verder.
Zo zitten we samen bij elkaar. Ik luister naar uw geïmproviseerde muziek en werk ondertussen door aan de onderschildering. En u speelt die middag de ene keer op het orgel, komt af en toe kijken en dan rommelt u verder wat op uw kamer in de laatjes. We spreken niet veel met elkaar, maar dat blijkt helemaal niet nodig. Er is contact.
"Als u even wilt roken, voelt u zich niet verplicht om te blijven, hoor," zeg ik op een gegeven moment.
"Vindt u...dat niet errrrg," zegt u bijna verlegen. "Nee, hoor, gewoon lekker doen. Ik zit hier goed. Ik heb koffie en ik geef ondertussen de kerktoren van Blokzijl een likje verf," zeg ik lachend, terwijl ik een slokje koffie neem. Inmiddels weet ik ook dat u een grapje wel kan waarderen. U rijdt achter mij langs en ik voel een bemoedigend klopje op mijn schouder. U draait de rolstoel de gang op en vertrekt naar de lift.


De week daarna schilder ik kleur in uw portret en de kerktoren van Blokzijl krijgt steeds meer vorm. En regelmatig hoor ik achter mij: "Wat mooi, wat mooi..." En dan volgt een diepe zucht. Deze morgen heeft u een cd met André Rieu opgezet. Samen genieten we van de koffie en de muziek. En ook nu vertelt u waar het schilderij moet hangen en rommelt u in de laatjes en haalt u wat dozen leeg.
Het schilderij vordert en is nu bijna klaar. U bent steeds opnieuw verbaasd over het resultaat, en blijdschap overheerst. Ik heb u leren kennen als een lieve, zorgzame man. U heeft een mooie, maar ook heftige tijd achter de rug. Met flinke ups en downs, waardoor u uiteindelijk opgenomen moest worden in dit verpleeghuis. Ik ben blij u te hebben ontmoet. Het schilderij laat u hopelijk terugdenken aan uw tijd in het mooie historische stadje Blokzijl. Daar bent u intens gelukkig geweest. Bedankt, en het gaat u goed.

Storm op de Beulakerwiede


september 2019

"Bent u op zoek naar iemand, kan ik u helpen?" Als ik de huiskamer binnenloop, word ik door een collega hartelijk begroet. Ik vertel haar dat ik op zoek ben naar u. En ze zegt dat u op dit moment geholpen wordt bij het douchen. Ik mag zolang in de huiskamer wachten. Aan tafel raak ik al snel in gesprek met de andere bewoners, die zijn al uit bed en hebben het ontbijt al op. Er is een meneer die graag wil opstaan uit zijn rolstoel.

Maar het lukt hem niet omdat hij een beschermende riem om heeft. Ik ga ervan uit dat die er is omdat hij anders te snel zal vallen, terwijl hij dat zelf niet in de gaten heeft. Het enige wat hij nu wil is opstaan en hij begrijpt niet dat die riem niet los kan. Als ik uitleg dat ik er geen sleutel van heb, draait hij boos zijn stoel om en rijdt in zijn rolstoel richting de gang.

Inmiddels komt u arm in arm met de collega die u gedoucht heeft de huiskamer binnen. U bent een oudere dame met opvallend jeugdige uitstraling. Maar nu is er een diepe frons die niet past bij de lachrimpeltjes. Ik zie u een beetje geïrriteerd kijken. De wenkbrauwen gefronst. Blijkbaar heeft het douchen u geen goed gedaan. Uw haar in een bob geknipt , is wit-grijs en hangt nat om uw hoofd en in uw nek. Ik zie u schudden met uw hoofd. Blijkbaar irriteert het u allemaal.

De collega nodigt u uit om aan tafel te gaan zitten. U schuift zelf de stoel naar achteren. Er wordt een broodje voor u gesmeerd en een kopje thee ingeschonken. "Goedemorgen, mag ik wel naast u komen zitten met mijn kopje koffie?" vraag ik.
U kijkt mij onderzoekend aan. Van top tot teen word ik bekeken. En ik voel nog steeds een beetje de irritatie van de douche-partij. Maar dan breekt er een glimlach door.
"Natuurlijk, dat mag, jij wel," zegt u met een licht sarcastische ondertoon.
"Vond u het niet fijn om gedoucht te worden?" vraag ik, terwijl ik naast u ga zitten. "Nee, bah, het is koud en nat," zegt u weer wat bozig. En u schudt uw hoofd heen en weer, waardoor uw natte haar heen en weer beweegt.

Dat kan ik mij goed voorstellen, bah. Douchen is niet fijn. Het douchen zelf is wel lekker, maar daarna, hè? Afdrogen terwijl je het koud krijgt en plakkerige kleding aan, jasses."
U kijkt mij verbaasd aan. Volgens mij heb ik verteld wat u dacht.
"Precies," zegt u duidelijk en iets minder boos.
U neemt een slokje van uw thee en ik van mijn koffie. Er valt een stilte. Ik merk aan u dat u mijn aanwezigheid toch een beetje spannend vindt. Wie is die mevrouw? Ik schuif een beetje opzij. En ik pak een boek dat op tafel ligt.
'Giethoorn' staat er op de kaft. Ik sla het open en als ik begin te vertellen over mijn fietstochten naar Giethoorn en langs de Beulakerwiede, zie ik u ontspannen.
"Daar ben ik geboren!" zegt u enthousiast.
"Dat is ook toevallig, zeg. Wat een mooi dorp he? Ik zou er wel willen wonen."

En vanuit het niets zegt u: "Niet doen, er is véél te veel geroddel."
"Dat is dan misschien geen goed idee." "Ik raad het af," zegt u rustig, met een adviserende ondertoon.
Maar het ijs is wel gebroken. We praten wat verder over uw geboorteplaats. Over de zandweggetjes, de armoede en het harde werken voor weinig geld. En over het zwemmen dat u van uw vader leerde en het schaatsen in de winter. U schudt af en toe met uw nog natte haren, die koud en nat in uw nek hangen. En dan kijkt u mij aan en weer uit het niets zegt u: "Dat was een ramp op de Beulaker." Ik kijk u aan en zie de ernst van de zaak in uw ogen.
"Was het een zware storm?" Er stond mij namelijk wel wat van bij. U knikt heftig. "Een zware storm, de wind loeide oorverdovend!" U vertelt het alsof het gisteren is gebeurd en alsof u het zelf heeft meegemaakt. Ik zie de angst nog in uw ogen.

En weer uit het niets pakt u het boek over Giethoorn en hebben we het over de hoge, zwarte bruggetjes van het Binnenpad.
"Zal ik voor u een schilderij maken van Giethoorn?" U kijkt mij verbaasd aan en ik zie dat mijn vraag u een beetje onzeker maakt. U kijkt weg en dan weer naar mij en dan weer naar uw kopje thee. Maar na een tijdje praten over een schilderij van Giethoorn lijkt het u toch wel wat. "Dat wordt vast wel mooi," zegt u bemoedigend.
We nemen afscheid en de week daarna staat de schets van het Binnenpad met de bruggetjes op doek. Thuis moet ik steeds aan de storm denken. En vooral aan de manier waarop u het vertelde. De angst was van uw gezicht af te lezen.

Van uw familie weet ik inmiddels dat Giethoorn en Dwarsgracht geteisterd werden door die zware storm. Dat was rond 1953. Toen ook in Zeeland de watersnoodramp was. U was toen 7 jaar. Het heeft op u veel indruk gemaakt. Toen, en nu nog steeds.
De week daarna staat de schets op doek en loop ik met mijn schildertas de huiskamer binnen. U zit met de rug naar mij toe. Ik zet eerst mijn tas en ezel weg en loop met een ruime boog om u heen, zodat u mij eerst even héél lang in u op kan nemen. En het lijkt u gerust te stellen. Helemaal als ik u begroet en begin te praten over de mooie zwarte bruggetjes van Giethoorn, het Binnenpad en de punters.

"Mijn zus zat wel eens vast met haar hakken tussen de planken van de brug," glimlacht u en u kijkt mij een beetje ondeugend aan. "Dat wil ik wel geloven, met gewone platte schoenen is het al glad op de bruggetjes. Laat staan met hakken!" Er is meteen een verstandhouding. U knikt.
Ik krijg het gevoel dat ik nu wel naast u mag zitten. En u vindt het inderdaad prima. En helemaal als ik het schilderij van het Binnenpad in Giethoorn op de ezel zet. U wijst naar een van de bruggetjes op het schilderij. En wéér vertelt u over uw zus. Dat ze regelmatig vast zat tussen de planken, met haar hakken.

En ik reageer alsof het de eerste keer is dat u het vertelt. En elke keer moeten we er samen om lachen en zien we het voor ons. Op een gegeven moment voel ik uw schouder tegen mij aanleunen. En zo genieten we van elkaars gezelschap en ik geniet van uw vertellingen over uw geliefde Giethoorn. Het drama van de storm op de Beulakerwiede komt regelmatig voorbij tijdens uw vertellingen. Ik luister aandachtig.

En zo is het schilderij aanleiding geweest om terug te gaan naar een tijd waarin u onbekommerd jong was in het mooiste dorp van Nederland. En u heeft uw hart kunnen luchten over de storm op de Beulakerwiede. Ons contact moest groeien. U had daarvoor tijd nodig. En er kwam gelukkig steeds meer vertrouwen. Uiteindelijk heeft u hopelijk, net als ik, genoten van onze tijd samen tijdens het 'Verhalen Schilderen'.

Fijn contact zonder woorden

januari 2020

'Wat kan een herseninfarct een mens beschadigen,' realiseer ik me opnieuw, als ik de huiskamer inloop waar ik mijn collega achter haar laptop zie zitten om wat administratie te verwerken. U zit naast haar. In een verblijfsrolstoel. De week daarvoor had ik al met u kennis gemaakt. En toen zat u daar ook: een oudere dame met spierwit krullend haar. 

U maakte geluiden met af en toe een verstaanbaar woord. Het hoofd buigt u een beetje naar achter als u probeert te praten. Toen ik een handdruk wilde geven, bracht u heel moeizaam uw hand nauwelijks naar voren. U keek mij aan en lachte vriendelijk. Ik raakte uw bovenarm even aan als begroeting. Toen keerde ik mij naar de collega. 'Mag ik je even storen? Zou jij nog iemand weten die het leuk zou vinden als ik kwam schilderen?' had ik gevraagd. Ze keek mij aan en meteen zocht ze oogcontact met de dame naast wie ik nu weer sta. Ik kijk om en ik zie weer die hartelijke lach. 'Zou u dat leuk vinden?' vroeg m'n collega toen enthousiast. 

U keek een beetje verbaasd. Eerst naar een en dan naar ander. 'Zullen we even naar uw kamer gaan? Dan kan ik u uitleggen wat de bedoeling is, had ik voorgesteld. U knikte. Nu lopen we opnieuw samen naar uw kamer en de collega doet de deur open met een loper. Ik rijd u naar binnen en plaats u bij het bed, dat midden in de kamer staat. Ik pak een stoel erbij en leg nogmaals uit wat de bedoeling is. Ik merk aan u dat het praten nauwelijks meer gaat. 

U kan de woorden niet vinden, noch uitspreken. En in plaats van woorden maakt u monotone geluiden, met flarden onafgemaakte woorden. Ik besef dat het herseninfarct bij u flinke schade heeft aangebracht en u daardoor te kampen heeft met lichamelijke beperkingen. Ik ga aan de 'goede' kant zitten, in uw gezichtsveld, en ik leg uit waarom ik er ben. 'Zou u het leuk vinden als ik een portret van u maak, als verrassing voor uw dochter?' 

Ik weet van de collega dat u één dochter heeft en dat u erg trots op haar bent. Het is even stil en het lijkt alsof u een beetje emotioneel wordt van het idee. 'Ja', zegt u zacht. U vindt het een goed idee. 'Dan moeten we het wel proberen geheim voor haar te houden. Dan zitten we gewoon samen in een complot, goed? 'U moet erom lachen. Ik maak een aantal portretfoto's en we kiezen samen een foto uit. De week daarna staat de schets op doek en ik heb inmiddels ook contact gehad met uw dochter. Ze schrijft in haar mail dat ze inderdaad uw enige dochter is. En dat u in Meppel bent geboren. U bent opgegroeid met vier zussen en een broer. 

En juist uw broer, met wie u een speciale band had, is overleden. En om dat gemis bent u nog vaak verdrietig, ook al is het al meer dan 25 jaar geleden. Na de lagere school bent u begonnen als dienstmeisje. U bent daarna verhuisd naar Amsterdam. Daar heeft u werk gekregen als conductrice op de tram. En later kreeg u promotie en kon u op de meldkamer gaan werken. U was toen al een ondernemende dame. Sterk en zelfstandig. 

Uiteindelijk bent u uw eigen onderneming begonnen waarin u de dienstregeling voor de bussen uit typte en tevens voor de verspreiding zorgde. Er was in die tijd ook een leuke jonge man die een oogje op u had, maar uw dochter vertelde dat hij heel erg zijn best moest doen om uw aandacht te krijgen. Het was nu eens geen liefde op het eerste gezicht. In ieder geval niet vanuit uw kant. Hij werkte bij het Gemeentelijk Vervoersbedrijf in. Amsterdam. 

Uiteindelijk was u om. U bent nog een tijdje verloofd geweest, zoals dat in die tijd gebruikelijk was, en daarna bent u getrouwd. De week daarna staat de schets op doek en loop ik met mijn schilder tas de afdeling op. Ik laat bij de collega merken dat ik er ben en ze doet de deur van uw kamer voor mij open. Ik hoor u geluiden maken vanuit uw kamer. Ik klop nog even op de deur om u niet te laten schrikken. U zit in de rolstoel, vriendelijk glimlachend. 'Hier is de schilderes weer, ik kom aan uw portret werken,' zeg ik enthousiast. Ik krijg een nog grotere lach ter begroeting. Ik zet mij spulletjes klaar en ga naast u zitten, zodat u mee kan kijken. Eerst komt de onderschildering en ik merk dat u het in stilte geïnteresseerd volgt.

 De geluiden die u zonet onafgebroken maakte, zijn er niet meer. Als ik met de achtergrond bezig ben, vraag ik hoe het met u gaat, terwijl ik het penseel even neerleg. Uit uw mimiek kan ik opmaken dat het redelijk gaat, ondanks de beperkende omstandigheden. En we hebben het een moment over het herseninfarct dat u overkomen is, over de impact ervan op uw leven. U kan niet in volzinnen uitleggen wat het u doet maar ik voel het wel. Wat moet het zwaar zijn. Vooral de afhankelijkheid, het verlies van uw zelfstandigheid, maken u af en toe erg verdrietig. 

Zo zitten we samen een tijdje te 'praten'. Ik zoek de woorden voor wat ik denk dat u bezig houdt en u beaamt het door te knikken en door uw mimiek. Ik leg mijn hand even op uw arm en u kijkt mij aan met uw grote blauwe ogen. Ik zie verdriet. 'Zal ik maar weer verder schilderen?' zeg ik om van onderwerp te veranderen. U knikt moeizaam. Als we aan het eind van de middag komen, neem ik afscheid en beloof ik er de week daarop weer te zijn. U zit die woensdag daarop weer op uw kamer. Ik hoor u roepen, in onsamenhangende woorden en geluiden. De collega opent de deur en als ik naar binnen loop, krijg ik weer die prachtige glimlach van herkenning. 'Goedemiddag, heeft u vanmiddag tijd voor de schilderes?' zeg ik een beetje gekscherend. U knikt en ik zie u lachen. Ik ga naast u zitten en zet mijn schilder spullen klaar zodat u weer mee kan kijken. En ik leg uit dat ik nu kleur in uw portret ga schilderen .

U reageert oprecht benieuwd, en nieuwsgierig buigt u wat voorover. Als ik ga schilderen is het stil en ik merk dat u geconcentreerd meekijkt bij wat ik aan het doen ben. De trui krijgt een mooie warme roze tint en uw haar wordt helder wit, met mooie krullen. 'Hoe gaat het met uw dochter?' vraag ik terwijl ik mijn penseel uitspoel. 'Goed,' hoor ik u duidelijk zeggen. ' Wat fijn, gelukkig maar. Ik hoorde dat ze ook een fijne partner heeft ontmoet? U knikt en glundert. 'Fijn hè, dat je weet dat je kind niet meer alleen is en gelukkig is,' zeg ik terwijl ik mij naar u toe draai om oogcontact te maken. U zegt niets maar ik zie in uw ogen dat die gedachte u gerust stelt en blij maakt. 

We glimlachen naar elkaar met een soort verstandhouding. Helemaal als ik u vertel dat wij ook één dochter hebben en ik u dus heel goed kan begrijpen. Het portret vordert en u raakt steeds meer verwonderd over de gelijkenis. 'Foto, foto,' hoor ik u regelmatig verbaasd zeggen en ik denk dat u bedoelt dat het lijkt als een foto. Het schilderij met uw beeltenis is nu bijna klaar. Ik heb er met veel plezier aan gewerkt. We hadden een fijn contact, ook zonder woorden en ik hoop dat ik u met mijn aanwezigheid u afleiding en een luisterend oor heb kunnen bieden. Uw dochter zal vast en zeker blij verrast zijn met het portret van haar moeder. Dat hebben we samen maar mooi geheim kunnen houden. Fijn om met u in dat complot te zitten. Heel hartelijk bedankt dat u mij toeliet in uw leven en het gaat u goed. 

Prima Ballerina

Maart 2019

Als ik voor ons kennismakingsgesprek de lift uitloop naar uw kamer, is er een ploeg mensen bezig om de deuren te voorzien van plakplastic. Iedere deur krijgt zijn eigen persoonlijke uitstraling en kleur. Het geeft de afdeling een frisse en knusse uitstraling. Het is net of je in een straatje loopt langs rijtjeshuizen. 

Aan een van de collega's vraag ik waar u woont en zij wijst mij vriendelijk de weg.
Eenmaal aangekomen bij uw mooie blauwe voordeur zie ik dat het op een kiertje staat. Ik klop zachtjes aan. En kijk om de deur om te zien of u er bent.
Ik zie een kleine ranke dame aan de tafel zitten. De tafel staat met een kant tegen de muur en u zit aan de zijkant, ook met de rug tegen de muur. U bent iets aan het doen op uw schoot. Ik zie de rits van een roze toilettasje. Het grijze, bijna witte haar, netjes gekamd. En achter uw ogen en bij uw neus een doorzichtige plastic slang. En dan hoor ik het geluid ook wat daar bij hoort. U krijgt zuurstof.

" Goedemorgen, mag ik even bij u binnen komen?" zeg ik zacht. Om u niet te laten schrikken.
U veert toch een beetje geschrokken op. U kijkt mijn kant op en zegt: " Ja, natuurlijk! Kom maar verder."
Ik loop naar u toe en stel mij met een handdruk voor. En u doet hetzelfde. Als ik u aankijk zie ik twee heel bijzonder gekleurde ogen. Hazelnootbruin met een blauwachtige rand om de iris. " wat heeft u mooie ogen zeg!" " Ja, hé? Bruin en een beetje blauw." zegt u zelfverzekerd.

Ik vertel wat ik kom doen en u bent meteen geïnteresseerd en nieuwsgierig. U vraagt hoeveel dat moet kosten en ik kan u gelukkig geruststellen.
Het kiezen van een onderwerp is eigenlijk niet moeilijk. Het komt op zo'n mooie natuurlijke manier ter sprake en we zijn eigenlijk allebei meteen erover uit dat zij het moet worden.
U verteld namelijk dat u vroeger ballerina bent geweest. En dat u met hart en ziel heeft gedanst bij Beatrix Malinovska. Ze gaf U balletles. Als ik haar naar naam Google zie ik een foto van toen. Een prachtige elegante dame. In balletjurk en op balletschoenen. "Demi- pointes of Spitsen genoemd." zegt u heel zeker van u zelf. Ik word ter plekke even gecorrigeerd.
"Zal ik die foto dan maar schilderen? " Dat was goed. Mooi voor op de kamer. U woont namelijk nog niet heel lang in dit verpleeghuis.

Met uw dochter heb ik al snel contact en ze schrijft mij veel informatie over uw verleden. U heeft een vol en actief leven achter de rug.
U komt uit een gezin van vijf kinderen. Drie meiden en twee jongens. U bent geboren en getogen in Hengelo. En uw ouders hadden een eigen bedrijf. Een Singer naaimachine winkel in de stad. Als jong meisje hield u al van muziek en dans en het was dan ook niet vreemd dat u op balletdans les ging. Samen met uw vriendin leerde u de kneepjes van het vak en heeft u zelfs gedanst voor studio 22! .
Op een gegeven moment werd u een prima ballerina en danste u de sterren uit de hemel. En dat bleef niet onopgemerkt. U had regelmatig stille aanbidders en kreeg kaartjes en bloemen.
" En ik weet tot op de dag van vandaag nog niet aan wie ik ze kreeg." zegt u verbaasd met een vleugje trots.
Als ik de volgende week met de schets op doek en mijn schildersspulletjes aan uw blauwe deur kom staan, is het dit keer dicht. Ik zet mijn ezel op de grond en klop op uw deur.

" Jou hoe!" Klinkt er uit uw kamer. Ik denk dat ik er wel vanuit mag gaan dat ik binnen mag komen. Als ik door loop hoor ik vrolijke Hollandse liedjes uit de radio komen. En u zit net als de vorige keer aan het kleine tafeltje tegen de muur. U lijkt mij in eerste instantie niet te herkennen maar als ik vertel wat ik kom doen, zie ik een blik van herkenning.
" Mag ik bij u aan tafel komen schilderen?" Dat was goed, u schuift samen met mij wat spulletjes aan de kant en ik installeer mij aan tafel. Meteen hebben we het over de tijd toen u prima ballerina was en hoe fijn u het vond om naar muziek te luisteren en te dansen.
En dat u naar heel veel feestjes en bruiloften ging. Uw dochter vertelt dat u dan een van de laatste was die naar huis ging. " Mijn moeder was een echte party animal!"
Op uw zesentwintigste bent u getrouwd met de liefde van een leven. Een grote, lange en stoere marinier. U bent toen met hem van Hengelo naar Enschede en later naar Meppel verhuisd. U kreeg samen drie kinderen. Twee jongens en een meisje.
Als de eerste laag acryl erop zit laat ik u de onderschildering zien. U krijgt tranen in de ogen. U pakt het schilderij uit mijn handen en verwonderd kijkt u mij aan en zegt: " Het is haar echt! "

De weken daarna vordert het schilderij en leer ik u wat beter kennen. En krijg ik krijg de indruk dat u zich niet zomaar bij uw lot neerlegt. U bent een sterkte vrouw. En daarnaast ook heel positief. U heeft het wel over de beperkingen van het ouder worden en ik merk aan u dat u er van baalt. Het lichaam beperkt u in het shoppen en leuke dingen doen. Want winkelen in de stad, dat vind u geweldig! Leuke schoenen kopen in de uitverkoop. Sjieke blouses, broeken, vestjes en natuurlijk make-up scoren. Volgens u moet geld niet te lang op een rekening staan. Geld is er om van leven te genieten!
" Hakken, daar loop ik het liefst op, je gaat daar ook anders van staan hé?" En met dat u dat zegt gaat u wat rechtop zitten met uw kin vooruit. " Er lopen veel te veel meisjes en vrouwen voorover met het gezicht naar de grond, dat is zo zonde! Ze moeten trots zijn! En zichzelf verwennen met leuke kleren, hakken en make-up!"

Ik kan niet anders dan het met u eens zijn. En ik schuif mijn lompe schoenen voorzichtig onder de tafel tijdens uw betoog.
" Zit mijn haar wel goed? Wil je even kijken?" Ik leg mijn penseel neer en kijk naar de plek op uw hoofd waar u naar wijst. " Die plek kan wel een kam gebruiken." zeg ik. U geeft mij de kam en ik begin uw haar te kammen.
"Nu je toch bezig bent , wil je mij mijn armbanden en oorbellen ook even om en in doen?"
Gewillig help ik u met uw sieraden en ik zie dat het u goed doet, alsof het u compleet maakt. U begint te stralen. " Eigenlijk mist er nog een lippenstift." zeg ik.
U pakt het roze toilettasje erbij en u pakt vier kleuren lippenstift eruit. U kiest de meest roze. Het staat u geweldig!
De prima ballerina is bijna klaar. En bij elke schilderssessie wordt het doek uit mijn handen gegrist en krijgt u tranen in de ogen. " Ik zie haar zo staan, prachtig hé?" Ik kan ook dit alleen maar bevestigen. Het is een prachtig plaatje.
Eigenlijk vind ik het jammer dat vandaag alweer de laatste ochtend is. Uw zin in het leven, uw zelfverzekerde uitstraling, uw trots en geëmancipeerde kijk werkt aanstekelijk. Ik hoop dat het schilderij u vaker laat terug gaan naar die mooie tijd waar u gezond en gelukkig was. Ik hoop dat de herinneringen u goed doen. En dat u nog gaat genieten van wat komen gaat. Ik kijk vol plezier en geïnspireerd terug op onze tijd samen. Ik ben blij u te hebben ontmoet tijdens het Verhalen Schilderen.

 In Memoriam

Miriam in memoriam.

Die verwilderde blik in uw ogen, ik zie die vaak in mijn herinnering. Het weinige haar dat u had sprietig op uw hoofd. Even oogcontact en daarna weer lopen. Alleen maar lopen. U liet mij af en toe meelopen. Dan luisterde ik naar uw gemompel. Reagerend uit gevoel. 

Niet goed wetend wat u wilde zeggen. Dan wilde ik gewoon aanwezig zijn. Hopende dat u dat voelde. Spulletjes vergaren, ook op de kamers van de anderen, denkende dat ze van u waren. Een leven vol ellende achter de rug, hoorde ik later. Vertrouwen in mensen al vroeg geschaad.

Niemand toelaten in uw innerlijke wereld. Een dikke muur gebouwd, waarachter u dacht veilig te kunnen schuilen. De dementie zorgde voor nog meer verwarring en onrust.

Niemand, maar dan ook niemand liet u toe. Vorige week bent u overleden. Op uw sterfbed was de angst verdwenen, de onrust weg. En de ontspanning terug. De dood was uw verlossing.

 Een schilderij voor u maken, daar ben ik niet aan toegekomen. Ik had het heel graag voor u gedaan. 

Rust zacht Miriam, u heeft het verdiend.